John Tabé hakt door: 01-01-26
Elk jaar met oud en nieuw: het vreugdevuur, de saamhorigheid, de traditie waar Nederland zo graag mee pronkt. De vuren van Scheveningen en Duindorp dragen zelfs het predicaat Immaterieel Cultureel Erfgoed. We vertellen elkaar dat ze symbool staan voor liefde, respect, verbinding en het doorgeven van tradities. Onze cultuur.
Maar er is nóg een traditie: wegkijken. Zwijgen. Niet ingrijpen wanneer het misgaat. En het gaat mis, steeds vaker en steeds ernstiger.
Het sprookje dat alleen ‘buitenstaanders’ rellen veroorzaken, moet stoppen. Ook bewoners doen mee: mensen uit de wijk die vernielen, hulpverleners bedreigen en zich onaantastbaar wanen zodra de vlammen oplaaien. Mensen die traditie zien als een vrijbrief om grenzen te overschrijden. En de rest kijkt toe, haalt de schouders op en fluistert dat het ‘erbij hoort’. Maar intimidatie hoort nergens bij. Vernieling hoort nergens bij. Het bedreigen van hulpverleners. Walgelijk.
Dan volgt de ravage: afvalbergen, kapotte hekken, gesloopt straatmeubilair, een veld dat verandert in een vuilnisbelt. De bewonersorganisatie, die schermt met woorden als saamhorigheid, verbinding en trots op tradities, laat het opruimen over aan dezelfde hulpverleners die eerder met de dood werden bedreigd. Aan mensen die niets met het vuur te maken hebben. Aan Nederlanders die nooit één vonk hebben gezien, maar wel opdraaien voor medische kosten, kapotte lantaarnpalen, verzakte tegels, opengebroken straten, vernielde speeltoestellen en beschadigde privé-eigendommen.
Pronken met traditie en roepen dat ‘we het samen doen’ betekent niet dat een groep eencelligen mag slopen terwijl de rest zwijgt. Oeps, het nieuwe jaar is begonnen.