Godfried Van De Vyvere
Bij het nakijken van de vorige ‘Wat was’ van eind juni, zal blijken dat déze ‘Wat was’ een flink stuk korter zal zijn. De tijdsspanne augustus – eind september is natuurlijk ook een heel pak korter.
Omdat we op 15 augustus niet meer zingen op de bedevaartweide (tot spijt van wie het benijdt) is er meer ruimte en tijd om De Hemel voor te bereiden, en om die mede daardoor ook muzikaal wat rijker te maken.
Er werd, net als vorig jaar, goed gezongen in De Hemel. Er was ook een goede opkomst, met een indrukwekkend mannenheir. En opnieuw ook een zeer talrijke publieksopkomst. Ze blijven maar komen, elk jaar opnieuw. Stoppen met De Hemel (teveel werk, te weinig inkomsten) is dus niet zo simpel…
Koorzang en samenzang wisselden elkaar naar goede gewoonte af. En daar begint de kritiek van het publiek al: “Er zou wat meer koorzang moeten zijn”. “Zoveel Engels, waarom niet meer Vlaamse liederen zoals Vliegt de Blauwvoet”… De ene op de achterste publieksrij in De Hel kon alles goed horen en verstaan, de andere ‘in het midden’ van De Hemel hoorde bijna niets, ook die violen niet… Wat die mannen van het geluid tijdens het concert uitspoken, daar heb ik geen controle over. “Die tentjes staan in de weg, het koor zingt ‘er over’”. “Door die tentjes zie ik de hoofden van de mannen niet.” “Ik vond het niet goed: veel te veel uitleg”…. En ik moet mijn fout toegeven: het programma was te lang. Om 12.20 u wist ik het al, oei oei….dit gaat te lang duren. Maar zeggen ‘dit of dat lied zingen we niet’, dat is ook niet zo opportuun. Dus vooruit met de geit dan maar, een pittig tempo. Ik heb alleen wat gepalaverd over de Drie Schuintamboers, met de leuke (althans volgens mezelf) versies van AI. ‘Téveel uitleg’ krijgt ge dan op uw bord geslingerd. Veel gezeik dus, en toch… heeft het koor goed gezongen! Nèm!
En dan was er onze trip naar Eupen, uitgebreid tot een D-B-N-‘drielandentrip’ naar Aken, Eupen en Maastricht. De kerk, de opstelling, het doksaal, het orgel, hadden Fio en ikzelf samen met onze eega’s op voorhand reeds verkend. Ook bij onze prospectie werden we door het koor vergast op een ‘soepmaaltijd’. Zij hadden toen immers hun repetitieweekeinde ter voorbereiding van hun ‘provinciaal toernooi’ op 9 november. Het voelde allemaal goed: de kerk, het orgel, de sympathieke voorzitter Thomas, de even sympathieke dirigent Wim, vriendelijke Eupense koorleden onder wie ook enkele (ex-) Vlamingen, en natuurlijk ook de minstens even sympathieke Mia Bosman, zus en schoonzus van…Over ons prospectieweekend lees je elders meer, zo werd me verteld.
Chauffeur (chauffeuse? chauffage? nee toch…?) Elke bracht ons met zachte hand en zachte bus heel snel tot in het centrum van Aken. Bij aankomst was er nog ruim tijd voor een koffie, sommigen namen ook een ruim stuk taart. Kaffee mit Kuchen, we zijn in Duitsland.
Daarna volgde een stadswandeling met gids. Interessant, boeiend, een flink sausje humor er bovenop, zeer aangename voormiddag. Dat aangename ging verder tijdens onze lunch.
Iets minder aangenaam was het stilaan ‘degenereren’ van de baspartij. Donderdag na de laatste repetitie besliste er eentje niet mee te gaan omwille van de fysieke belasting, zaterdag tijdens de lunch in Aken vernamen we tot eenieders verbazing, dat er eentje ‘niet kwam’, ofschoon die op alle lijsten voorkwam als ‘komt wel, enkel zondag’, en tot overmaat van ramp viel er ter plekke nog eentje uit op zaterdag, ook om fysieke reden.
Aanvankelijk zouden we zingen met 11 bassen, enkele weken geleden reeds gereduceerd tot tien, uiteindelijk bleven er nog… 7 over. Vroeger kon je dan het lied zingen ’10 kleine ‘n’-tjes.., (eentje heeft er…, eentje heeft er…, eentje heeft er…, toen waren ze nog met 7). Maar dat mag nu niet meer. We kunnen het ook niet vervangen door 10 kleine zwartjes, want onze bassen zijn allemaal wit. De afvallingskoers van de baspartij bleek later nog maar de voorbode voor nog meer onheil. Onheil, beste lezer, dat gelukkig ‘al bij al’ nog in de plooi viel. Dus lees gerust verder. Het komt nog goed.
Zaterdagnamiddag bezochten we het museum Centre Charlemagne, dat een verhelderende blik wierp op het leven en het rijk van Karel de Grote.
In de vrije tijd nadien konden we o.m. zijn keizerlijke Dom bezoeken en van ver zijn gouden schrijn aanschouwen. Een verrassing voor deze student Hongaars: aan de oorspronkelijke octogonale keizerskathedraal werden in de loop der tijden zijkapellen aangebouwd. De meeste gotisch, maar eentje priemt eruit in barokstijl: jawel, de Hongaarse kapel. Met in het tuintje ernaast een bronzen beeld van de eerste Hongaarse koning Stefan, heilig verklaard en patroonheilige van Hongarije als Szent István (Sint-Stefanus).
Sint-Stefanus
Het avondmaal vond plaats in het Brauhaus…een broeihaard en vooral zeer lawaaierig oord, de naam zelf voorspelde al niet veel goeds. Al moet ik zeggen dat mijn gebakken visje wel lekker was. Gelukkig kwam tijdig de verlossing met Elkes zachte bus. Grapje (allez ja, zal wel typisch Godfriedmopke zijn zeker?): vrouw. Elke rijdt met een bus van het merk MAN, haha! Wat nadien geschiedde was geen ‘mopke’: geen kamer voor Fio en Rine in het hotel. Er werd gezocht en geprobeerd, lijsten uitgepluisd, getelefoneerd naar het management… misschien een emergency room…Na een half uur dan toch een kamer (of tenminste een code)… maar daarin bleken al een koorlid met zijn vrouw zich voor te bereiden op de nacht. Om 22 u moest onze organist dan maar zelf een hotel zoeken, wat gelukkig snel gefikst was. Precies naast het Brauhaus… De organist bleef er rustig bij. De dirigent had al wat gehad, die eerste dag…
Tijdig in bed, want morgen vroeg aan de bak. Het ontbijt was een nieuw drama. Een ‘file’ tot in de hal. De bassen waren nog altijd met 7, jochei!, maar toen kwam er een appje van een sopraan: “Mijn auto heeft het begeven. Ik ga er niet geraken.” Ik kon nog net een broodje binnenschrokken (dank je, Tim), met een half sneetje kaas, een half eitje en 2 schijfjes komkommer, en gelukkig ook een kop koffie. Sch**βe.
Gelukkig…, ja er waren ook gelukjes, waren we zeer tijdig in de kerk van Eupen, ondanks het voor Acantus zeer ongebruikelijke te late vertrek. En vanaf dan beste lezer, vanaf dan, geloof het of niet, ging alles goed. Oef. Für die Aachener und Eupener: Uf!
Het inzingen verliep vlot, de opstelling voor het concert was even zoeken maar snel gepiept, dan naar boven waar ieder zijn plekje of zijn hoekje zocht en vond. Fio was dan al een uurtje aan het repeteren. Hij had in zijn hotel overigens zéér rustig kunnen ontbijten (sic)…
De repetitie met het orgel verliep vlot, en de dirigent kon stilaan wat stress van al de voorgaande calamiteiten van zich af voelen glijden. (Ik weet niet of dit wel klopt…).
We zongen goed tijdens de mis. Die mis was overigens de jaarlijkse herdenkingsmis voor de overleden leden van het Cäcilienchor. Toen we nog Sint-Martinuskoor heetten, hadden wij ook zo’n traditie, op de zaterdagavond vóór 11 november, de feestdag van de heilige Martinus ofte Sint-Maarten. Ondanks de wat moeilijke opstelling op het krappe doksaal bleef alles netjes samen. Een onduidelijkheid in het script (2 x Kyrie) en een niet-gebruikelijke pastoor zorgden er helaas voor dat het Gloria van Zaindl in de mappen bleef steken. Spijtig, het pittigste deel van de mis, zoniet van ons hele misprogramma. Zucht.
Een zeer gul applaus aan het einde van de mis viel ons ten deel.
Na Bénis le Seigneur, ô mon âme en tijdens de ‘sortie’ van organist Marc daalden we de trappen af om aan het hoofdaltaar het concert te verzorgen samen met Cäcilienchor van Eupen.
Er bleven heel wat mensen luisteren, fijn.
Pater meus werd heel mooi uitgevoerd, verzorgde dynamiek, goed gesynchroniseerde dictie, mooie samenklank van het koor, perfect op toon geëindigd. Uff. Gut!
Sing we now merrily brachten we sprankelend in praktijk!
Dan volgde een mooie, doorleefde uitvoering van Listen, met onze Katrien op de trom! Goed gedaan!
We besloten ons optreden met onze allereerste uitvoering van Sing gently van Eric Whitacre. Beetje gewaagd misschien, maar ook dit stuk bracht deze koorgroep foutloos en met verve, dynamisch en klankmatig mooi verzorgd.
Het was heerlijk zingen hier vooraan in deze kerk. We hoorden gul applaus, we zagen blije gezichten. Sehr blei.
Daarna was het aan het Cäcilienchor. Zij brachten een zeer stevig programma met muziek van Rheinberger (Abendlied, ooit door ons gezongen tijdens het passieconcert in 2012 en op het provinciaal toernooi), Ola Gjeilo, Damijan Močnik en… ‘onze’ Vic Nees.
Zij waagden óók wel wat: elk van deze vier werken voerden zij hier voor het eerst uit, ter voorbereiding van hun provinciaal klasseringstoernooi op 9 november. Wij duimen alvast! Eerste klasse, moet kunnen!
Het concert werd muzikaal besloten door beide koren samen, met Tebe poem van Bortnianski. Niet samen gerepeteerd, niet afgesproken wie zou dirigeren… en kijk, het bolde als een… MAN-bus! 😊
Een muzikale klik was er dus al tussen Eupen en Beveren. Aan het eind van het concert volgden nog mooie woorden door beide ‘Präsidenten’, en een uitwisseling van geschenken. Het Eupense koor had warempel zijn eigen ‘jubileumbier’! Maar…dat hebben wij ook eens gehad. Van hun jubileumbiertje zouden we wat later nog heerlijk kunnen proeven.
Het was een heel mooie ochtend daar in de prachtige kerk Sankt Nikolaus in Eupen. En dat moois zou nog verdergezet worden in het parochiecentrum. De tafels waren prachtig gedekt. Zagen wij daar niet de hand van een Bosmanneke in? We schoven aan voor heerlijke Suppe mit Brot. Er was een uitgelaten Stimmung. Er volgde ook nog Unterhaltung! Wim zette met zijn koor in met Tourdion. Daarna knutselden wij I’ve got a happy feeling in elkaar. Was een tijdje geleden, maar best fun! Daarna vergastte Wim ons nog op een improvisatiespelletje en de pittige canon over ‘a young woman of Ryde': “There was a young woman of Ryde, who ate too many apples and died. The apples fermented inside the lamented, and made cider inside her inside.” Nu vloeide hier geen cider, maar… ‘Cäcilianer’ jubileumbier. Herrlich!
Er volgde nóg een hoogtepunt: samen met dirigent Wim mocht ik de prachtige jubileumtaart aansnijden! Toch wel een eer. Foto daarvan kwam zelfs in de krant Grenz-Echo! Het artikel met foto zal ook in onze Acantus-Echo verschijnen. Het werd dus warempel een échte koorverbroedering.
Ik waande me in de tijd van de Polen, de Slovenen, de Denen, de Catalanen, de Engelsen uit Manchester… Good old days. De days dat er nog gezongen werd in de bus, uren aan een stuk. En zonder boekje! Alles uit het kopje! Maar we reden dan ook verder dan Aken of Eupen… Hadden we toen maar zo’n MAN bus.
Na dit uitbundig, warm, hartelijk koorfeest gleden we met onze MAN opnieuw naar het buitenland, naar Maastricht.
MAN bus
Daar hadden we de hele namiddag vrije tijd, tot aan het gezamenlijke avondmaal. Toevallig, ja echt toevallig, was het in Maastricht ‘VÓLko-ren’. Dat blijkt nu een naam, een term te zijn die op meerdere plaatsen wordt gehanteerd: bij ons in Aarschot, in Nederland in Middelburg en Maastricht en misschien ook nog elders. Toen ik in de ‘boekenkerk’ naar een mannenkoor aan het luisteren was hoorde ik plots van achter mij een stem: “En, doet Acantus volgend jaar mee?”. Het was Johan, de organisator van VÓLkoren Aarschot, die me zelfs vanop mijn rug moet herkend hebben. Dat is natuurlijk niet vreemd aan dirigent zijn, de meeste mensen zien je immers de gehele tijd op je rug en aangelanden. Alleen (slechts?) als ze beginnen te klappen, krijgen ze ook een gezicht te zien. Als ons kunstje gedaan is en jullie klappen flink, dan zullen we ons eens omdraaien zie.
Bij toeval kwamen we ook terecht in een concert van de beroemde Maastrichter Staar. In een stampvolle kerk. Helaas is de dirigent niet meer mijn oud-student van het Lemmens, Frederik. Ik had er graag een praatje mee geslagen. “En wat hebben we vandaag geleerd?” Dat het ‘embleem’ van Maastricht een ster is. Je ziet ze op gevels, of op vlaggen aan het stadhuis en elders.
Koninklijke Zangvereniging Mastreechter (Maastrichter) Staar
En kijk: het koor ‘De Maastrichter Staar’, dat is natuurlijk ‘de Ster van Maastricht’. Wie van de Acanti wist dat? Ja wie? Aan een kerk langs de Maas zagen we een koperen plaat met Maastrichter Staar. Dat zal vast hun eigen lokaal zijn. Een droom voor Acantus? Bij het honderdjarig bestaan een koperen plaat met ‘Acantus – voorheen Sint-Martinuskoor’, aan één van de vele ontwijde kerken… Gelukzak, die opvolger van mij. Al blijft het voorlopig een droom, zeker?
Enfin, iedereen had blijkbaar genoten van een namiddagje Maastricht, en na een aperitiefje op het terras van Grand Café (die Hollanders toch, ze kunnen het zelf niet uitspreken…) d’n Ingel mochten we aanschuiven voor ons laatste avondmaal. Dit keer geen broeierig brouwhuis, maar een statige, gezellige kamer, met een warme akoestiek. Er bovenop sympathieke, snelle, efficiënte bediening. En daar nóg bovenop, het kon niet op: lekker eten! De voorzitter tikte na de voltooiing van het dessert met een lepeltje op zijn (lege) wijnglas: “Beste Acanti: ik heb slecht nieuws, en ook goed nieuws. Het slechte nieuws is dat ons koorweekend erop zit, en we dra naar huis rijden (Andrea moest het weten, dat dat slecht nieuws was 😉), en het goede nieuws is: de drank die je geconsumeerd hebt tijdens het diner wordt betaald door de koorkas”. Een blij applaus weerklonk, en iedereen daalde welgezind de gezellig krakende houten trap af. Intussen was Elke haar MAN al gaan klaarzetten voor ons.
En zo gleden we rustig naar huis. Er werd niet gezongen. Gelukkig had ik een Cäcilianerbiertje uit mijn Eupener geschenkbox in Elke haar koelkastje gestopt. Kwestie van nog wat gezelligheid bij het naar huis rijden.
Aken was mooi, interessant. Eupen was muzikaal en amicaal top, top, top! Maastricht een ondanks de drukte rustige verademing met voor de liefhebbers nog wat extra koren op de molen. Acantus en zijn 7 kleine ‘n’-tjes hebben er ondanks alles (…) van genoten.
Wie er niet bij was, heeft zeker wat gemist. Al was het maar een Elke met een MAN.
'Als de herfst de zomer verjaagt vang dra de winter aan.
Schaduwen neigen, sterren stijgen, onder de bamismaan.’
Een prachtig herfstliedje, eigen aan de tijd. Iedereen vraagt zich dan telkens af wat ‘bamismaan’ betekent.
Ik heb dat zowat 40 jaar lang telkens uitgelegd… 😊 Bamis verwijst naar Sint-Bavo, patroonheilige van Gent en bij uitbreiding van Oost-Vlaanderen. Sint-Baafskathedraal, Sint-Baafsabdij, de orde van Sint-Bavo, als medaille en oorkonde uitgereikt aan o.a. mijn vader omdat hij 50 jaar organist was in Sint-Gillis-Waas. Sint-Bavo valt op 1 oktober. Die dag is het ‘Bamis’. De mis ter ere van Sint-Bavo. De maan, die avond, is dus de bamismaan. Wie van de Acanti wist dit? Ja wie? Goed dat er nog een Akantje bestaat, zo leer je af en toe nog eens iets. Waarom staat dat hier in ‘Wat was’? Wel, omdat Acantus, 3 dagen na ‘bamis’ ook ‘de zomer verjoeg’, en wel met het jaarlijkse koorfeest. Vroeger rond Sint-Maarten, dat las je al, nu toevallig rond Sint-Bavo. Oei, we raken die ‘Sinten’ precies niet helemaal kwijt. Geen zorgen, het is puur toevallig, en louter aanleiding om nog een woordje te schrijven over dat koorfeest.
Dat koorfeest, beminde gelovigen, dat was nogal een koorfeest! Olé, ola.
Na een boottocht over de woelige Scheldebaren, werden we op de rechteroever, in stijl, aan het Steen verwelkomd door 2 Portugese zeevaarders van de Hansa-vloot. Na hun korte lezing in 2 verschillende Portugese dialecten begeleidden zij ons via de Suikerrui, over de Grote Markt, naar het Sint-Paulusplein. Daar wachtte op ons de eerwaarde pastoor Rombout, die op het ogenblik van onze aankomst onderwerp was van een toch wel zeer directe ‘fotoshoot’ door een toch wel zeer bevallige toeriste, met toch wel zeer duidelijke zuiderse looks. Pastoor Rombout was dus al meteen in zijn nopjes en controleerde de sluiting van al zijn knopjes. Hij las ons de levieten en vertelde over zijn warme wedervaren bij de brand in zijn Sint-Pauluskerk in 1968 en over de hulp bij het in veiligheid brengen van de kunstwerken door de dames uit het aanpalende straatje. Toen nog stra-tén.
Pastoor Rombout vergezelde ons verder naar het Sint-Paulusplein. Daar werden we opgewacht door 2 artiesten die hun kunstzinnige waren, zijnde schilderijen en tekeningen, trachtten aan de man te brengen. Vóór onze komst was al een Indiër gepasseerd die 300 euro had geboden voor een schilderij van Odette van Hugo van de bassen. Dit laatste is geen grapje! Maar onze artiesten vertikten het om hun mooiste werk te verpatsen vooraleer wij passeerden. Toch gaat Odette van Hugo van de bassen terug naar huis met haar schilderij. En Hugo mocht de ezel dragen. Hopelijk straks geen rugpijn en een bas minder op de repetitie. Toen waren ze nog met….
Om niet aan elk uitstalraam zoals bij zijn dagelijkse brevierwandeling zeer hartelijk begroet te worden, leidde pastoor Rombout ons via een zijstraatje naar het Falconplein, ooit hét centrum van de Russische maffia. Hier werden we opgewacht door 2 dames van toch wel twijfelachtige zeden, getooid in prikkelend zwart en gepimpt met schitterende Russische nepjuwelen. De wind speelde af en toe wat parten voor hun bedekte zedigheid (schoon zwart is niet lelijk), en hun Antwerpse accent stelde ons gerust dat het geen illegale migrantes waren. Schoon volk van bij ons dus.
Met al deze illustere figuren die we in ’t stad opraapten, groeide onze groep gestaag aan. Aan het MAS, aan Gert Verhulst zijn boot Evanna, werden we opgewacht door een schitterend uitgedoste politieman. Hij waarschuwde ons voor de vele gevaren die in een grootstad als Antwerpen op de loer liggen. Waarna hij zijn moustache in zijn fietszak stopte en naar huis fietste. Ook een goed nummerke! Wat een acteertalent in ons B-koor! En het was nog niet gedaan.
Via de Montevideostraat kwamen we aan het Red Star Line-museum. Een blonde dame met een gracieus hoedje en een licht Kempisch accent vertelde ons alweer een beklijvend verhaal. Zonder haren Hugo van de bassen met zijnen ezel vergezelde zij ons verder op onze zoektocht naar… eten. Laatste halte voor het Kerkschip was aan het haven-huis, met de diamanten uitbouw van Zaha Hadid.
Vermits we stilaan in ‘de dokken’ belandden, werden we hier begroet door dok-‘waarker’ Renei. Die moest nog efkes belle met zijnen baas. Maar die wist het oek nie… Goe nummerke van Renei!
En als klap op de vuurpijl werden we hier vergast op een rasechte Elixir d’Anvers. En dat het smaakte! Toen ik nog hulpje was bij een dierenarts (ergens tussen 1970 en 1974) was dit een beproefd middel tegen kolieken bij paarden.
Na mijn tweede glaasje (dank je Nicole, na 43 jaar kent ze mijn behoeften) hinnikte ik in een hoekje eventjes blij, en galoppeerde ik verder met onze groep naar dat voor mij nog mysterieuze Kerkschip.
Na zoveel avonturen volgden nu de avonduren in het Kerkschip. Warempel, een schip én een kerk in één. Hier worden missen en begrafenissen gedaan. En hier kan gegeten en gedronken worden. Wij kwamen vooral voor dat laatste. Ook Bent Van Looy met zijn vrouw en 2 kindjes hadden dat blijkbaar die avond op de planning. We waren wat te vroeg, daarom was het wat wachten om onze Elixirtjes uit ons hoofd te krijgen, maar een glas cava spoelde die gewillig door.
En dan beste lezer, ging het vooruit. Ja het ging vooruit (ging vooruit)… Een kroket (‘hallo kroket’, maar ze sprak niet terug), mysterieuze smeuïge inhoud maar wel lekker. En toen kwam warempel soep. Zoals een week geleden in Eupen. Suppe mit Brot! En dan kwam een lekker visje, en dan kwam nog een lekker wildstoofpotje, en dan kwam er nog een dessertje. En we dronken ‘een’ glas en we…. een plas.
Oh ja, we zongen! We zongen! Liever op een boot dan op een bus dus. (Tip voor volgende koorreis?) Sofie kwam na de soep in het linker oor (zijn beste!, zij weet dat want zij is dokter en dus zij mág dat weten) van de dirigent fluisterend vragen: “Wanneer wordt er bij dit soort evenementen van het koor gezongen? Na de maaltijd of tussen de ‘pla’s’”. Schlaf, dat was er boenk op. Mijn eega ter rechterzijde had mij ook al zitten porren… wanneer gaan we nu zingen… Dus: we begonnen te zingen. Natuurlijk eerst Tourdion, en verder volgden nog in gespreide slagorde Tebe poem, I’ve got a happy feeling, Good news.
Bent Van Looy at rustig verder. Er zit geen contract in, denk ik. Hans B. maakte wel nader kennis met de familie, ook met het jongste rosse meisje dat naar het toilet moest, dus wie weet of hij nog iets uit de brand heeft kunnen slepen.
Het was fun! Het was gezellig! Het was lekker, ech lekker! Sei Lob und Preis mit Ehren aan het B-koor!!! Schitterend gedaan! Het was een mooie dag, 3 dagen na Bamis, 6 dagen na Eupenmis. Nie mis daar bij Acantus. En mis vooral het koorweekend in Drongen niet. Maar da’s iets wat komt.
Dit was wat was.