Stoffen kunnen voorkomen in 3 aggregatietoestanden: vast, vloeibaar en gas.
Wat kan je afleiden uit onderstaande foto's wat betreft de vorm en het volume van ...?
een vaste stof
een vloeibare stof
een gasvormige stof
Niet alleen verschillen deze toestanden in vorm en volume, maar ook in samendrukbaarheid. Je kan dat gemakkelijk zelf onderzoeken met een meetspuit, maar als je die niet direct bij de hand hebt, kan je alvast de animatie hiernaast bekijken.
Wat kan je afleiden over de samendrukbaarheid van een vaste, vloeibare en gasvormige stof?
De meeste stoffen kunnen in de 3 verschillende aggregatietoestanden voorkomen. Dat betekent dat een stof ook van de ene aggregatietoestand naar de andere aggregatietoestand kan veranderen: dit proces heet faseovergang.
Dit kan gebeuren door de temperatuur of druk te veranderen. Als men bijvoorbeeld ijs (vaste vorm) opwarmt dan krijgt men water (vloeibare vorm). Deze faseovergang noemen we smelten. Bij normale luchtdruk smelt ijs bij een temperatuur van 0°C en kookt water bij 100°C. Deze zogenaamde smelt- en kookpunten zijn voor elke stof verschillend. Het is een stofeigenschap van een zuivere stof.
Ga naar de simulatie (kies onderaan voor "veranderingen van fasen"). Onderzoek de verschillende fase-overgangen bij water maar ook bij andere stoffen. Let hierbij op de temperatuur.
In de figuur hiernaast zie je een overzicht van de verschillende aggregatietoestanden en de faseovergangen.
Pas op :
De verschillende aggregatietoestanden van water en de overgang hiertussen, spelen een belangrijke rol in de waterkringloop. Dat wordt goed verduidelijkt in het filmpje.