Guido Pieter Theodorus Josephus Gezelle was een priester, een zeer bekend dichter, taalwetenschapper en vertaler. Hij is bekend om zijn gedichten over de natuur, zijn beeldend taalgebruik. O 't ruischen van het ranke riet en Het Schrijverke uit de dichtbundel Vlaamsche Dichtoefeningen (1858) zijn slechts twee van zijn bekendste werken. Zijn gedichten hebben als onderwerp steeds de natuur, vriendschap en de dood.
Wie is Guido Gezelle?
Hij is geboren als oudste kind van Monica Devrieze en Pieter Jan Gezelle, een Vlaamse hovenier in een eerder landelijke volksbuurt aan de rand van Brugge. Hij kon studeren aan het klein-seminarie te Roeselare. Van 1850 tot 1854 was Gezelle weer terug in Brugge, waar hij op het groot-seminarie zijn laatste voorbereiding kreeg op het priesterschap.
In 1854 werd hij tot priester gewijd. Gezelle werd leraar aan het Klein Seminarie van Roeselare, waar hij vroeger gestudeerd had. Nadien werd hij co-rector werd van een nieuw Engels College, dat slechts korte tijd bestond (1860–1861). Na de opheffing van het Engels College werd Gezelle leraar in de wijsbegeerte en onderrector aan het Seminarium Anglo-Belgicum (1861–1865). In 1865 werd Gezelle benoemd tot onderpastoor van de Sint-Walburgakerk te Brugge.
Hij richtte het gezinsblad Rond den Heerd op, waarin hij schreef over heiligen, godsdienstige onderwerpen, planten, dieren en oude volksgezegden. Het volschrijven van het blad en toenemende financiële moeilijkheden en rompslomp eisten echter zoveel van hem, dat hij ziek werd. Toen hij bovendien hoorde dat er allerlei beschuldigingen en roddels over hem de ronde deden, vluchtte hij uit Brugge weg naar Kortrijk.
Die deken van Kortrijk bezorgde hem in 1872 een aanstelling als kapelaan in de O.L. Vrouwekerk, wat hij tot 1889 zou blijven. De leiding van Rond den Heerd werd in 1871 overgenomen door Adolf Duclos. Gezelle stichtte in 1890 een nieuw tijdschrift, Biekorf.
Gezelle is altijd blijven doorstuderen, voornamelijk literatuur. Vooral de 'Vlaamse taal' ging hem aan het hart. Wist je trouwens dat hij wel 15 verschillende talen sprak?
De laatste paar jaar van zijn leven trok Gezelle zich steeds meer uit het openbare leven terug. Op 27 november 1899 stierf hij, ziek en verzwakt, 69 jaar oud. Zijn laatste woorden werden opgetekend door zijn neef, de priester Caesar Gezelle, die bij zijn sterfbed aanwezig was:
" 'k Geloof dat ik altijd geleefd hebbe in eenvoud en oprechtheid des harten."
En: " 'k Hoorde zo geerne de veugelkens schufelen!"
Guido Gezelle werd begraven op het kerkhof van Brugge, maar men besliste al snel om in de binnenstad een monument te plaatsten om hem te herdenken. Het werd een levensgroot bronzen standbeeld door de beeldhouwer Jules Lagae. Het werd in 1930 ingehuldigd.
Het monument werd geplaatst op het plein dat tot dan de naam Onze-Lieve-Vrouw-Kerkhof Noord droeg. In 1963 besloot het stadsbestuur de naam te veranderen in Guido Gezelleplein.
Je kan ook het Guido Gezellemuseum bezoeken. Dat is ondergebracht in het geboortehuis van Guido Gezelle, gelegen in een rustige volksbuurt. Je ontdekt er naast zijn leven en werk tijdelijke presentaties over (woord)kunst. Bij het huis ligt een romantische tuin die je kan bezichtigen.
Verschillende straten en pleinen in België en Nederland dragen de naam van Guido Gezelle, dit om hem te herdenken. Ook in steden Ieper en Kortrijk vind je standbeelden om hem te eren.
Weet gij waar de wind geboren
Weet gij waar de wind geboren,
waar de dauw geboren is?
Weet gij kunstig op te sporen
wat hierbij, hierboven is?
Weet gij wat de sterren zijn, en
wat de zon, de mane? Wat
in de bergen, in de mijnen
ligt en in de zee bevat?
Weet gij iets klaar uit te leggen
van al 't geen men u vragen kan?
Antwoord dan en wil mij zeggen:
Dichten...wat is dichten dan?
Guido Gezelle
uit: Volledige dichtwerken,
Standaard, 1971.
Als de ziele luistert
spreekt het al een taal dat leeft,
't lijzigste gefluister
ook een taal en teken heeft:
blaren van de bomen
kouten met malkaar gezwind,
baren in de stromen
klappen luide en welgezind,
wind en wee en wolken,
wegelen van Gods heiligen voet,
talen en vertolken
't diep gedoken Woord zo zoet...
als de ziele luistert!
Guido Gezelle (1859)
Toelichting: wee = wei(de)
't Wordt al sterre dat men ziet
in dat hoog en blauw verschiet daar,
blijde sterren, anders niet,
in dat hoog en blauw verschiet.
't Wordt hier altijd al verdriet,
van dat oud e zwart verdriet daar,
't wordt hier altijd anders niet
als dat oud en zwart verdriet.
Laat mij, laat mij, in 't verdriet,
vliegen naar dat hoog verschiet daar,
waar men al die sterren ziet,
al die sterren... anders niet.
Guido Gezelle 1860