Jan en Gerry zijn ook in Vietnam aangekomen en samen gaan we 5 weken de omgeving in Vietnam en Cambodja onveilig maken. Vanuit Hanoi gaan we naar Halong Bay. Hier zijn we 3 dagen geweest met een boot. Varen tussen het prachtige karstgebergte met een warm zonnetje als gezelschap. De omgeving is schitterend.
Halong Bay is een mooie verzameling eilanden in het Noorden van Vietnam. In een feeerieke omgeving worden hier jaarlijks enkele milioenen toersten verrast. In een gebied van enkele tientallen kilometers liggen hier grotere en kleine eilanden verspreid. Het is een karst gebergte wat uitmond in de zee. Veel mooie stijle bergen rijzen op uit het water. Bergruggen waar kleine gaten in zijn waar je met een klein boot eenvoudig onder door kunt varen om in een schitterende lagoon terecht te komen.
Het is verrassend te zien hoe het karstgebergte in veel landen zorgt voor populaire toeristische bestemmingen. Vele honderden boten zijn bezig om de dagelijkse grote hoeveelheden toeristen te vermaken. Je kunt er voor een dagtrip naar toe maar de meeste toeristen verblijven er 1 of 2 nachten. Vanuit Hanoi worden de meeste trips verkocht.
Sommige reizgers klagen steen en been over overvolle boten. Hierdoor vergaat voor hen alle plezier. Dit gold niet voor ons.
In het noord-westen van Vietnam, dicht bij de grens met China en Laos ligt Sa Pa. Het is een van de toeristische trekpleisters van Vietnam. Alle grote reisbureaus doen deze stad aan in hun reizen naar Indo-China. In Sa Pa wonen van oudsher een aantal bergvolkeren die je ook in het noorden van Laos en het zuiden van China tegenkomt. Grenzen zijn ook maar door mensen getrokken.
Het is de meest bergachtige omgeving van Vietnam met toppen van ruim 3.000 meter. Tegen de hellingen liggen vele terrasachtige rijstvelden netjes gestapeld. Onder invloed van het tourisme laten de originele bewoners vaak hun oorspronkelijke werk schieten en proberen ze hun (al dan niet handwerk) producten aan toeristen te slijten. Dit lijdt tot schrijnende beelden waarbij trotse bergbewoners langzaam vervallen tot een soort bedelaars de om een aalmoes vragen. Bergvolkeren (Mong, Dzay, ...) met verschillende geschiedenissen en identiteiten verdringen zich om de gunst van de toerist.
Het voortbewegen van de vele toeristen zelf is ook een bezienswaardigheid. Enerzijds de lokale bevolking, gekleed in de verschillende lokale klederdrachten, bedelend om hun vaak zelfde producten te mogen verkopen en aan de andere kant de toeristen die graag foto's en filmpjes maken van deze mensen maar tegelijkertijd krampachtig proberen de aankoop te vermijden.
Het is verrassend hoe goed Engels gesproken wordt door deze vaak nog ongeschoolde meisjes en vrouwen. Het begint met "Where are you from" tot "what is your name". Als het niet goed lukt wordt het later op de dag vaak "please buy from me" en "give me some money".
Ook de als "minority village" aangeprezen dorpen zijn helemaal ingericht op het tourisme en het verkrijgen van aalmoezen.
De natuur is erg mooi. De lokale bevolking heeft een mooie en vaak moeilijke geschiedenis. Toch denk ik wat er zich nu afspeelt later als een zwarte bladzijde in hun geschiedenis terecht komt. Ook wij, als toerist, kunnen het spel helaas alleen meespelen.
Een kleine 100 kilometer ten zuiden van Hanoi ligt het plaatsje Ninh Binh. Ook hier vnd je mooie karstgebergten. Er zijn hier diverse bezienswaardigheden. Wij hebben er twee bezocht, Tam Coc en Ken Ga floating village. Nimh Binh
In Tam Coc kun je je met een roeiboot door gangen van wel 80 meter lang onder bergen van honderden meters laten doorvaren. Het lijkt op Halong Bay maar de vaarwegen zijn veel kleiner. Een leuke bezigheid.
Het roeien gaat hier anders als in Nederland. Men roeit door de roeispanen van je af te duwen in plaats van naar je toe te trekken. Ook zijn sommigen erg bedreven in het roeien met de voeten in plaats van met de handen, een leuk gezicht.
De floating village van Ken Ga is een dorp wat in een waterrijke omgeving ligt. De huizen liggen allemaal aan het water en het vervoer vindt hierover plaats. Wegen zijn er nauwelijks / niet.
Na een lange nachtrit in een slaapbus komen we erg vermoeid in de ochtend aan in Hue. In Hue bevindt zich de oude citadel (verboden stad), waar de koning van Vietnam verbleef. Hoewel een groot deel van het gebied is verwoest of in de oorlog of door het socialistische regime is er inmiddels een kleine poging hetgeen wat erover is te behouden.
Rondom Hue bevinden zich diverse graftomben van de verschillende koningen. Hier kun je met een drakenboot naar toe. Helaas toen wij een boot huurden werden we door de sloppenwijk van Hue gevoerd. Dit was indrukwekkend om te zien, hoe mensen in krotjes op een paar lege vaten net boven het water leven.
Vanuit Hue zijn we via de toeristische route naar Hoi An gereden en zijn we een aantal passen waaronder de "Hai Van Pass", waar de Fransen en Amerikanen in de Vietnam oorlog versterkingen hebben gebouwd, gepasseerd en hebben we Marble Mountain bezocht.
Marble Mountain ligt in een gebergte van marmer wat veel gebruikt wordt voor het maken van marmeren beelden. Een van de bergen, Marble Mountain, is vol gebouwd met allerlei tempels. Inmiddels is er zoveel gebruikt dat er extra marmer uit china moet komen. In Hoi An hebben we de stad bekeken. Er staan hier nog verschillende gebouwen uit de Frans koloniale tijd.
Daarnaast zijn we naar My Son gegaan. Hier zijn resten te zien van tempels van de tweede tot de negende eeuw. Het Cham volk zoals die ook in Ankor Wat in Cambodja te zien zijn. In Vietnam zijn de restanten wel eeuwen ouder.
Tijdens ons bezoek stond het water erg hoog en waren er grote stukken land, wegen en ook de stad onder water gelopen. Als er hier enkele dagen tropische buien neerstorten is er onvoldoende afvoer capaciteit om het water op tijd af te voeren en zjn overstromingen normaal.
Tussen Hue en Hoi An is een mooie kustlijn met mooie stranden en bevindt zich onder andere het beroemde China Beach (Da Nang) waar Amerikaanse soldaten vaak een dag konden ontspannen alvorens ze weer naar het front werden teruggestuurd.
Ho Chi Minh City (voorheen Saigon) is het economische hart van Vietnam. Hier wonen een kleine 8 miljoen inwoners (10% van de totale bevolking). Het gemiddelde salaris is hier bijna 2 maal zo hoog als in het Noorden van Vietnam. De kosten van levensonderhoud zijn ook hoger maar minder dan 2 keer. Dit betekent dat veel mensen uit midden en noord Vietnam naar HCMC trekken om hun bestaan te verbeteren.
Van de Vietnam oorlog is hier weinig te merken. De westerse toerist wordt welkom ontvangen en de deviezen die ze het land inbrengen zjn duidelijk welkom.
Ten zuiden van HCMC (Ho Chi Minh City) bevinden zich de uitlopers van de Mekong rivier (Mekong Delta) die begint in China en na ruim 4000 kilometers in de zuid chinese zee eindigt. Jaarlijks wordt bijna 80 cm nieuw slib aangevoerd wat leidt tot een erg vruchtbare grond. Dit is het meest vruchtbare deel van Vietnam en kent 4 jaarlijkse rijstoogsten.
Ook zijn hier grote fruit- en groentenkwekerijen te vinden (o.a. Ben Tre).
Het vervoer vindt hier nog veel over water plaats. Veel landerijen zijn alleen via het water te bereiken, ingeklemd tussen de vele vertakkingen van de Mekong. In Can Tho is er een levendige handel in vers fruit en groenten op de rivier waar de landbouwers hun product per boot aanvoeren en op het water wordt verkocht en overgeladen op boten van tussenhandelaren "floating market". Die het op hun beurt weer verder vervoeren naar hun afnemers.
De laatste plaats die we aandoen in Vietnam, voordat we verder gaan naar Cambodja, is het eiland Phu Quoc gelegen in het zuiden onder de kust van Cambodja / Vietnam.
Het eiland is een omstreden gebied tussen Vietnam en Cambodja. Op dit moment is het eiland Vietnamees grondgebied. Het eiland is ca 1320 vierkante kilometer. Het eiland is vol met tropische bossen. Ook zijn er een aantal legerplaatsen ter bescherming van het grondgebied. Naast de export van zwarte peper, vis en vissaus is tourisme een steeds belangrijkere bron van inkomsten voor de eilandbewoners. Het eiland kent een grote vissersvloot bestaande uit kleine houte vissersboten die in de vroege avond uitvaren en in de morgens hun vis en schaaldieren op de markten aanbieden.
Aan de kustlijn zijn enkele mooie stranden te vinden waarvan er nu een aantal volgebouwd zijn met resorts. De stranden zijn zo groot dat je vaak alleen of met enkele medebewoner van een resort op het strand kunt liggen / zonnen / zwemmen. Het hoogseizoen is hier van november tot eind maart. Van april tot october is her het regenseizoen en is er veel mnder tourisme.
De infrastructuur op het eiland is nog beperkt. De meeste wegen zijn nog niet verhard.