Helena Van Rossen
Ooit las ik een kort artikel met de titel ‘Zingen doet stresshormoon cortisol dalen’. In het artikel werd uitgelegd dat luisteren naar muziek goed voor je is, maar zélf zingen nog veel beter, want dat laatste zorgt voor een opmerkelijke daling van je stresshormoon.
Zelf ondervind ik dit “aan den lijve” op elke repetitie, op elk concert. Zingen – en dan bedoel ik in het bijzonder samen zingen – geeft me een intens gevoel van voldoening. Bestaat er iets mooiers dan samen iets voortbrengen dat andere mensen kan raken? Iets voortbrengen dat zijn kracht en schoonheid ontleent aan het samenvloeien van klanken die best mooi kunnen zijn op zich, maar pas tot volle wasdom komen dankzij de samenklank, het geheel dat zoveel meer is dan de som van de afzonderlijke delen?
Mijn eerste koorervaring dank ik aan mijn zus, die me overtuigde om mee te gaan zingen bij Triton in Wilrijk. Het werden vijftien mooie jaren vol leuke concerten en toffe projecten. Toen we vernamen dat onze dirigente en haar man van vandaag op morgen zouden stoppen met hun gemengd koor, jeugdkoor en kinderkoor, waren we in shock. Het voelde alsof een deel van ons bestaan werd weggesneden. Uiteindelijk vond mijn zus een nieuw koor, Acantus, en ik luisterde met een gevoel van heimwee naar haar enthousiaste verhalen.
In die periode van mijn leven was Acantus voor mij een engagement dat nauwelijks haalbaar was en dat helemaal onmogelijk werd toen mijn man zijn diagnose kreeg.
Het hoeft dan ook niet te verbazen dat ik het best spannend vond toen ik in september 2025 verwacht werd voor mijn stemtest, zeker omdat ik al een repetitie van Acantus had mogen bijwonen en erg genoten had van de muziek én van het warm welkom (want Acantus is “een warm nest”, zoals mijn zus zegt). Wat was ik blij toen Godfried zijn fiat gaf en ik mijn officiële plekje in dat warme nest had veroverd!
Niet dat er veel tijd was om rustig aan mijn plekje te wennen. Ik moest er meteen stevig invliegen! Eind november stond er een uitgebreid concertweekend op het programma, met een ruime selectie aan uitdagende muziekstukken, allemaal nieuw voor mij. Enkel “Sing Gently” zat al in mijn oren, omdat mijn zus had deelgenomen aan het 6de virtuele koor van Eric Whitacre – prachtige muziek die symbool staat voor verbondenheid en die ik daarom had gekozen voor het kaarsjesmoment op de uitvaart van mijn man.
Ik besefte al gauw dat de repetities alleen niet zouden volstaan om mij klaar te stomen voor eind november. En dan ook nog voor de mis van Allerheiligen, zo eventjes tussendoor. Ik stortte me op YouTube, waar gelukkig veel te vinden was. Bartók, Northern Lights, the Seal Lullaby, Listen, Benedicta sit, Requiem van Duruflé, O Magnum Mysterium van Lauridsen, Magnum Nomen Domini van Somerschaf, de Missa Festiva van Zaindl… De versies waren niet altijd identiek aan onze partituren, maar ik wilde vooral de muziek “in mijn oren krijgen”. Ik luisterde tijdens het koken, tijdens de afwas, soms tijdens het eten of terwijl ik de was ophing. Voor de muziek die niet op YouTube te vinden was, moest ik iets anders verzinnen. Ik maakte met mijn gsm enkele opnames van Bikkembergs en Močnik tijdens de repetities. Voor Weary with Toil kreeg ik hulp van Chris. Hij was bezig met een geluidsbestand en zette er vaart achter om dit af te werken, zodat het de dag erna al op de website van Acantus stond. Dank je wel, Chris!
Wat was ik blij dat er ook nog een koorweekend was! Die tijd was absoluut noodzakelijk om de muziek, die nu vertrouwd begon te worden, in te oefenen met het koor, om het tempo aan te voelen, de sfeer, om de muziek te laten rijpen. En om broodnodige notities te nemen, hé Godfried ;-)
Het concertweekend naderde en ik had er vertrouwen in dat het goed zou komen. Fauré had ik nog maar één keer gezongen op de repetities, maar gelukkig werd het stuk nog geoefend in de kerk. Anders waren we misschien wel uit onze droom gerukt tijdens het optreden, haha. Nog even snel gaan shoppen voor een geschikte outfit, want het oog wil ook wat. “Galakostuum op eigen terrein” en een “parelmoeren accessoire” voor de dames: check. Geen tongpiercings. En ik was nu juist zo fier op mijn tongpiercing! laat ik weten aan Godfried. ’t Is maar voor een paar uurkes, luidt het antwoord. Allez dan, ’t is goed voor deze ene keer.
En toen was het zover. De prachtige kerk. De koorleden in gala. De dirigent in gala. Dmytro en Koen in gala. De lampen, die voldoende warmte gaven (alleluia!) en voldoende licht om onze partituren goed te kunnen zien (godzijdank). Het aandachtige publiek. De betoverende piano en het indrukwekkende orgel.
Het talent en de gedrevenheid van onze dirigent. En – last but not least – de k(h)oorklanken van Acantus, die niemand onberoerd lieten…
Ik heb genoten van elke seconde. Voor, tijdens en na het optreden.
En ik niet alleen. De collega’s en vrienden die op mijn uitnodiging waren komen luisteren, waren zwaar onder de indruk en hebben heel erg genoten van het concert. “Prachtig”, “heel gevarieerd”, “erg hoog niveau”, “ontroerend”. Ook de receptie na het concert was een succes. De wereld is klein, zo bleek toen mijn collega’s en vrienden allemaal wel iemand uit hun kennissenkring tegen het lijf liepen met wie ze nog eens een gezellige babbel konden doen. Hoe onverwacht en tof was dat!
Minpuntjes? Natuurlijk waren die er ook. Helemaal perfect was het niet. Jammer dat we die jongedame van Bartók moesten laten gaan (en haar echtgenoot deugde niet eens, begot). Jammer dat we de mist in gingen bij Northern Lights (zeker als je bedenkt dat we die inzet bijna altijd goed hadden op de repetities). Ja, “het beest” Ola Gjeilo heeft ons verslagen. Dat geeft ons een uitdaging voor de toekomst!
Soms zijn het juist de sporen van imperfectie die bijdragen aan ware schoonheid.
Kintsugi*.
*nvdr: uitleg te vinden op Wikipedia