Op een hete zomerdag ga je naar de zee want daar is het koeler. Hoe komt dat?
Doe je dan een witte of zwarte T-shirt/kleedje aan? Waarom?
Je bent vergeten dat je een glazen fles frisdrank in de diepvries hebt gelegd om snel af te koelen. Wat kan er zijn gebeurd?
Waarom maakt men bij het leggen van wegen van deze vreemde onderbrekingen?
Alle materialen zijn opgebouwd uit kleine deeltjes. Die deeltjes trillen en die beweging is heviger bij hogere temperatuur.
De ruimte tussen de deeltjes wordt dan groter en de stof zet uit. Dat wordt duidelijk in het experiment met de bol van ’s Gravensande. Bekijk het filmpje hiernaast.
Als men geen rekening houdt met deze zogenaamde thermisch uitzetting bij het bouwen van wegen, spoorwegen, bruggen, … komt de structuur onder druk te staan. Dat kan leiden tot grote problemen.
Ook vloeistoffen zetten uit bij hogere temperatuur. Je hebt vast al gehoord van een stijging van de zeespiegel als gevolg van de opwarming van de aarde.
Dat komt voor een groot deel omdat het water van alle oceanen een groter volume inneemt.
Water is in veel opzichten een uitzonderlijke stof. De meeste stoffen krimpen bij afkoelen, maar water niet.
Water neemt het kleinste volume in bij 4 °C. Koel je verder af, dan zet het uit. Ijs heeft dan ook een groter volume dan water.
Kijk maar eens naar de fles die je in de diepvries hebt gelegd…
Water in vloeibare toestand vloeit in kleine spleetjes van muren en rotsen. Als het vriest zet het uit. Als deze cyclus lang aanhoudt, worden de scheurtjes groter en dit leidt dit tot verwering. De structuur brokkelt af.
Als je op een hete zomerdag op het strand wandelt, is het droge zand heel heet. Je haast je naar het natte zand of het water om jouw voeten af te koelen.
Sommige stoffen kunnen veel warmte opnemen vooraleer ze een temperatuurstijging ondergaan, andere stoffen warmen veel sneller op. Zand heeft een klein vermogen om warmte op te nemen en het warmt snel op. We zeggen dat zand een kleine warmtecapaciteit heeft.
Hoe zit dat met metalen, piepschuim, plastic, hout, ...? Die materiaal eigenschap kan wel belangrijk zijn.
Water heeft een grotere warmtecapaciteit, er is heel wat energie nodig om het op te warmen.
Dat maakt van water een goed middel om warmte op te slaan. In de natuur heeft dat belangrijke gevolgen: delen van het land die dicht bij de zee gelegen zijn, hebben in de winter nog redelijk gematigde temperaturen. De energie van de zon die onder de vorm van straling in de zomer door het zeewater werd geabsorbeerd, komt in de winter langzaam vrij. In het binnenland, zoals bijvoorbeeld in Oost-Europa, zijn de winters veel strenger dan in West-Europa.
Naar de eerste pagina over temperatuur