zie de padelslagen via: padelslagen/abcpadel
& instructies via : padelstudie/zoeken
zie de padelslagen via: padelslagen/abcpadel
& instructies via : padelstudie/zoeken
een conceptueel framework van 40-minuten padellessen voor beginners (speelsterkte 9), per slag of slagcategorie. Iedere les behoudt de A1, A2, B, E structuur en technisch/tactisch + SMART + GRAS + aanwijzingen.
Doel : LESVOORBEREIDING INCLUSIEF SMART DOELEN
een volledige les maken van 40 minuten
waarin A1, A2, B en E stap voor stap zichtbaar zijn,
inclusief looplijnen, slagrichtingen, mikpunten en posities.
Speler beheerst de backhand lob na een glasschot, met correcte stand, grip, voorbereiding, slagmoment, armactie, lichaamsrotatie, balans en positionering. De speler kan de bal hoog over de tegenstander spelen naar het achterveld, waardoor het net overgenomen kan worden en druk op de tegenstander wordt gezet.
Beginners (speelsterkte 9):
Techniek: correcte backhand lob na glas, stand, grip, slagmoment en balans.
Tactiek: positionering achterveld, keuze lob naar achterveld of diagonaal, netpositie voorbereiden.
Veiligheid: juiste afstand, gecontroleerde swings, letten op rebound van glas en medespeler.
Voeten op schouderbreedte, knieën licht gebogen.
Lichaam licht gedraaid richting zijlijn, linkervoet iets naar achter (voor rechtshandige speler).
Gewicht licht naar voorvoet, klaar om zijwaarts of achteruit te bewegen.
Klaarpositie: racket ontspannen, armen licht gebogen, ogen op bal.
Extra: iets achteruit stappen bij lage rebound om timing te optimaliseren.
Grip: continentale of backhand eastern grip, pols los en ontspannen.
Voorbereiding:
Racket omhoog en iets naar achteren brengen, elleboog licht gebogen.
Schouders licht gedraaid richting zijlijn, ogen op bal.
Timing: begin slag vroeg om hoogte van lob te controleren en snelheid van glasschot te compenseren.
Slagmoment:
Raakpunt boven schouderhoogte, net iets voor het lichaam.
Arm zwaait gecontroleerd omhoog, pols stabiel.
Eindfase: racket blijft hoog, klaar voor snelle herpositionering of netovername.
Arm zwaai vanuit schouder + elleboog, zachte uitzwaai, pols stabiel.
Lichaam: lichte rotatie van heupen en schouders mee met slag.
Benen: licht gebogen knieën, gewicht verdeeld, klaar voor snelle herpositionering.
Balansarm: tegenovergestelde arm licht gestrekt voor stabiliteit.
Hoofd: ogen volgen bal, gezicht richting slagpunt.
Gewicht gelijkmatig verdeeld, lichte draai heupen en schouders.
Stabiliteit behouden bij uitzwaai en na slag.
Benen actief bij terugbeweging.
Eindstand: klaar om snel naar netpositie te bewegen of achterveld te controleren.
Cirkels/lijnen op grond voor voetenplaatsing en mikpunt van lob.
Cones of hoepels voor landing bal in achterveld.
Kleurcodes: groen = goed, geel = rand, rood = fout.
Marker voor positie van medespeler bij net om botsingen te voorkomen.
Afstand minimaal 2 m tussen spelers.
Trainer aan zijkant, niet in traject.
Racket gecontroleerd zwaaien, niet richting medespeler.
Let op rebound van glas; niet te dichtbij muur/medespeler.
Hoogte lob controleren: geen contact met net of andere speler.
Specifiek: correcte backhand lob na glas met grip, stand, voorbereiding, slagmoment en balans behouden.
Meetbaar: 8 van 10 ballen correct in aangewezen achterveldzone.
Acceptabel: speler behoudt controle en kan netpositie innemen.
Realistisch: haalbaar bij rustige rally’s via glas.
Tijdgebonden: 10 minuten.
Specifiek: variatie in richting en hoogte van lob, correct behoud techniek.
Meetbaar: 6 van 8 ballen correct geplaatst.
Acceptabel: behoud controle bij lichte snelheid en variatie.
Realistisch: haalbaar bij niveau 9.
Tijdgebonden: 10 minuten.
Specifiek: juiste positionering achterveld, keuze lob naar achterveld of diagonaal, communicatie partner, mogelijkheid net overnemen.
Meetbaar: 4 van 5 rally’s correct uitgevoerd.
Acceptabel: samenwerking met partner behouden, aanval starten.
Realistisch: haalbaar in 2 tegen 2 rally’s.
Tijdgebonden: 18 minuten.
Reflectie: wat ging goed / wat kan beter.
Feedback trainer: focus op hoogte, precisie, voetenwerk, balans en slagmoment.
Tips voor thuisoefening: droog oefenen lob, mikpunt oefenen, voetenwerk verbeteren, timing glasschot.
Droog oefenen slagbeweging + lichaam rotatie (2-3 min).
Trainer gooit bal via glas naar mikpunt (3-4 min): focus op voorbereiding, stand, slagmoment, armactie.
Spelers spelen naar elkaar (3-4 min): voetenwerk, balansarm, eindfase slag controleren, hulpmiddelen gebruiken.
Mikpunt oefenen op cirkels/lijnen (5 min).
Snelle ballen via glas, focus op timing, slagmoment, voetenwerk, eindstand (5 min).
2 tegen 2 rally’s, start achterveld, variatie hoog/diep, communicatie “ik ga bal”.
Trainer observeert en corrigeert positie, slagkeuze, timing, balans, netovername.
Speler reflecteert, trainer observeert.
Feedback en tips voor volgende les: precisie, hoogte, netpositie verbeteren.
“Racket hoog, schouders draaien.”
“Raak de bal iets voor het lichaam.”
“Pols stabiel houden, zachte uitzwaai.”
“Eindig slag met racket omhoog, klaar om net te benaderen.”
“Balansarm licht gestrekt voor stabiliteit.”
“Houd focus op mikpunt achterveld.”
“Let op medespeler bij net.”
Focus op variatie in hoogte en richting van lob na glas.
Blijven oefenen op voetplaatsing, slagmoment, balansarm en eindfase slag.
Veiligheid: afstand houden, gecontroleerd zwaaien, geen botsing met net of medespeler.
Eventueel introductie van rally’s met snelle opeenvolgende lobballen via glas en netovername.
GRAS + aanwijzingen:
Goed staan: voeten schouderbreedte, gewicht licht naar voorvoet, lichaam licht gedraaid naar zijlijn.
Grip: backhand eastern of continentale grip, pols los.
Voorbereiding: racket naar achter, elleboog licht gebogen.
Raakpunt: net iets voor lichaam, op heuphoogte.
Armactie: uitzwaaiend van schouder + elleboog, pols stabiel.
Lichaam/balans: rotatie heupen, gewicht op voorvoet.
Hulpmiddelen: cirkels/lijnen voor voeten en mikpunt.
Veiligheid: zelfde als forehand.
SMART:
S: correcte backhand;
M: 7/10 ballen diep;
A: controle;
R: haalbaar;
T: 10 min.
Oefenvormen: droog oefenen, trainer gooit bal, spelen naar elkaar.
Richting variatie, lichte snelheid, heup-rotatie behouden, correct armzwaai.
Hulpmiddelen: cirkels/lijnen voor mikpunt, kleurcodes voor hoeken.
Veiligheid: 2 m afstand tussen spelers.
SMART: 6/8 ballen correct in doelzones.
Oefenvormen: mikpunt oefenen, snelle ballen van trainer.
Achterveld positie, keuze veilig/hoek, communicatie partner.
Veiligheid: afstand, niet slaan in traject van medespeler.
SMART: 4/5 rally’s correct.
Reflectie en feedback