Overloop:
oWat weten we al?
oWat willen we nog weten?
oWaarom willen dat weten?
Hulpmiddel:
oGebruik de als….dan redenering
oOmzetten van vermoedens naar hypothesen naar onderzoeksvragen
Strategie bepalen we met verschillende disciplines!
Inventarisser wat je al weet?:
oWaaruit bestaan de huidige problemen precies?
oTijdens de intakefase hebben we veel informatie gekregen. We hebben gericht vragen gesteld. Heb oog voor concrete voorbeelden/situaties die dit onderbouwen.
oDe informatie die we kregen is vaak van zeer uiteenlopende aard(scores, schriftelijk werk, uitspraken over gedrag, medelln,…) -->breng ordening in via clustering.
oTracht klachtgedrag te objectiveren:
Een voorbeeld om te clusteren is het volgende
oLeerontwikkeling o.a.
Lees- en rekenvaardigheden
Leerresultaten
oWerkhouding en taakgedrag o.a.
Motivatie
Zelfstandig werken
Werktempo
concentratie
oCognitief functioneren o.a.
Taalvaardigheid
Verbanden leggen
Logisch redeneren
oSociaal-emotioneel functioneren o.a.
Sociale vaardigheden
Zelfstandigheid
Omgaan met regels
ondernemend
oLichamelijk functioneren o.a.
Grove en fijne motoriek
gehoor
Visus
Verzorging
Bepaal per cluster welke aspecten positief of sterk zijn. Hoe minder positieve of sterke aspecten er zijn, hoe ernstiger doorgaans de situatie is.
Inventariseer ook de relevante problematische en positieve aspecten:
oVan de onderwijsleersituatie:
Pedagogische werkwijze o.a.
•Leerkracht zorgt voor ondersteuning
•Benadrukt wat kinderen wel kunnen
Vakkennis en didactische vaardigheden o.a.
•Kennis van leerproblemen
• Afwisselende werkvormen
• Instructie en uitleg afgestemd op instructiebehoeften van lln.
Klassenmanagement o.a.
•Duidelijk systeem van hulpvragen bij zelfstandig werk
•Stellen van duidelijke regels
•planborden
oVan de opvoedingssituatie: past de aanpak van deze ouders bij wat hun kind nodig heeft?
Steun bij sociaal-emotionele ontwikkeling o.a.
•Affectie
•Positieve aandacht/aanpak
•Aanleren adequaat sociaal gedrag
Lichamelijke verzorging o.a.
•Voldoende slaap
•Beweging
•Voeding
•hygiëne
Cognitieve stimulering o.a.
•Realistische verwachtingen
•Belangstelling voor het leerproces van kinderen
•Huiswerkondersteuning
Als niet alles duidelijk is ga dan na wat je nog wil weten:
Wat hebben we nodig om de hulpvraag te kunnen beantwoorden? M.a.w. als we weten wat er aan de hand
is, als we de situatie begrijpen, als de onderwijsbehoeften duidelijk zijn en als we het gewenste
onderwijsaanbod kunnen formuleren dan is geen verder onderzoek nodig!
Maar als we onvoldoende informatie hebben om de hulpvraag te beantwoorden dan moeten we gericht verder informatie verzamelen met als doel het formuleren van handelingsgerichte onderzoeksvragen.
Waarom willen we dat weten?
We gaan vragen selecteren: alleen die factoren van kind en school en de opvoedingssituatie die noodzakelijk zijn voor
het beantwoorden van vragen van leerkracht, kind en ouders en die zicht geven op de onderwijsbehoeften van kinderen.
Onderzoeksvragen hebben betrekking op kind en de onderwijsleersituatie(leerkracht, klas, school)
Afstemming tussen de aanpak van de leerkracht enerzijds en de onderwijsbehoeften van het kind en de te bereiken doelen anderzijds.
Formuleer vervolgens hypothesen en maak gebruik van de “als…dan redenering”:
voorbeelden:
-Als visuele informatieverwerking sterker is dan de auditieve dan heeft deze ll. visuele ondersteuning nodig
-Als de aard van de feedback onvoldoende afgestemd is op de behoeften van dit kind dan bespreken we met de leerkracht
wanneer en in welke situaties feedback nodig is.
Opstellen van handelingsgerichte onderzoeksvragen betekent oog hebben voor het type van vragen:
oOnderkennende vragen(open/gesloten): om welk type van probleem/stoornis gaat het?
voorbeeld: Heeft mijn kind ASS
oVerklarende vragen: waarom zijn deze problemen er? Welke factoren van het kind, onderwijsleer- en opvoedingssituatie verklaren het?
voorbeelden
Waar komen de gedragsproblemen vandaan?
waarom is dit kind zo angstig?
oIndicerende vragen: hoe kan dit kind het best worden geholpen?
voorbeelden
Hoe kunnen we de prikkels wegnemen die tot woede-uitbarstingen leiden?
Wat kunnen we doen om deze kleuter sociale contacten te laten maken met leeftijdsgenoten?
Hoe kunnen we het gehanteerde beloningssysteem afstemmen op de noden van dit kind?
Einde van de strategiefase: we weten of verder onderzoek nodig en zo ja wie gaat dat doen en waarom!