Een van de beste vrienden van Jos voor, tijdens en na de oorlog was Jan Litjens uit Winssen bij Nijmegen. In hoeverre zij in de verzetstijd samengewerkten wisten wij lange tijd niet. Totdat we dankzij Pim Blitterswijk op het spoor kwamen van de memoires van Jan en het daarop gebaseerde toneelstuk. Jan bleek in de oorlog een verzetsgroep te leiden onder de vleugel van de onderduikorganisatie, later knokploeg, Groot Maas en Waal waar Jos deel van uitmaakte.
Jan heeft samen met Jos op de middelbare school gezeten. Er was een leeftijdsverschil van twee jaar, Jan was ouder, maar dat heeft in elk geval vanaf de verzetstijd geen rol gespeeld in hun vriendschap. Tijdens oorlogsjaren heeft Jan in Winssen en omgeving het verzet georganiseerd en leidde hij een groep bij het plegen van verzet tegen de duitse bezetter. Dit bestond uit het regelen van onderduikadressen, het regelen van bonnen voor het eten van de onderduikers, het uitvoeren van een kraak in het gemeentehuis, het verspreiden van illegale krantjes etc. etc. Na de bevrijding van Zuid Nederland is hij in December 1944 naar Engeland gegaan om daar militaire training te ontvangen. De bedoeling was om mee te werken aan de bevrijding van de rest van Nederland. Zo ver kwam het niet, toen de training voltooid was was de oorlog voorbij.
Jan is na de oorlog naar Indonesië vertrokken als Nederlandse militair. Bij terugkomst kon hij als militair niet zomaar een baan vinden. Na een tijdje in Amsterdam te hebben gewoond is hij als administrateur, toezichthouder en handelaar voor de Verenigde Majanglanden gaan werken. Hij ging terug naar Indonesië tot hij in 1957 op last van Soekarno met alle andere Nederlanders uit Indonesië werd verbannen. Hij bracht wel zijn verloofde Maria (Riet) mee, die hij daar had leren kennen.
Terug in Nederland trouwde Jan en werkte hij in Milheze in de textielindustrie, het latere Hatema. Hun eerste zoon Pieter-Jan werd geboren. In 1962 is Jan in Engeland gaan wonen en werken. Het gezin werd uitgebreid met nog twee zonen, Paul en Dennis. Jan is tot aan zijn overlijden op 94 jarige leeftijd in Engeland blijven wonen.
In 2013 heeft Jan zijn memoires geschreven waarin hij ook vele herinneringen heeft opgetekend over het verzet in Winssen en Nijmegen. Hieruit blijkt dat Jan en Jos veel samenwerkten. Dankzij de memoires van Jan kunnen we licht werpen op deze eerste verzetsperiode van Jos. Hij heeft hier zelf niets van op papier gezet en wat we weten is uit verhalen die we ons vaag herinneren. Deze verhalen worden in de memoires bevestigd en krijgen een context. Een zo’n verhaal was dat Jos eten bracht aan twee Italiaanse piloten die ondergedoken zaten in een boomgaard. Jos was een van degenen, samen met de familie Litjens, die hen van voedsel voorzag. Daar heeft hij ons wel over verteld. Hij vertelde dat de italianen graag zongen en hun muziekteksten in het hout van het onderkomen kerfden. Dankij de memoires weten we nu meer details.
Op grond van de memoires van Jan heeft de regisseuse Boukje Toutenhoofd-Visscher van toneelvereniging Plankenkoorts een toneelstuk van de oorlogsperiode van Jan gemaakt. Op 6 April 2019 was de premiere waar 20 familieleden van de familie Litjens bij aanwezig waren.
Ook wij zijn gaan kijken en werden ter plekke in de pauze verrast met het nieuws van Boukje dat Jos veel genoemd werd in de memoires en ook dat Jos in de rol van ‘Jaap’ in het toneelstuk te zien was. Dus zonder het te weten hadden we al een tijdje naar de vertolking van onze vader zitten kijken. Een aparte ervaring!
...'All our refuges were Dutchmen, with the exception of some Italians. They were “Badoglio” pilots, three or four - I am not sure now. Badoglio was an Italian army leader who surrendered to the allies, but the Germans did not agree with that course of action. These pilots were taken prisoner by the Germans, escaped and somehow ended up in Holland. We could take them and hide them for several weeks in de Bouwing, a big orchard belonging to my uncle the parish priest from Nijmegen. He had a small summer cottage, where my friend Josje van Haeren had dug a big hole under the floor for his own use. Josje lived there for months, living mainly from applesauce. It took us several weeks before we got the signal that we could send them on. Josje took them to Tilburg on the train where they were taken over by another group for the next stage of their journey home. I never heard whether they made it or not. Before they left I got a big kiss of all of them, which was rather embarrassing'.
...'Around this time we were asked to raid council offices. The object was to take away part of the register of the population. In Ewijk we did this in police uniform. During this raid a group of German soldiers came in and asked where Tiel was. Josje van Haeren, cool as always, went outside with them showed the way and said "Immer nur gerade aus" (Always straight on) . We were quite pleased when they were gone. The cards we pinched were then fed into the register in Utrecht and our friends there could get ration cards for refugees somewhere else. We did the same thing in Beuningen, but without interruptions. However the burgermeester from Beuningen found out that Guus Thyssen had taken part in the theft and never forgave him after the war. The funny thing is that this register of population was started by that other invader, Napoleon, who needed it for the recruitment of soldiers. For us it was such a nuisance that the RAF precision bombed the building housing the central register in The Hague'.
...'The last days of the occupation were very difficult, everything became so scarce. I remember that I once asked Josje to go to Nijmegen on the bike but to be very careful that the Germans did not pinch his bike because now we could not even steal them anymore as they were so scarce. When he came back I asked him about the bike: yes he lost it, but when I started to express my disappointment he said that he had already stolen another one from a German soldier who went into the post office. Josje was an extraordinary fellow'.
...'Around this time I received a letter from the old burgermeester of Druten, Bruineman, who ordered me, as "senator” to do something. I wrote back that the kingdom of the Netherlands did not know senators. There were however more signs that my authority was under pressure. So I asked Josje to go to Nijmegen, see Captain Harry Bestebreurtje who was the liaison officer between the Allies and the local population, to issue a written declaration that H. Goossens would be in charge. Goossens was a reserve officer of the pre-war army who during the occupation was burgermeester somewhere in Limburg, but somehow got to us as a refugee. However when Josje got back I found my name on the declaration. Josje said that he had not seen that man Goosens when things were bad, and saw no reason why he should be in charge now. I am not quite sure whether I then went myself or that Josje went back, but I got the declaration changed to Goossens who accepted the job and did not do badly'.
...'Meanwhile, my friend Josje crossed the frontline several times into Germany proper with Toon Ermers. I once asked him what route he had taken and when I heard the answer I said, "But Josje, there are mines there". I will never forget his answer - "yes” he said, “but I let Toon go first". Josje did quite a bit of intelligence work, he later worked for the CIA in Prague for a while and had a letter said to have been signed by Eisenhower (after the war it was said that these letters were sometimes signed, with Eisenhower’s approval by his driver/ assistant Kay Summerhayes)'.
Openstaande vragen:
In de memoires van Jan staat dat Jos hem vertelde dat hij na de oorlog werk deed voor de CIA. Hoe kunnen wij dit verifiëren?
In de memoires van Jan worden de namen genoemd van de mensen die deel uitmaakten van de verzetsgroep.
Ken iemand alle namen van deze verzetsgroep? We weten dat ieder geval Jan van Halen, Guus Thijssen, Ton Ermers en Jos van Haeren er deel van uitmaakten.
Zijn er nagelaten archieven van deze verzetsleden?
In het archief van Jos komt een aanbevelingsbrief voor van Jan Litjens betreffende agent Boonen uit Winssen. Jos werkte toen voor het Awardsbureau van de geallieerden. Zijn er familieleden van agent Boonen die deze brief willen lezen?