We hebben vele tempels mogen bezichtigen, wat een mooie zitten erbij en dan ook nog erg oud. Je kunt nu nog steeds dames en heren in traditionele kledij zien zonder dat er een speciale gebeurtenis is. De jeugdige dames en heren zijn (zeker in Tokio) erg bezig met hun uiterlijk. Kleding en haardrachten worden op allerlei manieren gecombineerd. Leuk om te zien en je blijft er naar kijken. Ook de werklieden hebben hun eigen klederdracht. Zie je het al voor je: van die stoere werkmannen en dan van die wijde pofbroeken aan. MMMMMMMMMMMMMM. Ook hier blijf ik naar kijken. Japan is ook file rijden op de doorgaande wegen, oudere mannen hebben vaak een baan als veiligheidsagent. Ze staan aan de ingang van parkeergarages, bouwplaatsen, wegwerkzaamheden,winkels, etc. het verkeer te regelen zodat er geen botsingen plaatsvinden . Bij tempels en andere bezienswaardigheden komen ze op hun fiets voorbij gereden, of zitten ze op hun stoeltje in een museum. Kom je bij een tolweg floept er een ouder mannetje tevoorschijn die geld wil (waarschijnlijk omdat je naar hem mag kijken) en na ontvangst van het geld floept hij weer naar binnen (net poppenkast ,alleen ben je je geld kwijt). Alles wat vlak is in Japan is bebouwd. Is het niet met behuizing dan is het wel met rijstvelden. Waar we iedere keer aan moeten wennen zijn die grote drukke steden. Alle draden zijn bovengronds, bij sommige steden lopen er grote rondwegen boven de wijken door( viaducten), staat er veel industrie en er hangen ontzettend veel reclameborden. Het is allemaal erg onrustig totdat je eraan gewend bent en er doorheen kijkt. Japan is ook het land waar men 60 uur in de week werkt met 4 vakantiedagen per jaar. Waar een hoge werkdruk is, waar veel zelfmoorden plaatsvinden. Men ziet geen prullenbakken op de straat, alleen bij sommige winkels staan er. Men neemt het afval(papiertjes, lege flesjes, etc mee naar huis om het in de eigen prullenbak te stoppen). Er ligt ook bijna geen afval op straat. Japan is aardig bewerkt door aardbolstoffeerders. Overal waar een mens dreigt te kunnen komen ligt asfalt. Het land is gokverslaafd aan het spel Pachinko&Slot. Duizenden grote gebouwen zijn er neergezet en het zit iedere dag helemaal vol. Voor het gemak zijn er hotels naast gebouwd. Deze hotels(lovehotels) bieden na het gokken een prettige afsluiting met allerhande love speeltjes in de kamer(zelf mogen zien). Wat mooi en rustig zijn daarentegen de heuvels en bergen met hun groene begroeiing. Zeker met deze temperaturen (30-35) is het vochtig en klam en kom je in een tropisch regenwoud terecht, dat zie je ook wel aan de begroeiing. Er wonen ook apen in sommige heuvels en die zijn we natuurlijk gaan bezoeken. Gezellig. Het is een land waar je best een aantal maanden kunt rondzwerven. Het is natuurlijk niet zaligmakend. Ondertussen waren we toch ook nog met de autoverscheping bezig. Dit was inmiddels al bijna twee maanden. Nu dachten wij alles rond te hebben in overleg met de maatschappij uit Vietnam en die uit Japan, alles nog eens duidelijk doorgenomen op het kantoor, kregen we deze week nog even een cadeautje toegeworpen. Het importeren in Vietnam viel iets duurder uit dan gedacht. Na nogmaals met de reder in Vietnam, en daar de douane het doorgenomen te hebben kwamen ze steeds op het sommetje uit van 30.000 dollar om 4 weken te mogen vertoeven in Vietnam met de auto. Dat is toch wel erg gortig en de auto gaat dus op transport naar Nederland. Heel jammer, maar het is nu eenmaal zo. Vanaf 6 september gaan wij als twee oude hippies China bekijken (hihihihi) en backpacken door China en als dit goed gaat gaan we gewoon doornaar andere landen. En anders ...................................
6 september vliegen we vanuit Tokio Shanghai China binnen. Het passeren van de grens is een peuleschil en al snel kunnen we met de Maglev trein naar de stad.
20 juli tweede poging, we hebben alle vereiste documenten verzameld en willen nu als backpacker met een ticket van Japan naar China. Helaas is dit nu aanleiding om ons niet te willen helpen in Mongolie maar ons door te sturen naar Japan.
2 juli 2008, Zoals gewoon begint te worden moeten we eerst een visa scoren om China in te kunnen gaan. 2 Juli gaan we op bezoek bij de Chinese ambassade in Ulaan Bataar. Hier worden we snel met een nieuwe uitdaging geconfronteerd. Door de onlusten in Tibet en de komende Olympische Spelen zijn sinds April de toegangseisen voor China weer aangescherpt. Tevens kunnen visa's zonder opgaaf van reden worden geweigerd. Hoewel het officieel nooit mag is het nu onmogelijk met eigen vervoer China in te gaan zonder allerlei formaliteiten ruim van te voren te hebben geregeld. Navraag bij een ervaren touroperator leert dat we geen schijn van kans hebben dit jaar. Conclusie is dat we het kunnen vergeten om met eigen vervoer China in te kunnen gaan zoals we van plan zijn. Wat nu, het lijkt dat onze reis voor de tweede keer tot een abrupt einde komt. Helemaal ontdaan zetten we de volgende 48 uur al onze opties op een rijtje. We zijn er bijna van overtuigd dat er maar een ding rest en dat is met hangende pootjes naar huis te gaan. De kinderen worden alvast op de hoogte gebracht. Dan komen de eerste serieuze opties op tafel. Kim stelt voor de auto via Vladiwostok naar Alaska verschepen en vandaar naar Zuid-Amerika reizen. Een andere route maar ook aantrekkelijk. Als verschepen een optie is waarom de auto dan niet om China heen naar Vietnam te verschepen, zei de BMW dealer in Ulaan Bataar toen we even de twee achterbanden lieten vervangen. Het verschepen zou ca. 42 dagen duren en 20.000 Euro kosten. In die tijd kunnen wij oudjes natuurlijk ook backpackend door China. Een normaal touristen visa is nog geen probleem als je de benodigde papieren (entry en exit ticket, some booked hotel accomodation and letter of financial liability) kunt laten zien.
27 augustus 2008, inmiddels is het ons gelukt om in Japan een normaal toeristen visum voor China te bemachtigen. Geen poeha, geen discussie gewoon snel (1 dag wachten en 7.000 yen armer).Waarschijnlijk zijn de regels weer versoepeld omdat de Olympische Spelen weer voorbij zijn.
5 Oktober: Eindelijk hebben we een visum. 5 October verlaten we China per bus van Nanning naar Hanoi. De grensovergang ligt tussen Youyiguan (China) en Dang Dong (Vietnam). We moeten hier van bus wisselen (Chinese bus omruilen voor een Vietnamese bus). Maar verder gaat het van een leien dakje. Zelfs voor het gebied tussen China en Vietnam waren er electrische karretjes die ons een 500 meter verderop brachten.
Een van de belangrijkste doelen van onze reis is altijd een uitgebreid bezoek aan China geweest. Hier hadden we 6 maanden voor begroot (2 perioden van 3 maanden). Op eigen gelegenheid door China reizen en vrij kennismaken met dit voor ons soms moeilijk te begrijpen land was iets waar we jaren naar hebben uitgekeken. Inmiddels weten we dat we China met de rugzak moeten doen en ons eerste visum is slechts geldig voor 30 dagen.
Hierdoor zullen we minder van China kunnen zien dan we van plan waren.
Het reizen met het openbaarvervoer in China is een uitdaging. Dat begint met het uitzoeken welke trein of bus je moet hebben en het bemachtigen van het juiste kaartje. Het vinden van het goede treinstel lukt goed, omdat je via een centrale wachtruimte alleen de goede kant op kan. Het treinnummer is goed leesbaar. Het uitstappen op het goede station is al weer wat lastiger omdat dt vaak laat en alleen in het Chinees staat aangegeven. Vragen helpt vaak ook niet omdat de meeste Chinezen geen Engels praten en geen idee heb wat je bedoelt.
De chinese economie is sterk in opkomst. Op grote schaal worden er wegen aangelegd tussen de grote steden. Veel verkeer is er op deze wegen nog niet, maar de wegen zijn er wel op voorbereid. Massaal worden oude wijken in steden platgegooid en vervangen door hoge flats met kleine appartementen. De steden worden daardoor erg saai en er is weinig reden meer om ze te bezoeken. In het zuiden van het land aan de grens met Vietnam, Laos richting Tibet is deze ontwikkeling nog niet echt begonnen en kun je nog volop genieten van oude stadswijken en oudere (authentieke) bouwstijlen die van gebied tot gebied veranderen.
Deze stad heeft een oude historie als handelsstad met de rest van de wereld. Je vind hier veel westerse invloeden. Het is een stad van twee uitersten. Aan de ene kant wil men mee doen in de vaart der volkeren en heb je hier een van de mooiste sky-lines van de wereld. In de directe omgeving van het financieel centrum kom je in een hoeveelheid winkels terecht waar Amsterdam niets bij is (de Bund). Daar tegenover zie je hier ook nog gewone armoe en veel mensen voor wie de fiets nog het enige vervoermiddel is. Buiten het business centrum zie je dan ook nog veel meer fietsen dan auto's. Op de lokale markten wordt nog gehandeld in levende dieren (schildpadden, kikvorsen, eenden, krabben, etc.).
Op weg naar Beijing bezoeken we Nanjing. Een typische Chinese stad met een lange historie aan de Yang-Tse rivier. In deze stad bezoeken we een tempel van Confusius.
Eindelijk zijn we dan in Peking gearriveerd. Ruim een maand later dan gepland. Hier hebben we een aantal van de standaard toeristische attracties gedaan, zoals iedere goede toerist betaamt. Eerst hebben we rondgelopen bij het Tiananmen plein en een bezoek gebracht aan het paleis van de Hemelse Vrede (partijgebouw van de communistsche partij). Hierbij zijn we ook nog het Mausoleum van Mao gepasseerd. Dit was echter gesloten. Van de studentenrellen is niets meer te zien, wel staan er op elke hoek mensen in uniform en staat het plein in het teken van de Olympische spelen.
Na dit bezoek zijn we op bezoek geweest bij de grote muur. Hiervoor zijn we naar de grote muur bij het plaatsje Mutianyu ca. 50 kilometer buiten Peking gereden. Erg indrukwekkend om een deel van dit gigantische bouwwerk met eigen voeten te mogen betreden. Eerst met een kabelbaan ca. 100 meter omhoog en toen mochten we 5 kilometer over de muur lopen met leuke hoogteverschillen. Dit is ook goed voor de conditie.
De dag daarna hebben we de verboden stad bezocht. Hier kom je ogen te kort. In het middenstuk staan een drietal grote centrale paleizen met aan de zijkanten tientallen verschillende kleinere paleizen van de verschllende keizers en / of hun vrouwen. De wijze hoe hier de keizers van het volk werden afgeschermd door een hele reeks eunuchs maakt indruk. Door allerlei intriges hadden de Eunuchs meer macht dan goed was.
Op de laatste dagen proberen we een bezoek te brengen aan de Paralympics. Eerst moet je bij de Bank of China een kaartje zien te kopen. Voor dezelfde dag? Nee dat kan niet (terwijl er nog vele lege stoelen zijn), dat past niet in het proces. Dus besluiten we maar zo naar het terrein te gaan en dat te gaan bezichtigen. Daar aangekomen blijkt er een immense hoeveelhed beveiliging te zijn en kun je nauwelijks in de buurt van de spelen komen. Zonder geldig kaartje kun je het vergeten. Gelukkig ook in China bestaat een grote zwarte markt en rondom het terrein zijn allerlei kaartjes te koop. Eerst durven we niet (misschien zijn ze wel vals) maar uiteindelijk kopen we 2 kaartjes (bleek later pas dat ze voor de volgende dag waren). Dus mochten we dag er na weer terug. Toen hebbben we lekker kunnen rondlopen en mochten we genieten van een leuke basketbalwedstrijd voor rolstoelers tussen Israel en Duitsland. Duitsland won met 63 tegen 48. En nog het laatste stukje van de wedstrijd tussen Brazilie en Zuid-Afrika. Mede dankzij de zwarte markt hebben we het toch leuk gehad.
Xi'an, gelegen in centraal China in de provincie Shaanxi, is een snel groeiende stad. In het centrum van de stad staat een mooie Bell Tower en Drum Tower,. Deze werden vroeger gebruikt om de tijd aan te geven. De Drum Tower gaf de tijd aan dat de stadspoorten dichtgingen, de stad veilig en op slot was en men kon gaan slapen. Bij zonsopgang werd de trom geslagen om aan te geven dat de stadspoorten weer open waren. De Bell-Tower werd gebruikt om de verschillende tijden over dag aan te geven. Ook vnd je in het centrum van de stad een Moslim wijk met veel kraampjes en winkeltjes. Tevens is hier de Grote Moskee van Xi'an (grootste van China) te vinden.
Buiten de stad heb je het Shaanxi Animal Rescue centre. Hier wordt, ook zoals in het grootste Panda rescue centre in Chengdu, geprobeerd de reuzenpanda van uitsterven te behoeden. In de provicie Shaanxi leven ca 270 Panda beren van de ca. 1600 nog levenden. In het park verblijven er 16.
De grootste touristenattractie in de buurt van Xi'An is het Terracottaleger. Dit leger van aardewerk is gebouwd om de toenmalige keizer Qin Shi Huangdiook na zijn dood in staat te stellen zijn rijk te verdedigen. Hoewel al enkele jaren na zijn dood dit aardewerk leger door opstandige boeren is vernield is het eeuwen verdwenen geweest onder een dikke laag klei. Pas in 1974 is het bij toeval weer ontdekt. Aan het leger is door velen gewerkt en allen die hieraan gewerkt hebben zijn ter plekke omgebracht om te voorkomen dat informatie zou uitlekken naar buiten.
ChengDu (成都) is een gewone Chinese stad in China met twee interessante zaken te weten het grootste Panda opvangcentrum en 150 kilometer zuidwaarts in Leshan het grootste boedha beeld (71 meter hoog) van de wereld.
De reis van Xi_An naar Chengdu hebben we gemaakt per trein in een soft-sleeper (4 personen in een coupe en 2* 2 stapelbedden). De geplande reisduur was 18 uur en de verwachte aankomsttijd rond half vijf in de middag. De reis ging door een bergachtig gebied en volgt veelal de Yang-Tse rivier. Hoewel het grootste deel van de reis door tunnels gaat zijn de stukken waar geen tunnel is leuk om te zien.
In de ochtend ontstond de eerste vertraging. Omdat er (bijna) niemand Engels sprak en wij geen Chinees hadden we geen idee wat er aan de hand was.
Uiteindelijk hebben we 15 uur extra nodig gehad om op onze bestemming aan te komen en arriveerden we om half vier in de ochtend bij ons hotel. Gelukkig mochten we hier zonder problemen naar onze kamer. Er was een landverschuiving geweest veroorzaakt door zware regenval en die had aarde over de rails gespoeld. Dit moest natuurlijk worden opgeruimd voordat wij erover heen konden.
Bij een lokaal reisbureau hebben we geinformeerd naar de mogelijkheden om naar onze volgende bestemming te komen (DaLi). Door een aardbeving van een aantal maanden gelden werd ons geadviseerd dit met een vliegtuig te doen. Ook hebben we hier een tour geboekt naar het Boedha beeld.
Het bezoek aan het Boedha beeld was leuk. De heenreis en de lunch verliep voorspoedig. De contacten met de chinese medereizigers waren leuk (veel handen en voetenwerk). Het beeld is indrukwekkend en uitgehouwen uit een grote klif. De terugreis verliep helaas anders dan gepland. Om de een of andere voor ons duistere reden werden we in een andere (openbare) bus gezet en teruggereden naar een groot busstation net buiten de stad. Hoe we van hier naar ons hotel moesten komen mochten we zelf uitzoeken. Met wat extra geld (3 euro voor een taxi) ging dit uitendelijk ook weer goed.
Vanuit Peking zijn we naar Datong getrokken.Een tocht van 6 uur op een harde rechte stoel in een volle drukke coupe.
In Datong werden we direct opgevangen door het locale VVV kantoor (CITS) die ons meteen een tour aanpraatte naar twee mooie attracties in de buurt van Datong. Dit zijn het hangende klooster (Xuankong Si) en de Boedha Grotten van Yungang. Ook gaan ze een ticket regelen voor onze volgende etappe de reis naar Xi-Ann. Dit was meteen snel geregeld en konden we meteen ons hotel opzoeken. Datong zelf is een gewone stad. In de omgeving van de stad zijn de op een na grootste kolenmijnen van China te vinden.
Het hangende klooster is een leuk klooster dat tegen een stijle wand is aangebouwd. Hier zijn een aantal mooie houten constructies tegen de bergwand aangezet. Daarbinnen staan een aantal mooie oude beelden van het Taoisme, Boedisme en Confusius.
De Boedha grotten is een klasse apart. Over een afstand van een kilometer zijn eind 4e en begin 5e eeuw een 45 tal grotten in de bergen gehakt met in en buiten de grotten allerlei boeddha beelden en bijbehorende versieringen. Hoewel door de tijd heen veel is verdwenen door erosie en vernielingen is er nog altijd van alles te zien en kan een goed beeld gevormd worden hoe het geweest moet zijn. Volgens onze reisleidster hebben hier 40.000 mensen circa 60 jaar aangewerkt.
De provincie Yunnan is een van de meest toeristische plekken in China. Hier vind je toerstische oorden zoals LiJang, DaLi en Shangri-La. In deze province kun je makkelijk een maand vertoeven zoveel moois is er te zien. Wij hebben ons helaas moeten beperken tot DaLi en directe omgeving. Hier hebben we naast de bekende publiekstrekkers echt (weer) kunnen genieten van een unieke omgeving binnen en buiten de oude stad.
De rit van ChengDu naar Dali ging eerst per vliegtuig naar Liang en vandaar per bus naar DaLi. De busreis verliep voorspoedig en er waren leuke dingen te zien onderweg. Vlak voor DaLi was er een ongeluk gebeurd en konden we met eigen ogen zien hoe Chinezen reageren als het verkeer stopt. Ze rijden met zijn allen zo ver mogelijk naar voren zodat er (bijna) niemand meer doorkan. Er stonden 3 rijen auto's naar 1 kant op een normale 2 baans weg. Maar gelukkig konden we na 5 kwartier vertraging onze reis weer vervolgen. We dachten op een busstation te worden afgezet waar we een taxi naar onze hostel konden vinden. Maar wat gebeurt er op een plek waar geen taxis te vinden waren, werden we gevraagd de bus te verlaten (teminste een tiental anderen stapten ook uit en wij begrepen dat het met DaLi te maken had en dus stapten wij ook maar uit). Op onze vraag (en een briefje) hoe verder wees men ons een beetje naar rechts / links en liet men merken dat dat geen probleem zou zijn. Daar stonden we dan met onze rugzak en begon het zachtjes te regenen. Na nog een aantal mensen ons briefje te hebben laten zien zat er niets anders op dan naar rechts / links te gaan lopen. Gelukkig stopte er na een minuut of vijf een klein mini-busje en de gebaarden ons of we mee wilden rijden. Na het briefje te laten zien en te vragen How Much beloofden ze ons voor 20 Yuan naar de plaats van bestemming te brengen (en dit gebeurde ook netjes).
Vanuit ons Hostel hebben we het oude stadje bezocht (erg leuk) en een tour door de omgeving gemaakt (nog leuker). Tijdens deze tour hebben we twee leuke lokale markten bezocht wat veel leuke kiekjes heeft opgeleverd. Ook kwamen we uit bij een kleine boedhstische tempel waar een aantal dorpsbewoners aan het zingen en dansen waren. Naast de mooie eenvoudige boedha beelden een leuk gezicht.
Gelukkig hier geen grote grauwe flats waar mensen als sardientjes worden opgeborgen.
Hier nog veel "gewone" huizen (een binnenplaats met daaromheen vaak drie huizen allen behorende tot leden van dezelfde familie) met twee of drie verdiepingen. Op de begane grond en de binnenplaats bevinden zich allerlei zaken om in het levensonderhoud te kunnen voorzien (voertuigen, vee, gereedschap, ..). De huizen hebben vaak witte gestucte muren met mooie schilderingen en toegangspoorten.
Als slotstuk van de dag zijn we met een lokale visser op het meer met aalscholvers vissen wezen vangen. Dit was een belevenis op zichzelf. Zelfs Jose was ineens niet meer bang van het water.
Vanuit DaLi vertrekken we op 2 oktober naar GuiLin waar we een boottocht door het Karstgebergte hopen te gaan maken.
Het merendeel zijn Chinezen maar de westerse toerist vormt er ook een aanzienlijk deel van.
Dagelijks gaan er vele tientallen toeristenboten van Guilin in colonne naar Yangshuo. Onderweg wordt deze passagiers een lekkere chinese lunch aangeboden die op de boten zelf wordt klaargemaakt. Hiervoor wordt onderweg zelfs vis van lokale vissers gekocht (leuk om te zien). Als ze de passagiers in Yangshuo gedropt hebben gaan ze leeg weer terug om de volgende dag hetzelfde ritueel te herhalen. De meeste passagiers worden met touringcars weer teruggebracht naar Guilin, meestal na nog een extra attractie te zijn aangesmeerd in Yangshuo.
Het gebied is erg mooi maar het grote aantal toeristen en de daarbij behorende "geforceerde handelaren" maken het allemaal iets minder leuk. Om langs kraampjes te slenteren en chinese souveniertjes te kopen ben je hier op de juiste plaats.
Guilin is een stadsprefectuur in het zuiden van de volksrepubliek China in de provincie Guangxi. Het gebied is het begin van een karstgebergte in China. Door dit gebergte stroomt de rivier Li richting Yangshuo. In dit gebied zijn zeer mooie plaatjes te schieten. Het is dan ook een van China's grootste toeristische attracties. In het stadje Yangshuo (ca 100.000 inwoners) komen jaarlijks meer toeristen. In 2007 schatte men het aantal tussen de 20 en 25 miljoen.
Het merendeel zijn Chinezen maar de westerse toerist vormt er ook een aanzienlijk deel van.
Dagelijks gaan er vele tientallen toeristenboten van Guilin in colonne naar Yangshuo. Onderweg wordt deze passagiers een lekkere chinese lunch aangeboden die op de boten zelf wordt klaargemaakt. Hiervoor wordt onderweg zelfs vis van lokale vissers gekocht (leuk om te zien). Als ze de passagiers in Yangshuo gedropt hebben gaan ze leeg weer terug om de volgende dag hetzelfde ritueel te herhalen. De meeste passagiers worden met touringcars weer teruggebracht naar Guilin, meestal na nog een extra attractie te zijn aangesmeerd in Yangshuo.
Het gebied is erg mooi maar het grote aantal toeristen en de daarbij behorende "geforceerde handelaren" maken het allemaal iets minder leuk. Om langs kraampjes te slenteren en chinese souveniertjes te kopen ben je hier op de juiste plaats.