Belangrijkste onderdelen van deze paragraaf:
- Wat zijn behoeften.
- Je hebt twee soorten behoeften, noem ze allebei en geef van allebei minimaal 2 voorbeelden.
- Geef drie redenen waarom er verschillende behoeften kunnen bestaan.
- Leg uit dat technologische ontwikkelingen ook invloed kunnen hebben op onze behoeften.
- Wat wordt er bedoeld met e-commerce?
- Welke invloed heeft e-commerce op onze economie? Leg je antwoord uit.
- Wat wordt er bedoeld met 'middelen'?
- Wat zijn de twee belangrijkste middelen?
- Bij economie heb je twee betekenissen van het begrip schaars, geef ze allebei.
- Leg uit dat brood in Nederland ook onder een schaars product valt, al hebben wij er genoeg van.
- Wat wordt er bedoeld met vrije goederen?
- Leg het belangrijkste verschil uit tussen vrije goederen en schaarse goederen.
- Wat wordt er bedoeld met welvaart?
- Leg uit dat de welvaart in Nederland hoog is in vergelijking met andere landen.
- Rekenen met procenten --> kijk de oefenstof onderaan de pagina.