Ik ben een culinaire mens, dat betekent dat ik geen jager-verzamelaar meer ben met als enkel doel te overleven. Ik kook omdat ik iets ‘wil’ eten dat ik lekker vind. Ik kies uit een overvloed van (buiten)regionale producten, bepaal de garingstechniek en dat alles los van mijn locatie (vindplaats) en los van de tijd. Autonoom en door de globalisering niet meer afhankelijk van de ‘normale’ vindplaats en ‘groeitijd’ van de producten die ik wil eten. Ik hoef de producten niet te telen, te vangen of te kweken maar ruil mijn arbeid voor (geld) voedsel. Wat ik eet, hoe ik gaar en hoe ik eet is gevolg van evolutie en kruisbestuiving. Ik moet dus kunnen plaatsen, in perspectief zien, weten wat er was om te beseffen hoe koken mij tot mens maakt. Ik vertaal glimlachend als “de homo culinaris”. Ik wil dit verhaal vertellen via 10 concentrische cirkels. De eerste vijf zijn de historische invloed : van 8000 v.o.t. tot de vijfde eeuw v.o.t, van de 6de eeuw v.o.t. tot de vijfde eeuw, van de zesde eeuw tot de 13de eeuw, van de 14de tot de zestiende eeuw en van de 16de tot de 21e eeuw. De volgende vijf zijn de feitelijke invloed: mijn opvoeding, mijn streek, externe invloeden, reizen en vorming/nadenken. Ik voeg een uitgebreide bibliografie toe, genoeg voor jou, lezer om te verkennen.
Apen jagen niet, koken niet, eten planten en hebben geen tafelcultuur. Door het vuur is de homo erectur zich gaan onderscheiden door ‘oneetbaar’ eetbaar en verteerbaar te maken. Dit leverde tijd op om te verzamelen en te jagen. De jacht leverde vlees, eiwitten dus, en zorgde op termijn voor grotere hersenen. De mens at samen en deelde voedsel, typisch menselijk. Schaarste bepaalde de smaak (bij dier én mens) zodoende “zochten” mensenin hun eigen habitat en ook daarbuiten.
8000-2000 v.o.t. spreken we van de neolithische landbouwrevolutie in de rivierdalen van Nabije en Midden-Oosten (Nijl, Eufraat en Tigris, Indus), vorming van landbouwculturen, eerste steden en handelswegen. Opschuiven naar Europa van geordende landbouw en veeteelt waar we als verzamelaar-jagers, fokkers en telers leefden zoals dit vandaag nog op plaatsen te zien is (vb. rendieren in Zweeds Lapland).
Honden, katten, ezels, bijen, schapen, kamelen werden gedomistikeerd. Wat leverde dit op? Minder afhankelijkheid van seizoenen en meer zekerheid op één locatie. Door graan (vb. gerst, 7000 voor onze tijdrekening) te telen ontstond er overschot en bestaan werd minder onzeker. Door verschillende granen te verbouwen (vertrekkend van wilde soorten) kwam de mens tot selectie en graan veredelde. Betere kwaliteit en specialisatie (rijst, gerst, spelt) was het gevolg. Invloed van elders (vb. erwten, linzen, granaatappel van Syrie en Irak) kwam dichterbij. Dit leidde tot verstedelijking en door zich te specialiseren kon men een andere, hogere status verkrijgen. Koning en priester drukten zich ‘anders’ uit op basis van status kwam er een onderscheid op basis van uiterlijke kenmerken (kledij, uiterlijk, houding, eten & drinken). Macht consolideerde zich in hiërarchie. Religie leverde via erediensten ook onderscheid op wat resulteerde in bijvoorbeeld spijsregels en spijswetten (Islam, Joden). Een culinair verbond (religiore) maakte je deel van een groep of subcultuur. Je herkent iemand door zijn rol, door hoe en wat hij eet, door de schaarse producten die hij nuttigt. Bepaalde groepen hebben toegang tot producten (voedsel) die fungeren als medicijn of als onderdeel van rituelen. Hierdoor krijgt voedsel of onthouding van voedsel een waarde (kenmerk, taboe…). De gaartechnieken waren eerder beperkt tot het roosteren (naast een vuur en niet erboven), koken (zonder potten) in dierlijke zakken (blaas, maag) of plantaardig materiaal (bladeren, bamboe). Niettegenstaande het schrift al bestond is het wachten tot 1750 voor onze tijdrekening om te leren wàt mensen aten (kleitablet Babylonie) en dat was rund, geit, ei, vis, schelpdieren, graan, fruit, paddenstoelen, honing, geklaarde boter…etc). Maar we leren niet niet hoe ze het maakten (recepten) en welke ingrediënten gebruikt werden. Reconstructie is pas mogelijk via recepten uit de oudheid. Recepten op deze manier verspreiden bleef in gebruik tot na de middeleeuwen. De archeologie leverde hiertoe materiaal.
6e-4e eeuw v.o.t., de kolonisatie van Middellandse Zeekusten door Grieken en Feniciërs. Verspreiding olijfboom en wijnstok, saffraan en andere kruiden. Men eet vissoepen, emulsiesauzen op oliebasis. In Egypte werd bier gedronken, druiven werden geoogst en door het bier kon met gerezen brood maken (biergist). Rome voerde vanuit Egypte massaal harde tarwe in naar Rome.
De mens voedde zich met plat brood (tarwe en gerst), bier en (dure) wijn. Wat je in de oudheid at was lokaal verankerd (lanschap en klimaat). Sedentaire (Griekse) boeren konden wel al voorraden bewaren in aardewerk en dit ‘overschot’ kon worden geruild. Deze ruilhandel zorgde voor variatie in de lokale culinaire traditie. Grieken voerden olijfolie uit wat nodig was voor erediensten, verlichting, massage en vooral als essentieel ingredient. De olijfboom verspreidde zich tot Syrie, Irak, Sicilie en Frankrijk.
De wijnstok geraakte tot in Frankrijk. In kunstvoorwerpen zien we hoe de grieken (vooral de mannen dan) aten, liggend op een sofa en zich nadien te goed doend aan een drinkgelag (met de typische versierde drinkschalen) en vrouwen tijdens een symposium.
Ze gaarden hun voedsel op een soort barbecue van lemen potten die vaak ook als grafgift werden meegegeven. Er werd voedsel geofferd (vaak de resten, het eetbaren werd door genodigden gegeten) en wijn (plengoffer zoals omschreven in de Ilias). Wijn werd (vaak) gemengd met water. Recepten werden geschreven zonder vermelding van hoeveelheden.
5e-4e eeuw v.o.t., de Perzische oorlogen maar ook Perzische verfijning in Griekse keuken, Fenicische invloed op Sicilië, Siciliaanse koks geven toon aan. We belanden in de 4e-2e eeuw v.o.t. waar het leger van Alexander de Grote Perzië veroverde en doordrong tot de Indus. Er is vermenging van de Oosterse en Griekse cultuur:peper, suikerriet en andere Oosterse specerijen, geraffineerde keuken van de Hellenistische wereld.
4e eeuw-begin van onze jaartelling, de opkomst van het Romeinse Rijk, verovering van de landen rond de Middellandse Zee, het Nabije Oosten en West- en Midden-Europa. Griekse koks brengen culinaire verfijning naar Rome. Gerezen brood uit Egypte, vruchten uit Klein-Azië, specerijen van Arabische handelaren. Verspreiding wijnstok over West- en Midden-Europa.
De Romeinen keken op naar de Grieken en namen hun gewoonten over. De handel nam toe (pax Romana) en specerijen (gember, kaneel) werden net zoals ham uit Spanje ingevoerd. Men liet gerst in water weken en drogen, voegde lijnzaad toe en zout en verkreeg de eerste pasta. Graan werd (71 v.o.t.) ingevoerd uit Sicilie, Egypte, Marokko en Lybie en moest duizenden inwoners van Rome (graits) voeden. In Rome was er sprake van een boerenkeuken maar door de handel in kwaliteitsproducten over de wegen maten welgestelde burgers zich een uitbundige en extravagante culinaire stijl aan. Cato prijst als reactie soberheid door bijvoorbeeld kool aan te prijzen als eenvoudig en infectiewerend. In Rome zelf leefde de gewone man van straatkraampjes en bars, thuis koken was wegens brandgevaar te gevaarlijk. Pas in de 3de eeuw zien we een fornuis bekleed met tegels. Het basisvoedsel was brood. Je kocht het of liet het bakken (daarom zette je eerst een stempel op je brood) in grote bakkerijen. Al snel levolueerde het dagelijks menu tot een ontbijt, lunch en diner (entrée, hoofdgerecht en dessert). Op fresco’s in Pompeij zie je bijvoorbeeld taarten. Er werd gegeten met lepel en mes. De landbouwproducten kwamen van de godin, de wijn bijvoorbeeld was er dankzij Dionysus, afgebeeld met een ei (dood waaruit leven komt) en een drinkbeker met wijn (leven). Via het offer kwam de Romein in contact met de goden en vroeg bescherming. Eten en ritueel zijn verbonden.
We arriveren in de 1e-5e eeuw met de bloei en de ondergang van het Romeinse Rijk. Galloromeinse beschaving in Frankrijk, wijncultuur, Romeinse invloed op autochtone keukens. Appicus (5de eeuw n.o.t.) gaf het smaakpallet aan van de romein, t.t.z., zoet, zuur en hartig (vooral via de vissaus ‘garum’). In zuid-Spanje werd vissaus gemaakt zoals dit nu nog in Italie het geval is en in Thailand (fermenteren van vette vis met zout in een pot in volle zon). Waarom verkozen zij zulke sterke smaken? Misschien door niet al te vers materiaal of om het smaakverlies door loodvergiftiging (loden buizen, loden bekers…) te compenseren?
In elk geval kenmerkte zich de keuken door excessen in hoeveelheid en aard van de producten (ganzen met vijgen, muizen…). Fellini heeft er een parodie op gemaakt in één van zijn films (een gebraden varken met vogeltjes erin). Na de Romeinse gouden periode verchuift het politieke en culinaire centrum naar Byzantium (zetten de oude traditie verder) en het noorden.
Van de 6e-13e eeuw zijn er de invallen van Mongoolse volken uit Azië.
In Hongarije levert dit ons pasta, zuurkool en zure melkprodukten. De expansie van de islam, de verovering via Noord-Afrika van Spanje, Sicilië en invallen in Frankrijk, Zuid-Italië brengt ellende maar ook nieuwe producten, technieken en materiaal.
Door de bloei van de kaliefaten in Syrië en Irak, de Moorse beschaving en verfijnde kookkunst in Andalusië, op Sicilië en in Zuid-Frankrijk (bladerdeeg, ijs, marsepein, confituren, distilleerkunst) wijzigt de West-Europese keuken.
Het Karolingische rijk betekent nog “vlees” in alle vormen. Het werd gebraden in open vuurplaatsen voor een grote groep mensen en werd vaak “lauw” opgediend. Spiezen zoals onze kippengril werden gebruikt. Daarnaast was het concept van het koken “in de ketel boven het vuur” voor iedereen ingeburgerd. Er werd gekookt met varkensvet, brood was dé ‘sidedish’. In de kloosters werd de Romeinse traditie verdergezet (ook via hun schrift). Er werd wijn en bier gedronken (water was er als drank niet altijd zuiver genoeg). Kruiden werden niet alleen medicinaal gebruikt maar tevens als smaakmaker. Regels werden ingevoerd (Benedictus) en men schreef voor wat wel en wanneer (niet) mocht worden gegeten. Reuzel en boter werden als dierlijk product soms taboe tijdens de vasten. Wat je dan wel mocht eten waren ‘waterbeesten’ zoals kikkers, zeehonden, slaaken en vissen. Visvijvers (voorheen gekend als piscina) werden gebruikt. Men at niet allen gezouten vis maar ook zoetwatervis. De eetcultuur werd bovendien beïnvloed door plagen (mislukte oogsten en invallen van stammen uit centraal-Azie) en voorschriften (humeurleer van Hypocrates met zijn flegmatische en cholerieke types). De Moren deden hun invloed gelden (711) in Spanje door invoer van producten.
In de 7de eeuw werd Arabie het (culinaire) centrum van de wereld: suikerriet, aubergine, citrus, artichoc, rijst, spinazie, marsepijn en irrigatietechnieken. Een nieuw soort ploeg deed zijn intrede alsook het drieslagstelsel wat een verlies van 50% verminderde tot 30 %. De vruchtbare grond leverde meer op. Steden kwamen tot stand waar aanvankelijk iedereen een eigen moestuin had. Straatverkoop leverde eten en drinken aan iedereen.
1e-13e eeuw: terugkerende kruisvaarders brengen verfijning van Byzantijnse en Perzisch-Arabische keuken naar West-Europa. Nieuwe wijnstokken worden ingevoerd alsook glas. Overschot betekende ruilen en handelen! We zien de Friezen (noordzee) en de Hanzesteden ontstaan waarbij de handel over water nieuwe producten opleverde: wijn, wol, schapen (melk, kaas, vlees), ham uit Parma (aanvankelijk gezouten om te bewaren en niet omdat dat zo lekker was). Dure specerijen geven vers vlees smaak en verhoogt de status van de ‘rijke’. Suiker begint aan een opmars via Zuid-Spanje,Sicilie en Marokko en zal nooit meer verdwijnen uit onze keukens. Ze aten met de vingers, een eigen mes, in grote verwarmde ruimtes op mobiele tafels op schragen. De nobelen zaten op een verhoog en aten het beste. Gerechten, door elkaar op de tafels gezet, werden gedeeld met elkaar. In het midden stond een zoutvat. Er was geen opbouw, menuleer bestond niet. Het bord (teljoor, ‘ein Teller’) was een vierkant stuk brood. Rijken aten veel vlees met kruiden, armen de traditionele stoofpot.
De 14e-16e eeuwse Renaissance in Italië bracht ons de herontdekte Antieke beschaving. Italiaanse koks vinden synthese van Arabisch-Moorse kookkunst uit Zuid-Italië en overgeleverde tradities. Opgejaagde joden uit Oost-Europa (jodenvervolgingen) brengen Oosteuropese invloeden mee naar Duitsland en de Elzas: zuurkool, pasta, bakkunst. Door de verovering van de Balkan en Hongarije door de Turken is er verspreiding van Turkse gerechten (zoet gebak, gevulde groenten), koffie, rode peper (paprika).
Van sreekgerechten was er geen sprake, die komen pas tijdens de ontdekkingsreizen. Columbus werd uitgezonden om (door de te duur geworden specerijen) een nieuwe handelsroute te zoeken en de reistijd te verkorten. Hij kwam aan in de Caraibische eilanden en niet in Indie. Vasco da Gama lukt wel in zijn opzet. Portugal wordt belangrijk ten nadelen van Venetie. Nieuwe producten (bonen, mais, aardappelen, tomaten, chilipeper, cacao, aardbei, cashewnoot, vanille, courgette, pompoen, kalkoen, blauwe bes) doen nieuwe gerechten ontstaan. De handel naar Amerika leverde de lokale bevolking ook nieuwe producten maar ook ziektes. De keuken bleef gebaseerd op status en geld.
De 16e-18e eeuw is het tijdperk van stabilisatie waar de Franse haute cuisine zich vormt uit autochtone, Italiaanse, Moorse elementen. In Europa is Frankrijk veel betekenend voor de keuken. De reniassance brengt wat variatie in Italie maar Frankrijk was toen weinig verfijnd. Dit veranderde omdat Frankrijk ver de belangrijkste centrale staat was in Europa (Duitsland en Italie waren versnipperd). De koning liet zien hoe rijk hij was via spectaculaire gerechten. F.P. La Varenne (17de eeuw) schrijft in zijn “le cuisinier Francois” over soepen, kruiden, roux (koekjes met amandelen mengen), mayonaise als emulsie en de fonds als basis. Een breuk met de Italiaanse keuken betekent de start van de Franse keuken.
In de 18de eeuw zet het hof van lodewijk XIV de trend! De bourgeoisie kopieert de hofmaaltijd op kleine schaal met nieuwe producten (erwten, asperge, koffie, thee,aardappel, truffels,chocolade en ijs uit Italie). Al deze producten waren in oorsprong een lustopwekker. Chef Menon schrijft in zijn “la cuisiniere bourgoise, suivie de l’office” een eerste kookboek voor leken. Zo worden technieken verspreid en de Franse identiteit groeit, “ik ben frans dus ik eet goed”. Na 1765 is de Franse keuken toonaangevend, de Franse staat staat t.o.v. chaotische entiteiten zoals het failliete Spanje, Engeland, Duitsland. De drie Lodewijken staan voor een absolute monarchie, één natie met één taal. In de stad hebben gilden de macht maar als die verdampt is plots méér mogelijk.
Rond 1780 konden in de vele reeds bestaande restaurants volledige maaltijden verkregen worden. Elke zaak probeerde de andere de loef af te steken met de beste gerechten. Er werden gerechten gemaakt zoals versterkende "tripes à la mode de Caen", de gekende "pieds de mouton à la sauce poulette" en verzachtende escargots. De "restaurant divin" werd nog steeds verkocht. Al deze bereidingen werden beschouwd als het nec plus ultra van de restaurerende gerechten. Andere bronnen vermelden dat het eerste restaurant eigenlijk niet gekend is. Er waren namelijk meerdere eethuizen die ongeveer tegelijk startten. Ook de locaties zijn niet helemaal zeker en worden verward of door mekaar gehaspeld door de verscheidene geraadpleegde schrijvers. Er was Boulanger, rue des Poulies in 1765, dicht bij de huidige "rue du Louvre", later verhuisde hij naar "l'hôtel d'Aligre". Er was ook Mathurin Roze de Chantoiseau (ofwel was het Champ-d'Oiseau). Hij opende zijn eethuis rond 1762 ook in de Rue des Poulies. Het woord 'restaurant' komt voor het eerst, of toch een van de eerste keren officieel voor, in een besluit van 8 juni 1786. Het besluit geeft toelating aan de traiteurs en restaurateurs om publiek te ontvangen in hun zalen en deze daar te eten geven. Toen ontstond de eerste echte betekenis van de 'table d'hôte'. Een uitdrukking die in de loop der tijden verschillende betekenissen gehad heeft. Maar toen betekende het dat de gast mocht aanzitten aan de eigen tafel van de uitbater en daar van gerechten mocht proeven of eten van zekere schotels die niet moesten meegenomen worden. Vanaf 1789 begon de Franse morrende bevolking te rebelleren tegen het heersende bestuurssysteem in Frankrijk. De ontevredenheid onder de bevolking groeide met de wetenschap dat de koning en zijn vrouw zo veel uitgaven aan paleizen, pensioenen, eigen voorzieningen. Het oudste restaurant is dat van Antoine Beauvilliers (1754 - 1817). Beauvilliers opende in 1791, gewoon onder zijn eigen naam een restaurant en het kende onmiddellijk een geweldig succes dank zij de buitengewoon grote kennis en ervaring van Beauvilliers. Hij had zowel de kwaliteiten van een meester-kok als van een perfecte maître d' hotel. Audiger is een minder gekende persoonlijkheid uit de keukengeschiedenis. Als kok van Colbert volgde hij deze op zijn reizen en zo leerde hij allerlei groenten en andere keukens en gewoonten kennen. Uit deze ervaringen ontstond in 1692 het boek : "La Maison Réglée et l'Art de diriger la Maison d'un Grand Seigneur". Het werk handelde over het ontvangen van gasten zowel te Parijs als in de provincie…! Dat was te lezen in een ander werkje : "Comment recevoir à la Campagne". Na zijn reizen met Colbert ging hij zelf op ontdekking en verbleef zo in 1660 veertien maanden in Italië waar hij alles leerde over limonades, verfrissende dranken, nieuwe vruchten en groenten en water… Hij leerde er een methode kennen om sorbets te bereiden. Het nieuwe concept van restaurant betekent een menukaart, een enorme lijst waaruit je kon kiezen. Na de revolutie kwam het tot een rware estaurantexplosie.
De 19e eeuw is het tijdperk van koloniale imperia, curry's, chutney's in Engelse keuken, Franse invloed in Midden-Amerika, Indonesische in Nederland. Vanaf 1830 spreken we van de start van de haute cuisine met Carème. Marie-Antoine (Antonin) Carême, (Parijs, 8 juni 1784 - 12 januari 1833) was een Franse kok en patissier, afgod van gastronomen en schrijver van bekende boeken op het gebied van de kookkunst. Antonin werd geboren in een kroostrijke arme familie. Als hij negen jaar is wordt hij door zijn vader achtergelaten in de straten van Parijs omdat hij geen eten meer voor hem meer heeft. Hij wordt daar opgepikt door een clochard en komt in de patisserie "Bailly" terecht waar hij onderdak krijgt en leerjongen wordt. Op zijn zestiende is hij een volwaardige helper en mag van de eigenaar van Bailly's naar de bibliotheek gaan om daar de tekeningen van gebouwen te kopiëren die kunnen gebruikt worden in de patisserie. Carême leert daar bij Bailly's ook Jean Avice kennen, een zeer bekwaam vakman die het soezenbeslag heeft gecreëerd. Talleyrand bemerkte de kwaliteiten van Antonin en nam hem in dienst. Carême verbleef twaalf jaar bij hem. Na de val van Napoleon werkt Carême in Londen in dienst van de prins regent, de toekomstige George IV. Na zijn terugkeer aanvaardt hij de opdracht van Alexander I om naar Sint-Petersburg in Rusland te komen. Daar leerde hij de 'bortsch' en de 'koulibiac' kennen. Hij werkte ook voor de keizer van Oostenrijk François I en voor prinses Bagration toen zij in Wenen verbleef. Hij keert terug naar Parijs waar hij chef wordt van de bankier James de Rothschild. De diners bij Rotschild waren in die tijd de meest prestigieuze van Parijs en waar iedereen wilde bij aanwezig zijn. Carême maakte er de 'Soufflé à la Rothschild', 'Saumon à la Rothschild' en de 'Filet de bœuf à le Rothschild'. De invloed van Carême op culinaire aangelegenheden zijn niet onbelangrijk. Hij voerde het gebruik van de "toque" in; de hoge koksmuts. Voordien was dit een soort slappe slaapmuts. Door een opgerold stuk papier in de muts te stoppen bleef ze rechtop staan en hinderde ze de koks niet meer tijdens hun werk. Hij maakte een indeling van de basissausen in vier groepen en noemde ze 'les sauces mères, moedersausen'; l'allemande, la béchamel, l'espagnole et le velouté. Hij schafte eveneens de "service à la française" af, waar alle schotels in één keer aan tafel komen, ten voordele van de Russische dienst. Alle schotel worden dan opgebracht één na één zoals ze op het menu voorkomen, dit was na zijn terugkeer uit Rusland. Zijn opvattingen resulteerden vaak in pompeuze stukken, "pièces montées", en andere culinaire presentaties die toen in de tijdsgeest pasten. Hij introduceerde de term "chef" als het "hoofd" van de keuken. Tevens was hij de eerste "chef" die internationaal bekendheid genoot. Er wordt vanaf dan geschreven over eten, koks kunnen zich zelf vergelijken. A. De La Reynière schrijft almanac des gourmands en Brillat-Savarin de “physiologie du goût”. Het gaat eerder over ‘pre-recepten’.
In de middeleeuwen was een tafel vol gerechten een blijk van welstand. Er waren geen tafelversieringen zoals "pièces de milieu" en kandelaars. De schoonheid van de tafel bestond uit de gerechten zelf die in voorname huishoudingen fraai werden versierd. Voor het opdienen van een "service à la française" was veel personeel nodig. De keuken moesten alle soepen, pasteien, vissen, gevogelte en gebraad tegelijk op tafel kunnen brengen. De gast nam zelf zijn mes en lepel mee in een etui. De vork werd na 1700 gemeengoed. Aan de hoven van het Ancien regime werd tot aan de Franse revolutie een service à la française geserveerd. De overdaad aan gerechten was een prestigezaak, de vorsten aten alleen aan een tafel en waren daarbij omringd door hovelingen die toekeken hoe zij dineerden. Lodewijk XIV at met veel smaak van de vele gerechten, maar Lodewijk XV gaf de voorkeur aan verfijnde maaltijden en soupers in kleine kring. Service à la française had voor het hof het voordeel, dat er veel personeel voor nodig was en de restanten van de maaltijden iedere dag aan het publiek konden worden verkocht. Ook bij de inkoop van de vele ingrediënten konden koks, hofmeesters en hofmaarschalk persoonlijke financiële voordelen behalen. Er was geen menukaart, de gerechten werden aangekondigd door de kamerheren. De Franse revolutie bracht een omslag in de gastronomie. De grote diners waren in Parijs enige tijd taboe en de koks vestigden zich als traiteur. Uit deze eenvoudige eetgelegenheden ontwikkelde zich het moderne restaurant waar de service à la française redelijk onpraktisch was. De koks van de Russische ambassadeur introduceerden rond 1810 de service à la russe waarbij gerechten de een na de ander in een vaste volgorde op tafel verschenen.
De Franse gastheren en hun koks waaronder Marie-Antoine Carême hielden nog enige tijd vast aan een service à la française maar de opkomende bourgeoisie van de 19e eeuw koos voor menu's en het gemak van de "service à la russe". De adel volgde uiteindelijk hun voorbeeld. Er is een menukaart en een bepaalde volgorde. Dit is het begin van de menuleer. Veranderingen komen er niet alleen door politieke omwentelingen maar ook door mechanisatie, andere gewassen en de groei van de steden. Dorsmachines op stoom doen hun intrede. De aardappel ten noorden van Frankrijk en in oost-europa vervangt het brood ( in deze streek was broodtarwe niet goed te verbouwen). Dit voedsel werd niet goed gegaard en was te eenzijdig als voedsel wat gezondheidsproblemen bracht.
De stedelijke groei met zijn analen, markthallen en slachthuizen betekende snelheid en verbetering van hygiëne. Vis kan vervoerd worden zodat consumtie van stokvis en haring vermindert. Koeltechnieken (1850) maken productie mogelijk van bijvoorbeeld pils (Tsjechie). Fornuizen in metaal i.p.v. gemetselde ‘schouwen’ doen via industrialisatie hun intrede. Kookboeken verschijnen en de vrouwen lezen zo hun recepten voor aan hun bediendes.
Er wordt nagedacht over de “waren” en hun samenstelling.
‘Von Liebig’ maakt de “extrait de Viande” omdat hij de mens extra eiwitten wil toedienen naast vetten en koolhydraten.
‘Kellog’ wil eerder méér koolhydraten en ontwikkelt de cornflakes. Vitamines worden ontdekt en Pasteur leerde ons gisten en bacteriën kennen.
Auguste Escoffier, geboren in 1846 te Villeneuve-Loubet, als zoon van een hoefsmid eveneens tabaksboer wordt een belangrijke chef. Hij maakte zijn debuut op 13-jarige leeftijd bij zijn oom die een gerenommeerd restaurant exploiteerde in Nice.
In 1865 begon hij bij, le "Petit Moulin Rouge" op de Avenue d'Antin te Parijs. In 1867 wordt hij 'Chef Garde-Manger' en in 1870 werd hij Chef Saucier. Toen brak de oorlog uit en hij werd gemobiliseerd. Na de oorlog terug in Parijs, werkte hij opnieuw bij de "Petit Moulin Rouge" als chef, hij deed nadien stages bij Chevet, een traiteur van wereldklasse, en ook in het restaurant "Faisan Doré". Na een passage in het "Restaurant Maire", geleid door Paillard, ging hij naar Monte-Carlo, in het "Grand Hotel" en daar ontmoet hij Caesar Ritz. Hij volgt Caesar Ritz naar Londen, waar hij de "Savoie" zal openen, daarna het "Grand Hotel" in Rome en ten slotte de Ritz in Parijs in 1898, gevolgd door de 'Carlton' in Londen. De boeken die Escoffier naliet zijn nu de referentiewerken geworden voor de professionele koks. Het meest gekende is "Le guide culinaire". De taakomschrijving in de keuken is tot op heden van toepassing in de keukens.
In de 20e eeuw worden een aantal belangrijke werken geschreven waaronde de guide Michelin die pas in 1926 zijn eerste ster uitdeelt. De jaren ’60 worden gekenmerkt door Franse chef-koks. Eén daarvan is Paul Bocuse, chef-kok van de eeuw en uitvinder van het internationale concours Bocuse d’Or. Dankzij hem is het beroep van chef-kok in de spotlights komen te staan. Hij heeft ervoor gezorgd dat de Franse gastronomie internationale prestige kreeg. Paul Bocuse, Frans meester-kok, geboren te Collonges-au-Mont-d'or in1926 stamt af van een hoteliersfamilie sinds 1765. Hij leerde het beroep in verschillende grote Franse restaurants zoals Lapérouse, Fernand Point, Lucas Carton. In 1959 begint hij met de uitbating van het familierestaurant in Collonges waar hij de streekgastronomie van Lyon beroemd maakt. Hij wordt beschouwd als de ambassadeur van de "moderne gastronomie" of de "nouvelle cuisine" en hield, vooral in Japan, verschillende culinaire conferenties. Bocuse wordt algemeen beschouwd als een van de grootste gastronomen van de 20e eeuw. Bocuse verdiende in zijn meer dan veertigjarige carrière drie Michelinsterren voor zijn restaurant. In 1980 publiceert hij het boek "La Cuisine du Marché" en in 1982 "Bocuse dans votre cuisine". Nu bestaat nog steeds de "Bocuse d'Or", te vergelijken met de Olympische Spelen maar op gastronomisch niveau. De 20e eeuw brengt nauwere contacten met VS na de wereldoorlogen. Er is belangstelling voor Verre Oosten, Japanse industriële ontplooiing. Maar ook salades, rauwkost, barbecue, en fast food doen hun intrede. Chinese restaurants, Chinese en-Japanse produkten in Europese gerechten, Japanse esthetica. Chef-kok Michel Guérard heeft de basis gelegd voor de Nouvelle Cuisine, door de overvloed aan boter en room te beperken. Andere chef-koks, zoals Troisgros, Alain Chapel en George Blanc hebben ook belangrijke bijdragen geleverd. Aan het eind van de 20e eeuw zijn er bekende chef-koks zoals Alain Ducasse, Guy Savoy, Joël Robuchon, Michel Troisgros. De Franse keuken is een internationaal gewaardeerde keuken met een lange traditie. Het wordt gekenmerkt door zijn extreme diversiteit. In dat opzicht kunnen alleen de Chinese keuken en de Indiase keuken met de Franse keuken vergeleken worden
Deze invloed gebeurt m.i. via enkele cirkels. De binnenste cirkel is het gezin waarin twee invloeden samenkomen, die van een vader en die van een moeder. Ik beschouw een nieuw samengesteld gezin met vrouw en kinderen als een uitbreiding van deze cirkel.
De tweede cirkel is de streek waarin je werd opgevoed. Deze twee cirkels zorgen voor je culinaire traditie, het doorgeven van culinaire waarden. Dit kan zorgen voor een deel conservatisme in je eigen kookstijl. De derde cirkel is de bredere leefomgeving (werkplaats, je vrienden, collega’s). De vierde cirkel is een mondiale cirkel en betekent dat mensen culinair beïnvloed door reizen. Deze invloeden kunnen kleur geven aan je basis. De vijfde cirkel is specifieke vorming (en denkwerk) en kan de vorige cirkels uiteraard sterk beïnvloeden.
Mijn moeder komt uit Dendermonde en kreeg een opleiding op school en thuis. Voedingsregels werden vanuit de kerkgemeenschap toegepast (vrijdag visdag, vasten). Voorts werd de keuken door de schaarste in de tweede wereldoorlog beinvloed. De aardappel stond centraal naast het vlees (rund, varken,kip, konijn) en de groenten (seizoensgebonden). De streekgerechten waren aanwezig: stoverij met bier, konij met bier en thijm, vleesballetjes in tomatensaus met krieken, biefstuk met fieten, vol au vent van kip, tong in maderasaus, zwezerik met witte saus, witloof en ham, pensen met stoemp, kotelet, haring met ajuinsaus, snijbonen,…etc. Voorts werd veel aandacht geschonken aan de kwaliteit van het product: paardenvlees bij de ene slager, gehakt bij de andere.
Melk werd rondgebracht net zoals water en frisdrank. Gebak werd thuis gemaakt. Af en toe kwam een ‘pateeke’ op tafel.
In de kelder stonden ingemaakte groenten er lag wintefruit, de aardappelen voor een hele winter stonden klaar, haring opgelegd met citroen. Er werd bier gedronken, zelden wijn. Al snel stond ik mee in de potten te roeren. Na mijn verhuis naar Buggenhout werden andere producten aangevoerd uit Brussel. De hoofdschotel werd meer voorafgegaan door een voorgerecht.
Feesten werden experimenten. Ik kreeg meer interesse in eten maken. De Franse keuken was thuis niet ver weg zeker omdat mijn moeder 1 jaar werkte in Frankrijk en mijn familie daar nog steeds woont (Bretagne). Mijn huidige woonplaats Mechelen heeft mij niet beïnvloed. De uitgebreide famile heeft met wel via zijn Spaanse en Afrikaanse routs beïnvloed.
De term “Streekproduct” geeft duidelijk aan dat het hier gaat om een product dat met de streek verbonden is; net zoals “streekgerecht” of “streekbereiding” dat een in ’n bepaalde streek veel bereid gerecht is. Maar een “streek” als omschrijving heeft niet altijd dezelfde grenzen. Al naar gelang de benadering kan de omschrijving van de (land-) streek nogal eens verschillen vanuit de invalshoek waarmee men de streek bekijkt: de geografie, de bodemkunde, de geologie, de regionale economie, de sociologie, de volkscultuur, het toerisme, de politiek-geografische entiteit, het verspreidingsgebied van planten en dieren, ... Vandaar dan ook dat “Van Daele” zegt dat een streek een gebied is tussen veelal vage grenzen en dat de streekaanduiding steeds duidelijk dient omschreven te worden. Mijn streek is deze van “Dendermonde”, “Buggenhout”. Later is deze uitgebreid naar “Gent” en “Catalonie”, meer bepaald Barcelona en de streek rond Ripoll, Ribes de freser en Queralbs.Een streekproduct uit deze gebieden is gemaakt met eigen grondstoffen en/of grondstoffen die als streekeigen worden beschouwd. Is algemeen aanvaard als een traditioneel streekeigen product en is naar ambachtelijke wijze vervaardigd volgens de streektradities. Streekproduct en bereidingsstreek moeten overeenkomen, zowel in de be- en verwerking van het eindproduct als in de omschrijving van de streek.
Er is een langdurige of historische bekendheid als streekspecialiteit. Dendermonds kopvlees, paardenworsten, Dendemondse witten (konijn), paling, vlaaien, speculaas en peperkoek. Dranken zijn het abdijbier, Kwak, Karmeliet en Malheur.
Invloeden vooral het uitwisselen van recepten.
Aanraking met andere culinaire gewoonten en producten die in Antwerpen te verkrijgen zijn (China, Thailand, Marokko). Door elders te eten ontdek je accenten die je meeneemt of achterlaat. Deze invloed vind ik gering.
De Italiaanse keuken omvat de inheemse kookkunst van het Italiaanse schiereiland. Deze keuken is zeer gevarieerd en seizoensgebonden. Er wordt veel belang gehecht aan het gebruik van verse ingrediënten. Met name de eenvoud van de gerechten, vaak met slechts enkele ingrediënten waarbij de verhoudingen nauwkeurig worden afgewogen, zijn typerend voor de Italiaanse keuken. Doordat de Italiaanse eenwording pas in 1861 plaatsvond is de keuken sterk regionaal verdeeld. Elk gebied heeft haar eigen specialiteiten en lokale smaak. Kaas en wijn spelen een centrale rol. De basis voor de hedendaagse Italiaanse keuken werd gelegd door Pellegrino Artusi in zijn alom bekende kookboek La Scienza in cucina e l'Arte di mangiar bene. In dit werk probeerde hij de Italiaanse keuken samen te vatten en nieuw leven in te blazen, onder andere door het gebruik van traditionele ingrediënten. Deze kookstijl is gericht op het ten volste benutten van ingrediënten en staat aan de basis van de Italiaanse keuken.
Antipasto, voorafgaand aan de maaltijd, het hapje vooraf was nieuw voor mij. Primo, eerste gang, pasta, soep of risotto leerde ik er kennen. Pasta won in mijn keukenaan belang. Pasta wordt al genoemd in de Decamerone van Dante in 1348 en in Palermo was er al in 1143 een industrie. China heef via zachte tarwe de mie en is iets totaal anders. Ik kende tot dan enkel de spaghetti zoals ik die thuis had leren maken. Secondo, hoofdmaaltijd, vaak gebakken vis of vlees von ik zuiver. Wat je ziet is wat je krijgt.
Contorno, bijgerecht dat bij de Secondo wordt geserveerd was een salade of gekookte groenten. Voorts leerde ik pizza maken (eigenlijk Amerikaans maar via ingeweken Italianen terug naar Italie gekomen). De rol van de tomaat en de garing (al dente of à dent) heeft me zeer beinvloed. Wworst en kaas (mozarella) zijn vandaag nog prominent aanwezig in mijn berging. De lokale wijnen zijn top maar mijn voorkeur blijft uitgaan naar de Spaanse wijnen. Eenvoudig, natuurlijk en gezond, dat zijn de kenmerken van de Italiaanse kookkunst. Weinig keukens worden zo door de eigen natuur, de cultuur en het klimaat bepaald. Dit heeft me zeer getroffen. In Venetie erd ik omvergeblazen door de zwarte rijst (wat ik in Spanje de als arros negre at) met inktvis.
De Griekse keuken heb ik het jaar nadien ontdekt als een typische mediterrane keuken, en vertoont gelijkenissen met de keukens van de Balkan, Italië, Anatolië en het Midden-Oosten. Veelgebruikte en kenmerkende producten in deze keuken zijn olijfolie, kruiden en groenten, granen, wijn, vis en diverse vleessoorten, waaronder gevogelte, konijn, lams- en varkensvlees. Andere typische ingrediënten zijn kaas, aubergine, courgette en yoghurt. ten neemt bij de Grieken een belangrijke plaats in. Vaak gebruiken Grieken twee warme maaltijden op een dag, thuis of in een taverna, bij voorkeur met grote gezelschappen. Grieken houden van gezelligheid. De Griekse keuken kent veel invloeden uit het Midden-Oosten en de omringende landen. Verder kent de Griekse keuken Franse invloeden. De Griekse chef-kok Nikolaos Tselementes (Νικόλαος Τσελεμεντές), die in Wenen was opgeleid, introduceerde namelijk Franse elementen (o.a.bechamelsaus) in de Griekse keuken. Mogelijk is hij zelfs de bedenker van de moussaka zoals wij die nu kennen. Ook maken macaroni en spaghetti deel uit van de Griekse keuken. Vrijwel elk restaurant serveert deze gerechten naast pizza. Ook in de huishoudens wordt veel pasta gegeten, soms op de Griekse wijze klaargemaakt als pastitsio, soms ook op de Italiaanse wijze bereid. De oorspronkelijke gele kaas wordt dan ook wel vervangen door feta. Bij bijna elke maaltijd wordt een Griekse salade geserveerd. In de Griekse keuken wordt (zoals in Italie) gebruikgemaakt van verse ingrediënten, zoals aubergines, courgettes, tomaten en kruiden zoals mint, oregano, peterselie, tijm en kaneel, bonen en brood, vis, schaaldieren en verschillende soorten vlees, zoals lamsvlees, gevogelte, konijn en varkensvlees, olijven, kaas en yoghurt.
Griekenland is altijd een arm land geweest. Daardoor werden er simpele, goedkope ingrediënten van het land gebruikt en waren de gerechten vaak zeer arbeidsintensief om te maken. Nu is er ook de snelle hap zoals gyros en heeft de traditionele souvlaki gedeeltelijk verdrongen. Gyros gewikkeld in een pitabroodje met aardappel en wat plakjes tomaat. In de grote steden vond ik het leven vaak te jachtig, vooral in de kleine dorpen vond ik het oorspronkelijke Griekse eten. Mij inspireerde vooral de ovengerechten zoals moussaka en pastitsio. De Kleftiko-ovens (vergelijkbaar met pizzaoven) fascineerde! Wat mij verbaasde was het geringe aanbod van vis. De inktvis én oktopus is bijzonder lekker maar vooral het varkenvlees, ingewanden, schapenvlees en het geitenvlees. Naast de aubergines, courgettes, tomaten at ik er prei, artisjokken, sla, wortels en spinazie. chorta (wild geplukt), verse bladeren van de paardenbloem (pikralida). Olijven en olijfolie vond ik er veruit subliem. De wijn beperkte er zich tot de traditionele witte wijn de rest was eerder teleurstellend. In Kreta vond ik identiek dezelfde keuken.
De Kroatische keuken leerde ik als kind kennen en nadien in 2010 als heterogene keuken omdat de culinaire traditie per regio (vooral binnenland en kuststreek) verschilt. In het binnenland vond ik een oud-Slavische traditie en modernere invloeden van de Hongaarse keuken, Oostenrijkse keuken en de Turkse keuken maar in de kuststreken zijn eerder beïnvloed door de Griekse keuken, de Romeinse keuken en de Illyrische keukenen vooral de Italiaanse keuken (Istrië). Specialiteiten van de grill heten sa roštilja, ik herinner mij vooral de Ćevapčići (worstje van gekruid gehakt), de Ražnjići (spies), het geroosterde lam gegarneerd met mediterrane kruiden, Odojak (geroosterd speenvarken) het Dalmatisch wild, Visovačka begavica (kalfsvlees gevuld met ham en kaas en gegrild met broodkruimels), Kotlovina van Samobor (varkensvlees en andere vleeswaren en kruiden). In de drie zomers dat ik daar verbleef veslond ik Inktvis (lignje), Octopus (salata od hobotnice),garnalen (škampi), mosselen (dagnje) en karper. De stoofpotten leken me heel Hongaars en in Slovenie at ik dzelfde visstoofpot als daar. De olijfolie was er lekker en de kaas (sir) van Pag en Krk verrukkelijk. Palačinke of pannekoeken waren er zoals in oostenrijk en Hongarije (palacsinta). De wijn was een verrassing, Babić (uit het gebied rond Primošten), cabernet sauvignon (uit Poreč), Faros (eiland Hvar) en tal van frisse witte wijnen zoals riesling en pinot (Bijeli uit Poreč en Kutjevački rizling uit Kutjevo).
De Spaanse keuken is voor mij de belangrijkste grondlegger van de Mediterraase keuken. De regionale keukens zoals de Catalaanse en Galicische keuken hebben mij op twee manieren beïnvloed: Catalaanse (schoon)familie en mijn reizen naar het Spaanse binnenland. Het gaat niet enkel de paella, tortilla, tapas en chorizo maar over een overvloed aan verse producten die men in het land vindt. Wat ik interessant vind is dat de Spaanse bevolking zelf haar eigen keuken in stand houdt. Vooral de aanwezigheid van vis in mijn keuken heb ik uit deze keuken gehaald. Scheutig gebruik van olijfolie, knoflook en peterselie als smaakmakers, het drinken van wijn bij de maaltijden zijn eigen aan mijn levensstijl. Ik houd van de “jamonería”, de vis bij de “pescadería”, het fruit bij de “frutería”, de taart bij de “pastelería”, het brood bij de “panadería”, en de wijn bij de “bodega”.
In het binnenland at ik de fabada asturiana (stoofpot met bonen en worst) wat vergelijkbaar is met de cassoulet uit Frankrijk. De empanada (soort taart) is er heerlijk maar vooral de gevulde cannelons met saus staat met stip in de top tien van favoriete gerechten. Het matig gebruik van kruiden deed me zelf “overkruiden” verminderen (vb. van oregon, basilicum of rozemarijn) wat ik in Frankrijk had geleerd. Als kind herinner ik mij de calamares a la romana met een schijfje citroen. De wijnen uit La Rioja, Valdepeñas, Ribera del Ruero en de Penedes zijn gewoon fantastisch. Tonijn, kabeljauw, zeeduivel, inktvis en octopus, heek, sardines, vele types baars en zeer veel verschillende schaal- en schelpdieren schitteren nog steeds in mijn keuken en dit vanaf 1987! Manchego, groene asperges, pan con tomate, tortilla, look, saffraan,erwtjes met munt, paella en de flan catalan ( Turron eet ik enkel tijdens de kerstperiode) zijn nog steeds mijn favoriete schotels. De rijst moet “bomba” zijn als ik paëlla serveer!
In de catalaanse bergen zijn er de worst, de lomo iberico,het schapenvlees, de slakken, de kaas met honing (La Brena), le patanegro (varkensham van zwarte varkens), aïoli, de arroz con conejo y caracoles (ooit gegeten in een bergdorpje in de buurt van Queralbs)…etc. Als ontbijt kreeg ik in het huis van Carmen Y Alomar de coca, verse koemelk, koffie en geroosterd brood met bessenkonfituur en honing. Laat dit nog mijn favoriet ontbijt zijn
Ook in Portugal dat ik heb doorkruist ontdekte ik een gelijkaardige keuken met heel veel vlees en vis! Dankzij het rijke koloniale verleden is de Portugese keuken gevuld met verrassende ingrediënten. De keuken van Portugal is eerlijke en eenvoudig: heel veel vis, vlees, heerlijke soepen. Kaneel, kruidnagel, koriander en pepertjes worden veel gebruikt. De meer exotische invloeden hebben in de loop der jaren via de verschillende koloniën in de Portugese keuken hun intrede gedaan. Bacalhau (gezouten kabeljauw) is er schitterend. Qua voorgerecht kunt u in Portugal een heerlijke soep verwachten: goed gevuld, precies zoals de Portugezen hem het liefste zien. Het traditionele Portugese hoofdgerecht bestaat meestal uit vis of vlees met aardappelen. Wat vond ik er wauw in het Noorden: rojães (een varkensgerecht met komijn, wijn en knoflook), Gerookte ham uit Lamego en pikante chouriço, Caldo verde (koolsoep), truta de Barroso (forel gevuld met ham), in spekvet gebakken Feijoada (stoofpot met kidney- of limabonen en zout vlees). Niet ver van Coimbra serveert men verrukkelijk speenvarken, lam en geit. In centraal Portugal de Kip piri-piri (geroosterde kip met pepers), Sopa de pedra ( steensoep, soep met groente en vlees), bacalhau à Brás (gezouten kabeljauw, aardappels, roerei en ui), açorda de marisco (soep met brood, knoflook, olie, koriander en schelp- en schaaldieren) en Pataniscas (gefrituurde stokvis).
In het Zuiden genoot ik van de Sopa alentejana (broodsoep met knoflook, koriander, olijfolie en een gepocheerd ei), de presunto (gezouten en gerookte ham), atum de cebolada (verse tonijn met uien en tomatensaus), sardinhas assadas (op houtskool gegrilde sardines), de Porco à alentejana (een 'cataplana' gerecht met varkensvlees en oesters). De zoetigheden (pastels de Nata) vond ik té.
De Indische keuken die ik door mijn reizen in het Noorden én het Zuiden heb leren kennen lijkt me niet de samensmelting van de Indonesische en Chinees-Indonesische keuken met de Europese keuken, die begon ten tijde van Nederlands-Indië. Ook al kent de Indiase keuken een grote verscheidenheid, toch zijn er ook vele overeenkomsten. Zo wordt er veel gebruikgemaakt van verschillende soorten rijst, granen, aardappelen, groenten, specerijen en verse kruiden die tot garam masala's (kerriemengsels) gemalen worden. De garam masala kan per streek en per gerecht verschillen. Curries, tandoori's, tikka's en kofta's die met rijst, roti of met vers brood gegeten worden (of gebakken brood zoals naan), zijn bekende Indiase gerechten. Daarbij maakt men veel gebruik van peulvruchten en kaas (paneer) en wordt er gebakken in ghee (geklaarde boter) en olie. De verschillende godsdiensten in India (waarvan de belangrijkste het hindoeïsme en de islam zijn) hebben een grote invloed op de Indiase keuken. De koe is volgens het hindoeïsme een heilig dier en daarom zullen hindoes geen rundvlees eten. Omdat een groot aantal hindoes helemaal geen vlees eet, zijn veel Indiase gerechten vegetarisch. De dag begon er met een Idiyappam (ontbijt) en Idli (Zuid-Indiaas ontbijt: gestoomde rijst) Ik was er weg van de thali (rijst, brood en een variatie aan kleine gerechtjes zowel vegetarisch als niet-vegetarisch). Altijd aanwezig is curry. Door een lokale opleiding, ontdekte ik hun technieken, kip tandoori staat bij mij als bbq-gerecht nog steeds op het menu. Geweldig zijn de ‘samosa’ (groenten met kruiden in deeg, in een driehoekige vorm gevouwen), pakora (groenten of vlees met kruiden in kikkererwtendeeg gedoopt, daarna gefrituurd), ‘bhaji’ (Zuid-Indiase versie van de Pakora: groenten of vlees in een jasje van kikkererwtendeeg, gefrituurd), de ‘dosa’ (heel dunne aan één zijde gebakken rijst-pannenkoek met vulling) maar ook ‘paneer’ (cottage cheese), Ghurt (volle yoghurt) en sambar (een pittige heldere ochtend-groentesoep uit Zuid-India). Er is ook de Okra, een groene peulvrucht. Verrukkelijk zijn de broodsoorten (chappati, nan, idli, paratha (parontha)), kofta, biryani. En bovenal de ‘dal’ (een gerecht van peulvruchten zoals gedroogde linzen, erwten of bonen).
Je drinkt er geen alcohol (hoewel ze er zelfs whisky hebben, nl. Amruth) maar Chai, de warme thee die ik zonder melk en suiker dronk en soms ‘lassi’ een yoghurtdrank. Vruchtensappen zijn delicaat als er water is toegevoegd. Ghee (geklaarde boter) kende ik al en gebruikt men om te wokken.
Welke smaken of ingredienten bracht ik mee in mijn keuken? Ata of chapattimeel (van deze volkoren meelsoort wordt Indiaas ongerezen brood gebakken), channa dal of kikkererwten (channa dal zijn één van India’s populairste en veelzijdigste peulvruchten. Ze worden ook gemalen tot fijn meel, bekend als besan). Chilipepers ( zowel vers, gedroogd als gemalen verkrijgbaar in allerlei kleuren en vurigheidsgraden). Fenegriek (de gele zaden worden in kerriepoeder gebruikt en zijn iets bitter. Het blad lijkt op klaver en kan als bladgroente en in salades worden gegeten). Garam masala (mengsel van gemalen specerijen door specerijen 5-6 minuten in een droge pan te warmen 1 eetlepel korianderzaad, 1 eetlepel komijnzaad, 2 theelepels kardemomzaad, 2 theelepels kruidnagels, 2 theelepels foelie, 7 cm kaneelstok 1 eetlepel zwarte peperkorrels en 1 theelepel geraspte nootmuskaat. Maal de specerijen in een molen of vijzel fijn tot poeder en bewaar dit in een afgesloten pot). Gember, kalonji of zwart uiezaad (deze druppelvormige zaadjes worden voor de pit toegevoegd aan allerlei groentecurry’s en Indiase broodsoorten). Kardemom (vooral gebruikt voor biryani). Kerrieblad of karipatta (het groene blad van een boom uit India, Pakistan en Sri Lanka wordt gebruikt voor het op smaak brengen van gerechten en wordt na bereiding verwijderd. Vers en gedroogd verkrijgbaar.)
Komijn ( het zaad lijkt op karwij, maar smaakt iets bitter. Wordt toegevoegd aan keriepoeders en garam masala. Hele zaden worden gebruikt in pilau, vegetarische curry en velerlei soorten chutney.) Van koriander, bekend als dhania worden de blaadjes het meest gebruikt naast zaad en poeder. Vers groen is eventueel te vervangen door peterselie, dat overigens anders smaakt. Kurkuma of geelwortel (wordt meestal als poeder verkocht en geeft een sterke gele kleur) heeft een zeer duidelijk aroma).
Er bestaan verschillende manieren om ze te bereiden, de meest geliefde manier is om ze te koken tot ze gaar zijn, af te gieten, fijn te maken en ze te mengen met kruiden, knoflook en boter. Linzen worden ook met andere ingrediënten gebruikt zoals groenten en rijst, zodat iedere korrel tot zijn recht komt. Bovendien worden ze in soepen, brood en vullingen gebruikt.
Mosterdzaad (kleine, roodbruine zaadjes met een scherpe smaak. Ze worden geroosterd tot ze ploffen en worden gebruikt in curry’s en sauzen). Er bestaan meer den 50 soorten gedroogde bonen, erwten en linzen. Langkorrelrijst, zoals patna, wordt het meest gebruikt. De duurste en lekkerste is aromatische rijst zoals basmati en (Thaise) pondan. Tamarinde lijkt op een boon en wordt gedroogd of als natte moes in plastic verkocht. Deze zure vrucht moet eerst worden verwerkt tot tamarindewater: laat 25 gr tenminste 5-10 minuten weken in 3 dl warm water (hoe langer de tamarinde in de week staat, hoe zuurder zij wordt). Knijp de moes daarna uit en zeef het vocht. Tamarinde-concentraat wordt gebruikt om een scherpe smaak aan bepaalde gerechten te geven.
Wat de verschillende regionale keukens van Thailand wel met elkaar verbindt is dat zij de vijf fundamentele smaaksensaties met elkaar proberen te verenigen in een maaltijd, en soms ook binnen één gerecht: heet (pittig), zuur, zoet, zout en (optioneel) bitter. Ook het enthousiaste gebruik van grote hoeveelheden verse kruiden in gerechten is wat de regionale Thaise keuken verbindt en apart zet van vele andere keukens. Kenmerkend voor de verschillende Thaise keukens is dat deze zich schikken rondom het gebruik van rijst (Thai: khao) als basisvoedsel. De volkeren in Centraal-Thailand en Zuid-Thailand gebruiken een geurige, semidroge en langkorrellige rijst, ‘khao hom malie’ met een lichte jasmijngeur. In het noorden en noordoosten van Thailand gebruiken ze khao niao (kleefrijst). De eeuwenoude handelsbetrekkingen met (en emigratie uit) China hebben een grote stempel gedrukt op de Thaise keuken. Veel ingrediënten en gerechten zijn door Chinezen geïntroduceerd in Thailand zoals de sojaboon en sojaproducten (sojasaus en tofoe). Ook is de vervaardiging van noedels met de Chinezen meegekomen en populair geworden in heel Thailand: bami, mihoen, mie, glasmie. Ook vanuit het Indisch subcontinent ondervond Thailand in haar keuken, direct en ook indirect via andere landen in Zuidoost-Azië, door handelsbetrekkingen en door culturele uitwisselingen een grote invloed, met de religie als het meest kenmerkende aspect: eerst het hindoeïsme en later het boeddhisme. Het gebruik van specifieke kruiden- en specerijenmengsels in de bereiding van bepaalde soorten currygerechten (kheng)in Zuid en Centraal-Thailand is ook beïnvloed vanuit India en de middeleeuwse hindoeïstische en boeddhistische koninkrijken in Zuidoost-Azië zoals het Srivijaya-rijk uit Sumatra, het Khmer-rijk uit het huidige Cambodja en door de incorporatie van (delen van) (voorheen Hindoeïstische) moslim rijken tijdens de 18e en 19e eeuw in het uiterste zuiden van Thailand. (De Thaise curry's vallen grofweg uiteen in twee groepen: die curry's waarin kokosmelk en gemalen koenjit worden verwerkt uit Centraal- en Zuid-Thailand, streken die meer onder invloed stonden van de culturen uit India, de Maleisische rijken en de Indonesische rijken, en die curry's waar dat niet of minder het geval was, en waar dus ook geen kokosmelk of koenjit in worden gebruikt, zoals in Noord en Noordoost-Thailand). Een typische Thaise maaltijd bestaat, zoals gebruikelijk is in nagenoeg heel Azië, uit verschillende gerechten die gedeeld worden. Een maaltijd die ik at was naast gestoomde of gekookte rijst, een zure, sterk gekruide soep met garnalen (tom yam koeng), een milde curry met varkensvlees (paneng moe), een gefrituurde vis met een zoetzure tamarinde saus (pla raad phrik), een gebakken groentemengsel met een beetje kip (pad pak ruammit kai) en een zoetzure, pittige salade met glasmie (yam woensen). De soep wordt niet als voorgerecht gezien maar het wordt tegelijkertijd met de andere gerechten gegeten. Als condiment bij een maaltijd krijgt men er haast altijd phrik nam pla ( rauwe fijngehakte chilipepertjes met knoflook in een beetje vissaus en limoensap). Overal ontdekte ik de sterk geurende nam pla (vissaus) in plaats van zout. Kapie, de garnalenpasta komt voor in de rode curry. Oestersaus en verschillende soorten sojasaus komen veel voor (ik hou van de in sojasaus gestoofde ped paloo, gestoofde eend). Taotjo is, net zoals sojasaus, ook een product dat verkregen wordt door de fermentatie van sojabonen en wordt onder andere gebruikt in de dipsaus behorende bij khao man kai. Kathie (kokosmelk), in verschillende diktes (afhankelijk van de persing), wordt onder andere in veel van de Centraal- en Zuid-Thaise curry's gebruikt. Heel lekker is de tom yam koeng: een friszure kruidenbouillon getrokken van onder andere citroengras (ta-krai), Thaise gember (kha) en djeroek poeroet bladeren (bai makroet) met garnalen.
Gemalen verse koenjit (kha min) wordt bijvoorbeeld gebruikt in Zuid-Thaise gerechten zoals kai kha min, gegrilde kip gemarineerd met koenjit. In veel, van oorsprong Chinese, gerechten (zoals kwee teeuw raad na) ziet men ook de gewone gember, in het Thai khing geheten. In Thailand maakt men veel gebruik van verse kruiden zoals de pak tjie (korianderblad), gebruikt als garnering bij heel veel gerechten, horapha (één soort Thais basilicum), kraphao (een andere soort Thais basilicum), pak tjie farang (Eryngium foetidum) dat letterlijk "korianderblad van blanke buitenlanders" betekent, bai saranee (kruizemunt voor in onder andere laarb, en bai koei chai (Chinese bieslook) met zijn sterke geur. Naast voornoemde, algemeen in Thailand voorkomende kruiden, worden er nog veel meer gebruikt; vele daarvan groeien alleen in het wild en zijn vaak slechts regionaal en seizoensgebonden verkrijgbaar.
Veel van de groenten die ik at zijn redelijk algemeen in de meeste Oosterse keukens. Lekker zijn de koolsoorten zoals pak kaad khao (Chinese kool), pak kwang toeng (paksoi) en pak kanaa (Chinese broccoli), bonensoorten zoals de tua fak jao (kousenband), tua phloe (vleugelboon) en de tua lan tao (peultjes), de tua njoh (taugé), nor maai (bamboescheuten), de nor maai farang (asperge), teng kwa (komkommer), makheua theet (tomaat), khao phot on ("baby"maïs), pak boeng (waterspinazie) en de bittere maraa (sopropo).
Kenmerkend aan de Thaise keuken is het gebruik van de meest uiteenlopende soorten aubergine. Deze worden zowel rauw als gebakken of gekookt gegeten. Veel Thaise gerechten zijn (erg) pittig. Opgelet met chilisauzen en sambals. Bij een maaltijd kan de phrik nam pla (gehakte pepertjes en knoflook in vissaus en limoensap) niet ontbreken. Populair is ook de nam phrik pao (een gebakken zoete sambal, vergelijkbaar met sambal badjak) die als ingrediënt dient bij het koken maar ook vaak als een soort pittige "jam" op brood wordt gesmeerd. Een bekende dipsaus, bij bijvoorbeeld gepofte rijstkoekjes, is de nam phrik ong (een sambal dip gemaakt met varkensgehakt en tomaat als toevoeging aan de chilipepers). Aangezien dit mijn eerste rijst naar het Oosten was liet dit een bijzondere indruk na.
Ik kook graag Thais!
De Turkse en Roemeense keuken heeft me weinig beïnvloed.
De variatie van het eten in Anatolië komt voort uit de talloze invasies van vreemde volkeren, die een spoor van kookstijlen hebben achtergelaten in het gebied. Een andere reden voor de diversiteit van de Turkse keuken is dat, op hun weg uit Centraal-Azië, de Oghuz-Turken in hun rijken zoals het Ottomaanse en Seltsjoekse Rijk, de bevolking van Iran, Irak, Egypte en de Balkan integreerde en hun kookkunst overnam. De Ottomaanse sultans hadden in het Topkapıpaleis in Istanbul een gigantische keuken waardoor, onafhankelijk van de welstand van de bevolking, de luxueuze Turkse kookkunst, zoals wij die nu kennen, behouden bleef en uitgebreid werd. Op het platteland bleven daarnaast regionale en etnische keukens in stand. De traditionele Centraal-Aziatische Turkse keuken heeft ook veel blijvende invloed gehad op de keukens van Europa en het Midden-Oosten. Zo is yoghurt, het belangrijkste onderdeel van Griekse Tzatziki en Turkse Cacik, een typische Turkse nomadendrank.
De gerechten zijn meestal gebaseerd op vers fruit en groente, gegrild vlees of vis en vele soorten salades. De diverse schotels worden vaak begeleid door yoghurt en sauzen. Hoewel de Turkse keuken vooral bekend is om zijn ‘kebabs’ ontdekte ik een keuken met een rijk gebruik aan vlees. Populaire Kebab-gerechten zijn bijvoorbeeld Iskender kebap en het vanuit Europa overgewaaide Döner kebab. Een ander gerecht dat waarschijnlijk door nomaden uit Centraal-Azië is meegebracht naar Turkije is Pastırma; in de open lucht gedroogd vlees. Köfte, een soort gehaktballen, waarvan elke regio in Turkije zijn eigen variant heeft is voor mij iets lekkers. Turkse worst (Sucuk) wordt gemaakt van verschillende dieren; rund, schaap en kip en is meestal pittig gekruid.
Ik genoot er ook van vis want Turkije is aan drie zijden begrensd door visrijke zeeën. Ik at er gegrilde, gebakken, gekookte, gerookte engestoomde vis. In de Zwarte Zee-regio at ik als kind vis gepaneerd met maismeel gefrituurd. Veel gegeten vissoorten in Turkije zijn ansjovis (hamsi), sardine (sardalya), bonito (palamut), goudbrasem (çipura), zeebaars (levrek), harders, wijting (mezgit), zwaardvis (kılıç), tarbot (kalkan) en epinephelus (lagos). Wat ik niet wist is het vrijwel oneindig scala aan vegetarische gerechten, velen daarvan kunnen het hoofdgerecht vormen van een maaltijd. Ik at er spinazie, prei, bloemkool, artisjokken, wittekool, selderij, aubergine, paprika, sperziebonen en aardpeer. Een typische Turkse stoofpot van ui en gepureerde tomaten in olijfolie, aangelengd met water en kruiden en verrijkt met enkele groenten als spinazie, prei, sperziebonen of artisjokken is er legio. Vegetarische stoofpotten at ik geserveerd in de pan. Pilaf is meestal vegetarisch, en bevat vaak witte bonen, kikkererwten of linzen. Bijzonder lekker zijn de dolma (gevuld) en Sarma (gerold):gevulde courgettes, aubergines, paprika's of tomaten. De vulling bestaat meestal uit rijst, gehakt, ui, peterselie en kruiden. Er bestaan ook vegetarische variaties met rozijnen en noten. Sarma (dolmadakia in het Grieks) heeft een vergelijkbare vulling, maar wordt gerold in blad van druif, wittekool of snijbiet. Vaak was er de eerder dunnen soep met linzen.
De Oostenrijkse keuken, van oudsher een boerenkeuken, is internationaal bekend vanwege haar vele soorten nagerechten.
De Oostenrijkse keuken kent vanwege de geschiedenis en diverse culturen van de Donaumonarchie vele Italiaanse, Hongaarse en Boheemse invloeden. Vaak werden gerechten overgenomen, aangepast aan de eigen smaak en verder ontwikkeld tot wat ze nu zijn. Het bekendste voorbeeld hiervan is goulash. De wijn (naast het bier) heeft me verrast ! De belangrijkste wijngebieden zijn Wenen, Neder-Oostenrijk, Burgenland en Stiermarken. Lekker vind ik Zweigelt (van de druiven Sankt Laurent), Blaufränkisch en Blauwe Portugeser maar vooral de Grüner Veltliner, Schilcher en Uhudler zijn frisse witte wijnen. Wat staat bij mij op het menu: Wiener schnitzel, Tiroler Gröstl, Kaiserschmarrn, apfelstrudel, germknödel, zwiebelrostbraten, boerenbrood met spek en augurk, kaasfondue, würstel mit Brot, Käsespätzle, gulashsuppe, schweinsbraten. De keuken in Polen (Krakau), Hongarije, Roemenie en Tsjechie (Praag) vond ik gelijkaardig.
De Zweedse keuken, eenvoudig met wild, gehakt, worst, vis, vruchten en gebak. Er zijn regionale verschillen. In het hoge noorden eet men met varkensvlees gevulde aardappelknoedels (pitepalt). Omdat vlees nogal duur is, spelen goedkopere vleesproducten als gehakt en worst een belangrijke rol in het Zweedse menu. Een belangrijke vis in het menu is haring, die vaak verwerkt wordt in een (zoet) gerecht. In 1987 at ik er köttbullar (gehaktballetjes, roomsaus en bessen) en nadien kräftskiva (Rivierkreeftjes, met dille, brood, boter en kruidenkaas). Pyttipanna, een eenpansgerecht (aardappelen, uien en vleesen en ei) is makkelijk om maken als je kampeert. Smörgåsbord krijg je als maaltijd tijdens de overtocht per boot (soorten haring, gerookte en gemarineerde zalm, gerookte paling, garnalen, makreel, kreeft, krab , sardientjes, salades, gekookte en gebraden vleessoorten, gerookt rendier, gehaktballetjes, ham, worst, leverpastei, diverse soorten kaas, diverse soorten brood, gebakken en gekookte aardappelen, diverse vruchten en lekkere nagerechten). Ooit probeerde ik Surströmming in een tent terwijl het regende, dat is oostzeeharing die in blikken wordt verpakt. De haring fermenteert in het blik en is pas goed als het blik bol begint te staan. De haring heeft een aparte smaak en een zeer sterke geur. Geen aanrader! Kanelbullar( kaneelbollen) zijngebakjes zoals bolussen maar dan met kaneel en/of kardemom en bestrooid met parelsuiker. Falukorv is een (rode) worst (uit Falun, de ijzererststreek), die vooral bij macaroni en aardappelpuree wordt gegeten. De zalm is er heerlijk en ik eet maandelijks een zelfgemaakte portie gravad lax (rauwe gemarineerde zalm). De natuur is er wild , de fauna en flora zijn intact. De Scandinaviërs waken er dan ook over om dit evenwicht te behouden, door lokaal en seizoensgebonden te consumeren. Ze eten veel wild (eland, rendier, pluimwild) waarvan ze heerlijke balletjes en kroketten maken. Ze geven de voorkeur aan wortelgroenten die goed gedijen in het lokale klimaat. Ze stomen ze, eten ze ingeblikt of als salades in bokaal: koolraap, rapen, aardappelen. De Scandinavische keuken is een erg gezonde keuken, gekenmerkt door een aantal ingrediënten die in het Noorden veel te vinden zijn, zoals bessen, champignons, wild, vis en verse kruiden als dille. Gerookte zalm, gedroogde vis en vlees, het beroemde "knäckebröd” (knapperig brood) vinden hun oorsprong in de eenvoudige behoefte om de winter te overleven. Denen, Noren en Zweden zijn gek op erg donker, voedzaam roggebrood, dat de basis is van het bekende smorgasbord: een open boterham besmeerd met boter, room of mosterd met daarop naar keuze gerookte vis, kaas, paté, versierd met schijfjes komkommer, radijs of tomaat. ‘Smorgasbord’ wordt traditioneel geserveerd op een broodplankje (‘bord’), vanwaar de naam, en vormt een maaltijd op zich. De Scandinaviërs zijn de koningen van de gerookte vis. Ik heb er leren roken in een kast! Nadat de vis is gezouten, wordt hij meestal warm gerookt in ijzeren rookovens op 55°C of meer, op houtzaagsel waarvan de geur het aroma zal bepalen: berk, groene beuk, eik …
Warm-gerookte zalm is droger dan zijn koud-gerookte tegenhanger (maximum 28°C) en bevat ook meer olie. Haring, heilbot, paling, forel, gerookt of niet, komen ook veel voor op de Scandinavische spijskaart. Ze worden zelfs bij het ontbijt opgediend met zure room met dille bijvoorbeeld, en daarbij eet men dan een broodje met braam- of bessenconfituur: hier houdt men van de combinatie zoet-zout. Een grote Zweedse specialiteit is trouwens ’senap’ of zoete mosterd, die de smaak van de gerookte vis extra doet uitkomen in tal van gerechten, zoals de bekende Zweedse kerstham. De bereiding van ‘gravadlax’,een gerecht dat eigenlijk van Noorse origine is maar in heel Scandinavië wordt gegeten, bestaat erin de zalm te marineren in een mengeling van zout, suiker en peper, en soms wat dille. traditioneel wordt het gegeten met roereieren of een saus met mosterd of met dille. Zweden zijn verzot op romige taarten, amandeltaarten , kaneelkoekjes , brioches…etc. Paddenstoelen zoals cantharellen vind je in naaldbossen, elke keer als ik er kom een spannende belevenis om te zoeken. Een zijn met de natuur, iets wat ik zoek ook in wat ik maak als gerecht.
De Franse invloed in mijn keuken is zeker rechtstreeks. De uienseoep met stokbrood en kaas, de cassoulet, tare tatin, quiche, escargots, de croissant, de confit, de lekkere charcuterie, de kaas, paté..etc. Dingen ter plaatse gezien, gemaakt en gegeten. Wonderlijke smaken!
Kookboeken zijn een vreemd gegeven. Als jonge gast had ik de fiches van “soloboter”.
Dat was mijn basis. Al snel begon in die te herschrijven. Iets minder boter, iets meer groenten, iet anders hier, iets minder daar. Een recept volgen lag me niet. Als alleenstaande de ijskast openen en kijken wat er was en beginnen. Dat was ‘mijn’ koken.
Recepten volg ik niet slaafs, behalve als ik gebak moet maken. Dank zij chef de Keyzer (piva) heb ik desserts leren zien als volwaardig en mocht ik chemie koppelen aan eten maken. Een maaltijd heeft behoefte aan een mooie afsluiter. Dessert is sinds dien meer dan een ‘zoet’ einde van het eten. Klassiek koken met een “twist” leerde ik van chef W. De Smet (piva) en chef K. Palmaerts (piva). De Smet leerde me snijden, fonds gebruiken en de kern ontdekken van een gerecht. Ze leerden mij dat klassiekers niets anders nodig hebben dan hun essentie! Vooral chef (scotty) W. Rubens (piva) lag me nauw aan het hart, hij inspireerde me bezig te zijn met smaak en product. Tevens leerde hij mij oog te hebben voor streekproduct en ontdekte ik dat je homogne smaakcombinaties (van klassiekers) kan fragmenteren in verschillende componenten die een ander mondgevoel geven. Een gerecht dat zijn (historisch) ‘smaak’nut heeft bewezen, daar kom je niet aan maar met een zekere creativiteit kun je versoberen en verrijken. Allen leerden ze mij dat een herkenbaar ingredient houdt van een warm proper bord, op eerlijke manier gebracht, aangevuld met passend garnituur, vulproducten en (contrasterende of harmoniërende) saus. Passie voor ‘koken’ overbrengen is meer dan kookles. Wie leren wil leert en ik heb geleerd met ogen, mond, oren, tastzin en neus. Koken zonder high tech, koken met wat je vindt op je tafel, een cerebraal proces zonder weerga. De verworven inzichten en technieken “laat” je niet, je omarmt ze en verinnerlijkt ze! Doorheen de invloeden in deze cirkel ben ik , “kokende mens”, klaar om met nieuwe invloeden te variëren, te veranderen en opnieuw te beginnen. Sommigen maken contact met mij , raken geïnspireerd of beïnvloed en veranderen binnen hun eigen circulaire evolutie, op weg naar hun rol als “homo culinaris”.
Albala, Ken, (ed.), A Cultural History of Food in the Renaissance (Bloomsbury, Londen ea. 2012) - (Geschiedenis – Renaissance)
Albala, Ken (ed.), The Food History Reader. Primary Sources (Bloomsbury, Londen ea. 2014). -(Geschiedenis: aantal voorbeelden van primaire bronnen)
Allan, Gary, Herbs. A Global History (The Edible Series, Londen 2012) (Geschiedenis van kruiden)
Anoniem, A Baghdad cookery book (Prospect Books, Totnes 2005). (Geschiedenis, vertaling van een 13e eeuws Arabisch kookboek)
Anoniem, The good wife’s guide (Le ménagier de Paris) (Deze uitgave: Cornell University Press, Ithaca en Londen 2009, origineel 1393). - (Geschiedenis, Middeleeuws werk hoe een huisvrouw zich moet gedragen, recepten)
Anoniem, Turkish cookery book (De Kan, Amsterdam 1996). - (Geschiedenis, recepten uit het ‘Heiligdom der koks’, kookvoorschriften uit 1260)
Anoniem, De volmaakte Hollandse keuken meid (Deze uitgave: A.W. Sijthoff, Leiden, 1965, origineel in 1761). (Geschiedenis, handboek voor het huishouden uit de 18e eeuw, recepten)
Anoniem, Nieuwe vaderlandsche kookkunst (Johannes Allart, Amsterdam 1797) (Geschiedenis, 18e eeuw – recepten)
Anoniem, Vereenigingen van huisvrouwen in N.O.Indië, Menu’s en recepten (Batavia 1934, deze druk 1992) - (Geschiedenis-Indonesië – recepten)
Artusi, Pellegrino, La scienza in cucina e l’arte di mangiar bene (Giunti Marzocco, Florence 1991, 111de druk, facsimile van de 1ste druk uit 1891). (Geschiedenis, Italiaanse keuken en achtergronden, recepten)
Baretta, J.W. e.a., Handboek voor de slager (Universum, Amsterdam 1955).
Bentley (ed.), A Cultural History of Food in the Modern Age (Bloomsbury, Londen ea. 2012) - (Geschiedenis – 20e eeuw)
Berg, Joop van der, Ajoh dan neem… néém.. De Indische rijsttafel (Museumdiner, 2001). (Geschiedenis van de rijsttafel)
Bernage, Berthe, Convenances et bonnes manières (Editions Gautier Languereau, Parijs 1949). - (Geschiedenis, Franse etiquette jaren 40)
Bertelsen, D., Cynthia, Mushroom. A Global History (The Edible Series, Londen 2013). (Geschiedenis – paddenstoelen)
Bocuse, Paul, De nieuwe Franse keuken (Kosmos-Z&K Uitgevers, Utrecht 1994).(Basiswerk )
Bocuse, Paul, De ware keuken van Frankrijk (Kosmos-Z&K, Utrecht en Antwerpen 1994). (Franse keuken en achtergronden, per regio)
Bottéro, Jean, The oldest cuisine in the world, cooking in Mesopotamia (University of Chicago Press, Chicago en Londen 2004). (Geschiedenis-Mesopotamië
Bremzen, Anya von, Mastering the Art of Soviet Cooking. A Memoir of Food and Longing (Doubleday, Londen ea. 2013) - (Geschiedenis – Sovjet Unie)
Brillat-Savarin, Jean-Anthelme, Physiologie du goût (Deze uitgave: Librairie Gustave Adam, 1948, origineel in 1825). (Klassiek werk over smaak)
Bruegel, Martin (ed.), A Cultural History of Food in the Age of Empire (Bloomsbury, Londen ea. 2012) - (Geschiedenis – 19e eeuw)
Cabourdin, Guy, Le sel et son histoire (Publications université Nancy II 1981) (Geschiedenis-zout)
Cambornac, Michel, Plantes et jardins du Moyen Age (Hartmann éditions 1998). (Geschiedenis-Middeleeuwen, planten en kruiden)
Capatti, Alberto en Massimo Montanari, Italian cuisine, a cultural history (Colombia University Press, New York 2003). (Geschiedenis-Italiaans)
Centre de recherches sur l’évolution de la vie rurale, Histoire et géographie des fromages (Actes du Colloque de Géographie historique, Caen, 1985) (Geschiedenis kaas)
Claflin, Kyri W., en Peter Scholliers, Writing food history, a global perspective (Berg, Londen-New York 2012) - (overzicht van culinaire geschiedschrijving, in welk boek vind je wat?)
Collingham, Lizzie, Curry, a tale of cooks and conquerors (Vintage books, Londen 2006). (Geschiedenis-India, recepten)
Curnonsky (geselecteerd), Recettes des provinces de France (deze uitgave: Les Productions, Parijs 1962, oorspronkelijk 1930). - (Geschiedenis, recepten-Frankrijk, per regio)
Dalby, Andrew en Sally Grainger, De keuken van Odysseus (Anthos, Amsterdam 2000). (Geschiedenis-Oudheid, Griekse en Romeinse keuken, met recepten)
Dalby, Andrew, Cheese, a global history (The edible series, Londen 2011). (Geschiedenis, productinformatie-kaas)
Darenne, Emile en Emile Duval, Traité de patisserie moderne, guide du patissier-traiteur (M. Duval, Parijs 1909). (Geschiedenis, klassiek werk voor patissiers en traiteurs)
David, Elizabeth, An omelette and a glass of wine (Elisabeth Sifton Books, New York 1984, eerste druk in 1952). (Culinair tijdsbeeld van Engeland na de oorlog) Nederlandse vertaling: Een omelet en een glas wijn ( Skepter, Bussum 2002).
David, Elizabeth, French provincial cooking (Penguin Books, Londen etc. 1964).
(Klassiek werk, Franse keuken jaren ’60). Nederlandse vertaling: De keuken van de Franse provincies (Het Spectrum, Utrecht 2002).
David, Elizabeth, Italian food (Deze uitgave: Penguin Books, Londen etc. 1989, origineel 1954). - (Klassiek werk, Italiaanse keuken jaren ’50), Nederlandse vertaling: De authentieke keuken van Italië (Het Spectrum, Utrecht 2004).
Davidow, Claire S. en Ann Goodman, Pennsylvania Dutch cookbook of fine old recipes (Culinary Art Books, Gettysburg 1987). (Keuken van de Duitse settlers in Amerika)
Dubois, Diana, Wittebrood in rode wijn, leven en eten van Desiderius Erasmus (Dubois, Rotterdam 2006). (Geschiedenis-15e en 16e eeuw, aan de hand van het leven van Erasmus, recepten)
umay, Raymond, Le rat et l’abeille, court traité de gastronomie préhistorique (Phébus, Parijs 1997) (Geschiedenis-prehistorie)
Erdkamp, Paul (ed.) A Cultural History of Food in Antiquity (Bloomsbury, Londen ea. 2012)- (Geschiedenis-Oudheid)
scoffier, Auguste, Ma cuisine, Escoffier voor iedereen (Deze uitgave: Hes & de Graaf, Houten 2010, origineel in 1902). - (Klassiek kookboek van de Franse keuken)
Escoffier, Auguste, Het kookboek van de klassieke keuken (Deze uitgave: Hes & de Graaf, Houten 2001, origineel in 1903). (Standaardwerk, recepten-Frankrijk)
Ferguson, Priscilla Parkhurst, Accounting for taste, the triumph of French cuisine (The University of Chicago Press, Chicago en Londen 2004). (Geschiedenis-Frankrijk)
Fernández-Armesto, Filipe, Food, a history (Pan Books, London 2002). (Geschiedenis-algemeen)
Fernández-Armesto, Near a thousand tables: a history of food (Free Press, New York 2004).- (Geschiedenis) Beschikbaar op google.books
Ferniot, Vincent, Trésors du terroir (Stock, Parijs 1996). -(Franse eetcultuur, in regio’s)
Ferrières, Madeleine, Histoire des peurs alimentaires (Éditions du Seuil, Parijs 2002) (Geschiedenis/Over angst voor bepaald eten, taboe’s etc.)
Ferrières, Madeleine, Nourritures canailles (Éditions du Seuil, Parijs 2007) (Geschiedenis- Franse volk)
Flower, Barbara en Elisabeth Rosenbaum, The Roman cookery book, a critical translation of the art of cooking by Apicius (Harrap London 1958). (Geschiedenis-Oudheid, recepten)
Fraser, Evan D.G. en Andrew Rimas, Empires of food, feast, famine and the rise and fall of civilizations (Arrow Books, Londen 2011). (Geschiedenis, maatschappijkritiek, duurzaamheid)
Freedman, Paul, Food, the history of taste, (University of California Press, Berkeley and Los Angeles 2007)
Glerum, Jan Pieter, Aan tafel, antieke culinaire gebruiksvoorwerpen, tien eeuwen eetgewoontes, koken en tafelen (Tition, Baarn 1997). (Geschiedenis-Nederland, vanaf de Middeleeuwen)
Gouffé, Jules, Le livre de cuisine (Librairie Hachette, Parijs 1888). (Klassiek werk over de Franse keuken)
Grant, Mark, Roman Cooker, ancient recipes for modern kitchens (Serif, London 1999). (Geschiedenis-Oudheid, recepten)
Gringoire, Th. en L. Saulnier, Le répertoire de la cuisine (Londen 1914, deze uitgave Flammarion, Parijs 1986). (Geschiedenis, lexicon voor koks, recepten in telegramvorm)
Heijeres, M.J., Het geheim van den worstmaker (1936)
Heinzelmann, Ursula, Beyond Bratwurst, A History of Food in Germany (Reaktion Books, Londen 2014)
Heller, B., Secrets of meat curing and sausage making (Heller, Chicago 1922).
Helstosky, Carol, Pizza, a global history (The edible series, Londen 2011). (Geschiedenis, productinformatie-pizza)
Hemker, H.C., geannoteerd door R. Hemker, Fin de siècle patisserie (Het Patrys, Amsterdam 2015). (Receptenschrift van banketbakker uit 1898-1899).
Holthausen, Henriëtte, Meisje kun je koken? (J. B. Wolters, Groningen 1961). (Koken jaren 60, recepten)
Huisken, Alma, De aardappel, alles over de pieper, met vele recepten (Contact, Amsterdam en Antwerpen 1998). (Geschiedenis, productinformatie-aardappel, recepten)
Laudan, Rachel, Cuisine & Empire, cooking in world history (University of California Press, Berkeley 2013). (Geschiedenis)
Janik, Erika, Apple, a global history (The edible series, Londen 2011). (Geschiedenis, productinformatie-appel)
Ju Lin, Hsiang, Slippery Noodles. A Cultural History of China (Prospect Books, Londen 2015) - (Geschiedenis – China)
Korsmeyer, Carolyn (ed.), The taste culture reader, experiencing food and drink (Berg, Oxford en New York, 2005). (Bundel over smaak door de geschiedenis en in verschillende culturen)
Jones, Martin, Feast, Why humans share food (Oxford University Press, New York 2007). - (Geschiedenis, ontwikkeling van de maaltijd als ritueel)
Ketcham Wheaton, Barbara, De smaak van het verleden, de Franse keuken van 1300 tot 1789 (Bert Bakker, Amsterdam 1988)
elly, Ian, Cooking for kings, Antonin Carême, the life of the first celebrated chef (Walker & Company, New York 2003). (Geschiedenis-biografie over Antonin Carême (1784-1833), recepten)
Kruyff, Lizet en Jonneke Krans, Mozarts Menu (Pereboom, Amsterdam 2006)
(Geschiedenis-eetcultuur eind 18e eeuw)
Kümin, Beat (ed.), A Cultural History of Food in the Early Modern Age (Bloomsbury, Londen ea. 2012) - (Geschiedenis-17e/18e eeuw)
Kurlansky, Mark, Salt, a world history (Vintage, Londen etc. 2003). (Geschiedenis-zout)
Malaguzzi, Silvia, Eten en drinken (Ludion, Gent, 2007). (Geschiedenis aan de hand van schilderijen)
Mazille, La, De goede keuken van de Périgord (Babel boeken gastronomie, 2004, oorspronkelijke uitgave 1929). (Geschiedenis-Périgordine keuken en achtergronden)
Meerman, Jacques, 1001 Koks, over de Arabische invloed op de Europese keuken (Mets & Schilt, Amsterdam 2005). (Geschiedenis-Arabische invloed in Europa)
Mennell, Stephen, Smaken verschillen, eetcultuur in Engeland en Frankrijk, vanaf de middeleeuwen tot nu (Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 1989).
(Geschiedenis-Engeland en Frankrijk)
Mesplède, Jean-François, Eugénie Brazier, un héritage gourmand (Page d’Ecriture, Lyon 2001). (Geschiedenis-Lyonese keuken, over ‘mère’ Brazier)
Molochovets, Jelena, Een geschenk voor de jonge huisvrouw, het klassieke Russische kookboek (Deze uitgave: Jan Mets, Amsterdam 1995, origineel in 1861). (Russische keuken en achtergronden)
Montanari, Massimo, A Cultural History of Food in the Medieval Age (Bloomsbury, Londen 2015). - (Geschiedenis – middeleeuwen)
Montanari, Massimo, Italian identity in the kitchen, or Food and the Nation (Columbia University Press, New York 2010)
Muusers, Christianne, Pauwen en Pasteien, een middeleeuwse maaltijd, de originele recepten en bewerkingen (Coquinaria, Hilversum 2003). - (Geschiedenis-Middeleeuwen, recepten)
O’Connor, The Never-Ending Feast. The Antropology and Archeology of Feasting (Bloomsbury, Londen ea 2015)
(Geschiedenis/antropologie/archeologie van feesten in Europa, Midden-Oosten en Verre Oosten)
Parasecoli, Fabio, Al Dente, A history of Food in Italy (Reaktion Books, Londen, 2014).
Quellier, François, La table des Français, une histoire culturelle (XVe-XIXe siècle), (Presses Universitaires de Rennes/Presses Universitaires François Rabelais, Rennes/Tours 2007)
Het Rijk der vrouwen, De goede keuken, compleet culinair handboek (Helios/Teleboek, Antwerpen). Deel 1 t/m 6. - (Basiskookboek voor de Belgische keuken)
Roberts, Jonathan, Cabbages and kings, the origins of fruit & vegetables (HarperCollins, Londen 2001). (Geschiedenis-groente en fruit)
Rowley, Anthony, À table! La fête gastronomique (Découvertes Gallimard, 2004). (Geschiedenis-Frankrijk, feesten)
Rousseaux, Eric, Le goret, la truie et les petis cochons (Geste Editions,La Crèche 2004)
(Geschiedenis-varkenshouderij door de eeuwen heen)
Rubel, William, Bread, a global history (The edible series, Londen 2011). (Geschiedenis, productinformatie-brood)
Scappi, Barolomeo, Koken voor kardinalen, het kookboek van de Renaissance (vertaald door Ike Cialona) (Athenaeum, Amsterdam 2015)- (Geschiedenis, Renaissance)
Scheepmaker, Anne, Koken voor Napoleon (BZZTöH, ‘s-Gravanhage 1989).(Geschiedenis, culinaire voorkeuren van historische figuren, recepten)
Serventi, Silvano en Françoise Sabban, Pasta, the story of a universal food (Colombia Press University, New York 2000). (Geschiedenis, productinformatie-pasta)
Silvani, Paul, Cuisine Corse d’antan (Albiana, Ajaccio 2005).(Geschiedenis-Corsicaanse keuken en achtergronden)
Sing, Phia, Traditional recipes of Laos (Deze uitgave: Prospect Books, Devon 2000, origineel 1981). (Geschiedenis-Laotiaanse keuken en achtergronden)
Smith, Andrew F., Potato, a global history (The edible series, Londen 2011).(Geschiedenis, productinformatie-aardappel)
Tebben, Maryann, Sauces. A Global History (The Edible Series, Londen 2014).(Geschiedenis van sauzen)
Varriano, John, Taste and temptations, food and art in Renaissance Italy (University of California Press, Berkeley etc. 2009).
(Geschiedenis-Italië, Renaissance)
Velten, Hannah, Milk, a global history (The edible series, Londen 2010). (Geschiedenis, productinformatie-melk)
Verhoeven, Carolien (ed.), Alleen de geur blijft hangen, herinneringen aan een eetmoment (Migg Media Producties, Sneek en Culinair historisch kookmuseum De Vleer, Appelscha 2007). (Geschiedenis-Nederland, recepten)
Villiers, S.J.A. de, Kook en geniet (Deze uitgave: Human & Rousseau, Kaapstad en Johannesburg 1996, origineel in 1951). (Geschiedenis-Zuid-Afrikaanse keuken en achtergronden)
Wannée, C.J., Kookboek van de Amsterdamse huishoudschool (H.J.W. Becht, Amsterdam 1916, 4e druk). - (Koken begin 20e eeuw-Nederlands, recepten)
Werumeus Buning, J.W.F., 100 avonturen met een pollepel (H.J.W. Becht, Amsterdam 1939). (Geschiedenis, koken jaren 50, recepten)
Wiersma, Anja, Thee voor dummies (Pearson 2013) - (Geschiedenis, cultuur, gebruik van thee)
Wilk, Richard, Home cooking in the global village, Caribbean food from Buccaneers to ecotourists(Berg, Oxford en New York 2006). - (Geschiedenis-ontstaan en ‘uitvinding’ nationale keukens)
Willebrands, Marleen, De eerlijke keuken anno 1785 (Mooi Limburgs Boekenfonds 2008) - (Geschiedenis-Limburg, recepten)
Wittop Koning, Martine, Eenvoudige recepten (Nijgh & van Ditmar, Rotterdam 1944).
Wrangham, Richard, Koken, over de oorsprong van de mens (Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2009). (Impact van vuur/koken op de geschiedenis van de mens).
Wright, Clifford A., A Mediterranean feast, the story of the birth of the celebrated cuisines of the Mediterranean, from the merchants of Venice tot the Barbary Corsairs (William Morrow and Company, New York 1999).
(Geschiedenis-Middellands Zeegebied)
Young Lee, Paula, Game. A Global History (The Edible Series, Londen 2013)
(Geschiedenis van wild)
------
Gelderen, Chantal van, Het lekkerste uit Wallonië, op zoek naar uitzonderlijke streekproducten van de Waalse regio (La Renaissance du Livre, Tournai 2000). (Waalse keuken en achtergronden)
Remoortere, Julien van, Ippa’s streekgerechten Gids voor België (Lannoo, Tielt 1995).
Het Rijk der vrouwen, De goede keuken, compleet culinair handboek (Helios/Teleboek, Antwerpen en Amsterdam 1977). Deel 1 t/m 6.
De streekkeukens van Europa: België – West-Vlaanderen, Ardennen en Vlaams-Brabant (Albert Heijn-Media Partners, 2001)
De nieuwe Belgische keukenmeid (Antwerpen 1840)
De Belgische keukenmeid (Gent diverse drukken 1859 - 1941)
Keuken boek (C. A. Serrure - Gent 1872)
De keukenmeid der werklieden (E. Deveux - Gent 1890)
De gids der jonge huishoudster (Van Gehuchten - Lier 1877/1893)
Burgelijk keukenboek (Lichtervelde diverse drukken 1898 - 1930)
De degelijke huisvrouw (M. du Caju - Gent diverse drukken 1891 - 1920)
De jonge huishoudster (M. du Caju - Gent diverse drukken 1898 - 1921)
Handboek van huishoudkunde (A. Vromat - Namen 1899)
De smakelijke volkskeuken (I. Snoeck-Van Haute - Gent diverse drukken 1917 - 1948)
Ons kookboek (Boerenbond Leuven diverse drukken 1925- heden)
Oorlogs kookboek (A. Geurts - Maaseik 1940)
Hom, Ken, De Chinese familiekeuken, culinaire memoires (BZZTôH, ‘s-Gravenhage 2000). (Chinese keuken en achtergronden)
Ju Lin, Hsiang, Slippery Noodles. A Cultural History of China (Prospect Books, Londen 2015)- (Geschiedenis – China)
Serventi, Silvano en Françoise Sabban, Pasta, the story of a universal food (Colombia Press University, New York 2000). (Geschiedenis, productinformatie-pasta)
Collingham, Lizzie, Curry, a tale of cooks and conquerors (Vintage books, Londen 2006). - (Geschiedenis-India, recepten) Beschikbaar op google.books
Jaffrey, Madhur, Easy curry (Fontaine uitgevers, Hilversum 2011).
Jaffrey, Madhur, De vele smaken van de Indiase keuken (BZZTôH, ‘s-Gravenhage 1996).
Panjabi, Camellia, Curries, 50 verleidelijke recepten uit India (Schuyt & co, Haarlem 2000).
Taylor Sen, Colleen, Curry, a global history (The edible series, Londen 2011). - (Geschiedenis-curry’s)
Barber, Kimiko en Hiroki Takemura, Sushi, standaardwerk voor beginners en gevorderden (Het Spectrum, Utrecht 2002). (Technieken-sushi)
Beddington, Jean, e.a., Retour Japan, zoektocht naar culinaire schoonheid (Tirion, Baarn 2001).
Oshima, Akira, e.a., Yamazato, de kaiseki keuken, Hotel Okura Amsterdam (Stichting kunstboek, Oostkamp 2003). (Japanse keuken en achtergronden aan de hand van Hotel Okura in Amsterdam)
Hellon, John, The blue elephant kookboek, topgastronomie uit Thailand (Schuyt & co, Haarlem 2003).
Lonely planet, World food Thailand (Lonely planet, Victoria 2000). (Culinaire reisgids Thailand)
Siok Lan, Kwee, De Thaise keuken (BZZTôH, ‘s-Gravenhage 2000).
Thompson, David, Thai food (Pavilion, Londen 2002).
Choi, Trieu Thi en Marcel Isaak, Culinaire reisbibliotheek Vietnam, oorspronkelijke recepten uit het hart van Indochina (Periplus, Alphen aan den Rijn 1997). (Vietnamese keuken en achtergronden)
Engel, David H. en Suchard Phummai, A field guide to tropical plants of Asia (Times editions, Singapore 2000). (Productinformatie, Aziatische planten)
Freeman, Michael, Ricelands, the world of South-east Asian food (Reaktion books, Londen 2008).
Sing, Phia, Traditional recipes of Laos (Deze uitgave: Prospect Books, Devon 2000, origineel 1981). (Geschiedenis-Laotiaanse keuken en achtergronden)
VinhAnh Nguyen, Ana, Cooking with Ana, Vietnamese cuisine (Ho Chi Minh city general publishing house, 2004). (Vietnamese keuken en achtergronden)
Calera, Ana María, Cocina Andaluza (Everest, Madrid e.a. 1995). (Andalusische keuken en achtergronden)
Comelade, Eliane Thibaut, La cuisine catalane (Jaques Lanore, Malakoff 2003). (Catalaanse keuken en achtergronden)
Culinaria España, Spaanse specialiteiten (Könemann, Keulen 1999).
Fàbrega, Jaume, La cuina Gironina (Graffiti, Barcelona 1985). (Catalaanse keuken van Girona en achtergronden)
Kleyn, Onno, Culinair reiswoordenboek Spanje (Van Dishoeck, Houten 2008). (Culinaire vertaalgids Sp-NL en NL-Sp, en Catalaans-NL en NL-Catalaans)
Kleyn, Onno, Reiskookboek Spanje (Spectrum, Utrecht 2007). (Spaanse recepten voor op vakantie)
Lladonosa i Giró, Josep, El gran llibre de la cuina Catalana (Empúries, Barcelona 1991). (Catalaanse keuken en achtergronden)
Lonely planet, World food Spain (Lonely planet, Victoria 2000). (Culinaire reisgids Spanje)
Mendel, Janet, Cooking in Spain (Mirador, Fuengirola 1996).
Ortega, Simone en Inés, 1080 recepten (Van Dishoeck, Houten 2008). (Spaanse keuken en achtergronden)
Sánchez Araña, Vicente, Cocina Canaria (Everest, Madrid e.a. 1993). (Canarische keuken en achtergronden)
Anderson, Jean, The food of Portugal (Hearst Books, New York 1994).
Cardoso, Zita, Segredos de cozinha Madeira e Porto Santo (Arguim, Madeira). (Keuken van Madeira en Porto Santo)
Robertson, Carol, Portugese cooking, the authentic and robust cuisine of Portugal (North Atlantic Books, Berkeley 1993).
Vieira, Edite, The taste of Portugal (Robinson, Londen 1989).
Basan, Ghillie, De keuken van het Midden-Oosten (Bosch & Keuning, Baarn 2001).
Bottéro, Jean, The oldest cuisine in the world, cooking in Mesopotamia (University of Chicago Press, Chicago en Londen 2004).
(Geschiedenis-Mesopotamië)
El-Kareh, Rudolf, Le mezzé libanais, l’art de la table festive (Sindbab 1998). (Libanese keuken en achtergronden)
Helou, Anissa, Lebanese cuisine (St. Martin’s Griffin, New York 1994). (Libanese keuken en achtergronden)
Karsenty, Irène et Lucienne, Cuisine pied-noir (Deze uitgave: Denoël, Parijs 2001, origineel in 1974). - (Frans-Algerijnse keuken en achtergronden)
Lagunaoui, Brahim, De Marokkaanse keuken (BZZtôh, ‘s-Gravenhage 1995).
Moor, Janny de, Groot Arabisch kookboek, de keuken van 1001 nacht (Kosmos, Utrecht en Antwerpen 1998). - (Arabische keuken en achtergronden)
Roden, Claudia, De keuken van het Midden-Oosten (BZZTôH, ‘s-Gravenhage 1995).
Saberi, Helen, Noesje Djaan, De Afghaanse keuken (Pereboom, Bussum 2003). (Afghaanse keuken en achtergronden)
Tol, Merijn en Nadia Zerouali, Arabia, onze culinaire reis (Kosmos, Utrecht en Antwerpen 2008). - (Keuken en achtergronden Midden-Oosten/Middellands Zeegebied)
Tol, Merijn en Nadia Zerouali, Bismilla Arabia (Kosmos, Utrecht en Antwerpen 2010).
(Keuken en achtergronden Midden-Oosten/Middellands Zeegebied)
Zeitoun, Edmond, 250 recettes de cuisine Tunisienne (Jaques Grancher, Parijs 1977). (Tunesische keuken en achtergronden)
Chamberlain, Lesley, Oost-Europees koken, een grote verzameling traditionele recepten, van de Oostzee tot de Zwarte Zee (De Lantaarn, Amsterdam 1999).
Filipovà, Lea, Czech cookery (Slovart Publishing, Praag 2000). (Tsjechische keuken en achtergronden)
Imbrasiené, Biruté, Lithuanian traditional foods (Baltos Lankos, 1998). (Litouwse keuken en achtergronden)
Pininska, Mary, The Polish kitchen (Grub Street, Londen 2000). (Poolse keuken en achtergronden)
Bremzen, Anya von, Mastering the Art of Soviet Cooking. A Memoir of Food and Longing (Doubleday, Londen ea. 2013) - (Geschiedenis – Sovjet Unie)
Moerman, Simone en Ramaz Kalmakhelidze, Georgisch tafelen (Uitgeverij Pereboom, Bussum 2007). - (Georgische keuken en achtergronden)
Molochovets, Jelena, Een geschenk voor de jonge huisvrouw, het klassieke Russische kookboek (Deze uitgave: Jan Mets, Amsterdam 1995, origineel in 1861). - (Russische keuken en achtergronden)
Malouf, Greg en Lucy, Turquoise, een culinaire reis door Turkije (Kosmos, Utrecht en Antwerpen 2006).
Robertson, Carol, De Turkse keuken (BZZTôH, ‘s-Gravenhage 1998).
Mennell, Stephen, Smaken verschillen, eetcultuur in Engeland en Frankrijk, vanaf de middeleeuwen tot nu (Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 1989). - (Geschiedenis-Engeland en Frankrijk)
Culinaria Duitsland (Könemann, Keulen 2007). - (Duitse keuken en achtergronden)
Abramson, Julia, Food culture in France (Greenwood Press, Westport en Londen 2007). - (Franse eetcultuur) Beschikbaar op google.booksArnaud, Carline, À la découverte de l’escargot, recettes d’hier et d’aujourd’hui des grands chefs français (Die, Parijs 2000). (Productinformatie, slakken, recepten)
Bellet, Sam e.a., Cuisine et paysages de Picardie, Aisne-Oise-Somme (Du Quesne, Marq-en-Baroeul, 1996). - (Picardische keuken en achtergronden, foto’s)
Bernage, Berthe, Convenances et bonnes manières (Editions Gautier Languereau, Parijs 1949). - (Geschiedenis, Franse etiquette jaren 40)Biehn, Michel, Le cahier de recettes provençales (Flammarion, Parijs 1994). - Provençaalse keuken en achtergronden)
Nederlandse vertaling: Het goede leven in de Provence (Kosmos-Z&K, Utrecht en Antwerpen 1994).
Blanchet, Philippe en Claude Favrat, Dictionnaire de la cuisine de Provence (Editions Bonneton, Parijs 1994). - (Woordenboek van de Provençaalse keuken)
Brunet, Dominique, Travaux pratiques de cuisine (BPI, Parijs 1984). (Kooktechnieken)
Charpentier, Marolyn, La France gourmande, een culinaire rondreis langs Franse markten en festivals(Kosmos-Z&K, Utrecht 2004). - (Franse markten en culinaire festivals)
Culinaria Frankrijk (Könemann, Keulen 1999). - (Franse keuken en achtergronden)
Curnonsky (geselecteerd), Recettes des provinces de France (deze uitgave: Les Productions, Parijs 1962, oorspronkelijk 1930). - (Geschiedenis, recepten-Frankrijk, per regio, klassiek werk)
David, Elizabeth, French provincial cooking (Penguin Books, Londen etc. 1964). (Klassiek werk, Franse keuken)
Nederlandse vertaling: De keuken van de Franse provincies (Het Spectrum, Utrecht 2002).
Doerflinger, Marguerite, Petit Recueil de la Gastronomie Alsacienne, 75 recettes simples (Editions S.A.E.P., Colmar). (Elzasser keuken en achtergronden)
Dumoulin, Tony, Gastronomisch woordenboek Frans-Nederlands(Zomer & Keuning, Ede en Antwerpen 1992).
Escoffier, Auguste, Ma cuisine, Escoffier voor iedereen (Deze uitgave: Hes & de Graaf, Houten 2010, origineel in 1934). (Klassiek kookboek van de Franse keuken)
Escoffier, Auguste, Het kookboek van de klassieke keuken (Deze uitgave: Hes & de Graaf, Houten 2001, origineel Le Guide Culinaire in 1903). (Standaardwerk, recepten-Frankrijk)
Ferguson, Priscilla Parkhurst, Accounting for taste, the triumph of French cuisine (The University of Chicago Press, Chicago en Londen 2004). - (Geschiedenis-Frankrijk)
Ferniot, Vincent, Trésors du terroir (Stock, Parijs 1996). (Franse eetcultuur, in regio’s)
Floyd, Keith, Floyd on France (BBC Books, Londen 1987). (Keith Floyd in Frankrijk, recepten)
Frentz, Jean Claude en Michel Poulain, Le livre du compagnon charcutier-traiteur (Éditions LT Jacques Lanore/Jérôme Villette, Cachan en Les Lilas 2001). (Handboek voor de charcutier en traiteur)
Gauthier, Anne-Marie, Petit Recueil de la Gastronomie Lyonnaise, 80 recettes simples (Editions S.A.E.P., Colmar). (Lyonese keuken en achtergronden)
Gopnik, Adam, The table comes first. Family, France and the Meaning of Food (Vintage Books, New York 2011) - (Cultuur-Frankrijk vanuit Amerikaans perspectief)
Gouffé, Jules, Le livre de cuisine (Librairie Hachette, Parijs 1888). (Klassiek werk over de Franse keuken)
Granoux, Monique, Petit Recueil de la Gastronomie Provençale, 90 recettes simples (Editions S.A.E.P., Colmar). (Provençaalse keuken en achtergronden)
Gringoire, Th. en L. Saulnier, Le répertoire de la cuisine (Flammarion, Parijs 1986).
Haeberlin, Marc, L’Alsace gourmande (Albin Michel, Parijs 1995). (Elzasser keuken en achtergronden)
Kelly, Ian, Cooking for kings, Antonin Carême, the life of the first celebrated chef (Walker & Company, New York 2003). (Geschiedenis-biografie over Antonin Carême (1784-1833), recepten)
Kleyn, Onno, Culinair reiswoordenboek Frankrijk (Van Dishoeck, Houten 2008). (Culinaire vertaalgids F-NL en NL-F)
Kleyn, Onno, Heimwee naar La douce France (Het Spectrum, Utrecht 2001). (Franse recepten)
Kleyn, Onno, Reiskookboek Frankrijk (Spectrum, Utrecht 2005). (Franse recepten voor op vakantie)
Kleyn, Onno, Savoir vivre (Het Spectrum, Utrecht 2003). (Verhalen over Franse eetcultuur)
Kleyn, Onno, De smaak van Frankrijk (Kosmos-Z&K, Utrecht 1993). (Culinaire verhalen)
Larousse gastronomique (Kosmos, Utrecht en Antwerpen 2003). (Standaardwerk, culinaire encyclopedie, nadruk op de Franse keuken)
Larousse, La cuisine des terroirs, 500 recettes (Larousse, Parijs 2000). (Franse keuken en achtergronden, naar regio)
Lebey, Claude (ed.), Corse, produits du terroir et recettes traditionnelles (Albin Michel, Parijs 1996). - (Corsicaanse keuken en achtergronden)
Lonely planet, World food France (Lonely planet, Victoria 2000). - (Culinaire reisgids Frankrijk)
Mazille, La, De goede keuken van de Périgord (Babel boeken gastronomie, 2004, oorspronkelijke uitgave 1929). (Geschiedenis-keuken en achtergronden)
Mennell, Stephen, Smaken verschillen, eetcultuur in Engeland en Frankrijk, vanaf de middeleeuwen tot nu (Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 1989). (Geschiedenis-Engeland en Frankrijk)
Mesplède, Jean-François, Eugénie Brazier, un héritage gourmand (Page d’Ecriture, Lyon 2001). (Geschiedenis-Lyonese keuken, over ‘mère’ Brazier)
Parfonry, Michelle, Comment faire ses charcuteries (Rustica, Parijs 1995). (Technieken, paté)
Peysson, Anne-Marie, Mes trucs miracles pour la cuisine (Maxi poche, Lorient 2004). (Koken)
Prugue, Michel e.a., Local flavour, a tour of French origin-linked products (Hachette/INAO, 2006). (Culinair Frankrijk naar regio)
Pudlowski, Gilles, Les trésors gourmands de la France (La Renaissance du livre, Tournai 2007). - (Franse keuken en achtergronden)
eboul, J.B., La cuisinière provençale (Deze uitgave: Tacussel éditeur, Marseille 1996, origineel in 1897). - (Provençaalse keuken en achtergronden)
Rio, Bernard en Jean-Lug Buytaert, Terroirs de Bretagne (Éditions Ouest-France, Rennes 1996). - (Bretonse keuken en achtergronden)
Artusi, Pellegrino, La scienza in cucina e l’arte di mangiar bene (Giunti Marzocco, Florence 1991, 111de druk, facsimile van de 1ste druk uit 1891). - (Geschiedenis, Italiaanse keuken en achtergronden, recepten) Nederlandse vertaling: De wetenschap in de keuken en de kunst goed te eten, het standaardwerk van de Italiaanse keuken (Skepter, Amsterdam 1995).
Blasich, Dario, Il quaderno della buone erbe (Consorzio culturale del monfalconese, San Canzian d’Isonzo 2000). - (Kruiden van Noordoost-Italië)
Capatti, Alberto en Massimo Montanari, Italian cuisine, a cultural history (Colombia University Press, New York 2003). (Geschiedenis-Italiaans) Beschikbaar op google.books
Carluccio, Antonio en Priscilla, Eten in Italië (Schuyt & Co/Lannoo, Haarlem en Tielt, 1997).
Cesari Sartoni, Monica en Alessandro Molinari Pradelli, La cucina Bolognese (Newton & Compton editori, Rome 1996). (Bolognese keuken en achtergronden, recepten)
Colacchi, Marina en Pino Simone, La cucina Romana (La Spezia, Rome 2001). (Hedendaagse keuken van Rome)
Compact pratica, Enciclopedia della cucina (DeAgostini, Novara 1990). - (Italiaanse culinaire encyclopedie)
Culinaria Italië, Italiaanse specialiteiten (Könemann, Keulen 1999).
David, Elizabeth, Italian food (Deze uitgave: Penguin Books, Londen etc. 1989, origineel 1954). - (Klassiek werk, Italiaanse keuken), Nederlandse vertaling: De authentieke keuken van Italië (Het Spectrum, Utrecht 2004).
Gosetti della Salda, Anna, Le ricette regionali Italiane (Casa Editrice Solares, Milaan 1967). (Uitgebreid werk over de Italiaanse keuken en achtergronden, per regio)
Hazan, Marcella, De klassieke Italiaanse keuken (Kosmos, Amsterdam 2014). (Standaardwerk over de Italiaanse keuken)
Helstosky, Carol, Pizza, a global history (The edible series, Londen 2011). (Geschiedenis, productinformatie-pizza)
Kleyn, Onno, Ciao Toscane (Kosmos-Z&K, Utrecht 1994). (Verhalen over Italiaanse eetcultuur, recepten)
Kleyn, Onno, Culinair reiswoordenboek Italië (Van Dishoeck, Houten 2008). (Culinaire vertaalgids I-NL en NL-I)
Kleyn, Onno, Heimwee naar La bella Italia (Het Spectrum, Utrecht 2002). (Italiaanse recepten)
Kleyn, Onno, Reiskookboek Italië (Spectrum, Utrecht 2006). (Italiaanse recepten voor op vakantie)
Pegler, David N., Guida per riconoscere i funghi (A. Vallardi, 1991). (Gids over paddestoelen)
Piccinardi, Antonio, Dizionario di gastronomia (Dizionari Rizzoli, Milaan 1993). (Italiaans culinair woordenboek)
Pomar, Anna, L’isola dei Sapori, 300 ricette della cucina tradizionale siciliana fra storia e leggenda, curiosità, riti e celebrazioni (Good edizioni, Palermo). - (Siciliaanse keuken en achtergronden)
Romer, Elizabeth, De boerenkeuken van Toscane, leven met de seizoenen op het Toscaanse platteland(Kosmos Uitgeverij, Utrecht en Antwerpen 1984) - (Toscaanse keuken en achtergronden)
Serventi, Silvano en Françoise Sabban, Pasta, the story of a universal food (Colombia Press University, New York 2000). (Geschiedenis, productinformatie-pasta)
Slow food: Recepten van Italiaanse osteria’s, 550 slow food-gerechten uit de regionale keuken (Mets & Schilt, Amsterdam 2005).
Slow food: Two hundred traditional types Italian cheese, a guide to their discovery and appreciation(Slow food editore, Cuneo, 2000). - (Productinformatie, Italiaanse kaas)
Spagnoli, Beatrice, Bolognese flavour: family recipes since 1880 (L’artiere edizioni Italia, 2003). - (Bolognese keuken en achtergronden)
Varriano, John, Taste and temptations, food and art in Renaissance Italy (University of California Press, Berkeley etc. 2009). (Geschiedenis-Italië, Renaissance)
De Zilveren Lepel (Deze uitgave: Van Dishoeck, Houten 2007, origineel in 1987).
(Standaardwerk over de Italiaanse keuken, voor Italianen geschreven)
De Zilveren Lepel, Pasta (Van Dishoeck, Houten 2009). (Standaardwerk over pasta, voor Italianen geschreven)
Albala, Ken, Beans, a history (Berg, Oxford en New York, 2007). (Geschiedenis, productinformatie peulvruchten)
Arnaud, Carline, À la découverte de l’escargot, recettes d’hier et d’aujourd’hui des grands chefs français (Die, Parijs 2000). (Productinformatie, slakken, recepten)
Callec, Christian, Geïllustreerde kaasencyclopedie (Rebo, Lisse 2001). (Encyclopedie over kaas)
Cambornac, Michel, Plantes et jardins du Moyen Age (Hartmann éditions 1998). (Geschiedenis-Middeleeuwen, planten en kruiden)
Chibois, Jacques en Olivier Baussan, Smaken en geuren van olijfolie (Schuyt & Co, Haarlem 1999).
Dalby, Andrew, Cheese, a global history (The edible series, Londen 2011). (Geschiedenis, productinformatie-kaas)
Davidson, Alan, Mediterranean Seafood (Penguin Cooking Library, Londen etc. 1972). (Vissoorten Middellandse Zee, recepten)
Duc-Maugé, Bernard en Bernard Duplessy, Le livre de la truffe (Édisud, Aix-en-Provence 1998).
Engel, David H. en Suchard Phummai, A field guide to tropical plants of Asia (Times editions, Singapore 2000). Productinformatie, Aziatische planten)
Florès, Edwin, Het paddenstoelenboek (Becht, Haarlem 2011). (Productinformatie-paddenstoelen)
Gerstmeier, Roland en Thomas Romig, Zoetwatervissen van Europa (Tirion, Baarn 1995). (Productinformatie, vis)
Geurts, Leo, Truffels! (Kosmos, Utrecht en Antwerpen 1988). (Productinformatie-truffels)
Helstosky, Carol, Pizza, a global history (The edible series, Londen 2011). (Geschiedenis, productinformatie-pizza)
Hlava, B. en D. Lanska, Elseviers gids van keukenkruiden, specerijen en andere smaakmakers (Elsevier, Amsterdam en Brussel 1978). (Productinformatie-kruiden en specerijen)
Huisken, Alma, De aardappel, alles over de pieper, met vele recepten (Contact, Amsterdam en Antwerpen 1998). (Geschiedenis, productinformatie-aardappel, recepten)
Iburg, Anne, Dumonts kleine olie- en azijnlexicon (Rebo, Lisse 2004). (Productinformatie-olie en azijn)
Janik, Erika, Apple, a global history (The edible series, Londen 2011). (Geschiedenis, productinformatie-appel)
Jenkins, Steven, Cheese primer, a passionate guide to world’s cheese (Workman publisher, New York 1996). (Productinformatie, kaas)
Koster, Betty, Passie voor kaas, een culinair standaardwerk (Stichting kunstboek, Oostkamp 2006). (Standaardwerk over kaas)
Larousse gastronomique (Kosmos, Utrecht en Antwerpen 2003). (Standaardwerk, culinaire encyclopedie, nadruk op de Franse keuken)
Mabey, Richard, Winkler Prins Mini: Eetbare wilde planten (Het Spectrum, Utrecht 2004). (Productinformatie-planten)
Marrone, Teresa, Dressing & Cooking wild game (Creative Publishing, Chanhassen 1997). (Productinformatie-wild)
Meneer Wateetons en Sjoerd Mulder, Over worst (Carrera, Amsterdam 2011) (Productinformatie, recepten zelf worst maken)
Raat, Kees en Johan Freud, Bonbon (Fontaine Uitgevers, ‘s-Graveland 2007). (Productinformatie-chocolade, recepten)
Reinders, Pim, Een coup speciaal, de wereldgeschiedenis van het consumptie-ijs (L.J. Veen, Amsterdam, Antwerpen, 1999). (Geschiedenis-ijs)
Roberts, Jonathan, Cabbages and kings, the origins of fruit & vegetables (HarperCollins, Londen 2001). (Geschiedenis-groente en fruit)
Rubel, William, Bread, a global history (The edible series, Londen 2011). (Geschiedenis, productinformatie-brood)
Serventi, Silvano en Françoise Sabban, Pasta, the story of a universal food (Colombia Press University, New York 2000). (Geschiedenis, productinformatie-pasta)
Slow food: Two hundred traditional types Italian cheese, a guide to their discovery and appreciation(Slow food editore, Cuneo, 2000). (Productinformatie, Italiaanse kaas)
Velten, Hannah, Milk, a global history (The edible series, Londen 2010). (Geschiedenis, productinformatie-melk)
issering, Jaap, Het Nederlandse Jachtwild kookboek (Spectrum, Utrecht 2005). (Recepten-wild)
Wyk, Ben-Erik van, Food plants of the world, an illustrated guide (Timber Press, Portland 2005). (Productinformatie, eetbare planten)
Cheney, Dina, Proeven (Spectrum/Lannoo, Utrecht en Tielt 2007). (Beter leren proeven, combineren van smaken)
Chartier, François, Taste buds and molecules, the art and science of food, wine, and flavor (John Wiley & Sons, Hoboken 2012)
Duijker, Hubrecht, Welke wijn waarbij, honderden tips voor kostelijke wijn- en spijscombinaties(Inmerc, Wormer 2000). (Combineren van wijn en eten)
Edixhoven, Huib en Evelijn van Heuven, Smaakstof, de magie tussen wijn en gerecht in 4×25 tips (Carrera, Amsterdam 2012). (Combineren van eten en wijn)
Hopkins, Jerry, Extreme cuisine, the weird and wonderful foods that people eat (Periplus, Singapore 2004)
(Rare eetgewoontes van over de wereld)
Klosse, Peter, Het proefboek, de essentie van smaak (Tirion, Baarn 2003).
(Combineren van wijn en eten)
Klosse, Peter en Angélique Schmeick, Het nieuwe proefboek (Fontaine, Hilversum 2015). (Combineren van wijn en eten)
Klosse, Peter, Smaakstijlen, de nieuwste visie op het combineren van wijnen en gerechten (Tirion, Baarn 2000). (Combineren van wijn en eten)
Klosse, Peter, The Essence of Gastronomy, understanding the flavor of foods and beverages (Taylor and Francis Group, Londen 2014) (Over smaak)
Korsmeyer, Carolyn (ed.), The taste culture reader, experiencing food and drink (Berg, Oxford en New York, 2005). (Bundel over smaak door de geschiedenis en in verschillende culturen)
Mariën, Eke en Jan Groenewold, Cook & chemist, smakelijke experimenten uit de moleculaire keuken voor iedere kookliefhebber (Karakter, Uithoorn 2007). (Moleculair koken)
McGee, Harold, Over eten & koken, Wetenschap en cultuur in de keuken (Nieuw Amsterdam, Amsterdam 2006).
(Fysische processen van het koken) Beschikbaar op google.books
Rappoport, Leon, How we eat: appetite, culture and the psychology of food (ECW Press, Ontario-Toronto 2003)
Segnit, Niki, The flavour thesaurus, pairings, recipes and ideas for the creative cook(Bloomsbury, Londen etc 2010). (Het maken van combinaties van smaken)
Shepherd, Gordon M., Neurogastronomy, how the brain creates flavor and why it matters (Columbia University Press, New York 2012). (Fysiologische benadering van proeven)
Steingarten, Jeffrey, De man die alles at, gastronomische wapenfeiten, geschillen en andere aangename zaken (Uitgeverij Contact, Amsterdam en Antwerpen 1999).
(Culinaire technieken, smaken)
Thijssen, Jeroen, Smaak. Waarom we proeven wat we proeven (NieuwAmsterdam, Amsterdam 2016) - (Smaak)
This, Hervé, Casseroles éprouvettes (Belin, Parijs 2002). (Fysische processen van het koken, moleculair koken)
This, Hervé, Traité élémentaire de cuisine (Belin, Parijs 2002). (Kooktechnieken. moleculair koken)
Vroon, Piet e.a., Psychologie van de reuk (Flamingo, Amsterdam 2001). (Informatie over ruiken)