In de oorlog waren vele Nederlanders betrokken bij het onderbrengen van neergestorte piloten en militairen. Via het georganiseerde verzet zoals de LO, maar ook individueel. In Engeland was een speciale organisatie opgericht (MI9-IS9) om die onderduikers ('escapers and evaders') weer terug te brengen. Na de oorlog wilden de geallieerden de mensen die geholpen hadden bedanken en in enkele gevallen schadeloos stellen. Dit deden ze via het 'Awards Bureau' waar Jos ook voor gewerkt heeft.
Jos noemt kort dat hij 'piloten en pw {prisoners of war, red] geholpen heeft. Uit verhalen weten we dat er inderdaad piloten verborgen zaten in de boomgaarden bij Beuningen. Uit onze eigen herinneringen komen de namen van de families Burger, Thijssen en Litjens naar boven. Uit de dagboeken van Jan Litjens weten we inmiddels ook veel meer over de pilotenhulp die Jos en zijn collega's gegeven heeft.
Er staat in het dagboek van Jan Litjens: 'All our refuges were Dutchmen, with the exception of some Italians. They were “Badoglio” pilots, three or four - I am not sure now. Badoglio was an Italian army leader who surrendered to the allies, but the Germans did not agree with that course of action. These pilots were taken prisoner by the Germans, escaped and somehow ended up in Holland. We could take them and hide them for several weeks in de Bouwing, a big orchard belonging to my uncle the parish priest from Nijmegen. He had a small summer cottage, where my friend Josje van Haeren had dug a big hole under the floor for his own use. Josje lived there for months, living mainly from applesauce. It took us several weeks before we got the signal that we could send them on. Josje took them to Tilburg on the train where they were taken over by another group for the next stage of their journey home. I never heard whether they made it or not. Before they left I got a big kiss of all of them, which was rather embarrassing.'
Het is ook heel waarschijnlijk dat zijn Knokploeg (later LO Maas en Waal) actief geholpen heeft met name piloten via een van de bekende ontsnappingsroutes terug te krijgen naar de geallieerden.
Via het prikbord van de site Noviomagus.nl kregen we de volgende bijdrage van Jan Willemsen:
'Pilotenhelpers
Jan Willemsen, 05-05-2016:
Beste Victor, de naam van je vader komt voor op een lijst van verzetsmensen die geallieerde piloten geholpen hebben te ontsnappen. Zie hiervoor mijn onderstaande tekst over dit onderwerp.
Groet
,Jan Willemsen
Hulpverlening aan geallieerde piloten, 1944
De hulpverlening aan geallieerde piloten en hun bemanningsleden vormde een apart onderdeel van het verzet. Er ontstond een netwerk van pilotenhelpers. Het verhaal gaat dat geallieerde vliegers die bij Nijmegen en net over de grens in Duitsland terecht waren gekomen door verzetsmensen naar de Molenstraatkerk werden gebracht. Zij gingen daar zogenaamd biechten en maakten zich in de biechtstoel bekend aan de paters jezuïeten J.C. Rubens en J.R.M. Holtus. De kapelaans brachten de vliegers vervolgens naar rijwielhandelaar H. Kersten die niet ver van de pastorie in de Molenstraat op nr. 53 woonde. Kersten zorgde ervoor dat de geallieerde piloten naar het zuiden werden gebracht om via Frankrijk en Spanje huiswaarts te keren.
De piloten doken onder in de Zwarte Plak, een gehucht bij America in de Peel. In de Zwarte Plak woonden drie gezinnen, Poels, Smedts en Geurts, die onderdak boden aan Limburgse Joden en geallieerde piloten en hun bemanningsleden. In Midden-Limburg was een groep verzetsmensen actief die de piloten van de Zwarte Plak hielp te vluchtten via de clandestiene grensovergang bij Neeritter naar België en verder naar Spanje en Zwitserland. Zij hadden contact met het Belgische netwerk dat de geallieerde vliegeniers via de Komeet-lijn naar Brussel vervoerden, van waaruit een vluchtroute naar Spanje was opgebouwd. Het was veruit de belangrijkste ontsnappingsroute: er werden ongeveer 700 piloten geholpen. De Komeet-lijn werd eind 1942 grote schade toegebracht door provocateurs. Daardoor ontstonden in Nederlands Midden-Limburg in de zomer van 1943 problemen met de afvoer van vluchttelingen. Eén route had echter geen schade geleden: de lijn via Luik en Nancy naar Zwitserland. De centrale figuur was de in Neer geboren priester Timmermans, die doceerde aan het seminarie in Nancy. Timmermans, die bekend werd onder de naam Père Tim, hielp honderden vluchttelingen door hen in Nancy onderdak te verschaffen en te voorzien van voedselbonnen en valse papieren. Er werden door verzetsmensen aldus circa 1200 piloten en hun bemanningsleden behoed voor arrestatie door de Duitsers.
De volgende Nijmegenaren hebben piloten en hun bemanningsleden geholpen te ontkomen aan arrestatie door de Duitsers. Hun namen staan op de lijst van The National Archives of the U.K.: Dirk Augustinus, Johannes Bennekom, Hendrik Bennik, Mathias A. Boers, Antonius Conyn, Edith Cornips-Hennes, Leo Derks, Joannes A. Dijker, Theodorus Eikmans, Wilhelmina Elferink, Antoon Fransen, Jacob Gent, Mathias Goossens, Kitty J.M. van Gorp, Nico Grijpink, Gijsbert van Haaften, Jos Antonius van Haeren, Dirk Jan Hansman, Harry Hendriks, Johanna Wilhelmina, Herckenrath-van Tienen, J. van der Heyden, Carel ten Horn, Johannes, Janssen, Janus Dionicius, Peter Johan Knegting, Hendrik de Kort, M.A. Kuijpers, Antonius Johannes van Lent, Petrus Joh. van de Linden, Moorman, Adrianus L. Niesten, Antoon Peters, Nel Peters, Adolf Hendrik Poelen, Johannes G. Portman, Jan Postulaerd, Cornelis van Sambeek, Johannes Scheepers, Theodorus Schroots, Jos, J.M. Seveke, Gerard A. Smals, P.W.W. Smeets, G. Storms, Louis E.M. Terwindt, Antonius Timmers, Peter Will, Antonius Willems, Petrus Willems en Ernest Ferdinand Zaalberg van Zelst.
De personen met cursief getypte namen hebben een Amerikaanse erkenning gekregen voor zijn of haar hulp aan geallieerde piloten. Zij ontvingen een 'Letter of Gratitude for Aid rendered to Allied Airmen during the German occupation'. De Nederlandse Vereniging van Pilotenhelpers 'The Escape' werd in februari 1970 opgericht en had tot doel de onderlinge banden van pilotenhelpers te verstevigen en pilotenhelpers op te sporen die uit het zicht waren geraakt. De vereniging organiseerde regelmatig reünies en herdenkingen voor de gevallen piloten en verzetsstrijders waarbij ook Amerikaanse en Britse oud-piloten aanwezig waren. In 2004 werd 'The Escape' opgeheven.'
Tot zover de bijdrage op het prikbord van Noviomagus.nl van Jan Willemsen.
Het lijkt er op dat naast de hierboven beschreven ontsnappingsroutes, er ook een zijtak via Beuningen gelopen heeft, vermoedelijk voor de piloten die in Maas en Waal neerkwamen, verder van Nijmegen verwijderd. Maar dat is een werkhypothese. Opa Jos is voor zover ik weet geen lid geworden van The Escape.
Het laatste wat IS9 (samen met het Amerikaanse MIS-X) heeft gedaan na de oorlog is het 'Awards Bureau' oprichten. Dat bureau maakte lijsten van helpers die een onderscheiding, vernoeming of financiële vergoeding verdienden voor hun hulp aan onderduikers. Jos heeft voor dit bureau gewerkt dat geleid werd door Capt. Windham Wright. Jos hielp de mensen met het invullen van een vragenlijst en hij controleerde ook of de hulp ook daadwerkelijk geleverd was. In het archief van Jos zitten nog enkele vragenlijsten die ingevuld zijn, of die hij heeft helpen invullen.
Zelf staat hij ook op zo'n lijst als helper. Toen hij zelf was ondergedoken in de boomgaarden van Winssen en voor de LO Groot Maas en Waal ging werken heeft hij zelf piloten geholpen. Op een Engelse lijst met Helpers van MIS-X; Daar zie je Jos Ant. van Haeren vermeld staan:
Van dezelfde bron is een lijst van helpers per stad. (Nijmegen). Divers namen daarop kunnen we herleiden op de LO en KP Groot Maas en Waal:
Wie waren de Italiaanse piloten?