Je wil gras en bloemen zaaien in de tuin. Om te weten hoeveel zaad je moet kopen moet je de oppervlakte van je tuin bepalen.
Heb je enig idee hoe groot jouw eigen volume is?
Veel grootheden zoals oppervlakte, volume, snelheid, … zijn afgeleide grootheden. Dat betekent dat je meerdere maten nodig hebt en daar een berekening moet mee maken. Dergelijke grootheden hebben dus ook minstens twee eenheden.
Om de oppervlakte van een vlakke figuur te berekenen heb je 2 maten nodig. Daarom noemen we een vlakke figuur ook tweedimensionaal. Dit kan je berekenen met een specifieke formule per vlakke figuur. Misschien ken je wel al een paar formules of weet je al welke waarden je nodig hebt.
Om het volume van een ruimtefiguur te berekenen heb je 3 maten nodig. Daarom noemen we een ruimtefiguur ook driedimensionaal. Voor regelmatige figuren bestaan ook daar formules voor. Reken zeker na of het resultaat klopt.
Het volume van onregelmatige voorwerpen is moeilijker te berekenen. Hoe bepaal je bijvoorbeeld het volume van een kei of hoeveel ruimte jouw eigen lichaam inneemt? Ontdek het in de video hierboven.
Vloeistoffen hebben geen vaste vorm. Ze nemen de vorm over van het voorwerp waarin ze zich bevinden. Daarom is het volume van vloeistoffen wel te bepalen met één meting. Dat kan met verschillende toestellen die elk hun eigen meetbereik en meetnauwkeurigheid hebben.
In het wetenschapslokaal vind je zeker en vast maatbekers, maatcilinders, maatkolven, meetspuiten, erlenmeyers, pipetten, buretten, ... Ook bij jou thuis vind je ook een aantal voorwerpen waarmee je vloeistoffen kan opvangen en meten. Kijk maar eens op een emmer en een maatbeker die je gebruikt voor het maken van een lekkere cake. Weet je hoe je het volume correct moet aflezen? Hoeveel ml vloeistof zit er in de maatcilinders op de figuren hierboven?