Wat was
juni 2024
juni 2024
Brassery, Carolus Borromeus en Paaswake, Normandië, den hemel, Dido and Aeneas: laat 2024 maar komen! Wij zullen ons laten horen!
Zo stond het aan het eind van deze rubriek in het vorige A-kantje. Het voorjaar bulkte van de missen. Wanneer verkiezen wij eens Miss Acantus? (Ik heb ervaring met missen: in 1989 was ik mede-jurylid voor de verkiezing van Miss Ohrid aan het meer van Ohrid in Noord-Macedonië. En in Frankrijk, in Venasque, logeerden Martine en ik bij een ex Miss France. Ze heette Ève. Het leek mogelijk dat ze in 1974 mooi moest geweest zijn.)
Om geen misverstanden te hebben, rollen we in deze ‘wat was’ nog eens even door die voorbije voorjaarsmissen. Onze magical mis-tery toer. (Vrij naar The Beatles)
Het begon niet per sé zo magical met de viering op Witte Donderdag, door het CVBK, het ‘Conglomeraat der Verenigde Beverse Koren’. Er zat precies toch wat verval op tegenover de eerste editie van vorig jaar, zowel kwantitatief als vocaal-kwalitatief. En het was veel. Veel liedjes, met veel stroofjes.
Vrijdag tekenden een dertigtal leden van Acantus present. Goede Vrijdag klonk minder ‘misty’ dan Witte Donderdag. Daarom heet dat ook ‘Goede’ vrijdag natuurlijk. 😉
De passieliederen en acclamaties werden verzorgd gebracht. Ave Verum van Mozart en O groβe Lieb van Bach werden met muzikale aandacht en beleving vertolkt.
Dan volgden de hoogtepunten met de Paaswake en de Paasmis in Carolus Borromeus. De repetities met Erwin en met koperkwintet Brassery waren vlot verlopen. Klasbakken, die strooien geen mist en ze missen amper of niet. In de Paaswake moesten de blazers natuurlijk héél lang wachten alvorens zich te kunnen laten horen. Maar kijk, ze bleven netjes en vooral heel vroom aan de zijlijn zitten, de lezingen aftellend. Nog drie, mannen. Ik hoorde iemand zachtjes zuchten. Ik zag een paar ogen rollen. Nog twee. Hou je klaar, nog eentje. Bij de laatste psalm door de voorzanger schoven ze mee aan tafel. En dan, na het Gloria in excelsis Deo: pataat! Monteverdi, de toccata uit Orfeo. De toon was gezet. Het zou nog een feestelijke viering worden. De blazers kweten zich professioneel en muzikaal van hun taak. Farkas met kopers: het werkte! De balans was delicaat, een koor van 45 man heeft het al moeilijk met 5 koperblazers. Daarom had ik liever de blazers wat opzij gezet, zoals mijn eerste idee op de repetitie, maar ze verkozen toch om voor de eerste uitvoering direct onder mijn vleugelen en vlakbij het koor te spelen. Het koor was trouwens in goede vorm. Eerst nog een stevige repetitie met de blazers en Erwin, en dan, na de lange aanloop van de lezingen, vol sprankelende paasvreugde. Een spetterend slot met het Hallelujah van Handel, met orgel en kopers. Gemakkelijk dat dat zong met zulk een stevige begeleiding.
De dienst duurde zowat 2 uur en een kwart, en in de paasnacht werd dan nog eens ‘het uur verzet’. Een uurtje minder slapen, dus was het snel naar huis want ‘s morgens vroeg op voor de mis in Carolus Borromeus.
Iedereen (of toch bijna iedereen, enkele ‘accidenten’ niet te na gesproken…) arriveerde tijdig in Carolus, want ‘het zou wel eens moeilijk kunnen zijn door de start van de Ronde van Vlaanderen in ’t stad’. Maar gelukkig bleek dat bangmakerij. Op Bartje zijn marktje stond wat volk ja, pfff, maar voor het overige was er geen enkele belemmering of vertraging. Integendeel, veel koorleden hadden nog de tijd om zich te vergapen aan de gladgeschoren benen van het jonge en vooral slanke rennersgild. Zou dat de concentratie wel ten goede komen voor het liturgisch gebeuren dat nog moest volgen?
Toerisme en concentratie voor een optreden: het is altijd een moeilijke balans, een moeilijke oefening. Het duurde dus wel even voor alles weer in de muzikale plooi viel, maar, ‘het’ viel. De balans met de koperblazers was nu veel beter. Het was opnieuw prettig zingen. Zelf had ik soms het gevoel meer ‘coördinator’, ‘vluchtleider’ te zijn dan dirigent. Erwin ginder rechtsachter hoog aan het orgel, de kopers ginder links een eind achter het koor, het koor breed opgesteld, luisteren naar de pastoor en de ‘cues’ om in te zitten. Een spannend avontuur, dit feestelijk ochtenduur. Maar het werd een geslaagde uitvoering. Op een even hangenblijvende noot in het orgel na, liep alles voortreffelijk.
We kregen nadien een lovend commentaar van de ere-voorzitster van de Artiestenmissen:
Dag Cristel,
Een zeer triomfantelijke Paasviering gisteren.
Veel volk uit Oost-Vlaanderen (*) en een volle kerk.
Zeker voor herhaling vatbaar Pasen 2025?
Zalige paasgroet,
Anne-Marie Fourrel de Frettes
(*) Dat volk uit Oost-Vlaanderen: dat was half Beveren!
En:
We mogen echt wel spreken van een succes, proficiat Godfried!
De mis met koperblazers vind ik eerlijk gezegd zelfs beter werken dan met strijkers, maar misschien ben ik niet helemaal objectief 😉
Dankjewel voor dit mooi project!
Hartelijke groet, Marc (*)
(*) Marc Goris, trompettist, leider van ensemble Brassery
En:
Beste Godfried,
Ik mocht er bij zijn en luisteren !
Mijn hartelijke felicitaties aan het koor en zijn leider/dirigent voor deze feestelijke Paasviering!
Wilfried Goris(*)
(*) Vader van trompettist Marc Goris
Dat was het dan, heel het avontuur voor de mis in Carolus Borromeus, met het koperkwintet Brassery. Hoe de hele zaak zich ontwikkelde lees of las je elders in dit nummer, onder de titel “Nadenken over een liedje”. Jullie mogen er best trots op zijn. Dit was goed! Een klein minpuntje is dat er toch relatief veel koorleden afwezig waren. Maar wie er was, heeft zich honderd procent gegeven en gesmeten. Bravi, Acanti!
Missen dus. Dit waren er al vier.
Volgende in Brasschaat. De repetitie met Koen Maris verliep heel goed. Ook een klasbak, zowel als organist als als begeleider. Het zijn twee aparte vakken en niet iedereen beheerst beide. Het was de eerste keer dat we de mis van Farkas met orgel uitvoerden. Zalig hoogzaal om te zingen. Veel ruimte, hoogteverschil tussen de rijen, zaaltjes links en rechts. De eerder beperkte sopraandelegatie trok flink haar streng. De bassen met 50 % plus één (6 van de 10 dus) moesten op hun tenen staan. Dank aan Koen voor de uitnodiging. Als we willen, zijn we er steeds welkom. We komen nog wel eens af.
Nummer 6 was terug op het thuisfront, op Pinksteren. Farkas met een andere organist nu.
Veel vrouwvolk in het koor, de bassen nu met 60 % min één (5 van de 10 dus), dat is wel jammer en te betreuren. Maar ze weerden zich als leeuwen, ze brulden niet maar zongen de ziel uit hun bas-t. De coördinatie met de organist verliep heel moeilijk, maar dat heeft niet belet dat het koor goed gezongen heeft, jawel.
En nu nummer 7, in Frankrijk. Maar die moet nog komen…
Wie intussen ook gekomen is, is onze nieuwe sopraan Phebe. Welkom!