IS9 ('Intelligence School 9) was een inlichtingen dienst van de Engelsen die een speciale opdracht had om ondergedoken geallieerde militairen terug te brengen naar veilig gebied. Ze deden dit vaak samen met lokale verzetsorganisaties. Een beroemde ontsnappingsroute was de 'Comet' lijn. IS9 leidde eigen agenten op, maar trainden ook lokale verzetsmensen zoals Jos om informatie door te geven aan laagvliegende vliegtuigen met behulp van een speciale zender, de S-phone.
IS9 was onderdeel gemaakt van de commandostructuur van het 21st Army van de geallieerden: de G2 Intelligence Unit, soms ook wel afgekort tot 2IU. Dat was nodig omdat de activiteiten uitgroeiden tot een omvangrijke operatie met veel materiële inzet van vliegtuigen, jeeps, zenders en agenten die over een groot gebied aan het werk waren en getraind moesten worden.
Er zijn grofweg 4 fases te onderscheiden van het werk van IS9 in Nederland:
Vanaf zomer 1944-december 1944: terugbrengen van onderduikers en de massa ontsnappingen van Pegasus I en II na Operatie Market Garden
December 1944-maart 1945: met kleinere patrouilles langs de frontrivieren onderduikers oppikken
Maart 1945-mei 1945: met diverse zendteams intensief voor het oprukkende front uit inlichtingen verzamelen en onderduikers terugbrengen.
Awards Bureau: het beoordelen en toekennen van onderscheidingen aan helpers van onderduikers.
Jos heeft deelgenomen aan de fases 2, 3 en 4.
Jos kwam eind december 1944 in contact met IS9, na zijn opdracht voor Ted Bachenheimer. Hij heeft fase 2, 3 en 4 van IS9 meegemaakt. Jos schrijft in zijn verlag: 'Eind December bracht Kapt. Sluiters mij in verbinding met Maj. Fraser, deze zètte ons (Ton en mijn persoontje) het een en ander uiteen. Ieder van ons kon zich met het aanbod verenigen, ofschoon we wel besloten samen niet meer te gaan. Het nodige onderricht kreeg ik verder in Nijmegen, Vucht en Tholen. In plaats van Ton Ermers zou als courierster meegaan May Schiphorst (vroegere courierster van de K.P.).' De eerste cross-poging naar Zaltbommel ging niet door. De volgende poging was op de Rijn onder leiding van Lui. Croyen. Bij deze tocht ging Woodcock ook mee. Door de inundaties, de lichtkogels en andere factoren waren we na enkele uren genoodzaakt terug te keren. De volgende crossing was weer op de Rijn nabij Tolkamer. De gewapende patrouille die we eerst met drie man maakte had in zoverre resultaat dat we te weten kwamen wat we nog niet wisten nI. dat een crossing met S-phones op dat punt uitgesloten was. (Dit was de eerste patrouille over de Rijn. Lui. Croyen werd op de terugweg door een brenngunner die op 20 yard het vuur op ons opende gewond.). De volgende poging met Woodcock nabij Emmeric kon niet doorgaan vanwege het heldere en bladstille weer/(deze expeditie stond onder Capt. Decente)'.
Deze riviercrossings moeten hebben plaatsgevonden in de periode januari-februari 1945. Ze zijn niet voortgezet. Het rendement was te laag. Zelf denken we dat het vanwege de strenge winter ook niet eenvoudig was om ongemerkt ergens aan land te komen. Jos krijgt hierna een vervolg opdracht en schrijft in zijn verslag het volgende: 'Hierna werd ik naar Eindhoven geroepen, daar ontmoette ik Edu van groep Albrecht. Met Capt. Windham-Wright, Kapitein Kog [Koch, red] en Edu werd overeen gekomen dat ik voor groep Albrecht 6 te “droppen” s-phones zou verzorgen. Hierna zou ik voor 1.S.9 naar Duitsland vertrekken ter opsporing van P.W. camps die men toendertijd aan het evacueren was (met 3 s-phones).'
Jos kreeg de codenaam 'Titmouse' (Koolmees}. Dankzij het speurwerk van Geragd van Loenen (boek 'Twee broers, een missie'} weten we wie e andere zendteams waren:
Cawton (raaf): (Hendrik van Loenen , Luuk van Loenen (Alex) en Johan Lankwarden (Leopold). Zij werkten op diverse plaatsen op de Veluwe, in de Betuwe, in de Rijnstreek en op de Utrechtse Heuvelrug.
Cormorant (aalscholver): bestond uit Leonard Wilkens en Piet Westdorp en Jan Willem Stam. Zij opereerden bij Tiel.
Parakeet (parkiet): W.F. Christiaan van Helsdingen en P. Stoop. Zij hebben gewerkt vanuit Goeree Overflakkee.
Starling (spreeuw): Johannes Laurens van Elsen was in het begin van de oorlog werkzaam bij een onderzoeksbureau in Tiel.
Widgeon (eend): Benjamin Edward de Groot
Yellow Hammer (specht): Noorbeek en F. van der Wort. Zij hebben gewerkt vanuit Zaltbommel en `s Heerenwaard.
Titmouse (koolmees): Gerard van Loenen vat zijn werkzaamheden in zij boek als volgt samen 'J.A.G. van Haeren wordt ook gerekruteerd door IS 9 WEA en krijgt als opdracht mee het opsporen van krijgsgevangenkampen in Duitsland die als gevolg van het oprukkende geallieerde leger steeds werden verplaatst. Hij kreeg de zendnaam Titmouse mee. Via Lage Zwaluwe en de Biesbosch keert Van Haeren terug naar bezet gebied om richting de IJssel te trekken. Vanuit Hummelo wordt voor de eerste maal met de S-phone contact gezocht. Bericht wordt niet ontvangen als gevolg van problemen met de batterijen. Van Haeren had informatie door willen geven over gestrande geallieerden die ten oosten van de IJssel onder gedoken waren. Hij zwerft door Noordelijk Nederland en het grensgebied met Duitsland maar komt niet meer toe aan het zenden met zijn S phone. Heeft wel via nog bestaande telefoonverbindingen informatie doorgegeven.
Borstal: Jaap en Lucas van Wijngaarden. Werkgebied Amersfoort, Nijkerk en Barneveld. Zijn broer Jaap sloot zich aan bij de missie van Lucas van Wijngaarden (Borstal).
IS9 was een aparte sectie binnen MI9 en belast met het opzetten en ondersteunen van de diverse ontsnappingsroutes in de bezette gebieden. IS9 werd geleid door lieut.-Colonel J.M. Langley en later Major Airey Neave. Major Neave is zelf ontsnapt uit Colditz en kreeg vanaf Mei 1942 de leiding.
Naarmate het front opschoof, zette IS9 lokale hoofdkantoren op. Zo ook in Nijmegen in de eerste week van Oktober 1944. Dit kantoor werd geleid door major Hugh Fraser. Na de capitulatie in mei 1945 werd IS9 ontbonden op een 'Awards Bureau' na, dat geleid werd door Major P.J.S. Windham-Wright (zomer 1943). Dat Awards Bureau was belast met het toekennen van onderscheidingen aan helpers van onderduikers.
Jos is in December door kapt. van Sluiters van Bureau Inlichtingen (BI) in contact gebracht met majoor Hugh Fraser van IS9. Het kantoor was toen gevestigd in Kerstraat 12-14 te Hees. Om de hoek van zijn ouderlijk huis. Daar woonde toen de familie Lambrechtsen. Nick Lambrechtsen heeft daar nog een verslag van gemaakt (zie subsite Three Witches).
Vanuit dit lokale hoofdkantoor heeft IS9 onder andere de massaontsnapping 'Pegasus I' gecoördineerd. Het vervolg daarop ' Pegasus II' is helaas mislukt. Daarna is IS9 overgegaan tot kleine ontsnappingen over de rivieren, en het opzetten en onderhouden van ontsnappingslijnen via een netwerk van zendteams die inlichtingen doorgaven via S-phones aan overvliegende vliegtuigen.
In tegenstelling tot andere diensten werkte IS9 ook met burgers, zoals Jos. Die kregen wel een beperkte training om verbindingen te kunnen opzetten (in Nijmegen), met vliegtuigen te communiceren (In Vucht of Vught) en de snelstromende rivieren en wateren van nederland te 'crossen' (dit gebeurde in het 'Boathouse' op Tholen, voorheen nin Nijmegen).
In de documenten van Opa Jos wordt vaak verwezen naar IS9. IS9 (voluit IS9 (d) betekent 'Intelligence School' en was de top-secret section van MI9, gehuisvest in Room 900 van de War Office.
MI9 was opgezet vanuit de War Office in 1939 om Escapers & Evaders (krijgsgevangenen en onderduikers) te helpen weer terug te komen. MI9 stond onder leiding van Brigadier Norman Crockatt. MI9 gaf ook trainingen aan militairen en ontwikkelde allerlei gadgets om te kunnen ontsnappen of onderduiken. Hier zaten diverse gedachten achter: hoge trainingskosten van met name piloten, maakten het zinvol om te proberen zoveel mogelijk gestrande en gevangen genomen piloten terug te krijgen en opnieuw in te zetten. Daarnaast gaven succesverhalen van ontsnapte krijgsgevangenen een boost aan het moraal van de manschappen. Tenslotte gaf het aan de soldaten en ook de verzetsorganisaties een belangrijk gevoel dat ze niet aan hun lot werden overgelaten.
De eerste agent die gedropt werd in Nederland voor IS9 was Dick Kragt op 23 juni 1943 bij Vaassen. Vanaf dat moment heeft hij onderduikers helpen ontsnappen naar bevrijd gebied.
Josje heeft zonder het te weten in 1944 ook al te maken gehad met de 'Comet' ontsnappings route. Zo lezen we in het dagboek van leider van LO uit Winsen en vriend van Jos (Jan Litjens) dat Josje neergestorte piloten naar Tilburg brengt: He had a small summer cottage, where my friend Josje van Haeren had dug a big hole under the floor for his own use. Josje lived there for months, living mainly from applesauce. It took us several weeks before we got the signal that we could send them on. Josje took them to Tilburg on the train where they were taken over by another group for the next stage of their journey home. I never heard whether they made it or not. Before they left I got a big kiss of all of them, which was rather embarrassing.
IS9 was met name gericht op het opsporen en terugbrengen van ondergedoken piloten, maar de S-phone operators zoals Jos werden ook ingezet bij andere missies om real time informatie over vijandelijke posities door te geven. Daartoe werd via deze S-phones verbinding gemaakt met overvliegende vliegtuigen die vanuit vliegveld Vught op basis van vlucht- en zendschema's ingezet werden. Over deze operatie is tot op heden geen officiële documentatie te vinden. IS9 hanteerde een symbool met drie heksen wat de operatie de (bij) naam 'Three Witches' gaf. In de weinige documenten die hierover beschikbaar zijn is ook wel de term Operatie Blackmail gebruikt maar het lijkt erop dat dit een interne 'projectnaam' was.
IS9 moest dus kunnen beschikken over behoorlijk wat materieel: 4 squadrons van Mosquito en Auster vliegtuigen hebben meer dan 300 vluchten uitgevoerd, er moesten zenders gedropped worden, er waren jeeps nodig, agenten moesten getraind en opgeleid worden. Allerlei zaken kortom waarover een relatief kleine organisatie als MI9 niet zomaar kon beschikken of middelen voor had. Duidelijke commandostructuren waren nodig om dat goed gecoördineerd te krijgen. IS9 was onderdeel van de G2 intelligence groep van SHAEF (Supreme Headquarters Alliied Forces). In de 'Order of Battle' is goed te zien hoe IS9 daar onderdeel van gemaakt is.
Commandostructuur (Battle order) van de intelligence section G2 van SHAEF (Supreme Headquarters Allied Forces olv generaal Eisenhower). Te zien is onder andere de S-phone sectie, het Boathouse en diverse namen die ook in het verslag van Jos voorkomen. De afkorting Tpt betekent transport. Duidelijk te zien is dat het een forse operatie is waarbij diverse delen van de krijgsmacht (landmacht, luchtmacht en inlichtingendiensten) samen opereerden.
Jos schrijft in zijn verslag: 'Eind December bracht Kapt. Sluiters mij in verbinding met Maj. Fraser, deze zette ons (Ton en mijn persoontje) het een en ander uiteen. Ieder van ons kon zich met het aanbod verenigen, ofschoon we wel besloten samen niet meer te gaan. Het nodige onderricht kreeg ik verder in Nijmegen, Vucht en Tholen. In plaats van Ton Ermers zou als courierster meegaan May Schiphorst (vroegere courierster van de K.P.)'
We vermoeden dat de training in Nijmegen op het hoofdkantoor in Hees was. IS9 was daar ingekwartierd bij de familie Lambrechtsen. Uit het verslag van Nick Lambrechtsen weten we namelijk dat er overal radio's in huis waren. Tevens was daar de leiding van IS9 dus het lijkt logisch dat daar de introductie training voor het werken voor IS9 werd gegeven.
We hebben nog niet kunnen achterhalen waar deze training over ging en werd gegeven. Het vermoeden is dat er met vliegtuigen geoefend werd. In het stuk over de S-phone is uitgelegd dat agent en piloot de zender en ontvanger goed op elkaar moesten leren richten om verbinding te krijgen. De S-phone was een korte golf zender waarmee een 'pluim' aan radiogolven omhoog kon worden gericht. Dat was voor de Duitsers vrijwel onmogelijk uit te peilen . Ook werden de agenten geïdentificeerd aan de hand van stemherkennng. (Co) piloot en agent moesten dus elkaars stemmen herkennen. De vliegtuigen waren gestationeerd op vliegveld Gilze Rijen, tussen Breda en Tilburg in. Maar het kan natuurlijk zijn dat de training elders werd georganiseerd. Bij Vught (Den Bosch) lag een noodvliegveld, maar voor zover kan worden nagegaan is dat niet gebruikt tijdens WO2.
Hoogstraat 35, Tholen. Huis wat gevorderd is door IS9 ten behoeve van het 'Boathouse'
Botenloods waar getraind werd. Het is het tweede gebouw van links.
Intern document van IS9 met beschrijving van het belang en doel van de Boathouse
Nederland had vele snelstromende rivieren. En ook de getijde wateren zoals toentertijd de Biesbosch hadden stromingen.
IS9 had daarom een 'Boathouse' opgericht. Aanvankelijk bij een steenfabriek aan de Waal ten oosten van Nijmegen. De Waal was frontlinie, dus dat bleek geen goede plek om ongemerkt te kunnen oeferen. De Boathouse is toen op Tholen gevestigd (november 21944) waar met bootjes getraind werd om (snel) stromend water over te steken. We hebben lang gezocht naar deze Boathouse en de moed bijna opgegeven.
Gelukkig hebben we via René Verhulst, Frank de Klerk en met name Fred van de Kieboom het raadsel kunnen ontrafelen! Hij had gesproken met de dochter van de eigenaar van hotel Zeeland geweest waar het hoofdkwartier van de Duitsers. was. Zij kon zich het boothuis nog goed herinneren ook wist ze nog wel dat geallieerde militairen in het gebouw van Hoogstraat 35 ('de Ark') zaten (zij gingen altijd langs achter daar beukennootjes rapen). Hoogstraat 35 op Tholen is inderdaad gevorderd door IS9 om manschappen in onder te brengen. het 'Boathouse' was een loods aan de Eendracht. De eigenaar was de heer Truijens een mosselhandelaar uit Antwerpen.
Er zijn stukken in het archief teruggevonden waaruit de vordering van de Hoogstraat blijkt en brieven waarin de burgemeester van Tholen zelf bij IS9 achterstallige huur probeert te innen! Het botenhuis zelf lag aan de Eendracht.
Het laatste wat IS9 (samen met het Amerikaanse MIS-X) heeft gedaan na de oorlog is het 'Awards Bureau' oprichten. Dat bureau maakte lijsten van helpers die een onderscheiding, vernoeming of financiële vergoeding verdienden voor hun hulp aan onderduikers. Jos heeft voor dit bureau gewerkt dat geleid werd door Capt. Windham Wright. Jos hielp de mensen met het invullen van een vragenlijst en hij controleerde ook of de hulp ook daadwerkelijk geleverd was. In het archief van Jos zitten nog enkele ragenlijsten die ingevuld zijn, of die hij heeft helpen invullen.
Zelf staat hij ook op zo'n lijst als helper. Toen hij zelf was ondergedoken in de boomgaarden van Winssen en voor de LO Groot Maas en Waal ging werken heeft hij zelf piloten geholpen. Op een Engelse lijst met Helpers van MIS-X; Daar zie je Jos Ant. van Haeren ook vermeld staan:
Van dezelfde bron is een lijst van helpers per stad. (Nijmegen). Divers namen daarop kunnen we herleiden op de LO en KP Groot Maas en Waal:
Zijn de officiële archieven van IS9, bureau Nijmegen nog ergens te vinden?
Zijn er misschien memoires of dagboeken over de periode september 1944- mei 1945 van direct betrokken zoals Hugh Fraser, Patrick Windham Wright, Capt De Cent?