Hiernaast kan je de lesfiche vinden omtrent les 1 omtrent de bodem. Leerlingen zullen tijdens deze les werken in expertgroepen.
In de lesfiche vind je terug voor welk(e) vak(ken) het lesdeel in aanmerking komt. Daarnaast vind je er mogelijke leerplandoelen terug om aan te werken. Ook zijn er lesdoelen voor jou opgesomd. Niet onbelangrijk zijn de tijdsbepaling, het nodige materiaal, de gebruikte werkvormen en een uitgeschreven verloop.
Na het klasgesprek omtrent het broeikaseffect en de koolstofopslag in de bodem, gaan de leerlingen elke bodemsoort bekijken.
De uitleg omtrent het broeikaseffect en de koolstofopslag kon je hier terugvinden:
A-stroom
Aardrijkskunde
AARa1
De leerlingen lokaliseren en oriënteren aan de hand van digitale en niet-digitale hulpmiddelen personen, plaatsen en gebeurtenissen op het terrein, op de globe en op relevante kaarten.
AARa9
De leerlingen trekken conclusies door gebruik te maken van kaarten, GIS-viewers , atlas, satellietbeelden, luchtfoto’s, schema’s, grafieken, tabellen, determineertabellen en diagrammen.
AARa12
De leerlingen wenden kennis en vaardigheden uit meerdere STEM-disciplines geïntegreerd.
AARa18
De leerlingen beschrijven eigenschappen van gesteenten, bodem en ondergrond.
Wiskunde
WISa11
De leerlingen passen benaderingstechnieken toe: zinvol afronden en schatten van resultaten van metingen en berekeningen.
Basisoptie Economie en organisatie
E+Oa5
De leerlingen passen digitale vaardigheden functioneel toe.
Basisoptie STEM-technieken en STEM-Wetenschappen
STSWa1
De leerlingen onderzoeken natuurlijke, ruimtelijke en technische systemen in STEM-contexten.
STSWa2
De leerlingen onderzoeken de invloed van eigenschappen van materie, materialen en grondstoffen in functie van een vraag of probleemstelling.
STSWa3
De leerlingen passen wetenschappelijke vaardigheden toe.
STSWa9
De leerlingen passen digitale vaardigheden functioneel toe.
STSWa25
De leerlingen onderzoeken de invloed van biotische en abiotische factoren op een organisme.
Geschiedenis
GESa15
De leerlingen leiden informatie af uit een historische bron om een historische vraag te beantwoorden, rekening houdend met het redeneren over historische bronnen .
Nederlands
NEDa1
De leerlingen beleven plezier aan en zijn gemotiveerd voor taal via cultuur, luisteren, lezen, spreken, schrijven, interactie en inzicht in het taalsysteem.
NEDa6
De leerlingen produceren mondelinge en schriftelijke teksten en houden daarbij rekening met de communicatieve situatie (minimumvereisten).
Natuur, ruimte & techniek
NRTa1
De leerlingen formuleren een onderzoeksvraag, voor een afgebakend probleem, aan de hand van aangereikte criteria.
NRTa2
De leerlingen formuleren een hypothese in functie van een onderzoeksvraag aan de hand van aangereikte criteria.
NRTa3
De leerlingen verzamelen bij een onderzoeksvraag gegevens aan de hand van een (terrein)waarneming, een meting, terreintechnieken of een experiment volgens een gegeven werkwijze.
NRTa4
De leerlingen gebruiken nauwkeurig, veilig en met zorg de gepaste hulpmiddelen om metingen, experimenten en een terreinstudie uit te voeren.
NRTa6
De leerlingen trekken conclusies op basis van waarnemingen, kaarten, GIS -viewers, atlas, satellietbeelden, luchtfoto’s, schema’s, grafieken, tabellen, determineertabellen en diagrammen.
NRTa8
De leerlingen formuleren een antwoord op een onderzoeksvraag.
NRTa9
De leerlingen passen stapsgewijs een wetenschappelijke methode toe om een probleem te onderzoeken.
NRTa10
De leerlingen lokaliseren en oriënteren aan de hand van digitale en niet-digitale hulpmiddelen personen, plaatsen en gebeurtenissen op het terrein, op de globe en op relevante kaarten.
NRTa43
De leerlingen leggen het verband tussen de verbranding van fossiele brandstoffen en de broeikasgassen in de atmosfeer.
NRTa53
De leerlingen beschrijven eigenschappen van gesteenten, bodem en ondergrond.
Natuurwetenschappen
NATa1
De leerlingen formuleren een onderzoeksvraag voor een afgebakend probleem aan de hand van aangereikte criteria.
NATa2
De leerlingen formuleren een hypothese in functie van een onderzoeksvraag aan de hand van aangereikte criteria.
NATa3
De leerlingen verzamelen bij een onderzoeksvraag gegevens aan de hand van een (terrein)waarneming, een meting of een experiment volgens een gegeven werkwijze.
NATa4
De leerlingen gebruiken nauwkeurig, met zorg en op een veilige wijze de gepaste hulpmiddelen om metingen, observaties, experimenten en een terreinstudie uit te voeren.
NATa5
De leerlingen gebruiken juiste grootheden en courante eenheden in een correcte weergave en herleiden in functie van de context: lengte, oppervlakte, massa, inhoud/volume, tijd, temperatuur, kracht en energie.
NATa7
De leerlingen trekken conclusies op basis van waarnemingen, schema’s, grafieken, tabellen, determineertabellen en diagrammen.
NATa9
De leerlingen formuleren een antwoord op een onderzoeksvraag.
B-stroom
Basisoptie STEM-technieken
STTEb13
De leerlingen passen digitale vaardigheden functioneel toe.
STTEb15
De leerlingen zetten nieuwe technologieën in bij de voorbereiding of de realisatie van het project.
Natuur en ruimte
N-Rb1
De leerlingen formuleren een onderzoeksvraag voor een afgebakend probleem aan de hand van aangereikte criteria.
N-Rb2
De leerlingen formuleren een hypothese voor een onderzoeksvraag aan de hand van aangereikte criteria.
N-Rb3
De leerlingen verzamelen bij een onderzoeksvraag gegevens aan de hand van een (terrein)waarneming, een meting of een experiment volgens een gegeven werkwijze.
N-Rb6
De leerlingen verwerken digitale en niet-digitale data uit een beperkt aantal bronnen volgens een aangereikt stappenplan tot een samenhangend en bruikbaar geheel.
N-Rb7
De leerlingen formuleren een antwoord op een onderzoeksvraag op basis van metingen, observaties en experimenten.
N-Rb8
De leerlingen passen stapsgewijs een wetenschappelijke methode toe om een aangereikte wetenschappelijke onderzoeksvraag te beantwoorden.
N-Rb22
De leerlingen onderzoeken via een terreinstudie eenvoudige ruimtelijke relaties in een lokaal landschap.
N-Rb24
De leerlingen onderzoeken via een terreinstudie voor een biotoop de onderlinge afhankelijkheid van verschillende organismen en de rol van biotische en abiotische factoren.
N-Rb25
De leerlingen illustreren het belang van biodiversiteit.
Nederlands
NEDb5
De leerlingen brengen met spreek- en schrijfgemak mondelinge en schriftelijke boodschappen (vereisten) over in eenvoudige communicatieve situaties.
PowerPoint instructies (uitleg over expert- en basis groepen)
Kaartjes om de groepjes te verdelen (Zie bijlage “Verdeling groepjes”)
Klei bodem
Leem bodem
Mogelijkheid om aan te kopen: https://www.eurotackle.nl/evezet-leem-droog1kg115602.html?gclid=CjwKCAjwo9rtBRAdEiwA_WXcFolriquurXPy9rube3v4OVm
Zand bodem
Mogelijkheid om aan te kopen: Doe-Het-Zelf-Zaken zoals HUBO
Grind bodem
Dit vind je bij jou in de buurt
Voor elk groepje 1 trechter. Tijdens de inleiding heb jij er 4 nodig.
Voor elk groepje 1 maatbeker. Tijdens de inleiding heb jij er 4 nodig.
Werkbundels voor Expertgroep
Opstelling inleiding:
PowerPoint instructies
Kaartjes verdeling groepen
Werkblad expert-groep
Het volgende document kan ingezet worden als een evaluatie voor de leerlingen. Deze evaluatie is voor de leerling zelf. De leerling gaat zichzelf en zijn of haar groepsleden beoordelen. Het is belangrijk dat leerlingen hun talent zelf kunnen inschatten en vooral zelf kunnen inschatten wat beter kan.
Aan de hand van deze evaluatie worden de rollen van leerlingen beoordeeld. Het is belangrijk dat leerlingen verschillende rollen kunnen aannemen tijdens een groepswerk om dit vlot te laten verlopen.