Vaak stelt men mij de vraag of ik (in iets) “geloof”. Ik neem dan maar aan dat het gaat over “geloven in god”. Ik ontwijk deze vraag meestal omdat dit dikwijls uitdraait over het bewijzen dat god bestaat of net niet. Ik vertel soms mijn eigen verhaal. Ik vrees ook dat het onmogelijk lijkt om te bewijzen dat God (wel of) niet bestaat, omdat het bestaan van God een kwestie is van persoonlijke overtuiging en er géén definitief bewijs is voor of tegen het bestaan van God. Er zijn stellingen die argumenten aandragen tegen het bestaan van God, maar deze argumenten kunnen worden weerlegd door tegenargumenten die het bestaan van God wel aantonen en vice versa.
Enkele filosofische stellingen die argumenten tegen het bestaan van God aandragen:
Het ontbreken van bewijs voor het bestaan van God: Er is geen direct bewijs voor het bestaan van God, zoals wetenschappelijk bewijs of empirisch bewijs.
Het probleem van het kwaad: Het bestaan van lijden en kwaad in de wereld lijkt tegengesteld aan het idee van een almachtige God die alwetend is en oneindig goed. Hij weet welke werelden hij had kunnen scheppen, hij kon de bijna perfecte wereld (god heeft niet de vrije wil om de perfectie te scheppen want dan zou hij zichzelf scheppen wat absurd is) scheppen zonder kwaad maar in zijn oneindige goedheid schept hij kwaad en laat het bestaan. Dit is een contradictie. Dit onderbouwt de these dat goed niet “kan” bestaan wat de logische correctheid geeft van de these ‘god bestaat niet’.
Het conflict tussen wetenschap en religie: Sommige mensen stellen dat de wetenschap en de religie tegengestelde opvattingen hebben, wat suggereert dat God niet bestaat.
Het ontbreken van eenheid in religieuze opvattingen: Er zijn talloze religieuze opvattingen en godsdiensten, wat suggereert dat er geen enkele "ware" godsdienst is en dus ook geen enkele "ware" God.
Het ontbreken van een persoonlijke ervaring van God: Sommige mensen stellen dat ze geen persoonlijke ervaring hebben van God, wat suggereert dat God niet bestaat.
Ken je de historie over de Drie Bedriegers. Het bestaat al meer dan 300 jaar. Jarenlang heeft men in heel Europa, gezocht naar de schrijver van dit stuk. Vanaf de zestiende eeuw verschenen er berichten dat het handgeschreven traktaat was gesignaleerd. Ja er zijn zelfs mensen hiervoor ter dood veroordeeld door de brandstapel. Zo is in 1512 Herman van Rijswijk in Den Haag samen met zijn boeken als ketter verbrand. Wat had hij gedaan? Het is onvoorstelbaar, maar rond 1500, ja misschien zelfs al veel eerder, waren er lieden die beweerden, dat Mozes, Jezus en Mohammed grote bedriegers waren. Nu in onze tijd is dit niet meer zo actueel, om de drie stichters van de monotheïstische godsdiensten voor bedriegers uit te maken, maar dit reeds meer dan 300 jaar geleden al te verkondigen, is wel heel opmerkelijk. Wat is het geval. Reeds eeuwenlang heeft men gezocht naar een boek dat in het Latijn "De Tribus Impostoribus" heette, een leidraad en lichtend baken voor ongelovigen, ketters en andersdenkenden. Er waren heel wat getuigenverklaringen van geleerden die van collega's wisten dat zij het manuscript ervan in handen hadden gehad, maar het werk zelf bleef onzichtbaar. Misschien wel zo veilig, wegens het uiterst explosieve karakter van dit Vertoog over de drie bedriegers. Men moet zich realiseren, dat in die tijd, het auteurschap of het bezit of het aanbevelen van een dergelijk boek, levensgevaarlijk was. Naast Herman van Rijswijk, werden ook Desiderius Erasmus (1469-1536), Benedictus de Spinoza (1632-1677), Jan Claesz Nachtegaal en niet te vergeten, Adriaan Koerbagh (1633-1669) genoemd. Op 27 juli 1668 eiste Cornelis Wisen, de schout van Amsterdam, dat Adriaan Koerbagh, een intellectueel, arts en jurist, zou worden veroordeeld tot het openbaar afhakken van zijn rechterduim, het doorsteken van zijn tong met een gloeiende priem, dertig jaar gevangenisstraf en het verbranden van al zijn boeken. In oktober 1669, stierf Adriaan Koerbagh, 36 jaar oud, nadat hij later een veroordeling kreeg opgelegd tot tien jaar Rasphuis en daarna tien jaar verbanning uit de stad Amsterdam, plus vernietiging van alle boeken. De vraag die ik me dan stel? Waarom zo moeilijk doen over "verhalen"? Ik heb hier een extra pagina aan gewijd : "bronnen beoordelen". Dit geeft aan hoe ik kijk naar verhalen en teksten.
Het is moeilijk om te zeggen waarom mensen precies het idee van God hebben gecreëerd, omdat dit afhangt van de specifieke culturen en tijden waarin ze leefden. Sommigen geloven dat “het idee van God” is ontstaan als een manier om te proberen de onzekerheid en het onbegrip over de werkelijkheid te verminderen. Anderen geloven dat het idee van God is ontstaan als een manier om te proberen de natuur te verklaren of om te proberen een zin te geven aan het leven en de dood. Er zijn ook theorieën dat het idee van God is ontstaan als een manier om te proberen orde te scheppen in de samenleving of (wat historisch is aangetoond) om te proberen mensen te beheersen en te manipuleren. Het is echter moeilijk om te zeggen welke van deze theorieën het meest waarschijnlijk is, omdat het afhangt van de specifieke culturen en tijden waarin het idee van God is ontstaan. Het precieze moment waarop het godsidee ontstond is onduidelijk, aangezien het ontstaan van religie een complex proces is dat zich over een lange periode van tijd heeft voltrokken. Men gelooft dat religie ontstaan is in de prehistorie, als een manier voor mensen om zichzelf te helpen begrijpen en omgaan met de wereld om hen heen. Volgens sommige antropologen en historici is religie ontstaan in de oertijd, toen mensen begonnen te begrijpen dat er een verband bestond tussen gebeurtenissen in de natuur, zoals de zon, de maan en de seizoenen, en hun eigen welzijn. Hierdoor zouden ze het idee hebben ontwikkeld dat er krachten waren die de natuur beheersten, en dat deze krachten ‘aanbeden’ of vereerd moesten worden. Andere onderzoekers geloven dat religie ontstaan is als een manier om te proberen begrijpen waarom er zoveel lijden en onrechtvaardigheid in de wereld is. Hierdoor zouden mensen het idee hebben ontwikkeld dat er een hoger wezen bestond dat verantwoordelijk was voor deze dingen en dat dit wezen aanbeden moest worden. Er zijn ook theorieën dat religie ontstaan is uit een menselijke behoefte aan controle of aan een gevoel van het verkrijgen van veiligheid.
Ik “geloof”niet in het Darwinisme, ik erken dit als onomstotelijk aangetoonde verklaring en ik zal meer zeggen, ik zie ook een verband tussen het Darwinisme en de Big Bang als verklaring van het ontstaan van het heelal. De Big Bang-theorie is een wetenschappelijke verklaring voor het ontstaan van het universum. Het stelt dat het universum ontstaan is uit een zeer hoge dichtheid en hoge temperatuur van een singulariteit, een punt zonder ruimte of tijd, die ongeveer 13,8 miljard jaar geleden ontplofte. Dit resulteerde in de expansie van het universum, waardoor de materie en energie zich uitstrekten en koelten. De Big Bang-theorie wordt ondersteund door verschillende bewijzen, waaronder de cosmic microwave background radiation (CMBR), de redshift van verre galactische nevels, en de aanwezigheid van licht-elementen zoals helium en deuterium. Het universum ontstond dus ongeveer 14 miljard jaar geleden tijdens deze oerknal. Na de oerknal begonnen de materie en energie zich te verspreiden en te koelen. Na miljarden jaren begonnen zich gaswolken te vormen die uiteindelijk leidden tot de vorming van sterren en planeten. Ongeveer 4,5 miljard jaar geleden ontstond de aarde. Door de afkoeling van de aarde begonnen er oceans te vormen en begonnen er gassen zoals waterstof en zuurstof in de atmosfeer te verschijnen. Dit leidde tot de vorming van de eerste levensvormen, zoals bacteriën, ongeveer 3,5 miljard jaar geleden. Dit was een omgeving waarin levende organismen ontstonden. Deze eerste levensvormen evolueerden verder en leidden tot de vorming van meer complexe organismen zoals algen en mossen. Na miljoenen jaren evolueerden deze organismen verder tot vissen, reptielen, zoogdieren, enz. Ongeveer 7 miljoen jaar geleden ontstonden de eerste mensachtigen. Deze mensachtigen evolueerden verder tot de mens zoals we die nu kennen, de Homo sapiens. De mens ontwikkelde zich verder en ontwikkelde technologie, taal, cultuur, enz. De mensheid is nu de meest dominante soort op aarde en heeft een grote impact op het milieu en andere levensvormen. Deze mens behoort tot de orde Primates, waaronder ook aapachtigen en mensapen. De mens is een tak afstammend van deze groep en stamt af van een gemeenschappelijke voorouder die zich ongeveer 5-7 miljoen jaren geleden ontwikkelde. Darwinisme is de wetenschappelijke theorie die stelt dat de evolutie van soorten plaatsvindt door natuurlijke selectie. Dit betekent dat organismen die beter aangepast zijn aan hun omgeving meer kans hebben om te overleven en zich voort te planten, waardoor hun genen zich doorgeven aan de volgende generatie. Er zijn vele bewijzen voor darwinisme, waaronder de aanwezigheid van fossielen die laten zien hoe organismen zich door de tijd heen hebben ontwikkeld, de aanwezigheid van homologie tussen soorten (dezelfde structuren die worden gebruikt voor verschillende functies), en de aanwezigheid van biologische diversiteit op aarde.
Er zijn veel bewijzen voor de evolutietheorie van Charles Darwin:
Fossiele bewijzen: Er zijn veel fossielen gevonden die een gedetailleerd beeld geven van hoe organismen zich gedurende miljoenen jaren hebben ontwikkeld. Dit bewijst dat er een evolutie heeft plaatsgevonden.
Biologische verschillen tussen soorten: Er zijn duidelijke biologische verschillen tussen soorten die kunnen worden verklaard door evolutie, zoals het aanpassingsvermogen van dieren en planten aan hun omgeving.
Genetische verwantschap: De genetische verwantschap tussen verschillende soorten ondersteunt ook de theorie van evolutie. Bijvoorbeeld, mensen en chimpansees delen 98% van hun DNA, wat suggereert dat ze een gemeenschappelijke voorouder hebben.
Biologische soortconcepten: Biologische soortconcepten, zoals reproductieve isolatie, helpen ons begrijpen hoe nieuwe soorten ontstaan.
Experimenten en observaties: Er zijn talrijke experimenten en observaties die evolutie ondersteunen, zoals bijvoorbeeld de antibioticaresistentie van bacteriën, de aanpassing van insecten aan pesticiden, en de aanpassing van vogelbevolkingen aan veranderende milieus.
Hoewel de Big Bang-theorie en darwinisme zich op verschillende schaalniveaus bevinden, zijn er verbanden tussen de twee theorieën. Beide theorieën benadrukken het idee dat veranderingen in de natuur plaatsvinden over lange tijdsperioden, en dat deze veranderingen leiden tot de diversiteit die we zien in het universum en op aarde. Ook benadrukt de Big Bang-theorie de continuïteit van de tijd en ruimte waarin evolutie plaatsvindt. Hierdoor kan gezegd worden dat beide theorieën elkaar aanvullen en versterken. De Big Bang-theorie en darwinisme zijn wetenschappelijke verklaringen voor het ontstaan van het universum en de evolutie van soorten, respectievelijk. Beide theorieën geven een natuurlijke verklaring voor hoe deze processen hebben plaatsgevonden zonder de noodzaak van een god of een bovennatuurlijke kracht. Dit betekent echter niet noodzakelijk dat er geen God kan gedacht worden. Vele mensen geloven nog steeds in een god of een bovennatuurlijke kracht, en zien deze wetenschappelijke theorieën als een manier om te begrijpen hoe deze god of kracht heeft “gehandeld” in het universum. Het is belangrijk om te weten dat wetenschap en religie twee verschillende dingen zijn, en dat wetenschap zich richt op het verkrijgen van kennis door middel van waarneming en experimenten, terwijl religie zich richt op het verkrijgen van kennis door middel van gewoon “geloof” en traditie. Beide kunnen voor mij best samen naast elkaar bestaan.
De Big Bang-theorie en darwinisme geven ons een natuurlijke verklaring voor hoe de wereld om ons heen ontstaan en zich heeft ontwikkeld, maar ze zeggen niets over het bestaan of niet bestaan van een god of een bovennatuurlijke kracht. Er is echter geen wetenschappelijk bewijs dat God het heelal en de mens wel of niet heeft geschapen. Dit is in vele opzichten niet interessant. De wetenschap richt zich op het verklaren van fenomenen in de natuur op basis van waarneembare feiten en reproduceerbare experimenten, terwijl God's bestaan een filosofische of religieuze kwestie is die niet kan worden bewezen of ontkracht met wetenschappelijk onderzoek.
Een term die m.i. gebruikt wordt om een hogere macht of kracht aan te duiden die vaak als de schepper of de opperste macht van het universum wordt beschouwd. De definitie van God kan variëren tussen verschillende religies en culturen, maar vaak wordt God beschreven als een onsterfelijke, almachtige, alwetende en alomtegenwoordige entiteit die verantwoordelijk is voor het bestaan van het universum en alles wat erin bestaat. God wordt vaak gezien als een spirituele of bovennatuurlijke kracht, die niet beperkt is door de wetten van de natuur en die niet waarneembaar is door middel van wetenschappelijke methoden. Bij sommige religies wordt God ook gezien als een persoonlijke entiteit die een relatie met individuen kan hebben en aanbeden kan worden. Ik zie geen enkele duidelijke en consistente definitie van wat God omdat de opvattingen over God variëren tussen verschillende religies en filosofieën. Sommigen beschouwen God als een persoonlijke entiteit die menselijke emoties en verlangens heeft, terwijl anderen God beschouwen als een abstracte kracht of principes die het universum besturen. Sommige godsbegrippen komen overeen in hun overtuiging dat God almachtig, alwetend en alomtegenwoordig is, en de schepper van de wereld. Andere godsbegrippen beschouwen God als een transcendente entiteit die buiten de wereld staat en niet aan de wetten van de natuur onderworpen is. In sommige gevallen kan een godsbegrip ook als een metafoor worden beschouwd, waarmee wordt gedoeld op een hoger doel of een grotere waarheid, en niet noodzakelijk een persoonlijke entiteit. Er zijn vele godsbegrippen en het is moeilijk om een specifiek begrip te noemen als het meest duidelijke en consistente. Elk godsbegrip heeft zijn eigen unieke kenmerken en betekenissen, en het is belangrijk om deze te begrijpen in het licht van de culturele en persoonlijke achtergronden van degenen die het aanhangen. Het is belangrijk op te merken dat iedereen zijn of haar eigen “redenen” heeft om te geloven in een god en dat deze redenen vaak complex en multidimensionaal zijn. Bovendien, de godsdienst kan voor iedere persoon anders zijn, sommige geloven in een enkele god, andere in meerdere goden. Er zijn archeologische bewijzen die aantonen dat mensen in verschillende tijden en culturen geloofden in een god of godsdienst. De Sumerische culturen uit Mesopotamië (ongeveer 4500-1900 voor Christus) hadden een complexe godsdienst met vele goden en godinnen die verantwoordelijk werden gehouden voor verschillende aspecten van het leven. Archeologische opgravingen hebben tempels, beelden en teksten aangetroffen die de Sumerische godsdienst weergeven. De Egyptische culturen (ongeveer 3100 voor Christus- 30 BC) hadden ook een complexe godsdienst met vele goden en godinnen, evenals een grote hoeveelheid religieuze symbolen en artefacten die zijn opgegraven. De oude Grieken en Romeinen (ongeveer 800 voor Christus- 476 na Christus) hadden ook een complex pantheon van goden en godinnen, en er zijn veel tempels, beelden en inscripties die hun godsdienst weergeven. De oude Ierse culturen (ongeveer 600 voor Christus - 400 na Christus) hadden een polytheïstische godsdienst met vele goden en godinnen die verantwoordelijk werden gehouden voor verschillende aspecten van het leven. De oude Azteekse culturen (1300-1521) hadden een complexe godsdienst met vele goden en godinnen die verantwoordelijk waren voor verschillende aspecten van het leven. Archeologische opgravingen hebben tempels, beelden en teksten aangetroffen die de Azteekse godsdienst weergeven.
Het is dus, gezien deze historische context, interessant om na te denken over de redenen waarom mensen in een god of godsdienst geloven. Hier zijn m.i. enkele van de belangrijkste:
Traditie: Veel mensen groeien op met een bepaalde godsdienst, en dit kan een sterk invloed hebben op hun geloof.
Emotioneel: Veel mensen vinden troost in het geloof in een god of godsdienst, vooral in moeilijke tijden.
Moreel: Veel godsdiensten bieden een kader voor morele waarden en normen, en dit kan mensen helpen om hun levensdoelen en plichten te begrijpen.
Filosofisch: Sommige mensen geloven in een god of godsdienst vanwege een filosofisch of spiritueel begrip van de wereld.
Persoonlijke ervaring: Sommige mensen hebben persoonlijke ervaringen die hen doen geloven in een god of godsdienst.
Je kan, zoal ik hierboven doe, stellen dat God een “uitvinding” van de mens is, een filosofische stelling die voorkomt binnen de godsdienstfilosofie en de theologie. Deze stelling wordt vaak geassocieerd met het naturalisme en humanisme. Naturalisten geloven dat alleen natuurlijke krachten het universum uitmaken en dat er geen bovennatuurlijke krachten of entiteiten bestaan, zoals God. Humanisten geloven dat de mens de hoogste waarde heeft en dat God een schepping is van de menselijke geest, en niet noodzakelijkerwijs een werkelijke entiteit.
Anders gezegd, het begrip van God is een menselijke constructie en weerspiegelt niet noodzakelijkerwijs een werkelijke entiteit.
Er zijn m.i. argumenten die dit onderbouwen:
Godsdienst en het begrip van God verschillen tussen culturen en tijden.
Er is geen wetenschappelijk bewijs dat God bestaat.
Vele religies hebben verschillende concepten van God, die vaak tegengesteld zijn aan elkaar.
De oorsprong van het begrip van God kan worden toegeschreven aan menselijke behoeftes zoals angst, hoop en verklaringen voor natuurverschijnselen.
Vele godsdienstige teksten zijn geschreven door mensen en zijn onderhevig aan menselijke interpretatie.
Er zijn veel culturen die geen godsdienst kennen, of waar het begrip van God niet bestaat (Aboriginals uit Australie, Bora-indianen uit Zuid-Amerkia, oorspronkelijke inwoners van China zoals de Taoisten, de Jain uit Indie is eveneens niet -theïstisch en de Objibwe-indianen uit Noord-Amerika).
De afwezigheid van God kan verklaard worden door natuurlijke wetten en processen.
Er zijn veel filosofen en wetenschappers die het bestaan van God betwijfelen of ontkennen.
Er zijn vele tegenstrijdigheden en onmogelijkheden in de beschrijvingen van God in verschillende religies.
De menselijke geschiedenis laat zien dat het begrip van God is veranderd en aangepast aan culturele en sociale veranderingen.
Er zijn dus wal wat argumenten aan te voeren uit de filosofie, wetenschap en theologie om aan te tonen dat o.a. de christelijke of islamitishe god niet bestaat. Een van zijn belangrijkste argumenten is dat de idee van een almachtige, alwetende en alomtegenwoordige god in strijd is met het bestaan van kwaad en lijden in de wereld. Als een god al deze eigenschappen zou hebben, hij het kwaad en lijden in de wereld niet zou toestaan. We kunnen argumenten ook op wetenschappelijke inzichten baseren, zoals de evolutietheorie en de kosmologie, die suggereren dat de wereld niet speciaal geschapen is door een god, maar ontstaan is uit natuurlijke processen. Etienne Vermeersch heeft zich als denker "Geloven in God? Een filosofische verkenning" (2010) en "Het einde van het geloof: Een manifest" (2018) beziggehouden om deze stelling uitvoerig te behandelen.
Jazeker, ik zie argumenten die te situeren zijn in een historische context en andere verkregen vanuit logica:
Secularisme: Secularisme is de opvatting dat religie en staat gescheiden moeten zijn. Deze opvatting begon zich te ontwikkelen in Europa in de 18e eeuw met filosofen zoals Voltaire en Jean-Jacques Rousseau die pleiten voor een scheiding van kerk en staat. In de 19e eeuw werd het secularisme een belangrijk onderdeel van de politieke filosofie.
Humanisme: Humanisme is een levensbeschouwing die zich richt op de mens en de menselijke ervaring. De Renaissance humanisten van de 15e en 16e eeuw, zoals Erasmus en Pico della Mirandola, pleitten voor een nadruk op de menselijke vermogens en verantwoordelijkheden, in plaats van religieuze dogmatiek.
Atheïsme: Atheïsme is de opvatting dat er geen god of godsdienst bestaat. Atheïsme als een expliciete filosofie begon zich in de 18e eeuw te ontwikkelen met filosofen zoals David Hume en Immanuel Kant. In de 19e eeuw werd het atheïsme een belangrijk onderdeel van de filosofie en de wetenschap.
Wetenschappelijk naturalisme: Wetenschappelijk naturalisme is de opvatting dat al het bestaan en alle fenomenen in de natuur verklaard kunnen worden door natuurwetten en natuurkundige principes. De opkomst van de moderne wetenschap in de 17e eeuw, met wetenschappers zoals Galileo en Isaac Newton, heeft bijgedragen aan deze opvatting.
Evolutietheorie (zie hoger): De theorie van evolutie door natuurlijke selectie, die in 1859 door Charles Darwin werd gepresenteerd en later door Alfred Russel Wallace werd ondersteund, suggereert dat alle organismen op aarde afstammen van een gemeenschappelijke voorouder en dat de evolutie van soorten gebeurd is zonder tussenkomst van een god.
Veel mensen over de hele wereld leven zonder God en lijken tevreden en gelukkig te zijn. Dit suggereert dat het geloof in God niet nodig is om een bevredigend en welvarend leven te leiden.
Er zijn talloze voorbeelden van mensen die grote dingen hebben bereikt zonder op een God te vertrouwen, zoals wetenschappers, kunstenaars en leiders. Dit suggereert dat het geloof in God niet nodig is om succes te behalen.
Er zijn veel verschillende opvattingen over wat God is en hoe hij te benaderen is. Dit suggereert dat het geloof in God niet noodzakelijk is om betekenis en zin te vinden in het leven.
Sommigen beweren dat het geloof in God alleen maar problemen veroorzaakt, zoals oorlogen, haat en onderdrukking. Als dit waar is, suggereert dit dat het beter is om zonder God te leven.
Er zijn talloze alternatieven voor het geloof in God die mensen kunnen gebruiken om betekenis en zin te vinden in het leven, zoals filosofie, wetenschap, kunst en liefde. Dit suggereert dat het geloof in God niet noodzakelijk is om een goed leven te leiden.
Mensen vinden betekenis in hun leven door verbindingen te maken met andere mensen, zoals familie, vrienden, en gemeenschappen.
Mensen vinden betekenis in hun leven door zichzelf te ontwikkelen, door middel van educatie, werk of persoonlijke groei.
Mensen vinden betekenis in hun leven door creatief te zijn, of het nu gaat om kunst, muziek of literatuur.
Mensen vinden betekenis in hun leven door anderen te helpen, door middel van bijvoorbeeld vrijwilligerswerk of carrière in de hulpverlening.
Mensen geven zin aan hun leven door het stellen van levensdoelen en het werken naar de verwezenlijking ervan.
Mensen vinden betekenis in hun leven door verbinding te maken met de natuur en de schoonheid ervan te waarderen.
Mensen geven zin aan hun leven door zich te verdiepen in filosofie en ethiek, en zich af te vragen over de grote vragen van het leven en de wereld.
Sommige mensen vinden betekenis in hun leven door spirituele ervaringen, zoals meditatie, yoga, of andere vormen van innerlijke reflectie, zonder noodzakelijkerwijs aan een specifieke god of godsdienst te geloven.
Er zijn dus tal van argumenten om aan te tonen dat mensen zonder God kunnen leven. Het is aan iedereen om zijn of haar eigen conclusies te trekken of God nodig is om een bevredigend en welvarend leven te leiden als je zelf niet in staat bent een mensbeeld, wereldbeeld of moraal te “maken”. Sommigen zullen misschien het geloof in God als een belangrijke bron van betekenis en “leiding” zien, terwijl anderen andere dingen als belangrijker zullen beschouwen.
Het geloof in God is een persoonlijke “keuze” waarbij iedereen het recht heeft om zijn of haar eigen opvattingen te hebben over deze kwestie. Het is belangrijk om respect te hebben voor de opvattingen van anderen, ook als je het oneens bent met hun standpunt. In plaats van te proberen anderen te overtuigen van je eigen opvattingen, kan het beter zijn om te leren van hun perspectief en om samen te werken om een betere wereld te creëren, ongeacht of we geloven in God of niet.
Sommigen kiezen ervoor om zich te richten op het verkrijgen van materiële welvaart en persoonlijk geluk, terwijl anderen zich richten op het helpen van anderen of op het nastreven van spirituele doelen. Er is geen enkele "juiste" manier om het leven te leiden als God niet bestaat, en het is aan iedereen om zijn of haar eigen keuzes te maken en zijn of haar eigen pad te bewandelen. We zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor ons eigen leven en voor onze eigen keuzes. Dit betekent dat we onze eigen waarden en doelen moeten bepalen en dat we ons moeten houden aan de morele normen die we voor onszelf hebben opgesteld. Het betekent ook dat we respect moeten hebben voor anderen en dat we ons moeten inzetten voor het welzijn van onze gemeenschap en van de wereld als geheel.
Een niet-theïstische systeem zou zelfs een "leer" of een soort "bijbel" kunnen hebben, waarin de fundamentele principes en waarden van het systeem zijn vastgelegd.
Een beschrijving van het natuurkundige wereldbeeld: Dit zou inzicht geven in hoe het systeem de natuur ziet en hoe het de werking van het universum verklaart zonder bovennatuurlijke krachten of entiteiten.
Een humanistisch mensbeeld: Dit zou uitleggen hoe het systeem de waarde van de mens als het hoogste doel beschouwt en hoe het de menselijke natuur en potentieel ziet.
Ethische en morele principes: Dit zou de basisprincipes van de morele en ethische overtuigingen van het systeem beschrijven, zoals zelfverantwoordelijkheid, empathie, en solidariteit.
Een progressief wereldbeeld: Dit zou uitleggen hoe het systeem streeft naar verbetering van de wereld en vermindering van lijden en onrechtvaardigheid.
Een beschrijving van de spirituele dimensie: Dit zou uitleggen hoe het systeem een spirituele dimensie kan omvatten, zoals meditatie, yoga of de verbondenheid met de natuur.
Een wetenschappelijke benadering van kennis: Dit zou beschrijven hoe het systeem de wetenschap als de meest betrouwbare manier beschouwt om kennis te verkrijgen en te begrijpen hoe de wereld werkt.
Een verklaring van persoonlijke vrijheid en autonomie: Dit zou uitleggen hoe het systeem persoonlijke vrijheid en autonomie als waardevol beschouwt, waarbij individuen de vrijheid hebben om hun eigen levensdoelen en overtuigingen te kiezen.
Een aanbeveling voor een verantwoordelijke en ethische levenswijze: Dit zou richtlijnen geven voor hoe individuen kunnen leven volgens de principes en waarden van het systeem, zoals verantwoordelijkheid nemen voor hun eigen daden, ethische keuzes maken, en bijdragen aan een betere wereld.
Een aanbeveling voor verdere studie en reflectie: Dit zou aanbevelen dat individuen blijven leren en reflecteren over hun eigen overtuigingen en houding en dat ze zich blijven verdiepen in de principes en waarden van het systeem, door bijvoorbeeld het lezen van relevante boeken, het deelnemen aan discussies en het bijwonen van lezingen of workshops.
Het is belangrijk op te merken dat zo'n "leer" of "bijbel" niet als een rigide set van regels moet worden beschouwd, maar als een gids voor persoonlijke reflectie en groei. Het is bedoeld om individuen te helpen bij het ontwikkelen van hun eigen morele en ethische overtuigingen en het leven van een verantwoordelijke en ethische levenswijze.
Er is een verwevenheid tussen alles wat leeft (spiritualiteit), een geestelijke connectie. We zijn verbonden met elkaar, niet als één geheel maar als geconnecteerd als schakels met hun eigen functies. Deze verbondenheid is op zich absurd! Het is mijn vrije keuze mezelf te zien als schakel of als geschakeld. Ik schep m.a.w. mijn collectiviteit of connectiviteit. Zoeken naar het oorzakelijke van deze eenheid is niet interessant. Een mystieke of deïstische realiteit hieraan hechten helpt mij niet om in deze reële wereld te leven. Ik moet ook erkennen dat mijn levensbeschouwing sterk beïnvloed is door mijn cultuur, de geleerde en herdachte waarde van goed en kwaad. De verbondenheid of connectiviteit beïnvloedt oorzaak en gevolg maar ik ben vrij om te kiezen welke handelingen ik stel. Mijn geboorte was een redelijk bewuste keuze van twee mensen (van één weet ik het zeker) en die keuze zorgde voor een nieuwe schakel, ikzelf. Mijn bewustzijn is op één of andere wijze beïnvloed door de verwevenheid met andere schakels. Religie blijft m.i. toch eerder een sociaal-cultureel systeem van overtuigingen, praktijken, symbolen en rituelen die gericht zijn op het aanbidden van een godheid of godheden, of op het zoeken naar een hoger doel of zin in het leven. Religie kan ook worden gedefinieerd als een set van overtuigingen en praktijken die betrekking hebben op de relatie tussen mensen en wat ze beschouwen als een ultieme realiteit of waarheid.
In het boeddhisme wordt er bijvoorbeeld geen persoonlijke god vereerd. In plaats daarvan leert het boeddhisme dat alles in het universum verbonden is en dat het doel van het leven is om vrijheid van lijden te bereiken door middel van het volgen van het “Eightfold Path”. Het boeddhisme zie ik daarom eerder als een filosofie in plaats van een religie, omdat het niet gericht is op het aanbidden van een godheid. Echter, voor veel boeddhisten is het boeddhisme wel degelijk een religie omdat er rituelen en ceremoniën uitgevoerd ter ere van de Boeddha en andere belangrijke leraren uit de traditie. Ik zou mezelf dan binnen het “religieus atheïsme” kunnen plaatsen waarbij dit een term is die wordt gebruikt om te verwijzen naar mensen die beweren dat ze niet geloven in goden of bovennatuurlijke krachten, maar die toch deel uitmaken van een religieuze gemeenschap of traditie. Dit kan hier bijvoorbeeld het geval zijn als ik mezelf beschouw als atheïstisch boeddhist en het boeddhisme als een filosofie zie in plaats van een religie zonder geloof te hechten aan persoonlijke goden, maar wel (deels) deelnemen aan boeddhistische praktijken en rituelen. Religie kan m.i. zo dienen als een manier om gemeenschappelijke waarden en normen te bevorderen en om mensen te helpen hun plaats in de wereld te begrijpen en te accepteren. Verbinden dus.
Zulk systeem is een niet-theïstisch systeem, dat stelt dat er geen bovennatuurlijke entiteiten of krachten bestaan en dat de mens verantwoordelijk is voor zijn eigen keuzes en daden. Dit systeem kan dienstig zijn voor Boeddhisten die een niet-theïstische interpretatie van het Boeddhisme aannemen. Boeddhisme dat oorspronkelijk uit India komt en streeft naar verlichting door middel van meditatie en het vermijden van extreme emoties. Er zijn verschillende scholen van Boeddhisme met verschillende interpretaties en accenten, en sommige interpretaties van het Boeddhisme zijn niet-theïstisch, andere zijn theïstisch.
De Theravada traditie van Boeddhisme, die voornamelijk voorkomt in Zuidoost-Azië, is niet-theïstisch en benadrukt de persoonlijke verantwoordelijkheid van de individu voor zijn eigen verlichting. De Mahayana traditie, voornamelijk in China, Tibet, Japan, Korea en Vietnam, die wel theïstisch is. Mijn gebouwd systeem laat me eerder de mogelijkheid aan te sluiten bij Boeddhisten die de Theravada traditie volgen, maar niet echt voor hen die de Mahayana traditie volgen. De fundamentele uitgangspunten die ik in mijn systeem zou moeten toevoegen zijn er twee! Ten eerste de vier edele waarheden: het bestaan van lijden (Iedereen ervaart op een bepaald moment in zijn leven pijn, angst, verdriet of andere vormen van lijden), de oorzaak van lijden ( Lijden ontstaat voornamelijk door verkeerde overtuigingen en daden, zoals jaloezie, hebzucht of gewelddadigheid.), het einde van lijden (Het einde van lijden kan worden bereikt door het ontwikkelen van de juiste overtuigingen en daden, zoals mededogen, vrede en begrip.) en de weg die leidt tot het einde van lijden (De weg naar het einde van lijden is het achtfoldig pad, een praktische methode voor het bereiken van verlichting). Ten tweede, het achtvoudig pad: het juiste begrip (Dit houdt in dat men begrijpt dat lijden bestaat en dat er een manier is om dit te eindigen.), de juiste bedoeling (Dit houdt in dat men de wens heeft om verlichting te bereiken en te helpen anderen om verlichting te bereiken.), het juiste woord (Dit houdt in dat men op een juiste manier spreekt, zonder te liegen of te kwetsen.), juiste daden (Dit houdt in dat men zich gedraagt op een juiste manier, zonder te stelen of te kwetsen.), juiste levenswijze (Dit houdt in dat men leeft in overeenstemming met de morele principes, zoals eerlijkheid en waarheid.), juiste inspanning (Dit houdt in dat men zich inspant om verlichting te bereiken door meditatie en andere spirituele praktijken.), juiste aandacht (Dit houdt in dat men bewust is van zijn eigen gedachten, emoties en daden.) en de juiste concentratie (Dit houdt in dat men in staat is om zich te concentreren op een object, zoals een meditatie-object, om verlichting te bereiken).
Mijn pad is mezelf leren kennen, mezelf kennen is mezelf leren vergeten en mezelf vergeten is me laten wekken door alle dingen rondom mij. Mijn pad is dus een proces van ontwaken zoals op een mooie zomerdag in Dalmatie. Mijn pad is er eerder een die ik kan noemen ‘de leer van de ontwaakte Frank’. Zo ontwaken is een soort vrijheid krijgen waarin ik geboren ben maar die ik al die jaren heb vervangen door de pseudo-onafhankelijkheid van een op zichzelf staand zelf. Mijn pad is een mentale toestand waarin ik -door wat ik doe met concentratie, bewustzijn of bedachtzaamheid, mijn geest kan kalmeren of leegmaken, kan observeren én komen tot een geestelijke controle (mijn geest temmen als het ware). Dit is een proces om te leren leven met een geest die niet/weinig beïnvloed is /blijft door angst, beangstigd door de gedachten over de dingen, eerder dan door de dingen zelf en verlangens want dat levert mij alleen leed op. Dit pad is het resultaat van mijn vrije keuze, een pragmatische keuze binnen de absurditeit van de verbondenheid van wat leeft in de reële wereld die de mijne is. Dit is oprecht leven met het zoeken naar mededogen of mildheid voor mezelf en naar anderen toe. Mijn pad is een pad, een proces, een weg en ik wil er geen doel van maken. Mijn pad is een keuze tot handelen, er is geen resultaatsverbintenis dan een pad om het lijden te stoppen. Van dit gekozen pad sta ik mezelf toe ervan af te wijken! Mijn pad is een vrije keuze voor vrijheid, de wereld ligt voor me open en ik ben vrij om gebruik te maken van de mogelijkheden die me worden geboden. Ik ben ook vrij voor anderen, m.a.w. beschikbaar voor relaties en voor wat anderen me vragen. Ik ben niet absoluut vrij maar vrij tot handelen mits de beperkingen van mijn vrijheid onder ogen te zien: mijn lichaam, de natuurwetten, mijn culturele grenzen, mijn inkomsten, mijn kennis en vaardigheden. De vrijheid van mijn pad is verankerd in het ophouden van begeerte en door het feit dat ik verander is dat mogelijk. Maar er zit een scherp kantje aan want uit angst en verwarring klamp ik me vast aan een zelf dat onafhankelijk van alle voorwaarden bestaat: ik kan leren om de dingen te aanvaarden en te begrijpen zoals ze zijn zonder mij er onafhankelijk van te leren worden door een apart zelf te verzinnen. Dit is ten onrechte verwarring scheppen met individuele vrijheid, het is een star gericht zijn op onszelf! Mijn pad moet maken dat ik me net hiervan kan bevrijden, van deze illusie van vrijheid, al ik dus inzicht krijg in het lijden waarmee deze zogezegde onafhankelijk gepaard gaat en als ik de verwarring en de begeerte kan loslaten die mijn lijden in stand houdt. Mijn pad gaat uit van het kunnen zien hoe veranderlijk, toevallig en creatief ik én de wereld zijn. Als ik de op het zelf gerichte begeerte kan loslaten zal ik meer en meer wakker worden, ontvankelijker worden (zijn) voor de plotse explosie van het “ontwaken” dat elk moment kan plaats vinden, ik heb er alles voor meegekregen, ik hoef er nergens voor heen te gaan. Ik ben dus altijd vrij om te ervaren, vanaf mijn geboorte tot aan mijn dood. Ik daag je uit hier te experimenteren!