oost en west

oost en west in de 15e eeuw, de Hanzetijd

Varen naar de Oost en de West. In de 15e eeuw werd het gebruikt voor de scheepvaart op de Oostzee en naar Bourgneuf in Frankrijk of het nog zuidelijker Portugal. Soms voer men naar Barbarije, de Noord-Afrikaanse kust. Zoals Claes ten Hove, die daar rond 1535 met zijn schip verging voor de kust bij Masegam. Bemanningsleden aan boord bij Claes waren Laurens Wyberts, Albert Geertsz en Herman Cock, die ook allen verdronken. In 1485 weigerden Johan Leffers en Geert Reynersz met schipper Johan Willems naar Riga te zeilen, hoewel zij dit wel hadden afgesproken. Alleen als het gerecht besliste dat zij hun afspraak moesten nakomen, waren zij bereid aan boord te gaan.

maatschappen

Schippers en reders werkten meestal via maatschappen, een handelsonderneming met twee of meer deelnemers. Zo werd in 1474 de maatschap ontbonden die Deric Kloeck, Peter Henrixsz en Wolter ten Hove hadden in Bergen, Noorwegen. Aan de maatschap op Bergen inzake stokvis tussen Jacob Clinge en Geert Andriesz  kwam in 1484 een einde. Bij het opheffen van een maatschap moest er een akkoord komen over de huizen en hoven, kachels en alle huisraad, gerede en ongerede goederen, schulden en te goeden van de maatschap. Vanwege de complexe materie werden bij het beëindigen van een maatschap regelmatig intermediairs ingeschakeld. Niet zelden op last van het stadsbestuur. Dat gebeurde in 1485 bij de maatschap tussen Geert ten Daele en Warner Dapper, die ongeveer 17 jaar had bestaan. Johan Florijsz en Johan van Scheydynghe hadden in 1495 problemen bij het beëindigen van hun maatschap in Bergen, waarbij zij bemiddelaars nodig hadden.

onderlinge hulp

In 1546 lieten de schippers Jan Vriesgen, Hans Worst en Lambert Raven schriftelijk vastleggen dat zij elkaar zouden helpen en steunen bij hun scheepstochten naar het oosten en het westen, tegen zeerovers en andere vijanden. Bij schade en averij zouden zij elkaar naar de dichtstbijzijnde haven brengen enz., waarvoor zij een waarborgfonds oprichtten van ƒ50 g.g. elk te betalen uit het schippersgoed en niet uit het redersgoed. Wie bij nacht voorbij de Admiraal uitliep, betaalde ƒ1 g.g boete bij het eerste land waar men aankwam. Vanwege het gevaar van piraterij werd in konvooi (groepen) gevaren. Daarbij werd één van de schippers als commandant van het konvooi aangewezen en had de titel admiraal. 

Indien een andere schipper zich hierbij wilde aansluiten, zou ook hij dit contract moeten ondertekenen.


De Hanze

Beluister hier een fragment over de Hanze uit de cursus ''Kampen over Zee, Kamper families in de internationale handel'', (jan/febr 2023).

Oost en west in de 17e eeuw

Geleidelijk veranderde de betekenis van zeilen naar oost of west naar varen naar Oost-Indië (o.a. Indonesië) en West-Indië (Zuid- en Noord-Amerika). In 1619 voer Arent Jansen van Angeren als ondertimmerman op het schip Ter Veer naar Oost-Indië. Zijn schip verging op 16 april 1617 bij Manila en Arent Jansen overleefde dit niet. In 1619 was zijn weduwe hertrouwd. Zij kon zijn gage en goederen afhalen bij de bewindvoerders van de Oost-Indische Compagnie in Amsterdam. Het zelfde overkwam de nabestaanden (vader, broer en schoonzus) van Hans Wiert Nassau in 1620. In dit zelfde jaar overleed Jacob Jansen aan boord van het schip Vlissingen en op terugweg van Oost-indië. De weduwe en pleegmoeder van Jacobs kinderen mocht zelf uitzoeken waar zij goederen, geld en loon van haar overleden man kon vorderen: in Amsterdam, Rotterdam, Vlissingen of elders. In 1621 claimde het St. Geertruidengasthuis (nu Margaretha) de nalatenschap en erfenis van Johan Jansz Budde bij de bewindhebbers van de Oost-Indische compagnie in Middelburg. Johan Jansz was in Oost-Indië overleden en zijn geestelijk gehandicapte broer Berent, wonend in het gasthuis, was zijn erfgenaam. 

Muntsoorten

De belangrijkste handelssteden bezaten muntrecht, het recht om munten te slaan. Dit leidde in het internationale handelsverkeer tot het gebruik van allerlei muntsoorten, zoals  Riga marken, Lübeckse marken, Rijnse guldens, Bourgondische guldens, Vlaamse groten, Berger guldens, Franse schilden.


©cultuurZIEN, 2020/22/23