hier boven een detail van de voorkaft van de Flora Campensis 1890
Ruim 40 jaar gingen voorbij voordat de derde editie van de Flora Campensis in 1890 het licht zag. Volgens de schrijver, dit keer alleen W.G. Top Jzn., kreeg hij van verschillende zijden regelmatig verzoeken om een heruitgave van de Flora, aangezien de uitgave van 1849 niet meer verkrijgbaar was. Ook van leerlingen van de HBS en het Gymnasium.
Volgens Top is de lijst met planten opnieuw uitgebreid en verbeterd. Als basis voor de uitgave van 1890 gebruikte hij een exemplaar uit 1849, waarin hij aantekeningen maakte.
De Flora Campensis 1890 werd uitgegeven bij Stads-, Boek en Courantdrukkerij Laurens van Hulst.
Het Takkewijf over Kampen rond 1890
Kampen in 1890 was een andere stad dan in 1845. Het woord bolwerk, gebruikt voor de gehele stadsmuur, is in de Flora Campensis van 1890 niet meer te vinden. De stadsmuren waren verdwenen en rond de stad was een prachtig wandelpark verschenen, in de Flora ''het nieuwe werk'' genoemd. Tegenover de Buitensociéteit, voor het eerst in de aantekeningen in het exemplaar uit 1849 genoemd, stond nu een treinstation. De stadsbrug was in 1872 vernieuwd, met in het midden van de brug een bredere doorvaart voor schepen. De straatwegen naar Zwolle en de Veluwe waren verbeterd.
Stadsboeren waren door de industrie verdrongen naar de randen van de binnenstad.
Toch was het hoogtepunt van de tweede economische bloeiperiode rond de tabaksindustrie in 1890 voorbij. Er was nog wel ruim geld aanwezig in de stad en er werd veel gebouwd en verbouwd. Eerst in Neo-stijlen met allerlei plantaardige versieringen, later in Jugendstil.
Alle moderniseringen hadden tot gevolg dat er plantensoorten uit de stad verdwenen. Modernisering betekent meestal een verbetering voor de menselijke soort ten kostte van een verarming aan ander leven.
Het Takkewijf over de Flora Campensis 1890
Een boekwerkje als een Flora Campensis kan niet zomaar heruitgegeven worden. Een heruitgave vraagt om een zorgvuldig nalopen en aanvullen van de plantenlijst. Daarvoor gebruikte Top een (zijn) exemplaar uit 1849, wat hierdoor een kostbaar exemplaar werd en in het Stadsarchief bewaard is gebleven. Talrijk zijn de overeenkomsten tussen de aantekeningen in potlood en inkt in de Flora van 1849 en de gedrukte versie van 1890.
W.G. Top Jzn. is dit keer de enige auteur, maar hij heeft naast zijn eigen onderzoeken voor de heruitgave van 1890 ook gebruik kunnen maken van aantekeningen van zijn vroegere mede-auteur Rutger Bondam.
Als voorbeeld voor de rangschikking en benaming van planten diende dit keer de Prodromus florae Batavae, een uitgebreide lijst met alle in Nederland voorkomende vaatplanten en schimmels, uitgegeven door de Nederlandse Botanische Vereniging. In 1850 was het 1e deel verschenen op basis van het herbarium van de vereniging. Dat herbarium breidde zich gestaag uit, waaraan ook ''onze'' Kamper floraschrijvers R. Bondam en G. W. Top Jzn. bijdroegen.
Als voorbeeld voor de bladmossen gebruikte Top de Bryologia Silesiaca, een systematische beschrijving van bladmossen door Dr. Julius Milde (Leipzig 1859). Voor de korstmossen was Die Flechten Deutschlands van P. Sydow (Berlijn 1887) het voorbeeld. In vergelijking met de Flora Campensis uit 1849 hebben in 1890 de grootste veranderingen plaatsgevonden bij de indeling van blad- en korstmossen.
De sfeer in de Flora Campensis 1890 van W.G. Top Jzn. is meer wetenschappelijk, dan bij de twee voorgangers uit 1845 en 1849. Tekstueel valt op dat Top regelmatig de zelfde beschrijving omkeert. ''aan de wegen, vrij algemeen'' (1849) wordt nu ''vrij algemeen langs de wegen''. Plaatsaanduidingen zijn ingekort. Waar in 1849 nog gesproken wordt van ''het bos bij Zalk'' is dat in 1890 ingekort tot het meer algemene ''bij Zalk''; ''het plein van de Zandberg'' werd ''de Zandberg''. Mijn inziens ook een soort verarming.
Daar tegenover staat dat Top veel meer informatie geeft over de situatie op de vindplaats: ''zandgrond'', ''op beschaduwde plekken'', ''aan boomstammen'' of ''op de grond''.
Laurenz van Hulst (Kampen 1845-1919 Den Haag)
De Flora Campensis 1890 verscheen bij uitgever en drukker Laurenz van Hulst. Laurenz was Kampenaar van geboorte: een zoon van Vincent van Hulst en Anna Magdalena Lehmkuhl. Beide ouders waren geboren in Duitsland. Vader Vincent van Hulst had een ijzerwinkel annex kachelmagazijn aan de Oudestraat, nabij de Morrensteeg. Later werd het bedrijf uitgebreid met een spijkerfabriek.
Uit zijn aanmelding voor de dienstplicht blijkt dat Laurenz ernstig bijziend was. Reden om hem af te keuren.
Voor zijn opleiding tot boekhandelaar verbleef Laurenz tussen okt. 1863 en apr. 1865 in Doetinchem. Daarna van mei 1866 tot febr. 1868 in Leeuwarden. Later in 1868 vestigde Laurenz zich als boekhandelaar aan de Oudestraat/hoek Plantage (In de Poort van Kleef).
Tien jaar later (1877) verhuisde de boekhandel naar de hoek Oudestraat/St. Jacobsteeg. De drukkerij, waar ook de Kamper Courant werd gemaakt, kwam in 1877 in het verlengde van het huis aan de St. Jacobssteeg/hoek Hofstraat.
Laurenz van Hulst trouwde in 1874 in Steenwijk met apothekersdochter Elisabeth Hovens Gréve. Het echtpaar kreeg 9 kinderen, waarvan 2 jong overleden.
Vanaf 1900 werkte Laurenz van Hulst samen met een compagnon: Johannes Paulus (Paul) Vos (Heenvliet 1878-1928 Zwolle). Het bedrijf ging verder onder de naam Van Hulst & Vos. Laurenz en zijn vrouw vestigden zich in 1913 in Den Haag, waar zoon Laurens woonde. Laurensz van Hulst overleed in 1919 in Den Haag. In 1928 overleed mede-firmant Paul Vos, waarna het bedrijf werd beeindigd.
hieronder: buitendijks van de Grafhorsterdijk (uiterwaarden Ganzendiep), juli 2025
© cultuurZIEN 2026