Nathalie Thyssen
Nu Pinksteren voorbij is, is de volledige Paaskring rondgemaakt: tijd voor een terugblik.
Alles begint in deze kring met de Vasten, voor de meesten van ons nog een bekend fenomeen vanuit culturele en religieuze achtergrond. Voor een aantal van ons is dat een veertigdagentijd vol goede voornemens: niet snoepen, een welbepaald verslavend spelletje verwijderen van je smartphone of nog een tandje bijsteken in de parochie of kerk.
Voor de zangers van Acantus staat het vooral voor het grondig voorbereiden van de mooiste vieringen van het jaar: de vieringen van de Goede Week en Pasen. Een grondige voorbereiding hebben we gehad, meer dan 40 dagen lang.
Wat ik niet wist voor ik in Acantus zong, was dat het zingen als voorbereiding op Pasen de voorbereidingsperiode mooier en diepgaander maakt. Het is als het ware alsof je iets markeert in de tijdlijn van het jaar.
De aftrap van onze zangmarathon begon op Witte Donderdag, waar we niet alleen onze eigen stemmen lieten galmen maar ook de leden van andere koren uit Beveren hun beste beentje voorzetten. We waren die donderdag vastberaden om met zijn allen luid en duidelijk te zingen. Het deed mij een beetje denken aan de enthousiaste zangstonden in mijn klas. Het plezier van het samenzingen als doel op zich. Tijdens het observeren van de mensen naast mij, ontdekte ik een zangeres die zich heel erg ergerde omdat ze telkens niet kon vinden wat we zongen uit de Zingt Jubilate. Ze werd nochtans vakkundig geholpen door haar medezangeressen. En ik besefte ineens dat ik heel dankbaar was met mijn zangbundel!
De priester en de parochianen trokken op het einde van de viering in stilte naar het Hofje van Olijven en de koormassa die achterbleef verliet al kwebbelend de kerk. Zou het zo ook geweest zijn 2000 jaar geleden? Jezus die ging bidden en de wereld die druk met zichzelf bezig was en verder kabaal bleef maken? Vast wel.
Goede Vrijdag beviel mij persoonlijk veel meer om te zingen. Voor mijzelf zat de start van de paasvakantie er vast ook voor iets tussen. Het Ave Verum van Mozart en het Bachkoraal “O Grosse Lieb” zijn heerlijke stukken die de bezinning van Goede Vrijdag zo mooi weergeven. De organist wou ons die avond vooral niet laten verdrinken in de stilte en sereniteit en ging volop voor duidelijkheid. Zou het zo ook geweest zijn in die eerste eeuw? Een groep die naar huis vertrok in stilte bij het verlies van hun vriend en een andere die luid en duidelijk aanwezig zijn best probeerde te doen? Vast wel.
De Paaswake op zaterdagavond was de marathon van het zangseizoen. Met acht lezingen was het een liturgische uitputtingsslag waarbij we onze stembanden (en sommigen hun geduld) tot het uiterste testten. Maar hé, we hebben het overleefd en hoe! Onze stemmen weerklonken als klokken in de nacht en we voelden ons als herboren! En ik voelde mij weer even het meisje dat wegdroomt in de eerste Sissifilm. Net voor het einde hoor je de klokken luiden in de Augustinerkirche in Wenen en dan komt het “Hallelujah” van Händel. Als achtjarige droomde ik ervan zo’n koorknaap te mogen zijn, meer dan de prinses met het kleed. Hoe heerlijk is het dus om elk jaar het Hallelujah van Händel te mogen zingen. Dit keer zelfs mét blazers die de koninklijke allure van het stuk volledig in de verf zetten. Zou het zo ook geweest zijn, lang geleden? Vermoedelijk niet.
En dan, het moment waar we allemaal naar uitkeken: Pasen in de Sint Carolus Borromeuskerk. De reis erheen was een avontuur op zich, met discussies over parkeerplekken en treinreizen die ons bijna meer stress gaven dan een gemiste noot. Maar eenmaal aangekomen en gesetteld in de prachtige, zij het ijskoude kerk, waren we op ons best. Voor mij was het een moment van kippenvel toen ik de combinatie voelde van de blazers, het orgel en het koor dat écht keek naar de aanwijzingen van de dirigent. Zal het zo ook zijn, volgend jaar? Heel graag wel.
Ondertussen zijn we al voorbij Hemelvaart en Pinksteren en is de Paaskring weer voorbij tot volgend jaar. Nu kunnen we weer uitkijken naar de Beverse feesten en daarna naar het concert. O, wat hou ik van het gestructureerde van deze feesten en tradities. Ze zetten niet alleen iets vast op een tijdlijn maar ze maken ook dat ik mij elke keer weer verbonden voel met dat clubje zangers en muzikanten en dat ik mij bovendien deel mag voelen van het grote geheel.
Zo mag het zeker nog zijn, nog veel komende jaren!