“Om de wedstrijd te winnen moet de leerling eerst goed zicht op het eindpunt hebben. Het zou goed zijn om bij het begin van het schooljaar de leerling het gehele jaarprogramma voor te leggen. Het geeft hem zicht op de planning van zijn onderwijsactiviteiten. Daardoor is hij in staat zich een oordeel te vormen over de stappen die hij elke maand en elke week moet zetten, zodat hij de gehele weg kan afleggen, in plaats van blindelings vooruit te gaan zonder enig idee van de weg of het eindpunt.” (Helen Parkhurst, Education on the Daltonplan, 1922)
Deze uitspraak van Helen Parkhurst (1887-1973), de grondlegster van het Daltononderwijs, beschrijft een belangrijk kenmerk van ons onderwijs. De verantwoordelijkheid voor het (eigen) leren dient te liggen in de handen van de leerlingen met het einddoel in zicht. Onze daltonschool werkt al sinds 1959 volgens de uitgangspunten van het daltononderwijs. Dit houdt in dat wij een actieve leerhouding van onze leerlingen vragen en een groot beroep doen op de zelfstandigheid, de eigen verantwoordelijkheid en het vermogen om samen te werken. Het onderwijsconcept wordt zichtbaar gemaakt in het beeld van de vertrouwensdriehoek. In deze driehoek zijn de drie basisprincipes van vrijheid in gebondenheid, zelfstandigheid en samenwerking opgenomen in het overkoepelende gegeven dat zowel leerlingen als docenten op basis van wederzijds vertrouwen verantwoordelijkheid kunnen dragen en verantwoording kunnen afleggen.
De Nederlandse Daltonidentiteit is altijd gestoeld geweest op drie principes.
Onderwijs en dus ook daltononderwijs is constant in ontwikkeling. Dit heeft geleid tot een kritische bezinning op de daltonuitgangspunten. Hieruit zijn vijf kernwaarden ontwikkeld, die hieronder kort beschreven staan:
Leerlingen leren op school een eigen keuzevrijheid te hanteren, waarbij zij zelf verantwoordelijk zijn voor hun (leer)gedrag en hun schoolwerk. Vrijheid is noodzakelijk om eigen keuzes te kunnen maken, eigen wegen te vinden. Door leerlingen meer ruimte te bieden kunnen zij een actieve en nieuwsgierige leerhouding ontwikkelen. Maar vrijheid betekent niet dat alles zomaar kan en mag. De opgegeven leerstof en de eisen die daaraan worden gesteld, de tijdslimiet en de schoolregels vormen de grenzen in gebondenheid waarbinnen de leerlingen hun keuzevrijheid leren gebruiken. Leerlingen leren verantwoordelijkheid te dragen voor hun eigen schoolwerk, dat ze dus in ‘vrijheid in gebondenheid’ uitvoeren.
Zelfstandig leren op een daltonschool houdt in dat leerlingen uitgedaagd worden hun leertaken zelf tot een goed einde te brengen. Deze manier van werken stimuleert het probleemoplossend denken van de leerlingen. Om later als volwassenen goed te kunnen functioneren moeten de leerlingen leren beoordelen welke beslissingen zij moeten nemen.
De keuzevrijheid dwingt de leerlingen tot het nemen van zelfstandige beslissingen over een verantwoorde werkwijze.
Daltononderwijs biedt de leerlingen iedere dag de mogelijkheid samen te werken. Doordat leerlingen samen met docenten en medeleerlingen aan hun leertaken werken, leren zij met elkaar om te gaan en leren zij dat zij elkaar kunnen helpen en dat ze van elkaar kunnen leren.
Leerlingen krijgen de ruimte om te experimenteren, maar worden tegelijk ook geconfronteerd met de relatie tussen wat ze doen en wat dat oplevert. Dat is voor leerlingen een geleidelijk leerproces, waarin zelfkennis en zelfinschatting een grote rol spelen.
Nadenken over je eigen gedrag, je werkhouding en je resultaten is op daltonscholen belangrijk. Op veel Daltonscholen maken leerlingen vooraf een inschatting van de moeilijkheidsgraad en de tijd van de te maken opdrachten. Achteraf worden inspanning en resultaat met elkaar vergeleken. Zo leren ze reflecteren op de manier waarop ze leren, zoals het beoordelen van de eigen inzet en motivatie, het leren omgaan met teleurstellingen en het feedback geven en ontvangen van medeleerlingen.
Docenten op een daltonschool helpen leerlingen niet alleen met het verwerken van de leerstof, maar zijn voor de leerlingen ook een inspirator en een coach. Hun rol in het leerproces is onmisbaar. Voor een docent is het dan ook van belang om te weten hoe leerlingen het beste leren. Alleen dan kan een docent de leerling begeleiden met als leerdoel dat de leerling meer inzicht krijgt in zijn eigen leerproces. Een goede docent beheerst zijn vak, heeft de vaardigheid om de inhoud van het vak over te dragen en weet ook variatie aan te brengen in de wijze waarop dit gebeurt. Hij of zij weet om te gaan met leerlingen met een verschillende achtergrond en begaafdheid. Het psychologische en pedagogische aspect van lesgeven is minstens even belangrijk als de vakinhoud.
Op de website van onze school en de website van de Nederlandse Dalton Vereniging vindt u meer informatie.