Puck was de schuilnaam (of roepnaam) van koerierster A. de Jong. Zij was ook koerierster voor Dick Kragt en Joop van Amstel (alias van Joop Piller). Mogelijk is ze later ook koerierster van Groep Albrecht geworden in de periode maart-april dat Jos voor en met Groep Albrecht actief was.. Na de oorlog hebben zij twee jaar met elkaar brieven gewisseld. We hebben 15 brieven van Puck in de periode september 1945-mei 1947. De brieven van Puck geven een indringend en aangrijpend beeld van Puck na de oorlog. De terugkeer naar de burgermaatschappij was niet eenvoudig. We zijn inmiddels veel te weten gekomen over Puck. Die gegevens hebben we gedeeld met de historici Mark Bergsma en Agnes Cremers, die Puck's verhaal hebben opgenomen in de publicatie ' Verzetsvrouwen'. https://www.alfabetuitgevers.nl/boek/verzetsvrouwen. Puck was 4 maanden oud toen zij geadopteerd werd door de familie de Jong. Puck's biologische familie (Hoitinga) kende haar niet, er was nooit meer contact. Bij de boekpresentatie in april 2025 waren toch 2 achternichten van Puck aanwezig (Froukje en Astrid) die wij alsnog konden achterhalen.
Puck op boerderij Klein Harselaar in Voorthuizen van de fam. Vonkeman (bron archief A.D. Verhoeven)
Inleiding
Dit document is het resultaat van een onderzoek van vijf jaar naar het leven van Anna de Jong, in de oorlog bekend onder de schuilnaam Puck. Dit onderzoek is uitgevoerd door Victor en Marie-Louise van Haeren. Uitgangspunt waren de 15 brieven die zij na de oorlog schreef aan onze vader Jos van Haeren en die wij aantroffen in zijn archief.
Veel feitelijke informatie over haar persoonlijke- en verzetsleven bevatten de brieven niet. Zelfs haar voornaam kenden wij niet, haar brieven sloten af met ‘Puck’. Op het formele brievenhoofd van het papier dat ze gebruikte stond: A. de Jong. Ook haar biologische ouders, en dus hun naam, noch haar pleegouders of waar ze geboren was of opgroeide kenden wij. Maar toch was het voldoende om een start te kunnen maken.
Uiteindelijk lukte het ons om veel feiten te verzamelen. Nu hebben we een beeld van het leven van deze dappere strijder. We vonden zelfs biologische familieleden. We hebben hen gebeld maar zij hadden van haar bestaan nooit gehoord, ze was voor hen verzwegen. In het pleeggezin waar zij opgroeide was zij enigst kind. Zelf heeft zij geen kinderen gekregen.
De oorlog en de verzetsactiviteiten waar zij vanaf haar 16e jaar in verzeild raakte en waar ze onafgebroken tot aan de bevrijding in ondergedompeld was, hebben haar voor het leven getekend. Vaak moest zij vluchten, zij verloor vrienden en ze verrichte zeer gevaarlijk werk. Hoe het haar verging is in dit document te lezen. Hadden we haar maar eerder gevonden, dan hadden we haar zeker opgezocht.
Victor van Haeren
ML van Haeren
Bodegraven, 21 Mei 2022
1861-1924 De biologische grootouders en ouders van Anna de Jong. Sjoerd Hoitinga (6-1-1861-1930) en Antje Fennema (2-7-1867-1907)
Sjoerd, de biologische opa van Anna, was een losse werkman zonder religie en woonde vanaf 13 mei 1893 in Huizum. Hij trouwde met weduwe Fennema. Het paar kreeg 7 kinderen, 6 meisjes en een jongen. Een van deze meisjes was Wijtske. Zij is de biologische moeder van Anna.
Wijtske Hoitinga (7-5-1901 - 20-10-1975)
Wijtske Hoitinga is geboren op 7 mei 1901 te Huizum als de op een na jongste dochter van Sjoerd Hoitinga en Antje Fennema. Haar moeder Antje overlijdt als Wijtske zes jaar oud is (bron: Bevolkingsregister Alle Friezen). Haar oudere zus Antje was de eerste die het huis verliet om in Katwijk aan Zee verpleegster te worden. In Katwijk was het Zeehospitium gevestigd, een tuberculose kinderverpleeglocatie. Zus Antje vertrok anderhalf jaar later naar Amsterdam.
Wijtske volgde haar voorbeeld. Ze is een maand na haar oudere zus op 19 oktober 1917 ingeschreven in Katwijk als leerling verpleegster. Echter ze vertok al gauw. Ze schrijft zich na vijf maanden Katwijk in in Sloten (Amsterdam) op 14 maart 1918 met als beroep dienstbode (bron: Stadsarchief Amsterdam). Maar een maand later op 16 april 1918 schrijft zij zich alweer uit en vertrek naar Aalsmeer waar zij zich op 27 november 1918 registreert. Zes maanden later, op 10 mei 1919, schrijft zij zich in in Scheveningen. In september van dat jaar wordt zij zwanger.
Geboorte zoon Jan 1920
Na het verblijf van Wijtske in Scheveningen moet zij op een goed moment weer terug zijn gegaan naar Amsterdam (haar zus Antje woonde daar nog) want op 24 mei 1920 wordt daar haar zoon Jan geboren, vader onbekend. Hij is haar ‘niet-erkende natuurlijke zoon’ zoals in het bevolkingsregister op de gezinskaart van de familie wordt aangetekend. Moeder en zoon gaan 4 maanden na zijn geboorte, op 30 augustus 1920 weer terug naar haar vader in Huizum (bron: Bevolkingsregister Alle Friezen).
Geboorte dochter Anna 1924
Vier jaar later wordt Wijtske weer zwanger. Ditmaal van een meisje, Anna. Uit het bevolkingsregister van Groningen blijkt dat zij op 7 mei 1924 is aangegeven op het stadhuis van Groningen door een van de grootouders van het kind (bron: bevolkingsregister Groningen). Zij is echter geboren op 8 maart 1924. De aantekening op de gezinskaart in het archief AlleFriezen luidt: ‘natuurlijke erkende dochter’. Dit in tegenstelling tot broer Jan die ‘niet-erkend’ was. Anna heeft na haar geboorte niet lang bij haar moeder en broertje in Huizum gewoond. Zij is na haar geboorte afgestaan. Uit de gezinskaart in het bevolkingsregister (bron: Bevolkingsregister AlleFriezen) blijkt dat Anna, ongeveer 4 maanden oud, op 17 juli 1924 naar Leeuwarden vertrekt. Alleen. Zij wordt geplaatst bij familie de Jong.
Wijtske gaat op 26 november 1924 weer terug naar Amsterdam. Ze laat zoon Jan achter in Huizum. We weten van haar nicht Beeuw Das (1933-..) dat Jan ook bij een pleegfamilie in Leewarden wordt geplaatst, bij de familie Gaastra (bron: telefoongesprek ML met Beeuw Das in 2021).
Wijtske trouwt op 17 augustus 1929 in Wieringen met boerenzoon Kornelis Topper (1894 - 6 april 1976, dagblad Vrije Volk Rotterdam), betonwerker uit Wildervank. In de zes maanden voorafgaand aan het huwelijk woonde Wijtske in Amsterdam zoals in de huwelijksacte te lezen is. Wijtske is dan 28 jaar.
Geboorte NN Topper 1931
Uit het Stadsarchief Rotterdam blijkt dat het echtpaar Wijtske Hoitinga en Kornelis Topper in de jaren na hun huwelijk (1929) in elk geval in Den Haag, Velsen, Medemblik en Haarlemmerliede en Leiderdorp heeft gewoond. In Medemblik woonden zij op een woonark, ‘Emma’. Daar bevalt Wijtske op 21-5-1931 van een dochter (‘NN’) die niet leeft bij de geboorte (bron: Westfries archief).
Geboorte dochter Willy Cornelia Topper 1933
In Leiden wordt op 8 januari 1933 Willy Cornelia Topper geboren (bron: stadsarchief Rotterdam). Op een goed moment verhuist het gezin naar Rotterdam. Uit het Stadarchief van Rotterdam blijken enkele woonadressen van het gezin van Wijtske en Kornelis in Rotterdam (W. Scheepvaartstraat 103a, van Waerschutstraat, 2e Scheepvaartstraat
77b). Zij hebben zich in 1937 in Rotterdam gevestigd. Ook blijkt uit het bevolkingsregister dat een jaar later, in 1938, zoon Jan Hoitinga vanuit Leeuwarden naar Rotterdam komt en hij wordt op het adres van Wijtske en Kornelis aan de Scheepvaartstraat 77b ingeschreven. Jan heeft als beroep letterzetter’. Jan is dan 18 jaar oud. Vader Kornelis gaat in dienst bij de Heidemij. Wijtske is in 1975 overleden. Kornelis overlijdt een jaar later, in Rotterdam. Volgens nicht Beeuw Das was Wijtske een vrolijke vrouw die hield van roken, dansen, gezelligheid in de kroeg.
Jan Hoitinga (1920- ? )
Jan, de halfbroer van Anna, wordt op 2 mei 1920 geboren in Amsterdam (bron: Bevolkingsregister Alle Friezen). De aantekening achter zijn naam luidt: ‘natuurlijke niet erkende zoon’. Vader is dus onbekend. Als hij vier maanden oud is jaar is gaat hij vanuit Amsterdam met zijn moeder naar Huizum waar zij geregistreerd staan als deel van het gezin van opa Sjoerd Hoitinga (1861 - 1930). Uit het bevolkingsarchief blijkt dat Jan iets meer dan een maand na de dood van opa, op zijn tiende jaar (op 13 maart 1930) vanuit Huizum naar Leeuwarden verhuist. Zij moeder Wijtske is dan net een half jaar getrouwd met Kornelis Topper en zij wonen in Den Haag of Rotterdam.
Uit het Stadsarchief van Rotterdam blijkt dat Jan acht jaar later, op zijn achtiende jaar, op 26 oktober 1938 bij zijn moeder en stiefvader Kornelis Topper in Rotterdam gaat wonen. Hij verblijft in Leeuwarden bij de familie Gaastra (bron: nicht Beeuw Das, telefoongesprek 2021). Het gezin Topper woont dan al sinds 1 februari 1937 in Rotterdam, met Willy Cornelia, drie jaar oud. Zij wonen op dat moment aan de 2e Scheepvaartstraat 77b. Als beroep van Jan wordt ‘letterzetter’ genoteerd. Jan trouwt op 5-10-1949 met Ida Schults (Rotterdam,17 april 1917). Ida is de dochter van Andries Schults en Catharina Bakker uit Rotterdam. Zij krijgen een zoon, Andre (25-3-1952, Rotterdam). Jan was fotografisch zetter in Amsterdam (of dit juist is weten we niet, hij had in elk geval later een drukkersbedrijf in Rotterdam).
Zoon van Jan: Andre
Zoon Andre werkte bij zijn vader in de zaak en Andre was voor 1979 in elk geval ongehuwd (bron: via Tom Kuipers: pag. 82 uit het stamboomboek Hoitinga, samengesteld door Oostra in 1979). Andre hebben we gevonden in een krantenartikel 1987 in Metropool van het Vrije Volk (bron: Delpher). Hierin staat dat hij destijds werkte op de drukkerij van het Vrije Volk. Victor heeft doorgezocht en een firma gevonden in Rotterdam ‘Hoi Mulitmedia bv’ van Andre Hoitinga, in 2003 ontbonden (bron: KvK). Andre woonde toen op de Kerstant van den Bergelaan 43b in Rotterdam. Vader Jan is dit bedrijf in 1974 begonnen en is in 1992 uit zijn functie als directeur gestapt. Andre nam de zaak over. Al met al stond het bedrijf bij de KvK ingeschreven tussen 1974 en 2003. De zaak is overgenomen door anderen en onder een andere naam voortgezet. Uit contact met dit bedrijf hebben we vernomen dat Andre Hoitinga op 18 augustus 2018 is overleden. Hij was niet getrouwd en had voor zover bekend geen kinderen.
Nazaten van Sjoerd Hoitinga
Wij hebben contact gezocht met de achternicht van Anna, Froukje Hoitinga en kwamen via haar
zus en haar tante Bea (Beeuw Das) te weten dat het in de familie Hoitinga en de nazaten niet
bekend was dat Anna bestond en was afgestaan (bron: telefoongesprek ML in 2021 met tante
Bea, Mw. Das).
1924 - 1940 De pleegouders van Puck. Familie de Jong: Anna Hoitinga wordt Anna de Jong.
Uit het bevolkingsregister van Groningen blijkt dat Anna Hoitinga op 8 maart 1924 is geboren en op 7 mei 1924 is aangegeven op het stadhuis van Groningen door een van de grootouders van Anna (bron: bevolkingsregister Groningen). De aantekening op de gezinskaart in het archief AlleFriezen luidt: ‘natuurlijke erkende dochter’. Anna wordt door haar moeder Wijtske afgestaan in juli 1924 als zij ongeveer vier maanden oud is en Anna gaat wonen bij Aldert de Jong (5 juli 1883 - 14 november 1972, bron sterfdatum: pgtrynwalden.nl, hij staat bij de gezochte familie wegens het verlopen van de grafrechten) en zijn echtgenote Rinske Postma (8 april 1891, Bozum) uit Leeuwarden. Zij zijn op dat moment voogd en toeziende voogden van Anna. Zij wordt bij hen ingeschreven in het bevolkingsregister op 17 juli 1924 (bron: AlleFriezen).
Als Anna zes jaar oud is, in 1930, vragen zij een naamsverandering voor Anna aan zoals blijkt uit de Staatscourant van dat jaar. Dit verzoek is in 1931 bij Koninklijk Besluit toegekend (bron: gezinskaart Bevolkingsregister Alle Friezen). In het huishouden woonde ‘pleegkind’ Anna (zoals zij genoemd wordt in het bevolkingsregister op de gezinskaart van Aldert de Jong) aanvankelijk alleen met haar pleegouders. Pleegvader Aldert vertelt over zijn beroep ‘Mijn werk is sloper, afbraak, handel en klein timmerbedrijf.’ (Bron: brief van Aldert de Jong voor de KP, archief KP, Fries Museum). Ze waren niet religieus. In 1933 en 1934 woonden tijdelijk twee neven van haar pleegmoeder in het gezin, de schipperszonen Anne (1912, geb. Groningen) en Gerlof Postma (1915, geb. Emmen) uit Amsterdam. Anne was losse arbeider en Gerlof was colporteur van pharmaceutische artikelen.
Gerlof vertrok na een jaar weer naar Amsterdam. Anne kwam ook in Amsterdam terecht. Gerlof wordt marktkoopman van gebruikte goederen in 1960 (openarch.nl). Uit het bevolkingsregister van Leeuwarden (bron: AlleFriezen) blijkt dat het gezin van Aldert de Jong op 30 maart 1937 verhuisde van de Spanjaardsstraat 26 naar de Oldegalileen 179b (ook in Leeuwarden). Toen was Anna dertien jaar oud. Ze heeft daar tot haar negentiende, tot 1943 gewoond.
Anna is na de lagere school naar de Mulo gegaan. Ze behaalde haar diploma Mulo A met wiskunde en volgde een cursus scheikunde, natuurkunde en Engels. Ook haalde ze haar diploma Helpster Rode Kruis en volgde een EHBO cursus. Ze sprak vloeiend Engels en Duist. Na de Mulo volgde ze anderhalf jaar een analystencursus, tot ze moest onderduiken. Ze werkte tijdens haar studietijd een jaar als voluntair bij een internist (bron: dossier 8909 Anna de Jong, Archief Directoraat-Generaal Bijzondere Rechtspleging (DGBR), Nationaal Archief, intern sollicitatieformulier van Anna).
De relatie met haar pleegouders, met name met haar pleegmoeder, was niet de beste. Zelf schrijft ze hierover in een van haar brieven na de oorlog (3 september 1945) aan Jos van Haeren: ‘Ik heb geen broers en zusters. Ook geen ouders, deze heb ik nooit gekend. Ik ben bij pleegouders opgegroeid. Ze zijn lichamelijk goed voor me geweest. Toen ik ouder werd begrepen we elkaar niet meer. Mijn moeder kon me niet meer luchten en ik haar niet. Erge dingen zijn er afgespeeld. Kapot was ik. Ik had juist enige jaren geleden besloten het huis te verlaten toen we juist onder moesten duiken. Ik heb dit alles gevoeld alsof het op tijd was. Al die ellende in mijn onderduikjaren wogen eigenlijk niet op tegen het voorgaande. Al met al weet ik dat het leven geen rozengeur en maneschijn is. In ieder geval dit heb ik gehad, misschien wordt de rest beter.’ (Bron: Brieven van Puck, Archief Jos van Haeren).
1940 - 1943 Het gezin de Jong tijdens de bezettingsjaren
We hebben in juni 2021 een brief van Aldert de Jong in handen gekregen (bron: Douwe Drijver Fries Museum, archief LKP, Brief Aldert de Jong) geschreven net na de oorlog. Hierin beschrijft vader Aldert de lotgevallen van het gezin tijdens de oorlog. Mogelijk deed hij dit om compensatie aan te kunnen vragen. Uit deze brief blijkt dat vader Aldert, zijn vrouw en dochter Anna, van meet af aan en in toenemende mate betrokken zijn geraakt bij het verzet. Zoals hij zelf zegt: ‘Wij hadden allen dezelfde houding, ook onze familie: zoveel mogelijk saboteren.’ Eerst brachten ze illegale blaadjes rond, toen brachten zij joodse vluchtelingen naar onderduikadressen en hadden zij zelf een onderduiker. Ook boden zij onderdak aan twee mannen die lid waren van een knokploeg die gewapend verzet pleegden. Ze hielden onder meer contact met dhr Nauta van de belastingdienst en diens collega Krein van der Helm, hoofd van de Knokploeg Friesland.
Naast de brief van vader Aldert de Jong weten we het nodige over het verzetsjaren van Anna omdat zij later, in 1969, met hulp van Stichting 40-45 een pensioenaanvraag indient bij de Buitengewone Pensioenraad van de Sociale Verzekeringsbank. Deze bron leverde zeer veel stukken en informatie op. Deze stukken bevatten alle gegevens die nodig waren voor de berekening van het buitengewoon pensioen van deelnemers aan het verzet. In het vervolg wordt hiernaar verwezen met ‘bron: SVB stukken’. Uit de stukken van de SVB blijkt dat Anna, alias ‘Puck’ haar verzet in 1940 begon met illegaal werk voor Trouw en Het Parool in Groningen.
Overval op Gerzon
Het gezin de Jong raakte meer en meer betrokken bij het verzetswerk. Het gezin bood op verzoek van de Knokploeg van Krijn van der Helm onderdak aan de broers v.d. Linde, leden van de Knokploeg in Leeuwarden, die samen met anderen een gewapende overval voorbereiden en uitvoerden om de archieven van de Arbeidsdienst te bemachtigen. Het huis van Aldert werd een vergaderplek van de knokploeg en mensen kwamen en gingen. Arie Stramrood en Frits Smit, mannen die later nog een rol in het leven van Puck speelden, zijn hier bij geweest aangezien ook zij bij de overval waren en later door Aldert als vrienden worden benoemd.
De overval op de leegstaande joodse winkel Gerzon, waar de archieven bewaard werden, lukte. Maar al snel werden de broers gearresteerd. Bram v.d. Linde ontvluchtte, de ander, Wim v.d. Linde, werd zwaar verhoord en geslagen (bron: Douwe Drijver Fries Museum, archief LKP, Brief Aldert de Jong). Op de dag van de arrestatie van Wim vierden Aldert en zijn vrouw hun trouwdag. Die ochtend was Aldert nog naar het politiebureau geweest om op te geven wie zijn gasten waren zoals dat verplicht was. Toen de arrestatie bekend werd zette Aldert het feest voort maar verbrandde intussen alles wat hun betrokkenheid kon verraden. Aan het eind van de dag ging Puck mee met een paar jongelui uit Groningen die ook op het feest waren, Aldert en zijn vrouw vertrokken naar het huis van de broer van Aldert. Ze durfden niet meer thuis te blijven. Er terecht, niet lang daarna, op 8 juli 1943, werd het huis van boven tot onder doorzocht door de SD.
5 juli 1943 Arrestatie van Puck
Doordat de namen en adressen van de gasten bekend waren, wist de SD waar ze moesten zoeken naar Aldert en zijn vrouw en dochter. De volgende ochtend werd er al aangeklopt bij vrienden uit Bolsward. Ook in Groningen werd gezocht naar de familie de Jong. Anna werd in Groningen gearresteerd op 5 juli 1943. Ze werd van haar bed gelicht terwijl ze logeerde bij een vriend in Groningen, spendeerde een nacht in de gevangenis in Groningen en werd de volgende dag naar het Burger Weeshuis in Leeuwarden gebracht, samen met de vriend waar ze logeerde. Anna werd verhoord en bedreigd, zij moest haar vader aangeven en namen noemen. Wim van der Linde, de gevangen verzetsman, en ook haar vriend uit Groningen, werden tot bloedens toe geslagen. Anna liet echter niets los en vertelde dat haar ouders met vakantie waren en haar in Groningen weer zouden ophalen. Ze werd uiteindelijk weer vrijgelaten. Wel met de waarschuwing dat ze haar vader onmiddellijk naar het bureau moest sturen. (bron: Douwe Drijver Fries Museum, archief LKP, Brief Aldert de Jong)
1943 Vlucht uit Leeuwarden
Het echtpaar de Jong verliet op 5 juli 1943 het huis en ging naar de broer van Aldert, Achter de Hoven 200. Dezelfde avond nog doken ze onder bij de oude moeder van Schumacher in Huizem. Maar het werd te gevaarlijk om in Leeuwarden te blijven en het gezin wist met hulp van de leider van de KP Friesland, Krijn van der Helm, per trein naar Amersfoort te vluchten. Onderweg voegde Anna zich bij hen. In Amersfoort werden Aldert en Rinske ondergebracht bij de ouders van Krijn. Het laatste oorlogsjaar woonden de pleegouders van Puck in een pension in Ermelo, “Marbacka” aan de Leuvenumseweg 130 (dit is nu een camping, bron: Tiemen Bosma, mail 22/6/21). Puck werd bij de schoonouders van Krijn ondergebracht. (bron: Douwe Drijver Fries Museum, archief LKP, Brief Aldert de Jong)
1943-1944 Verzetsperiode Amersfoort-Utrecht-Amersfoort-Veluwe-Barneveld
Volgens eigen zeggen sloot Puck zich aan bij een verzetsgroep, K.P. en een Escape Line (bron: SVB stukken). Zij deed dienst als koerierster, vervoerde goederen, mensen en berichten, bracht piloten naar de Biesbosch en verzorgde Joodse onderduikers. Zij deed in al die jaren veel en gevaarlijk illegaal werk voor diverse verzetsgroepen. Zij was daarbij een verbindende factor tussen verzetsgroepen, geheim agenten van Engelse en Nederlandse geheime diensten en personen die op een of andere manier meewerkten met het verzet tegen de Duitsers, het onderbrengen en verzorgen van mensen die moesten onderduiken en het terugbrengen van geallieerden naar bevrijd gebied (bronnen: SVB stukken, o.a. de getuigenissen; De vragenlijst ‘Helpers van Geallieerd Personeel’ van Puck).
Onderduiken in Amersfoort
Puck werd bij aankomst in Amersfoort in eerste instantie (juli 1943) bij de heer Jan Willem Logtenburg ondergebracht, de schoonvader van Krijn van der Helm aan de Pieter Bothlaan 22 Amersfoort (Bronnen: brief van Aldert de Jong en mail van Tiemen Bosma 22/6/21). In het huis ernaast op nr. 20 woonde de zus van vader Logtenburg, die er een pension runde. Ze bleef niet heel lang bij de familie Logtenburg.
Verzet vanuit Utrecht
Puck bleef drie maanden bij de familie Logtenburg in Amersfoort en verhuisde toen naar Utrecht. Volgens Ar Stramrood zou het nieuwe onderduikadres via Mies van der Stok, kunnen zijn gevonden (zie mail 26/6/21), zij was een tante van Arie Stramrood, bij de familie de Jong welbekend. Mies van der Stok was in Amersfoort betrokken bij o.a. het vinden van onderduikadressen. Eenmaal in Utrecht had zij vrijwel zeker weer contact met Arie Stramrood en Frits Smit, die intussen Leeuwarden ook ontvlucht waren. Puck woonde 10 maanden (oktober 1943 - augustus 1944) bij de familie Willem Stramrood (1886) die een sigarenwinkel runden op de Burgemeester Reigerstraat 54 in Utrecht (bron voor het adres: Ar Stramrood, kleinzoon van Willem Stramrood). Aangezien een van zijn twee dochters trouwde en het huis verliet was er plaats voor Anna.
Landelijke knokploeg o.l.v. Johannes Post
Tijdens deze periode werkte Puck ook voor het verzet volgens de brief van haar pleegvader Aldert. Volgens Joop Piller werkte zij vanaf begin 1944 al voor de Frans Hals groep van Dick Kragt. Dat zij toen tevens werkte voor de Knokploeg van Johannes Post is goed mogelijk aangezien Arie Stramrood en Frits Smit, die zij al kende vanuit Leeuwarden, zich ook bij deze knokploeg hadden aangesloten. Haar relatie met de KP van Post wordt in de getuigenis van Roskam genoemd (bron: brief Aldert, SVB stukken, getuigenis van Piller en J. Roskam).
Moord op Post, Arie Stramrood, Frits Smit en andere leden van de KP Post
Bij de noodlottige gewapende overval door de verzetsgroep van Johannes Post op de Weteringschans in Amsterdam (om gevangenen te bevrijden) in juli 1944, waren Arie Stramrood en Frits Smit betrokken. Door verraad zijn alle leden van de knokploeg van Post gevangen en de volgende dag geëxecuteerd in de duinen van Overveen. Het adres van Willem Stramrood was niet langer veilig, Puck moest daar weg. Van de groep van Post waar Puck vanuit Utrecht mee werkte volgens de getuigenis van Roskam, bleef alleen zij over (bron: SVB stukken, getuigenis Roskam). Na de oorlog is de familie de Jong nog naar de begrafenis van Arie Stramrood en Frits Smit geweest. Hij schrijft onder het kopje ‘Het lot van onze vrienden’ over Arie Stramrood en Frits Smit:
Ze zijn 17 juli 1944 gefusilleerd in Overveen en aldaar begraven. Ze zijn 15 oktober [1945] herbegraven in Zeist. Wij zijn daar naartoe geweest om hun de laatste eer te bewijzen (bron: Douwe Drijver Fries Museum, archief LKP, Brief Aldert de Jong).
Puck is na de moord op haar vrienden Arie en Frits, half juli 1944, weer naar Amersfoort teruggegaan. In de getuigenis van Roskam (bron: SVB stukken, getuigenissen) staat dat zij vervolgens in Amersfoort van zeer dichtbij meemaakte dat de leider van de groep zich door het hoofd schoot. De leider van de groep was het in elk geval niet, want Johannes Post werd gefusilleerd. Hij bedoelde hij Krijn van der Helm, leider van KP Friesland.
Dood van Krijn van der Helm
Waarschijnlijk ging Puck vanuit Utrecht terug naar de familie Logtenberg, de schoonouders van Krijn van der Helm, die daar zelf ook woonde of in elk geval vaak kwam, of naar het pension naast het huis van de familie Logtenberg. In deze periode maakte zij van zeer dichtbij mee hoe Krijn in het huis van zijn schoonouders door de Sicherheitsdienst, de Nederlandse SD-er Pieter Johan Faber, op 25 augustus 1944 overrompeld werd. Er ontstond een vuurgevecht. Om niet in handen te vallen van de SD of ter plekke door hen vermoord te worden, heeft Krijn zich tijdens het gevecht zelf in zijn slaap geschoten volgens de getuigenis van Roskam (die dit van Puck zelf heeft gehoord) en volgens Wijbenga (bronnen: Helperfile Krijn Logtenberg, getuigenis Wijbenga en SVB stukken getuigenis Roskam). In andere media wordt de zelfmoord niet genoemd. Zelfs Wijbenga zelf noemt het niet in een boek dat hij later schreef. Echter de getuigenis van Puck (via Roskam) en de schriftelijke verklaring van Wijbenga die net na de oorlog geschreven is, zijn overtuigend.
Werk voor en met verschillende verzetsgroepen op de Veluwe
Na de arrestatie van Krijn, het vuurgevecht en zijn zelfmoord, intensiveert het werk van Puck voor de Frans Hals groep en woont zij op diverse adressen rondom Barneveld, Scherpenzeel. Ze verlaat Amersfoort, ook daar is zij niet meer veilig na de dood van Krijn. Zij werkt met en voor de volgende groepen en diensten.
KP Scherpenzeel
Uit de getuigenis van Rijk van Ginkel (alias Peter Scherpenzeel) kan opgemaakt worden dat Puck voor zijn groep verzetswerk verrichtte. Hij was Districtscommandant der B.S. distr. Barneveld en hij getuigt over Puck “(..) kan ik U mededelen dat Mevr. Kraakman als koerierster veel en belangrijk werk heeft verricht en dat zij een zeer gewaardeerde kracht was.” (bron: SVB stukken, getuigenis Rijk van Ginkel).
Jupiter
Jupiter was de alias van G.M. van der Weerd. Hij was een MI9-agent (bron: Dutch Agents 1940-1945.) Hij werd gedropt in de nacht van 5 juli 1944 met als missie een ontsnappingslijn (‘Escape Line) opzetten ten behoeve van het terug krijgen van de vele geallieerde soldaten die op de Veluwe waren ondergedoken na de Slag om Arnhem. Hij werd door de Engelsen gezonden om Dick Kragt (alias ‘Frans Hals’) te ondersteunen. Zij werkten beide voor de Intelligence School IS9 van de Britten. IS9 was een inlichtingen dienst van de Engelsen die een speciale opdracht had om ondergedoken geallieerde militairen terug te brengen naar veilig gebied. Zijn missie zou in okt/ november 1944 zijn voltooid. (Bron: Gerard van Loenen). Dat Puck met van der Weerd gewerkt heeft blijkt uit haar ‘helperfile’ waar ze ‘Jupiter-courier’ wordt genoemd. De meeste tijd werkte
Puck voor de Frans Hals groep van geheim agent Dick Kragt. Volgens de getuigenis van De Heer E. Van der Wiel te Kootwijkerbroek heeft hij haar een onderduikadres bezorgd en in contact gebracht met Joop Piller “(..) ‘In antwoord op uw schrijven
d.d. 31 juli j.l. deel ik u mede, dat Mevr. A. Kraakman-de Jong bij ons bekend als Pukkie, zich bij mij melde met een bewijs van illegale mensen uit Apeldoorn [wellicht bedoelt hij Amersfoort, we hebben geen aanwijzingen dat zij tijdens de bezetting in Apeldoorn was], die ik wel kende doch die hoofdpersonen zijn allemaal doodgeschoten, ik heb haar toen ondergedoken en bij onze Hoofdpersoon aanbevolen, dat was Joop Piller, fabrikant in Damenkleding te Amsterdam (..).’(bron: SVB stukken, getuigenissen). Hij sluit zijn getuigenis af met ‘Zij heeft veel gevaarlijk werk gedaan maar zij zag nergens tegenop, doch dat deden wij allemaal, in de nacht piloten vervoeren door ondergelopen weilanden tot de knieën door het water, ook Pukkie was er veelal bij maar wij waren gewapend ook Pukkie. Ze was een goede koerierster en was niet bang. Gerrit van Ee, motorenhandelaar, wonende te Barneveld, Nieuwemarkt 11 kan dit ook wel bevestigen. ‘
Martin / Martien
Martin was de alias van Abraham du Bois (Sloten, 12 april 1916 – Woeste Hoeve, 8 maart 1945). Hij vertrok in 1942 naar Canada om daar de vorming van de Prinses Irene Brigade voor te bereiden en werd onderdeel van de Special Air Service (SAS). Na de dropping als lid van het Jedburgh-team landde hij op 17 september 1944 bij Son (Slag om Arnhem) en werd hij krijgsgevangen. Hij ontsnapte en keerde terug naar Londen. Van daaruit werd hij in oktober voor de tweede keer gedropt. Ook hij had de opdracht om de ondergedoken geallieerde piloten en bemanningsleden terug te brengen naar bevrijd gebied. Hij werkte nauw samen met de Frans Hals Groep. In de Helperfile van Puck staat dat zij voor Abraham du Bois als koerierster werkte. Hij was betrokken bij Pegasus I en II. Zijn verblijfplaats werd verraden en Du Bois liep in de val die de Duitsers hadden opgezet. Weer werd hij gevangen en vlak voor de bevrijding geëxecuteerd als vergelding voor een aanslag.
Woodcock
Onder de schuilnaam Woodcock werkte Kapitein van Loenen in dezelfde regio in het verzet. Samen met Jos van Haeren crosste hij de linies in de Biesbosch, ook weer met als doel de vele geallieerde piloten en parachutisten terug te krijgen naar bevrijd gebied (bron: De vragenlijst ‘Helpers van Geallieerd Personeel’ van Puck). Ook van Loenen wordt genoemd als iemand met of voor wie zij koeriersdiensten verrichte.
Frans Hals groep
Deze verzetsgroep bestond uit geheim agent Dick Kragt alias ‘Frans Hals’ of ‘Captain Kay’. Hij was gedropt vanuit Engeland en had ook als opdracht om gestrande geallieerde piloten en soldaten uit bezet gebied in en rond de Veluwe weer terug te krijgen naar bevrijd gebied. Hij werkte o.a. samen met Joop Piller alias ‘Joop van Amstel’ (later adjudant van Prins Bernhard) en ‘Rijk van Ginkel’ alias Peter van Scherpenzeel van IS9 (bron: Collectie Boeree, Gelders Archief / gemeente Arnhem via Wolter Noordman).
In het boek ‘Barneveld 1939-1945’ staat op pg 239 beschreven hoe de Frans Hals groep tot stand kwam. Kragt (gedropt vanuit Engeland) was in eerste instantie ondergedoken bij Joop Piller. Het klikte tussen die twee. In 1944 werd hun adres te link en verhuisden zij naar Kootwijkerbroek bij G. Broekhuizen aan de Essenerweg. Puck die koerierster was verhuisde toen met Kragt en Piller mee. Daarna ontstond de groep Frans Hals met o.a. E. Bruinekreeft, E. van der Wiel, J. Roskam, H. Esveld, E. van Ommel, De Jong en D. van IJzinga. Ook Ook Bep Labouchère werkte als koerierster voor Kragt.
Puck werkte vanaf begin 1944 tot het einde van de oorlog voor met name deze groep (bronnen: SVB, getuigenis van Piller, vragenlijst helpers van Geallieerd Personeel van Puck), onder meer werkte zij mee aan Pegasus 2 (bron: Boeree), samen met Kragt en Piller verzamelden zij een grote groep ondergedoken geallieerde parachutisten om ze over de Rijn te zetten. De actie mislukt uiteindelijk. Het werk van Puck in deze periode tot het einde van de oorlog was zeer gevaarlijk. Ze legt vele kilometers af op de fiets om mensen, berichten, wapens en andere goederen te vervoeren. (Bronnen: SVB stukken; getuigenissen; de Helperfile van Puck; De vragenlijst ‘Helpers van Geallieerd Personeel’ van Puck, 8 december 1945). Tijdens het werk voor deze groep, in de laatste oorlogsmaanden, ontmoette zij geheim agent Jos van Haeren uit Nijmegen die via de Binnenlandse Inlichtingendienst werkte voor IS9 (net als Dick Kragt) en voor Groep Albrecht. Met hem
correspondeerde zij tot anderhalf jaar na de oorlog. Haar brieven zijn bewaard gebleven (bron: Archief J.A.G. van Haeren, zie website).
Puck nam haar werk als koerierster zeer ernstig. Haar ‘Vragenlijst voor Helpers van Geallieerd Personeel’ ingevuld door Mr. Van den Born, begint met: “For Puck the proper functioning of the organisation meant everything. It was her life and blood”. In her function of messenger to the FRANS HALS organisation she contributed in a considerable degree to this aim, cycling long distances through areas which were out of bounds and invested with German control posts.” (Bron: De vragenlijst ‘Helpers van Geallieerd Personeel’ van Puck, 8 december 1945).
1944-mei 1945 Onderduikadressen van Puck vanaf augustus 1944 tot aan de bevrijding mei 1945
Gerrit Top in Barneveld
Puck heeft van haar periode op de Veluwe vijf weken in Terschuur (Barneveld) gewoond aan de Nijkerkerweg 57 bij de familie Gerrit Top (geboren in Zw. Broek (Barneveld)). Gerrit was (ooit) soldaat. Hij was destijds getrouwd met Jannetje van Renselaar maar had geen kinderen. Hij stelde zijn tarwe-oogst illegaal beschikbaar aan de geallieerden. Naast Puck bood hij voor lange tijd ook ‘Lou’ onderdak. In haar brieven aan Jos van Haeren vermeld zij dat ze na de oorlog nog graag op bezoek ging bij een ouder kinderloos echtpaar op een boerderijtje met een joods meisje in huis. Dit was het echtpaar Top aan de Nijkerkerweg 57 (bron: OpenArch, Depher, Tieman Bosman: zie foto van de boerderij). In de helperfile van Gerrit Top wordt Puck de ‘Jupiter Courier’ genoemd (bron: helperfile Gerrit Top, via Tiemen Bosman). Volgens de getuigenis van E. Bruinekreeft heeft ze de laatste twee jaar in Barneveld gewoond (bron: SVB stukken getuigenis E. Bruinekreeft).
Familie ten Ham, Barneveld
Ook de familie ten Ham in Barneveld heeft Puck onderdak geboden. Zij is na de oorlog nog enkele malen bij hen op bezoek geweest (bron: dossier Anna de Jong Nationaal Archief: verlofbriefjes en brieven aan Jos van Haeren). Onder meer voor de bruiloft van de dochter van ten Ham.
Baarn
Ook heeft zij tijdens de oorlog mogelijk in Baarn gewoond. In Baarn woonde ook Janus Blankenstein, groenteboer. Hij verzorgde fietsen en fietsbanden (bron: Collectie Boeree, Gelders Archief / gemeente Arnhem via Wolter Noordman).
Uit Boeree, pag 118:
“Op de Veluwe werkte ook Janus Blankenstein, groenteboer uit Baarn, hij had een rijwielpaden en zorgde voor fietsen en banden. Uit Baarn was afkomstig de koerierster Puck. Haar naam was Anna de Jong. Zij ging na de oorlog voor herstel van gezondheid naar Zwitserland. Zij koerierde voor Peter van Scherpenzeel (ware naam Peter van Ginkel) en later voor Dick Kragt (alias Dick Kay, alias Frans Hals) en voor diens helper Joop Piller (bijnaam Joop van Amstel).” (Bron: Collectie Boeree, Gelders Archief / gemeente Arnhem via Wolter Noordman).
Familie Top in Appel, gemeente Nijkerk
In de helperfile van Puck zelf staat dat zij onderdak had bij de familie Top in Appel (gemeente Nijkerk). Mogelijk familie van Gerrit Top. (bron: helperfile Puck, via Tiemen Bosman).
Familie Willem Vonkeman, Voorthuizen (bron A.D. Verhoeven)
Op de boerderij 'Klein Harselaar'' van de familie heeft Puck ook ondergedoken gezeten. Volgens de heer Verhoeven was daar het hoofdkwartier van de Groep van Piller (Frans Hals groep) gevestigd. Na de oorlog is Puck naar een bruiloft geweest op deze boerderij (zie foto boven).
Getuigenissen m.b.t. het verzetswerk van Puck op de Veluwe
Veel later, pas in 1969, vraagt Puck een invaliditeitspensioen aan wegens schade door verzetsdeelname. De Buitengewone Pensioenraad (later Sociale Verzekeringsbank SVB) moet deze aanvraag beoordelen en zoekt bewijzen van haar verzetsactiviteiten. Diverse oud- verzetsstrijders getuigen over haar verzetsactiviteiten. In het archief van de SVB troffen we de volgende getuigenissen aan, bij elkaar gebracht door de Stichting 40-45, die Puck hielp met de pensioenaanvraag.
Het getuigenissendocument begint met een verklaring van de Burgemeester van Harderwijk, de heer Numan. Alle andere getuigenissen zijn hier opgenomen. Deze getuigenissen vertellen in grote lijnen iets over de verzetsactiviteiten van Puck van de periode dat zij op de Veluwe in het verzet werkte, met name over de laatste periode vanaf de herfst 1944 tot de bevrijding.
De Heer G.J. Numan te Harderwijk:
Ondergetekende Gijsbert Jan Numan, geb. 24 juli 1906 te Arnhem, burgemeester van Harderwijk, in de bezettingstijd 1940-1945 Gewestelijk Sabotage- en Verzetscommandant der L.K.P. op de Veluwe later Districtsstrooptroepencommandant der N.B.S. op de Veluwe (in de illegaliteit bekend onder de namen Willem Antonie van Soest, Dirk Jan van Datrik, Jan Janssen, Gijs van Arnhem, Guus Bremer, laatstelijk Grote Gijs) verklaart door deze, dat Mevrouw Kraakman geboren ANNA DE JONG (in de illegaliteit genaamd “Puck") geboren te Groningen 8 maart 1924, thans wonende aan de Korte Prinsengracht 44 I to Amsterdam (tel 030-237709), in de jaren 1940-1945 actief werkzaam is geweest in het verzet als koerierster, als verzorgster en expediënte van ondergedoken joden, verzetslieden en neergeschoten geallieerde militairen na de bevrijding door de illegaliteit werd aangewezen om medewerking te verlenen aan de P.O.D. en P.R.D. en Militair Gezag.Ik kan mij goed voorstellen, dat de lichamelijke en geestelijke klachten, die zij thans heeft, een causaal verband hebben in de spanningen en moeilijkheden en vermoeidheden in de bezettingstijd doorstaan.
Hopende met het vorenstaande U van dienst te zijn geweest, verblijf ik
hoogachtend
De Burgemeester van Harderwijk
w.g. G.J. Numan
De Heer E. Van der Wiel te Kootwijkerbroek:
In antwoord op uw schrijven d.d. 31 juli j.l. deel ik u mede, dat Mevr. A. Kraakman-de Jong bij ons bekend als Pukkie, zich bij mij melde met een bewijs van illegale mensen uit Apeldoorn, die ik wel kende doch die hoofdpersonen zijn allemaal doodgeschoten, ik heb haar toen ondergedoken en bij onze hoofdpersoon aanbevolen, dat was Joop Piller, fabrikant in Damenkleding te Amsterdam, zijn adres weet ik niet, doch hij is makkelijk te vinden en Dik, dat is een Engelsman maar hij is woonachtig in Voorburg, Joop Piller weer zijn adres wel. Bedoelde Mevrouw. Anna Kraakman- de Jong, thans wonende Korte Prinsengracht 44 te Amsterdam, was koerierster, berichten wegbrengen en piloten (Engelsen, Amerikanen en Canadese Militairen) ophalen en wegbrengen naar hun onderduikadres. Ook ging ze wel piloten wegbrengen, die moesten in Wageningen en ook wel eens even voorbij Hardingveld, tegenover de Biesbos, over de waal of over de Rijn varen met een roeibootje, om weer bij hun onderdeel te komen. Zij heeft veel gevaarlijk werk gedaan maar zij zag nergens tegenop, doch dat deden wij allemaal, in de nacht piloten vervoeren door ondergelopen weilanden tot de knieën door het water, ook Pukkie was er veelal bij maar wij waren gewapend ook Pukkie. Ze was een goede koerierster en was niet bang. Gerrit van Ee, motorenhandelaar, wonende te Barneveld, Nieuwemarkt 11 kan dit ook wel bevestigen.
Verblijf met de meeste hoogachting.
w.g. E. Van der Wiel
gep. Rijkspolitie wonende te Kootwijkerbroek, Wesselseweg 182
De Heer D. Kragt, te Voorburg:
Mijne Heren,
Uw brief reg.nr. B-10090 en ref. HA/LM van 21 juli bereikte mij heden op mijn vakantieadres. Desgevraagd bericht ik U als volgt. Schrijver dezes kwam in juni 1943 naar Holland als Engels legerofficier met als doel een illegale organisatie op te bouwen om z.g. “evaders” (afgeschoten vliegtuigbemanningen) behulpzaam te zijn om zich uit de handen van de bezetters te houden en hun weg naar Engeland te vergemakkelijken. Als zodanig kwam ik, als mijn geheugen mij niet in de steek laat, ongeveer negen maanden voor de bevrijding in contact met contact met “Puck”. Gedurende deze laatste negen maanden heeft zij als koerierster zeer verdienstelijk werk verricht. Ik meen dat zij toen negentien jaren oud was. Zij was altijd zeer opgeruimd, plichtsgetrouw, nooit was haar iets te veel, en heeft zij op een niet al te beste fiets heel wat kilometers verreden, geregeld niet ver van, alsook in de linies. Verder deed zij bijkomstige werkzaamheden zoals het bezoeken van adressen waar ‘evaders’ ondergedoken zaten; begeleidde deze naar andere adressen enz. Ik heb vernomen dat deze vrouw het de laatste tijd moeilijk heeft. Dit spijt mij ten zeerste en hoop ik dat Uw Stichting iets voor haar kan doen. Als iemand het verdiend heeft, moet dit Puck zeker zijn. Als bijlage voeg ik een lijst namen en adressen (voor zover mij bekend) bij van personen die een en ander bevestigen kunnen.
Hopende U en Puck van dienst
geweest te zijn,
verblijf ik met de meeste hoogachting,
w.g. D. Kragt
De Heer R. Van Ginkel te Scherpenzeel:
Mevr. Anna Kraakman-de Jong, geb. 8-3-1924 te Groningen en wonende te Amsterdam, Korte Prinsengracht 44’ heeft bij het districtsbureau een aanvraag ingediend voor ondersteuning. Als voormalig Districtscommandant der B.S. distr. Barneveld, kan ik U medewelen dat Mevr. Kraakman als koerierster veel en belangrijk werk heeft verricht en dat zij een zeer gewaardeerde kracht was. Gaarne ondersteun ik haar aanvraag nu zij niet in staat is in haar onderhoud te voorzien, een uitkering toe te kennen.
Hopende een gunstige uitslag voor Mevr. Kraakman te mogen vernemen teken ik
hoogachtend,
w.g. R. Van Ginkel
De Heer J. Roskam te Den Haag:
In antwoord op Uw schrijven nr. B- 10090, doe ik U de volgende gegevens toekomen. Puck is eind zomer/ herfst 1943 bij de groep Piller (Frans Hals groep) gekomen en heeft als koerierster dienst gedaan. De heren Piller en D.Kragt weten U omtrent de precieze datum waarschijnlijk meer te vertellen. J. Piller (J.v. Amstel geheten) was het hoofd van deze groep, naast hem stond een engelse kapitein D. Kragt (toentertijd capt. Kay geheten). Hun opdrachten ontvingen zij van de regering te Londen. Ongetwijfeld kunnen zij ook daarover nog beter inlichten. Uiteraard werkte ik ook bij deze groep, direct onder de heer Piller. Ons werk was ‘t ophalen van neergeschoten piloten en ’t op een veilige plaats doen onderduiken van alle manschappen die zich per parachute hadden kunnen redden. Uiteindelijk als e.e.a. geregeld was (hun uniformen moesten ergens
opgeslagen worden, bovendien kregen ze andere kleding aan) werden zij zo snel mogelijk afgevoerd naar het zuiden waar zij zich weer bij de geallieerden konden aansluiten.
Er was een uitgebreide organisatie nodig voor ’t rondbrengen van voedsel, voor ‘t opvangen van droppings etc. Valse papieren werden ook door een bepaald onderdeel verstrekt. Dit is even een korte inleiding om U de aard van dezer organisatie op de hoogte te brengen.
Puck werkte vóórdat zij bij onze groep kwam, bij een groep illegalen (ik meen dat zij de naam Johannes Post-groep genoemd heeft), die in Groningen en omstreken opereerde. Later na haar arrestatie door de S.D. en haar vlucht uit Leeuwarden is zij naar de Veluwe gekomen. Haar groep is uitgemoord (overval op de Weteringschans ) en de leider daarvan heeft zich in Amersfoort, nadat zijn huis omsingeld was, een kogel door het hoofd geschoten. Puck heeft dit van zeer nabij meegemaakt en tot vandaag toe valt het haar moeilijk hierover te spreken. Ze heeft verscheide keren onder onmogelijke omstandigheden moeten vluchten maar omdat ze al vanaf haar 16e jaar vrijwel onafgebroken ‘t de bezetter zo moeilijk mogelijk maakte, was ze goed op de hoogte van hun methoden en bovendien wist ze dat ze hoog spel speelde.
Dit alles heeft haar bijzonder aangegrepen en toen de oorlog afgelopen was, wilde ze een nieuw leven beginnen. In de oorlog had ze maar één doel voor ogen, eruit met de bezetter, daarna was de zaak voor haar afgedaan. Tenminste dat leek zo. Na de oorlog is de groep vrijwel direct uit elkaar gegaan, ieder had weer aandacht voor zijn werk. Alleen de heren P. van Ginkel en G. van Schuppen hebben Puck na de oorlog zoveel mogelijk bijgestaan. Ieder ander had haar uit het oog verloren.
Na twintig jaar (in 1965 dus) besloten we een reünie te houden van de hele groep. Het was een hele toer om Puck op te sporen maar, we vonden haar terug in Amsterdam, waar ze aan een reisbureau verbonden was. ’t Bezwaar van een dergelijke baan is dat ze nooit ziek mag zijn, als ze ziek is verdient ze niets. Dat ziek worden gebeurde prompt na de reünie. Psychologisch gezien is deze inzinking wel te verklaren. Puck heeft na de oorlog met niemand (haar nieuwe medewerkers etc.) nooit gesproken over haar wedervaren in de oorlog, alles trachtte ze alleen te verwerken en dat kwam haar na die reünie dan ook duur te staan. Wij voelden ons verantwoordelijk voor haar en hebben haar samen met de heer Piller zoveel mogelijk morele en financiële hulp geboden gedurende het jaar dat ze ziek was.
Met J. Piller, D. Kragt, P. van Harn en vele anderen besloten we tijdens een kleine bijeenkomst hier in den Haag om de Stichting 40-45 hiervan in kennis te stellen. Om Puck op de hoogte te houden vertelden we haar van dit plan. Waarop ze ons verbood stappen in die richting te doen. We zijn dan ook erg blij dat ze blijkbaar zelf de eerste stap gezet heeft. Het moet een hele overwinning voor haar geweest zijn. In ieder geval bestaat nu de mogelijkheid volgens de Wet Buitengewoon Pensioenen 1940-1945 dat zij na een eventuele keuring (ze heeft een maand geleden een psychiatrische inrichting verlaten, zoals we vernomen hebben) recht kan laten gelden uiteraard in samenwerking met Uw Stichting, op een buitengewoon invaliditeitspensioen zodat zij een menswaardig bestaan kan leiden. Door Uw Stichting zijn zovelen geholpen; als er nu één is die beslist geholpen zou moeten worden dan is dat wel deze alleenstaande door de oorlog geknauwde vrouw, die zoveel op zo jeugdige leeftijd heeft moeten doormaken, dat 't haar nog tot vandaag toe heel moeilijk valt hier zelfs over te praten.
Hopende U met dit misschien wat uitgebreider relaas van dienst geweest te zijn en dat dit o.a, zal leiden tot een spoedige afwikkeling van deze zaak,
verblijf ik met de meeste hoogachting,
w.g. J. Roskam.
De Heer W.J. v.d. Berg te Ede:
Daar we met vakantie waren, kan ik eerst heden uw schrijven d.d. 31 juli (HA/LN) beantwoorden. Mevrouw Anna Kraakman- de Jong heeft in de oorlogs jaren als koerierster zeer zeker belangrijk werk gedaan. Daar ik zelf bij een knokploeg werkzaam was te Barneveld en tevens Dick Kay (Dik Kragt ) hielp bij het coderen en decoderen van telegrammen naar en van Engeland, heb ik heel veel contact met Puck, (alias Mevr . de Jong) gehad. Ze werkte dag en nacht.
Meer over haar zullen ongetwijfeld de heren Joop Piller (woont in Amstelveen en heeft een confectiefabriek te Amsterdam). Deze zult U kunnen bellen en de heer Dick Kragt (woont in Wassenaar, nader adres onbekend bij mij), kunnen vertellen. Genoemde heren waren haar directe chefs. Piloten hulp, etc. De heer Piller is destijds naar Engeland
overgestoken en toen was dus de heer Kragt die hier was gedropped, haar chef.
Vertrouwende U voldoende te hebben ingelicht, verblijf ik,
hoogachtend
w.g. W.J. v.d. Berg
De Heer E. Bruinekreeft te Voorthuizen:
In antwoord op Uw schrijven d.d. 31 juli 1969 no. D.10090.
Betreffende: Mevr. Anna Kraakman- de Jong in verband met haar illegale werk in de bezetting.
Zover mij bekend is, heeft zij al de bezettingsjaren in de illegale werkzaamheden gezeten. Als koerierster en pilotenvervoer. Ze heeft véél zwaar en gevaarlijk werk gedaan in Amsterdam, Groningen, Friesland en Gelderland, waarvan de laatste 2 jaar verder Gemeente Barneveld. Nooit was haar iets te veel of te gevaarlijk en deed ik vergeefs een beroep op haar. U vraagt naar meer adressen en personen., die heeft U al in Uw bezit. Wij hebben de lijst zelf helpen opmaken.
w.g. E. Bruinekreeft
De Heer J. Piller te Amsterdam:
In antwoord op uw bovenvermeld schrijven van d.d. 15 juli betreffende mevrouw A. Kraakman-de Jong kan ik U het volgende mededelen. Mevrouw Kraakman is vanaf begin 1944 tot aan de bevrijding koerierster geweest van onze organisatie voor piloten en parachutistenhulp. Wij hebben haar gedurende deze tijd leren kennen als een zeer
plichtsgetrouw medewerkster van onze groep. Er dient nog opgemerkt te worden dat zij door onze organisatie van een K.P. groep is overgenomen.
Voor eventuele verdere commentaren kunt U zich nog wenden tot
- de hr. D. Kragt .
- de hr. P. van Ginkel te Scherpenzeel .
- de hr. G. Numan, burgemeester te Harderwijk ,
Hopende u hiermede gediend te hebben, verblijf ik, met vriendelijke groeten,
w. g .J. Piller .
Hieronder staan de namen die in de getuigenissen genoemd worden als mede-getuigen van het
werk van Puck.
Namen aan het begin van het getuigenissendocument opgemaakt voor Stichting 40-45:
De Heer G. J. Numan, burgemeester van Harderwijk, oud sabotage- commandant L.K.P. en N. B.S
De Heer E. Van der Wiel, Wesselseweg; 182 te Kootwijker broek,
De Heer D. Kragt, Scheltuslaan 205, Voorburg,
De Heer R.van Ginkel, Eikenlaan 13, Scherpenzeel, oud districtscommandant N.B.S
De Heer J, Roskam, Paul Gabriëlstraat 84, Den Haag ,
De Heer W.J. van de Berg, A. van Schendellaan 10, Ede
De Heer E. Bruinekreeft, Bosweg 17, Voorthuizen,
De Heer J. Piller, van Hallstraat 199, Amsterdam.
Namen die als bijlage in getuigenis van Burgemeester Numan door hem genoemd worden:
J. Roskam, Paul Gabriëlstraat 84 te ’s Gravenhage (070-249473)
G. de Vos, ’t oude Hof, Boterdijk, Paterswolde
A. Kroon, Irenelaan 3 te Breda.
D. Kragt, Scheltenslaan 205 Voorburg.
J.Piller, Bloemendaalseweg 203 Overveen (023- 88661)
Rijk van Ginkel, Scherpenzeel, Eikenlaan 28 (03497-1460)
F. van Schuppen, Kerkewijk 58 Veenendaal.
G. van Schuppcn, Mauritslaan 7, Amersfoort (0349 0 – 14514.)
Namen die als bijlage in de getuigenis van D. Kragt door hem genoemd worden:
Dir. J. Piller, Jac. Thyssenlaan 4v Heemstede
W.J. van der Borg, A. Van Schendellaan 10 Ede
Dir. R. Van Ginkel, Eikenlaan 13 Scherpenzeel
J. Roskam, Paul Gabriëlstraat 24 Den Haag
E. Bruinekreeft, Bosweg 17 Voorthuizen
G. van Schuppen, Mauritslaan 8 (??) Amersfoort
Hijmen van Esveld, Dwarsgraafweg 5 (?) Essen (Gld), momenteel in Canada?
“Pa” van der Wiel, Essenerweg 2 (?) Kootwijkerbroek (was toen dorps politieagent)
Namen die als bijlage in de getuigenis van J. Roskam door hem genoemd worden:
De heer en mevr. J. Piller, Jac. Thijssenlaan 4 Heemstede tel 023-288661
De heer D. Kragt, Scheltenslaan 205 Voorburg, tel 070-865120
H. van Esveld, Dwarsgraafweg 3 Essen, Koortwijkerbroek, tel 070 03423-206 (momenteel vervlijfhoudende in Canada, adres Box 433,
Lethbridge Alberta Can.)
R. van Ginkel, Eikenlaan 13 Scherpenzeel, tel 034971460
G. van Schuppen, Mauritslaan 7 Amersfoort, tel 03490-14514
W. van Dijk, Molenweg 5 Harskamp, tel 08383-201
G. Numan, Minnebroederslaan 4 Harderwijk tel 03410-2271
W.J. van den Berg, A. Van Schendellaan 10 te Ede (Gld) tel 08380-2135
E. v.d. Wiel, Wesselseweg 182 Kootwijkerbroek tel. 03420-202
De heer en mevr. Bruinekreeft-v.d. Wiel Bosweg 17 Voorthuizen
A.J.C. Horstman, Soeratesstraat 5 Amsterdam, tel 020 134541
H. de Jongh, Essenlaan 70 Rotterdam, tel 010-112052
P. van Harm, v. Alkemadelaan 776 den Haag tel. 185070-toestel 1653
131945
1947
Werk van Puck voor de Politieke Recherche
Net na de oorlog werkt Anna als rechercheur voor de Politieke Opsporings Dienst (POD). Eerst in Harderwijk (waarbij zij woonde in Hotel Stadsdennen), daarna in Apeldoorn (PRA). Zij schrijft in deze periode tien brieven naar haar mede-verzetsstrijder Jos van Haeren (bron: archief J.A.G. van Haeren). Ze heeft het niet makkelijk en is soms ziek en moe. Op 24 september 1945 schrijft ze aan Jos: (..) “Wees niet bang, ik red me wel. Alleen de tegenwoordige tijd breekt me de nek. Het onrecht, en de vele baantjesjagers. En de herinnering aan zovelen die soms in mijn ogen voor niets alles geofferd hebben. Gelukkig dat ze niet meer weten dat hun strijd door andere mensen veracht wordt. Ik kan er niet meer uitkomen. In al die jaren was ik zo allemenselijk sterk (geestelijk) dat anderen het niet konden begrijpen (Nu de reactie?). Niets stond me in de weg. Ik geloofde en was ervan overtuigd dat mijn stemming onverwoestbaar was. En nu, is alles leeg. Het lijkt alsof je in de ruimte werkt en leeft. Wantoestanden, corruptie, en dan het zedelijk peil waarop 90% van onze vrouwen zich bevinden. Ik sta volkomen machteloos tegenover zoveel ellende. Waar moet dat heen. Kon je maar helpen. Al je principes, al je moeite in de laatste jaren om jezelf te blijven, om je idealen te bewaren lijken waardeloos bij zo’n ontwrichting (..)
Uit haar dossier blijkt dat zij na de overplaatsing naar Apeldoorn onenigheid kreeg over haar functie en salaris. Zij werd in haar beleving te weinig gewaardeerd door haar nieuwe chef. Zij had graag een carrière als rechercheur gehad wat blijkt uit een interne sollicitatie maar het werd haar niet gegund om als rechercheur verder carrière te maken. Gedesillusioneerd nam zij eind 1947 ontslag (bron: dossier 8909 Anna de Jong, Archief Directoraat-Generaal Bijzondere Rechtspleging
(DGBR), Nationaal Archief).
1947
Verblijf van Puck in Zwitserland
Na anderhalf jaar gewerkt te hebben voor de Politieke Recherche vertrekt zij via Stichting 40-45 in maart 1947 naar Zwitserland om bij te komen van de oorlog. Zij verblijft daar enkele maanden (bron: Archief J.A.G van Haeren, brieven van Puck). Zij logeert aanvankelijk bij een dominee maar de strakke levensstijl bevalt haar niet. De conservatieve opvattingen over de rol van de vrouw in Zwitserland in het algemeen vallen haar op. Ze vertrekt uit het huis van de dominee en vindt een logeeradres bij een moeder met dochter in een hotel: Fraulein E. Stahli Hotel Schweizerhof in Wetzikon.
Ze schrijft over haar ervaringen in Zwitserland met Jos van Haeren. In een van haar brieven (1 mei 1947) schrijft ze: “Het leven hier, vooral voor een vrouw zoals ik, is hier erg moeilijk. Wij zijn vrij gevochten, doorzien elke situatie, handelen zelf, en dat kennen ze hier volkomen niet. De vrouw is hier een waar huismeubel. De getrouwde mannen gaan op stap met een ander, zijn vreselijk ongalant en onvriendelijk voor hun eigen vrouwen.“
1948
Tweede verblijf Puck in Zwitserland
Anna is blijkbaar teruggegaan naar Zwitserland (of zij is er gebleven) en heeft in 1947 aansluitend een opleiding tot tour-manager gevolgd in Zwitserland (bron: SVB stukken).
1955
Huwelijk met Th.M. Kraakman
Teruggekomen in Nederland trouwt zij in februari 1948 met dhr. Th.M. Kraakman. In Delft. Ze wonen onder andere aan de Jachtlaan in Apeldoorn en in Delden. Het huwelijk duurt 7 jaar, zij scheiden in 1955. Kraakman hertrouwt in 1955 met mw. Buitenhuis. Tijdens dit huwelijk heeft Puck gewerkt als touroperator (bron: SVB stukken, getuigenissen).
Th.M. Kraakman
Kraakman werd geboren in Groenlo in het gezin van de burgemeester van Groenlo. Hij gaat in de oorlog voor de Duitse bezetter werken. Eerst als chauffeur, later als boekhouder in Den Haag en in Amersfoort. Na de oorlog is hij voor deze dienstverlening veroordeeld en heeft hij een half jaar gevangen gezeten (bron: Nationaal Archief). Zijn staatsburgerschap wordt hem afgenomen. Hij is uiteindelijk buiten rechtsvervolging gesteld. Het is wel heel onwaarschijnlijk dat Puck dit geweten heeft voordat ze met hem trouwde. Mogelijk kwam ze erachter en is dat de oorzaak van de scheiding geweest.
Lena Verhoeven (18 juli 1921 - 12 mei 1982).
Th.M. Kraakman’s eerste vrouw was Lena Verhoeven. Lena trouwt met Kraakman op 26 februari 1943 in Voorburg. Op 13 augustus 1944 kregen zij een dochter: ‘Marlene J.’
De ‘J’ staat waarschijnlijk voor ‘Johanna’, naar haar moeder Johanna de Graaff (1904). Haar ouders Johanna de Graaff (1904) en vader Peter Verhoeven (1900) kwamen uit De Werken en Dussen.
Woonadressen Lena volgens haar persoonskaart.
5 oktober 1942 Voorburg, A. De Ruyterlaan 508c.
17 maart 1943 Voorburg, Postbus 024174
Adresen Lena met Kraakman:
22 April 1943 Apeldoorn, Deventer straat 120
13 maart 1944 Apeldoorn, Marktplein 26b
6 april 1944 Apeldoorn, Jachtlaan 8
5 maart 1946 Amsterdam
4 juni 1973 Heilo (met J.M. Schoorl en Anita)
Lena Verhoeven en Th.M. Kraakman scheiden op 23 augustus 1946 in Voorburg. Lena vertrekt naar Amsterdam. Ze hertrouwt op 14 maart 1968 met Marinus Meijer, dan met J. Van Hoppe den Hartog en later met J.M. Schoorl te Heilo (4 juni 1973). Er is ook sprake van ene Tony Verhoeven, mogelijk een zoon. De persoonskaart is deels nog afgedekt dus moeilijk te ontcijferen hoe haar leven na de scheiding precies gelopen is. Onduidelijk blijft of zij ooit haar dochter Marlene weer heeft gezien. (bron: persoonskaart archief Amsterdam). Na de oorlog dient Kraakman een verzoek in tot schadeloosstelling van tijdens de oorlog geleden schade. Het gaat om de inboedel van de Jachtlaan 8 waar zij woonden gedurende een deel van de oorlog. Hiertoe heeft hij een handtekening van Lena nodig. Zij weigert dit en schrijft zelf een brief naar de uitkerende instantie om haar standpunt uit te leggen. Hierdoor weten wij dat haar tweejarige dochter Marlene (1944) niet met haar mee kwam naar Amsterdam na de scheiding in 1946. Zeer tegen haar wil (bron: Nederlands Beheersinstituut NBI, brief van Lena). Het is niet duidelijk of Puck stiefdochter Marlene heeft gekend, voor haar heeft gezorgd. Het is onbekend
wat er met Marlene is gebeurd na de scheiding van Kraakman en Lena Verhoeven. Wij kunnen haar vooralsnog niet vinden.
1965
Touroperator buitenland
Puck werkt tussen 1955-1965 als touroperator, reisleidster. Zij had in deze periode geen vaste verblijfplaats en werkte voor o.a. American Express New York, Transcontinental Dallas en Travellers International New York. Zij verdiende daarmee ongeveer 25 gulden per dag en 25 gulden commissie en zij had daarbij kost en inwoning gedurende de reizen. Ze verbleef tijdens de reizen in Hilton Hotels etc. Ze stond niet ingeschreven in Nederland.
1965
Korte Prinsengracht 44 Amsterdam
In 1965 vestigt Puck zich weer in Nederland en gaat zij wonen in Amsterdam aan de Korte Prinsengracht 44. Zij staat ingeschreven op dat adres vanaf 14 februari 1965. Zij is op dat moment verbonden aan een reisbureau in Amsterdam (bron: stukken SVB). Of zij haar biologische familie ooit op het spoor is gekomen in onduidelijk. Dat zij
bijvoorbeeld een biologische verwante tante had, Antje Hoitinga, die ook in Amsterdam woonde (op de Mercatorstraat 115 3h) wist zij waarschijnlijk niet. Het achternichtje van Anna (‘Puck’), Mw. Das (Beeuw Hoitinga) vertelt ons in 2021 dat zij wel eens bij Antje Hoitinga op bezoek ging. Mw. Das wist in elk geval niets van het bestaan van Anna. Antje overlijdt in 1996.
1965 Reunie met oud-verzetstrijders en break-down
In 1965 wordt Puck gezocht en gevonden door mede oud-verzetsstrijders en vindt er een reunie plaats. Niet lang daarna heeft Puck een ‘breakdown’ en proberen de oud-verzetsstrijders haar te helpen. Een jaar lang ondersteunen zij haar financieel en moreel. Ze besluiten voor haar een oorlogspensioen aan te vragen bij Stichting 40-45. Als ze ervan hoort wil ze niet dat zij doorgaan met dat plan. In april 1969 is zij opgenomen op de Psychiatrische afdeling Wilhelmina Gasthuis Amsterdam. Dit is de eerste melding die wij konden vinden van een opname (bron: SVB stukken, Sociale Dienst).
1969
Aanvraag Buitengewoon pensioen van een deelnemer aan het verzet
Enkele jaren later besluit Puck toch om zelf een buitengewoon pensioen aan te vragen. Haar aanvraag is met hulp van Stichting 1940-1945 bij de Buitengewone Pensioenraad aan de Zeekant 35 in Scheveningen binnengekomen op 4 juli 1969. In de aanvraag vraagt zij haar huisarts aan te wijzen als derde geneeskundige, huisarts Dr. J. Hoekstra, Admiraal de Ruyterweg 274 in Amsterdam. Zij verzoekt het pensioen betaalbaar te stellen aan de Stichting 1940-1945.
De Stichting 40-45 heeft haar aanvraag feitelijk voor haar behandeld en heeft haar in de tussentijd geholpen met het aanvragen van een tijdelijk bijstands inkomen. Op 5 november 1969 verzoekt de Sociale Dienst aan de Stichting 40-45 om het haar uit hoofde van pensioen toekomende aan hen over te maken. Zij hebben daartoe een machtiging van Anna. Op 28-8-1969 verzoeken zij het totale bedrag terug te storten.
De Buitengewone Pensioenraad had voor de toekenning en het berekenen van de hoogte van het pensioen diverse stukken nodig. Ten eerste een bewijs dat zij inderdaad in het verzet had gezeten, een z.g. illegaliteitsverklaring. Diverse oud-verzetsstrijders hebben hun getuigenissen over het werk van Anna, schuilnaam Puck, opgestuurd naar de Stichting 40-45. Via bureau Utrecht van de Stichting komt een ‘Illegatileitsverklaring’ en een ‘waardigheidsverklaring’ tot stand. De verzamelde getuigenissen van haar mede verzetsstrijders, zoals hieronder de getuigenis van J. Roskam, waren hierbij cruciaal.
Uit een brief van J. Roskam (juli 1996) aan de Stichting 40-45:
“Puck heeft na de oorlog met niemand (haar nieuwe medewerkers etc.) ooit gesproken over haar
wedervaren in de oorlog, alles trachtte ze alleen te verwerken en dat kwam haar na die reünie dan
ook duur te staan. Wij voelden ons verantwoordelijk voor haar en hebben haar samen met de heer
Piller zoveel mogelijk morele en financiële hulp geboden gedurende het jaar dat ze ziek was. Met
J. Piller, D. Kragt, P. van Harn en vele anderen besloten we tijdens een kleine bijeenkomt hier in
den Haag om de Stichting 40-45 hiervan in kennis te stellen. Om Puck op de hoogte te
houden vertelden we haar van dit plan. Waarop ze ons verbood stappen in die richting te doen.
We zijn dan ook erg blij dat ze blijkbaar zelf de eerste stap gezet heeft, Het moet een hele
overwinning voor haar geweest zijn. In ieder geval bestaat nu de mogelijkheid volgens de Wet
Buitengewoon Pensioenen 1940-1945 dat zij na een eventuele keuring ( ze heeft een maand
geleden een psychiatrische inrichting verlaten, zoals we vernomen hebben) recht kan laten gelden
uiteraard in samenwerking met Uw Stichting, op een buitengewoon invaliditeitspensioen zodat zij
een menswaardig bestaan kan leiden. Door Uw Stichting zijn zovelen geholpen; als er nu één
is die beslist geholpen zou moeten worden dan is dat wel deze alleenstaande door de oorlog
geknauwde vrouw, die zoveel op zo jeugdige leeftijd heeft moeten doormaken, dat 't haar nog tot
vandaag toe heel moeilijk valt hier zelfs over te praten.” (Bron: SVB Getuigenissen over Puck aan
Stichting 40-45).
Ook was een uitreksel uit het bevolkingsregister nodig. Dit uitreksel hebben we aangetroffen in de SVB stukken. Hierop staat de naam van haar biologische moeder vermeld: Wijtske Hoitinga. Het uitreksel is afgegeven op 25 juli 1969. Hierdoor weten we zeker dat zij de naam van haar biologische moeder in elk geval vanaf die tijd kende. Maar mogelijk kende zij haar moeders naam altijd al. Ook voor haar huwelijk in 1948 heeft ze een uitreksel uit het bevolkingsregister nodig gehad.
24 juni 1969
Psychiatrische afdeling Wilhelmina Gasthuis Amsterdam
(Bron: SVB stukken, Sociaal Rapport van de Sociale Dienst 1970).
30 april 1970
Verpleeghuis aan de PC Hooftstraat 180
(Bron: SVB stukken, Sociaal Rapport van de Sociale Dienst 1970).
28 januari 1971
Besluit toekenning Buitengewoon pensioen.
De raad neemt formeel het besluit tot toekenning van het buitengewoon pensioen met terugwerkende kracht vanaf 1 augustus 1969. Haar invaliditeitspercentage wordt gesteld op 100% wat met 40% vermeerderd wordt volgens artikel 11d der wet. Op 11 maart 1971 ontvangt Anna een brief van de Pensioenraad met daarin de mededeling dat
op haar aanvraag van een Buitengewoon Pensioen gunstig zal worden beslist. Verder onderzoek is nodig met betrekking tot de hoogte van het pensioen. Het bepalen van de hoogte van het uit te keren pensioen heeft tijd gekost. De pensioenraad probeerde vast te stellen wat haar salaris als tour-operator zou zijn. Aangezien zij in het buitenland
betaald werd door bedrijven als American Express en zij kost en inwoning kreeg, was het lastig in te schatten. Uiteindelijk was de informatie van het Nederlands Wetenschappelijk Instituut voor Toerisme (Haagwerg 21 Breda) doorslaggevend. Het onderzoek van de SVB leidde tot een pensioen op waar zij goed van kon leven, 4.200 gulden per jaar, wat toen een modaal inkomen was. Aangezien zij vanaf 1969 al niet meer kon werken, en de aanvraag van het pensioen nogal wat tijd in beslag nam, heeft zij enige tijd via de bijstand van de gemeente Amsterdam een uitkering ontvangen. Deze uitkering heeft zij via Stichting 40-45 terugbetaald. Uit de brieven die we vonden in het archief van de Sociale Verzekeringsbank blijkt dat zij haar pensioen via de Stichting 40-45 liet uitbetalen en dat zij in 1972 ook haar adres veranderde naar
het adres van de Stichting 40-45 aan de Viottalaan.
1972
Psychiatrisch Ziekenhuis Vogelenzang
In een brief van de Stichting 40-45 dd. 27 april 1972 aan de Pensioenraad komt Puck’s adres aan de Korte Prinsengracht 44 te vervallen en wordt het adres van de Stichting haar correspondentie adres. In een brief van de Stichting 40-45 van 17 augustus 1972 staat dat Anna op dat moment is opgenomen in het Psychiatrisch Ziekenhuis ‘Vogelenzang’ te Bennebroek (Bron: SVB stukken).
1987
Van Provinciaal Ziekenhuis Amersfoort naar Santpoort Bloemendaal (Brederodelaan 54)
(Bron: SVB stukken, mutatie Centrale Registratie 2-11-1987). Over het leven van patiënten in Santpoort is in 1988 toevallig een film gemaakt “Eindstation” van Hans Aerssen. Deze film van 20 minuten in mediatheek Dolhuys beschikbaar (Museum van de Geest). Kort na 1987 is deze beroemde, maar inmiddels verouderde, kliniek ‘Santpoort’, door de Amsterdammers het ‘gekkenhuis’ genoemd, gesloten. De patiënten werden in kleinere instellingen in de stad gehuisvest. De opvattingen over de juiste behandelwijze veranderden in die tijd drastisch. Men wilde kleinere groepen, tussen de gewone burgers, niet meer weggezet in grote gebouwen ver weg van de stad. Ook de aanpak van psychiatrische problematiek veranderde. In deze sfeer belandde Puck weer in Amsterdam.
1996 Laatste jaren van Puck
Valeriuskliniek
Ook al woonde Puck in 1965 al in Amsterdam, Puck werd in het bevolkingsregister van Amsterdam pas ingeschreven op 25 juni 1987 (bron: CBG). Haar laatste adres volgens het CBG document van overlijden (opgevraagd in 2021) was Valeriuslaan 9. Hierdoor weten we dat zij opgenomen was in de Valeriuskliniek, wat inmiddels bevestigd is door de geestelijk verzorger G.J. Bach die daar toen werkte en waar we contact mee hebben gehad. Of zij de hele periode of een deel van de periode vanaf 1987 tot 1996 in de Valeriuskliniek woonde is onbekend. Maar het is waarschijnlijk dat dit haar laatste adres is geweest.
1996
Overlijden van Puck
Via het stadsarchief van Amsterdam hebben we gevonden dat zij is overleden op 4 juni 1996 in Amsterdam (Bron: CBG document van overlijden (opgevraagd in 2021). Zij is begraven of gecremeerd op de nieuwe Ooster begraafplaats, nummer 65-5-K005 (Bron: archief.amsterdam denieuweooster.nl). Dit betrof een ‘Algemeen graf’ en bestond uit een veldje waar meerdere mensen samen werden begraven.
In de archieven zitten 15 brieven van Puck (A. de Jong) aan Jos van Haeren. Dit document bevat de 15 uitgeschreven brieven geschreven in de periode tussen 3 september 1945 tot 1 mei 1947 vanuit Harderwijk, Apeldoorn en Zwitserland. De brieven zijn uitgeschreven door Marie Louise van Haeren op 20 April 2017 Brieven:
3 september 1945, Harderwijk
15 september 1945, Harderwijk
24 september 1945, Harderwijk
26 september 1945 , Harderwijk
16 oktober 1945, Harderwijk
14 november 1945, Harderwijk
21 november 1945, Harderwijk
25 januari 1946, Harderwijk
8 februari 1946, Harderwijk
1 april 1946, Harderwijk
1 juni 1946, Harderwijk
6 augustus 1946, Apeldoorn
12 oktober 1946, Apeldoorn
21 maart 1947, Zwitserland