Belangrijkste onderwerpen in deze paragraaf:
Welke punten staan er in een arbeidsovereenkomst? Kan je er 3 noemen?
Wat zijn de nadelen van flexwerken? Kan je er 3 noemen?
Wat is een ZZP'er?
Welke rechtsvorm heeft een ZZP'er vaak? Leg uit waarom je dit denkt.
Wat is een verschil tussen een vof en een eenmanszaak?
Wat is een overeenkomst tussen een vof en een eenmanszaak?
Wat zijn de voordelen van een vof en eenmanszaak?
Wat zijn de nadelen?
Welke belasting wordt er betaald bij een vof en eenmanszaak?
Waarom kiezen veel mensen uiteindelijk voor een bv of nv?
Wat is het verschil tussen beide?
Welke belasting wordt of worden er betaald bij een bv en nv? leg dit goed uit.
Wat is dividend?
Waarom wordt dividend uitgekeerd?
Waarom zijn de aandeelhouders soms blij als er geen dividend wordt uitgekeerd?
Wat is een stichting?
Waar hoort een stichting meer bij, een eenmanszaak/vof of een bv/nv? Leg je antwoord uit..
Bekijk hiernaast het introductiefilmpje van 4.1 van Pincode.
Belangrijkste onderwerpen in deze paragraaf:
Wat is een arbowet?
Kan je twee voorbeelden van arbowetten noemen?
Wat staat er in de arbeidstijdenwet? Kan je twee voorbeelden noemen?
In Nederland zijn er, naast de arbo- en arbeidstijdenwet, nog meer wetten. Kan je er 2 noemen en deze uitleggen?
Wat is arbeidsparticipatie?
Kan je uitrekenen hoe hoog de arbeidsparticipatie is in een land? Welke formule heb je hierbij nodig?
Waarom leidt sociale wetten tot het verhogen van de arbeidsparticipatie in Nederland?
Kan je twee werknemersverzekeringen noemen?
Wie hebben er recht op deze verzekeringen?
Hoe worden deze verzekeringen gefinancierd? Leg uit hoe dit werkt.
Wat is het grote verschil tussen de ziektewet en de WIA?
Wanneer heb je recht op de WW?
Wat is een transitievergoeding?
Welke factoren bepalen de hoogte van een transitievergoeding?
vraag 14 en 15 goed maken + nakijken (nakijkbladen staan onderaan deze pagina)
Welke punten staan er in een arbeidsovereenkomst?
Hoe wordt de hoogte van het minimumloon bepaald?
vraag 18 goed maken + nakijken (nakijkbladen staan onderaan deze pagina)
Bekijk hiernaast het introductiefilmpje van 4.1 van Pincode.
Belangrijkste onderwerpen in deze paragraaf:
kort herhalen van hoofdstuk 3 (die informatie heb je nodig voor deze paragraaf)
Wat zijn vaste kosten?
Wat zijn variabele kosten?
Hoe wordt de kostprijs per product berekend?
Wat zijn je concurrenten?
Wat is de arbeidsproductiviteit?
Wat is de werkgelegenheid?
Hoe kan de verhoging van de arbeidsproductiviteit zorgen voor een lagere kostprijs? Leg dit goed uit.
Waarom leidt een lagere kostprijs tot een betere concurrentiepositie?
Waarom leidt een betere concurrentiepositie voor meer werkgelegenheid?
Wat wordt er bedoeld met de primaire sector?
Wat wordt er bedoeld met de secundaire sector?
Wat wordt er bedoeld met de tertiaire sector?
Wat wordt er bedoeld met de quartaire sector?
Hoe ontstaat er werkloosheid?
Welke rol speelt het UWV bij de werkloosheid in Nederland?
Waarom is een krappe arbeidsmarkt gunstig voor de werknemers? Leg dit uit.
Wat is het verschil tussen de formele en informele sector?
Bekijk hiernaast het introductiefilmpje van 4.1 van Pincode.
Belangrijkste onderwerpen in deze paragraaf:
Noem drie negatieve gevolgen van een ontslag.
Geef twee argumenten waarom de werkloosheid slecht is voor de overheid?
Wat wordt er bedoeld met structurele werkloosheid?
Hoe ontstaat structurele werkloosheid?
Wat wordt er bedoeld met conjuncturele werkloosheid?
Hoe ontstaat conjuncturele werkloosheid?
Kan je drie vormen van tijdelijke werkloosheid noemen en de oorzaak hiervan uitleggen?
Leg uit hoe de consument kan zorgen voor het ontstaan van structurele werkloosheid.
Hoe kan de overheid de structurele werkloosheid verminderen? Noem 2 manieren.
Leg uit waarom een salarisverhoging niet altijd gunstig is voor de economie. Goed uitleggen.
Wat is het verschil tussen grijs- en zwartwerken?
Geef twee redenen waarom zwartwerken slecht is voor de economie?
Bekijk hiernaast het introductiefilmpje van 4.1 van Pincode.