Onderweg bekijk ik nog wat druipsteengrotten, en niet te vergeten het Addo Elephant Park. Dit park heeft net zoveel soorten dieren als het Kruger park maar is véél kleiner en ik kon er zo met de auto in.
Om de nacht door te brengen verblijf ik in Grahamstown in een voormalige gevangenis die omgebouwd is tot hostel. De snelwegen zijn uitstekend en al snel komt de eerste rustplaats in zicht. Durban is een multiculturele stad met zo'n 3 miljoen inwoners.
Weer opgeladen hervat ik de reis en vertrek richting de Victoria watervallen dwars door Botswana. Rond de "vic falls"is wat meer toerisme en het is ook niet moeilijk om een slaapplek te vinden. Van hieruit boek ik een volle dag Withe Water Rafting, 21 rapids oplopend tot "grade 6". In totaal 3 keer om geslagen en aan het eind van de dag was ik gesloopt maar zeer de moeite waard.
Dan op naar de Ogavonga delta, hier begin ik aan een wandeltocht van 3 dagen om wat dieper het gebied in te komen. Het eerste stuk is met een soort van kano om uit de rietlanden te komen, daarna een fikse wandeling tot een geïmproviseerd kamp om de nacht door te brengen. Het is onvoorstelbaar dat je overdag dieren loopt te kijken en 's nachts gewoon je tentje opzet.
Na de wandelsafari is het tijd voor een rondvlucht over de delta, met een oude Cessna vlieg ik een uur lang rond en het is echt prachtig.
De volgende dag weer vroeg op om via de Caprivistrook Namibië binnen te rijden en op zoek te gaan naar het Etosha nationaal park, ook hier weer zelf met de auto rondrijden was geen probleem als Ik maar voor donker het het park uit ben. De reis vervolgd richting Swakopmund waar even wordt uitgerust.
Op een paar uur rijden ligt Sossusvlei, het is een duingebied midden in rotsachtige omgeving. Je vraagt je werkelijk af hoe het komt dat zo iets moois hier ligt.
In het zuiden van Namibië ligt de Fish River Canyon, de op 2 na grootste ter wereld en ook een publiekstrekker. Hierna ga ik richting eindpunt, Kaapstad. Waar ik een gevoel krijg alsof ik thuis kom.