Straling
Straling
Met de afstandsbediening kan je de TV uitzetten.
De buurman moet naar het ziekenhuis voor een bestraling.
Planten gebruiken de energie van het zonlicht om te groeien.
Je kan de pannenkoeken opwarmen in de microgolfoven.
Je krijgt het warm als je ligt te zonnen op het strand.
Thuis bel ik je op met mijn GSM via WIFI.
De zon zendt straling uit.
Een deel van die straling kan je waarnemen met je ogen. Deze straling heet licht.
Een deel van die straling kan je voelen en die straling heet infraroodstraling.
Een deel van de straling kan je niet direct waarnemen, maar ook dan heeft ze een effect. Dit is zo bijvoorbeeld bij ultraviolet straling (UV).
Ook apparaten zenden straling uit zoals bijvoorbeeld microgolfstraling, radiostraling, Röntgen straling en Gamma straling.
Straling heeft energie want ze trilt en laat deeltjes heviger trillen.
Hoeveel energie straling heeft, hangt af van de frequentie van de trilling.
De frequentie is het aantal trillingen per seconde. Frequentie wordt uitgedrukt in Hertz (Hz). Hoe hoger de frequentie, hoe meer trillingen per seconde en hoe meer energie de straling heeft. Licht trilt heel snel: ongeveer 1000 000 000 000 keer of 1 biljoen keer per seconde!
Ook apparaten produceren straling met verschillende frequenties.
Opdracht: definitie van straling: https://ecourses.odisee.be/elearning/wp-admin/admin-ajax.php?action=h5p_embed&id=5504