Eigenlijk willen we voor elke slag een duidelijke kaart maken en een kwartet, dus 4 momenten, De forehand, De backhand en alle andere slagen .. We beginnen in de basispositie de 1e kaart waarop de slagnaam staat en de basisgrip - meestal is dit continental voor beginnende padellers, dan de 2e kaart de beginhouding en de tekst beschrijft op deze kaart de beweging naar de positie om de bal te kunnen slaan dus van laag naar hoog voor een lob of van achter naar voren voor een forehand of backhand. Dan 3e kaart is het slagmoment met daarbij het raakpunt - hierop zien we de bal en het moment van het raakpunt en het lichaam wat in balans is en een gewichtoverdracht doet naar voren of omhoog bij een lob, op elke kaart staat de zelfde speler. Op kaart 4 zien we die speler in de eindfase in balans, de bal is geslagen - in de juiste richting met de juiste vaart en eventueel het effect wat bij de slag hoort, zo hoort bij een vibora een slize beweging en bij een bandeja natuurlijk een platte slag die gecontroleerd is en gericht is op een 2 stuit als die zacht word gespeelt of een punt vlak voor het glas met eventueel iets wat slize zoals de vibora maar dan meer rechtdoor en vlak. De Bajada komt helemaal van achter bij de glaswand dus op dit plaatje willen we natuurlijk de bal zien aankomen terwijl de speler al in een ready positie staat met de arm met het racket omhoog en de bal in het 2e plaatje gaat slaan vlak na de stuit op het glas wanneer de bal voorbij het lichaam komt. Dan in het plaatje 3 willen we de speler in balans zien terwijl het slagmoment gericht is op een hoog naar lage beweging en achter naar voren zodat de bal hard vlak over het net kan worden gespeeld richting de servicelijn van de tegenstander of diep vlak voor het glas. In de eindfase op het 4e plaatje zien we de speler al in balans klaar om naar voren te lopen als de bal geen winner en gescoord punt is dan kan de speler daarna bij het net vast een volley spelen of een smash om de bal af te ronden.