Methodiek om problemen aan te pakken
8 stappen
8 stappen
Ondanks het creëren van een veilige leeromgeving en het aanpassen van de didactische activiteit kan er zich toch nog een probleem voordoen. We schetsen hier een stappenplan dat je als school kan doorlopen om naar een probleem te kijken. Werk niet te snel, sta eerst nog even stil bij de uitgangspunten voor het creëren van een auti-vriendelijke omgeving!
STAP 1: Selecteren en afbakenen van het aan te pakken probleem
Een leerling met ASS stelt voor de omgeving onaangepast gedrag. Dit gedrag wordt aangekaart op een overlegmoment. Het schoolteam bekijkt of dit gedrag moet worden bijgestuurd. Men bekijkt in welke mate het probleem het schools functioneren van de leerling belemmert?
STAP 2: Formuleren van concrete en haalbare doelstellingen
Wanneer we beslissen om het gedrag bij te sturen, moeten de verwachtingen van de verschillende partijen uitgesproken worden. We spreken een concreet en haalbaar einddoel af. Wat willen we met de verandering bekomen? Hoe willen we dat de leerling met autisme zich gedraagt? Wanneer kunnen we zeggen dat de doelstelling is behaald?
Voorbeelden : Joeri houdt zich tijdens de speeltijd zelfstandig bezig. De buitenschoolse uitstap is gericht voorbereid zodat hij het aandurft om mee te gaan. Joeri trekt zijn medeleerlingen niet langer de boekentassen van de rug. Kies liever een haalbare doelstelling waarbij een succeservaring zo goed als gegarandeerd is dan meteen je tanden stuk te bijten. Wanneer een belangrijke beoogde verandering voor school en CLB niet haalbaar is, moet worden bekeken met de ouders of externe hulpverlening hier wel een antwoord kan bieden.
STAP 3: Context van het probleem verhelderen
Enkel een zeer duidelijk omschreven probleem is hanteerbaar. Daarom moeten we het probleem zo goed mogelijk in kaart brengen en stilstaan bij de context waarin het probleem zich voordoet. Bij kinderen en jongeren met autisme moeten we er altijd van uitgaan dat onaangepast gedrag een gevolg kan zijn van contextblindheid. De leerling kan de context waarbinnen hij zich moet bewegen niet begrijpen. Deze onduidelijkheid zet een spiraal in gang: stress leidt tot onaangepast gedrag en emotionele (berispende) reacties van de omgeving. Om deze ketting te doorbreken moeten we achterhalen wat voor deze leerling onduidelijk is. Neem niets aan als vanzelfsprekend. Om uit te zoeken waar die onduidelijkheid nu precies zit, is het cruciaal om in detail de context van het probleem te verhelderen. Overleg met alle betrokken op de plaats waar het probleem zich voordoet. Inventariseer het uur van het voorval, wat er voor en na gebeurde, wie aanwezig was, de ketting van gebeurtenissen. Bevraag ook medeleerlingen die aanwezig waren, en natuurlijk de leerling met autisme zelf.
STAP 4: Identificatie van het knelpunt
Verplaats je in de schoenen van de leerling met autisme en probeer zo te achterhalen wat voor hem of haar niet duidelijk was. Betrek hierbij ouders, begeleiders, leerlingbegeleider, zorgcoördinator. Zij hebben vaak heel goed zicht op de belevingswereld van betrokken leerling. De vraagjes onder 3.1.2 kunnen hierbij helpen. Wanneer je hebt gevonden waar het schoentje knelt kan je bij de betrokken partijen nagaan of je het bij het rechte eind hebt: ‘zou het kunnen dat…?’.
STAP 5: Uitwerken aanpak
Eenmaal het probleem duidelijk afgelijnd kunnen we zoeken naar oplossingen die voor alle partijen haalbaar zijn. Dit vraagt vooral creativiteit en de moed om dingen uit te proberen. We illustreren met een aantal voorbeelden hoe je dit aan de leerling kunt verduidelijken, maar het zal altijd een aanpak op maat blijven. De CLB-medewerker kan je hierbij helpen.
STAP 6: Uitvoering
Voer de strategie uit nadat alle betrokkenen (ook ouders) akkoord gaan. Het is belangrijk dat het hele schoolteam op de hoogte is van de gemaakte klas– en schoolafspraken zodat iedereen consequent kan reageren.
STAP 7: Evaluatie
Hebben de aanpassingen het gewenste effect? Hebben we onze doelstellingen zoals afgesproken in stap 2 bereikt? Waren de wenselijke maatregelen ook haalbaar of moeten we opnieuw overleggen en bijsturen?
STAP 8: Bijsturing en/of opvolging