Vanuit China zijn we even een weekje in Hanoi geweest. Wat een gezellige, drukke en rommelige stad. We zijn hierna met openbaar vervoer( 15 uur op een houten treinstoel) naar Dong Ha gegaan waar we de grens met Laos overgestoken zijn. Het is toch wel een aparte ervaring om te zien dat echt elk land anders is. Ook nu weer is het verschil groot. In Dong Ha zijn we met de plaatselijke busdienst naar de grens gegaan. In eerste instantie denk je dat je met nog een aantal toeristen het busje voor jezelf alleen hebt. Maar nee hoor, we rijden eerst nog een paar maal door het dorpje om te kijken of er nog meer mensen een lift nodig hadden en onderweg pikken we er ook nog wat op. Soms zaten we met 16 personen in het busje wat in Nederland niet verder komt dan 9 personen anders krijg je een bekeuring. Ook beesten en aanverwante spullen worden in en uitgeladen. Het gaat allemaal even soepel. Ze staan bijna niet stil. Als we onderweg zijn zien we al snel de veranderingen in het landschap. Naarmate we dichter bij de grens komen worden de huizen paalwoningen, de wegen worden slechter, buffels en andere dieren lopen los, en je ziet steeds meer mensen lopen. We merken duidelijk dat het land dat we naderen een stuk armer is dan de plaatsen die we gezien hebben in Vietnam. De paalwoningen verkeren regelmatig in een erg slechte staat, we zien dat mensen water halen en zich wassen in kleine meertjes waar het water niet al te schoon is. De leefomstandigheden zijn duidelijk een stuk minder. Bij de grens aangekomen verloopt het allemaal heel soepel. Vietnam uit is even een stempeltje, Laos in is een kwartiertje wachten en dan hebben we en een visum en een stempel en kunnen we weer verder. Hoezo bagagecontrole.
Laos is een groen land, ligt ingeklemd tussen Vietnam, Cambodja, Thailand , Myanmar(Birma) en China. Het land is maar voor 4% bebouwd. Allemaal in de buurt van de Mekong en de zijrivieren. De rest is nog niet klaar voor ontginning want dat ligt nog vol met nog niet ontplofte mijnen, bommen en granaten uit de oorlogen van Vietnam en Cambodja. Er zijn hier en daar wel kleine opruimdiensten maar die kunnen niet veel doen want er is geen geld. De mensen zijn erg vriendelijk, in de dorpen wordt je door iedereen begroet en vinden ze het prachtig dat je komt kijken. Ze zijn erg trots op hun land en wat ze tot nu toe bereikt hebben. Ze mogen ook de Aziatische spelen mee organiseren voor 2009. Er worden twee grote stadions gebouwd. We zijn op een tweedaagse trekking geweest en hebben bij mensen thuis geslapen. Zo mag je een stukje van hun leven meemaken. Het was toevallig ook nog de afsluiting van de regenperiode en men gaat dan naar de tempel om Boeddha te eren. Ook wij mochten hierin meedoen, ’s avonds een gezamenlijke maaltijd met verschillende extra familieleden en de ouderen uit het dorp omdat wij er als gasten waren, daarna naar de tempel en om 8 uur naar bed (de dag begint hier om 4 uur) De volgende dag was het op tijd opstaan om de monniken hun eten te geven.
Het is een land om te relaxen, dat hebben we dus ook gedaan. We hebben verschillende plaatsen bezocht, nog even met een tractorbinnenband op de rivier gedobberd (oude hippies), onderweg kon je kroegjes aandoen en verschillende soorten blij makende artikelen roken. Alleen de grote doorgaande wegen zijn verhard en die in de wat grotere dorpen, voor de rest is het kleigrond en dit wordt een heerlijke soep waar je doorheen moet als het regent of geregend heeft. Grotten bezoeken met die gladde kleigrond onder je voeten is ook een ervaring apart
In de wat grotere dorpen kreeg Peter verschillende keren Viagra aangeboden(hihihi) en hij heeft weer veel reactie gekregen op zijn baard. Door het hele land staan veel tempels en zien we veel monniken. Het eten is smakelijk en soms ook pittig. Dan komen de vlammen uit je oren. Eten naast een open riool is ook normaal. Al met al is het een erg leuk land om te ontdekken. We zijn betrokken geraakt bij een vrijwilligersorganisatie die werkt in Cambodja. Deze organisatie wil ervoor zorgen dat de plastic zakjes niet meer op de grond terecht komen maar verzamelt en verwerkt worden tot een ander bruikbaarder product. Als we in Cambodja zijn gaan we het project bezoeken. Inmiddels hebben we al een paar maal met elkaar gesproken en bekeken wat we voor elkaar kunnen betekenen. We zijn heel benieuwd wat we gaan zien in Cambodja.
Laos betekent echt het land van de miljoenen olifanten. Je ziet ook op oude stempels en officiële brieven olifantenkoppen staan. In het zuiden schijnt er nog een kleine populatie te wezen en in het noorden hebben we er 4 gevonden en in het midden waren ze op. Misschien waren ze ook wel op vakantie met zijn allen.
Nu is het weer inpakken en staan we op het punt om het volgende land te gaan bekijken.
Groeten uit een mooi en warm Laos
11 oktober 2008, we kopen een busticket voor touristen tussen Dong Ha (Vietnam) en Savannakhet (Laos). We passeren de grens tussen de plaatsjes Lao Bao (Vietnam) en Sansavanh (Laos). Eers worden we met een minibusje (openbaar vervoer) naar de grens gebracht. Onderweg varieert het aantal passagiers tussen de 11 en 16. Gelukkig zitten wij opn de achterste rij en kan er bij ons niemand makkelijk bijschuiven. We vertrekken om 6 uur in de ochtend en zijn om 9 uur bij de grens (125 km verderop).
Aan de grens moeten we een visum kopen en dat gaat erg makkelijk. Normaal kost het visum USD 30 maar omdat het weekend is moeten we USD 40 betalen. Na ons blijkt dat de prijs ook onderhandelbaar is. Het stel na ons betaalt USD 32. De 5e buitenlander in ons busje, die geen pasfoto bij zich heeft, krijgt toch zonder problemen een visum. Het gaat allemaal erg relaxed. Nadat we de grens gepasseerd zijn mogen we 2 kilometer lopen naar het volgende busstation waar we met het openbaarvervoer verder mogen. Hier mogen we in een grote (wel erg oude) bus. De bus zit volgeladen met allerlei goederen die onderweg afgeleverd moeten worden. Voor de volgende 250 km hebben we ruim 6 uur nodig en om half zes in de avond arrveren we op het grote busstation van Savannakhet buiten de stad. Met een tuk-tuk worden we naar ons hotelletje gebracht.
De eerste stad in Laos die we aandoen is Savannakhet. Savannakhet is een kleine stad in Laos die een rechtstreekse verbinding biedt tussen Thailand en Vietnam. Pas sinds een beperkt aantal jaren (ca 5) is er een goede geasfalteerde weg tussen Vietnam en Thailand via Savannakhet.
We blijven hier een paar dagen en we gaan een lokale tour maken in de buurt van Savannakhet. Omdat we midden in het festival aankomen maken we veel leuke dingen mee zoals de bootrace, een grote lokale markt waarbij de mensen uit de omringende dorpen hun lokale producten aan de man proberen te brengen en het offeren van leuke dingen aan de boedha bij de tempel. Ook het bedelen van de lokale monniken vcoor voedsel in de ochtend hebben we van dicht bij mogen zien.
In October / November vindt het festival Bun Awk Phansa plaats. Aan het einde van een drie maandse perode van vasten mogen monniken het klooster verlaten om te reizen. Er worden hun allerlei giften toegestopt. Ter aflsuiting van dt festival is er ook het Bun Nam (Bun suang héua; Boat Racing Festival) In bijna alle riviersteden worden bootwedstrijden gehouden.
Daarnaast hebben we als echte toerisrt een EKO tour geboekt bij de locale VVV. Deze VVV bleek begin 2000 opgericht te zijn met Nederlandse subsidie en draait sinds 2005 op eigen kracht. Als Nederlander kregen we dan ook enkele Nederlandse woordjes te horen en werd ons op enkele documenten de verwijzing naar Nederland getoond.
Dong Natad Eko Tour // Stupa That Ing Han
De tour was een bezoek aan een zoutfrabriek, een tocht door een bos, een overnachting bij een gezin in een klein dorp, en een tocht over rijstvelden de tweede dag. Hoewel we als verwende touristen graag meer dieren hadden gezien was het een leuke ervaring wat weer mooie plaatjes heeft opgeleverd. Ook het bezoek aan de Stupa That Ing Han was door het festival erg leuk. Omdat Jose en ik al ruim 30 jaar samen waren mochten we bij utzondering van de huisbaas samen slapen.
Vientiane is de hoofdstad van Laos. De stad heeft een kleine 150.000 inwoners en dit zelf geeft al aan dat Laos nog een land is waar nog veel mensen op het platte land leven. Een hoofdstad met nog een sterk landelijk karakter.
Een van de attracties van Vientiane is het Boeddha park ca. 30 kilometer buiten de stad. In dit park staan veel grote en verschillende boeddha beelden.
Naast de standaard beelden van een stad zijn er in Vientiane ook een aantal interessante boeddhistische wats (tempels) zoals Wat Si Saket en Pa That Luang.
Het leven in Vientiane is simpel maar zeker ook relaxed. Er zijn veel gelegenheden waar je een lekker biertje (BeerLao) kan drinken en er zijn volop eetgelegenheden voor de Lao keuken als ook voor andere keukens. Het stadscentrum is gericht op toeristen. Ook kom je er nog verdwaalde westerse toeristen tegen die hier maanden of jaren (vaak illegaal) zijn blijven hangen.
Tussen de hoofdstad Vientiane en Luang Pradang ligt het Shangri-la voor back-packers. Gelegen aan de rivier Nam Kong in een karstgebergte met steile pieken en hellingen ligt een klein dorpje dat h6elemaal is ingesteld op de back-packende toerist.
Het dorp is een groot bar / restaurant en biedt vooral entertainment varierend van tubing, kayaking en andere rivier bezigheden tot een groete hoeveelheid bars waar volgens de ingewijden ruime hoeveelheden verdovende middelen zijn te verkrijgen. In het gebergte zijn veel verschillende grotten waarvan meerdere gebruikt zijn om te schuilen voor de bommen in de diverse oorlogen en waar monniken tempels en boeddha beelden hebben ingericht veilig verborgen voor buitenstaanders. Ook zijn er diverse nederzettingen van kleine bergstammen die langzaam het leven in de bergen verruilen tegen een meer regulier leven aan de rivier.
Luang Prabang is de toeristische trekpleister van Laos. Het is de laatste makkelijk te bereiken stad in het Noorden van Laos en kent erg veel boeddhistische kloosters (Wats). In het straatbeeld zie je dan ook veel in oranje geklede monniken. Veelal nog jongeren die vooral naar het klooster gaan om een goede en betaalbare opleiding te kunnen volgen Een van de tradities hier is dat elke ochtend om half zeven de monniken rondgaan om te bedelen voor met name rijst. Deze traditie probeert men in stand te houden zonder westerse (touristische) invloeden. Het vroege uur helpt hierbij maar toeristen wordt gevraagd hieraan niet deel te nemen. Ook is in Luang Prabang het paleis van de laatste koningen van Laos gestitueerd. Hier kun je nog zien hoe de koningen van Laos tot 1970 hebben geleefd. Deze leefden in een groot huis maar hadden zeker geen extreme weelde.
De stad ligt aan de Nam Khan rivier die hier uitmond in de Mekong. Ook Lubang Prabang ligt midden in een schitterend karstgebergte wat erg mooie plaatjes oplevert.
Naast de vele mooie kloosters en het koninklijke paleis kunnen er in de omgevng van Luang Prabang vele mooie uitstapjes worden gemaakt.
Als je de stad enkele kilometers uit bent kom je a; snel in een moo natuur landschap terecht. De 13 is de enige verharde weg en die gaat van noord naar zuid. Verschillende dorpjes in de omgeving zijn dan ook alleen bereikbaar over kilometers lange onverharde bergweggetjes. Deze dorpjes worden maar zelden door toersten bezocht en het aapjes kijken geldt dan ook 2 kanten op. In deze gemeenschappen leeft men nog redelijk autonoom van hetgeen de natuur te bieden heeft. Geld wordt hier nog weinig gebruikt.
Pak ou Cave levert een leuke boottocht van enkele uren stroomopwaarts over de Mekong op. Het is een grot waar honderden kleine en oude boeddha beelden staan. Deze beelden staan er al vele jaren. Boven op de berg is ook nog een andere grot met enekele leuke beelden. Het is toch vooral de leuke boottocht die deze trip de moeite waard maakt.
Als je bij Luang Prabang de Mekong rivier oversteekt kom je ook meteen in een minder ontwikkeld deel van Laos terecht. Hier wordt je weer geconfronteerd met een gebied waar mensen nog in behoorlijk primitieve omstandigheden leven.
Laos (Democratische Volksrepubliek Laos), een klein land in zuidoost Azië, ligt ingeklemd tussen China, Thailand, Myanmar, Vietnam en Cambodia.
De economische ontwikkeling van Laos is erg laag. Buiten de hoofdstad Vientiane leven de meeste mensen nog met beperkte voorzieningen. Elektriciteit is bijna overal beschikbaar. Water komt vaak uit een eigen bron of put. Mobiele telefoons zie je veel, vaste telefoons zijn er weinig. Voor huisbrandstof wordt veel gebruik gemaakt van hout en of houtskool. Transport vindt plaats per scooter, tuk-tuk of ander openbaar vervoer. Brandstof voor de tuk-tuk staat vaak in plastic cola flessen te koop. Buiten de hoofdstad Vientiane zie je weinig privé (luxe) auto's.
Het gemiddelde inkomen in Laos is bijna 2 US dollar per dag (net boven de armoede grens). Het land heeft nauwelijks producten voor de export en is voor buitenlandse deviezen afhankelijk van h6et toerisme. Door het landschap (veel bergen) en de vele nog niet geëxplodeerde bommen uit de verschillende oorlogen in de 20e eeuw is slechts 4% van het land bruikbaar.
Hoewel het land het land van de miljoenen olifanten wordt genoemd zijn er nog maar ca. 800 olifanten in Laos waarvan velen worden gebruikt om toeristen te vermaken.
6 november 2008 verlaten we Laos per vliegtuig van Luang Prabang naar Hanoi waar we onze reis samen met Jan en Gerry gaan vervolgen. Het ticket kopen we via internet en snel daarna blijkt dat we lokaal mogelijk 50 USD hadden kunnen besparen. Een tuk-tuk brengt ons netjes naar het vliegveld en het verlaten van Laos gaat simpel en lever geen enkel probleem op. Een ATR-72 (propeller vliegtuig) brengt ons in 1 uur naar Hanoi.