Startpagina‎ > ‎

Werkzaamheden

 WERKZAAMHEDEN IN EN RONDOM HET RADIOSTATION
 

    In de zestiger jaren waren schepen tot 1600 BRT niet verplicht radiotelegrafie aan boord te hebben. Radiotelefonie was voldoende. Op schepen van 1600 BRT en groter was radiotelegrafie echter verplicht en daarmee dus de aanwezigheid van een  radiostation en een radiotelegrafist als bemanningslid.  Wat het radiostation betreft werden schepen ingedeeld in vier categoriën. Zo is een categorie H24-schip “24 uur per dag open”, een H16-schip 16 uur per dag en een H8-schip 8 uur per dag. Verder zijn er nog HX-schepen, welke minder dan 8 uur per dag open mogen zijn. Met uren van openstelling bedoelt men open voor het openbaar verkeer, zoals het versturen van telegrammen, het voeren van telefoniegesprekken e.d. Is een schip bijv. 16 uur open voor het openbaar verkeer, dan is het logisch dat er gedurende die 16 uren ook wordt uitgeluisterd op de internationale noodfrequenties 500 KHz (telegrafie) en 2182 KHz (telefonie). In dit geval beschikt het schip dus over meer dan één radiotelegrafist. Aan boord van H24-schepen (passagiersschepen) zaten tenminste 3, maar meestal 5 radiotelegrafisten.

 
                              ... haha, nee mevrouw, RH betekent niet "Radio-Hofmeester"...
 

    Deze genoemde noodfrequenties worden niet alleen gebruikt in gevallen van nood, maar ook als oproepfrequenties. Men kan daar worden opgeroepen of zelf een ander schip of kuststation oproepen. Na een contact op deze oproepfrequentie wordt er dan overgegaan naar een werkfrequentie. Veel kuststations zijn direkt op een bepaalde, afgesproken werkfrequentie op te roepen; ze antwoorden dan op hun eerste werkfrequentie. Scheveningen Radio b.v. roept men aan op de 454 kHz, terwijl PCH zendt op de 461 kHz (de 1e werkfrequentie). Tijdens het werken op deze werkfrequentie in de korte- of middengolf moet men tegelijkertijd blijven uitluisteren op een der twee noodfrequenties.

Omdat een radiostation normaliter slechts twee ontvangers heeft en één dezer twee gebruikt wordt om te werken, blijft er één ontvanger over om op één van de noodfrequenties uit te luisteren.

Naast de werkfrequentie wordt altijd op de 500 kHz uitgeluisterd. Tussen alle morsetekens op de 500 kHz  moet men dan zijn eigen roepletters herkennen of in geval van nood het noodsignaal. Om het ontvangen van noodsignalen te bevorderen (denk aan zwakke noodsignalen van reddingssloepen of een noodgeval midden op de oceaan) heeft men per uur twee periodes ingesteld, waarin het overal ter wereld is verboden te zenden op de noodfrequenties. Op de 500 kHz is de stilteperiode elk uur tussen de 15e en 18e  en tussen de 45e en 48e minuut. Op de 2182 kHz is dat respectievelijk tussen de minuten 00 en 03 alsmede 30 en 33.

 

    Op een H8-schip luistert de R/O dus gedurende acht uren per dag uit op de 500 kHz. Gedurende de resterende zestien uur wordt dit overgenomen door het A.A.T. (Automatisch Alarm Toestel). Dit toestel is zó ontworpen, dat het reageert op een signaal dat bestaat uit 8 strepen van 4 seconden met een onderlinge tussenruimte van 1 seconde. Dit signaal heet het alarmsignaal en wordt door een schip in nood altijd vóór het uit te zenden noodbericht verzonden. Eén minuut na het einde van het alarmsignaal wordt dan begonnen met het uitzenden van het noodbericht. Deze minuut dient om de R/O’s van schepen waarvan het A.A.T. is afgegaan, de gelegenheid te geven zich naar het radiostation te spoeden om het uit te zenden noodbericht te ontvangen. ‘s Nachts zullen er dus meer R/O’s hun bed moeten uitkomen dan overdag, daar het bereik van een scheepszender door atmosferische omstandigheden ‘s nachts veel groter is dan overdag. Overdag zal een 150 Watt scheepszender een bereik van ca. 300 km hebben, terwijl dit ‘s nachts kan oplopen tot wel 2500 km. Kuststations hebben zenders van soms meer dan 10.000 Watt en bestrijken overdag wel 1000 km in de middengolf. Zij bestrijken in de kortegolf met relatief klein vermogen – maar een goed aangepaste antenne – gemakkelijk meer dan 20.000 km. Méér is natuurlijk niet nodig om elke plaats op aarde te kunnen bereiken.

 

Een willekeurige wacht bestaat uit de volgende werkzaamheden: 

a)      een acht-, zestien- of vierentwintig-urige luisterwacht

b)      het nemen van de verkeerslijsten van Scheveningen Radio/PCH

c)       het nemen van verkeerslijsten van stations in het land van bestemming, landen waar passagiers vandaan komen 
      en/of van landen  waar het hoofdkantoor is gevestigd i.v.m. eventuele orders (denk aan tankers)

d)      het nemen van weerberichten van verschillende kuststations

e)      het nemen van persberichten van Radio-Holland/ANP via PCH

f)       het nemen van Engelse persberichten van Portishead Radio als er buitenlandse passagiers aan boord zijn

g)      het uitwerken van genomen persberichten op formulier RH56a

h)      dagelijks de positie van het schip doorgeven aan PCH voor Defensie en de krant

i)        dagelijks een tijdsein nemen voor de chronometer(s), welke bij de hoogtemeting van hemellichamen met de 

      sextant word(t)en gebruikt

j)       dagelijks een radiopeiling nemen (indien onder de kust wordt gevaren)

k)      het verzenden en/of ontvangen van telegrammen van kapitein, bemanning of passagiers

l)        idem wat betreft telefoongesprekken (indien telefonie aan boord aanwezig is)

m)    het bijhouden van het radiodagboek, waarin alles wat er zich tijdens de wacht afspeelt, moet worden vermeld

n)      het bijhouden van de administratie

o)      bij het van wacht gaan testen van het A.A.T. op de goede werking en dit apparaat daarna aanzetten

 

                                                                  Eisen voor radio-installaties
Radio-installaties moeten aan bepaalde eisen voldoen, welke internationaal zijn vastgelegd in het Internationaal Verdrag voor de Beveiliging van Mensenlevens op zee (V.V.) en nationaal in de Nederlandse Schepenwet (S.W.) en het bijbehorende Schepenbesluit (S.B.).
Bovendien zijn van toepassing: de bepalingen van de Telegraaf- en Telefoonwet van 1904 (T.T.-wet), alsmede die van het Radioreglement (R.R.), behorende bij het Internationale Telecommunicatie-verdrag.

Overeenkomstig artikel 3 van de Telegraaf- en Telefoonwet van 1904 is voor de aanleg en gebruik van een scheepsradio-installatie een Machtiging vereist, die door de directeur-generaal der PTT wordt verleend. Dit geldt zowel voor verplichte (volgens het Schepenbesluit) als voor niet-verplichte radio-installaties (bv. aan boord van jachten). Pas nadat een Machtiging is verleend, mag een radio-installatie aan boord worden geplaatst.

Volgens de machtigingsvoorwaarden mag het station echter niet worden gebruikt alvorens het is goedgekeurd. De installatie moet aan een aantal technische eisen voldoen, welke zijn vastgelegd in het Schepenbesluit, het Radioreglement en in de specificaties voor radio-installaties van de PTT. De goedkeuring tot gebruik wordt eerst verleend, indien na een keuring aan boord is gebleken, dat de inrichting en bediening aan alle gestelde eisen voldoen.

Ten bewijze hiervan wordt door de Inspecteur Kust- en Scheepsradio een Bewijs van Goedkeuring (BvG) verstrekt. Het Bewijs van Goedkeuring en een uittreksel van de machtiging dienen nabij de radio-installatie duidelijk zichtbaar te worden opgehangen.

Naast de Machtiging en het Bewijs van Goedkeuring moeten schepen van 1600 BRT en groter bovendien in het bezit zijn van een geldig Radioveiligheidscertificaat. Dit document wordt afgegeven, namens de Inspecteur-Generaal voor de Scheepvaart, door de Scheepvaartinspectie en is 12 maanden geldig met de mogelijkheid tot verlenging door bevoegde autoriteiten. Zonder een geldig RVC mag een schip niet uitvaren. Genoemd document wordt eerst verstrekt, nadat door een ambtenaar van de afdeling Kust- en Scheepsradio is vastgesteld, dat de installatie voldoet aan alle eisen inzake opstelling en inrichting van scheepsradiostations, zoals die in de Nederlandse Schepenwet en Schepenbesluit zijn beschreven.

Het met de bediening van de installatie belaste personeel is verplicht het geheim te bewaren en te doen bewaren van alle berichten, die door middel van de installatie worden verzonden of ontvangen en die niet voor publicatie zijn bestemd. Maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat personen die niet bij  de radiodienst zijn betrokken, kennis kunnen nemen van de berichtenwisseling. Indien berichten worden ontvangen, die niet voor het eigen schip zijn bestemd, mogen deze niet worden vastgelegd. Dergelijke berichten mogen niet anderen worden meegedeeld of voor enig doel worden gebruikt.

Aangezien de kapitein verantwoordelijk is voor alles, wat de dienst aan boord van het onder zijn gezag staande schip betreft en dus ook voor de bediening van de radio-installatie, mag hij kennis nemen van de verzonden en ontvangen radioberichten.

Uiteraard geldt de geheimhouding niet ten aanzien van berichten, welke voor een zo groot mogelijke verspreiding “aan allen” worden uitgezonden, zoals weerberichten, stormwaarschuwingsberichten en berichten aan zeevarenden.

Een kandidaat die geslaagd is voor het examen ter verkrijging van een certificaat van bekwaamheid als radiotelegrafist, wordt de eed of de belofte van geheimhouding afgenomen.

 

    Een R/O is de enige opvarende die twee uur op, twee uur af loopt. De stuurlieden en machinisten lopen vier uur op, acht uur af en wel als volgt:

0000 – 0400  Hondewacht door de 2e STM en 3e WTK

0400 – 0800  Dagwacht door de 1e STM en 2e WTK

0800 – 1200  Voormiddagwacht door de 3e STM en 4e WTK

1200 – 1600  Achtermiddagwacht weer door de 2e STM en 3e WTK

1600 – 2000  Platvoetwacht weer door de 1e STM en 2e WTK

2000 – 2400  Eerstewacht weer door de 3e STM en 4e WTK

    
    Om de namen van de wachten te onthouden is er een typisch zeemans ezelsbruggetje: Het Dingetje Van Adam Past Eva.

De 4e stuurman loopt mee met de eerste stuurman en eventuele leerlingen (leraren genaamd) met de tweede stuurman. Assistenten-WTK lopen met de 2e en 3e WTK mee. Tussen de WTKs zwerft er zo nu en dan een elektriciën rond (kortweg elek genoemd), maar die loopt weer dagdienst (0800-1200, 1300-1700). Is er geen elek aan boord, dan wordt het elektrische werk meestal verzorgd door een 3e WTK met als hoofdmoot het aan de praat houden/krijgen van de winches aan dek, waarmee de laadbomen bediend worden.


    De algehele baas van de WTKs en de elek is de Hoofdwerktuigkundige, die geen wacht loopt. De algehele baas van de stuurlieden is de gezagvoerder, die natuurlijk tevens de algehele leiding over en verantwoording voor het schip heeft. Baas van de matrozen is de bootsman, die weer de 1e STM als baas heeft (na de integratie de HWTK, later meer hierover in deel II).

Het machinekamerpersoneel, zoals olielui, poetsers enz., valt onder de 2e WTK. Op tankers zit tussen hen en de 2e WTK nog de voorman. Het verzorgende deel aan boord wordt uitgevoerd door de civiele dienst onder leiding van de (chef)-hofmeester (na de integratie de 1e STM, later meer hierover in deel II). Deze (chef)-hofmeester zwaait de scepter over het keukenpersoneel, de bediendes en een eventuele wasbaas.

De bediendes onderhouden de hutten van de passagiers en de officieren. Eén bevoorrechte bediende is de kapiteinsbediende, die soms ook de bediende van de radio-officier is, aangezien deze twee vaak als enigen op één dek zitten.

Op (grotere) passagiersschepen bevindt zich boven de (chef-)hofmeester nog de purser, een soort administrateur, verantwoordelijk voor de financiële gang van zaken en het welzijn van de passagiers.

 

    Het bestellen van bier gebeurde door een druk op een knop in de hut, waarop even later een bediende met een biertje en een bonnenboekje verscheen. Het bonnetje werd dan getekend en het bedrag vond men dan aan het eind van de reis terug bij de drankrekening. Vier bier en één borrel werd besteld d.m.v. vier korte en één lange druk op de knop. In de pantry beneden lichtte dan het nummer van de hut op en door het aantal tuutjes te tellen werd de juiste bestelling in de juiste hut afgeleverd. 

Deze room-service was echter geen lang leven beschoren door het inkrimpen van personeel en reorganisatie van werkzaamheden. Men moest dientengevolge zijn versnaperingen zelf in de pantry gaan halen (als er tenminste geen bar aan boord was, want dan zat iedereen natuurlijk op de kruk). Was er ook geen bar aan boord of was de bar gesloten, dan had men dozen bier en frisdrank in de hut staan, eventueel een deel in de koelkast van een nabijgelegen pantry.
 

    Voor elk weekeinde op zee “verdiende” een opvarende 1-½ verlofdag. Lag het schip echter om vijf voor twaalf zaterdagmorgen vast, dan kreeg men de halve verlofdag van de zaterdag niet. Ging het schip vóór 24.00 zondagavond los van de kade, dan verdiende men toch nog de hele verlofdag. Deze regeling zou later aanmerkelijk verbeterd worden en wel zodanig, dat elk weekeinde aan boord – ongeacht op zee of in een haven – recht gaf op 2 verlofdagen.

Niet alleen de verlofregeling maar ook de verdiensten van de zeelui werden midden jaren zestig aan de aan de wal geldende normen aangepast, mogelijk in de slipstream van de “Toxopeus-ronde”, genoemd naar de toenmalige Minister van Binnenlandse Zaken Toxopeus, die de lonen van de ambtenaren enigszins aanpaste aan die in het bedrijfsleven, omdat veel topambtenaren de hogere salarissen daar verkozen boven het lagere ambtenaren-salaris. De lonen van de zeelui werden tussen de 10 en 15 procent verhoogd en ook andere – secundaire – arbeidsvoorwaarden werden meer “humaan”.

 

    Zo snel mogelijk na vertrek en verder elke maand wordt er sloepenrol gehouden. In sommige gangen hangen lijsten met de namen van de opvarenden en de hen toegewezen sloep, alsmede de eventuele taak die men in de sloep heeft. Er is iemand die de houten bootbedekking afneemt en niet in het water gooit i.v.m. eventueel overboord springen; iemand die de prop in de sloepsbodem draait (die zit er normaal niet in i.v.m. weglopen van regenwater), de winches van de davits moeten worden klaargemaakt en bediend en de marconist zorgt ervoor, dat de draagbare sloepzender in de sloep komt. Elke sloep heeft een stuurman als commandant; matrozen worden zo eerlijk mogelijk over de sloepen verdeeld. Naast de sloepenrol wordt op tankers ook regelmatig een brandoefening gehouden. Als marconist wordt je dan geacht in het radiostation te blijven om, als het menens is, een nood- of spoedbericht uit te zenden.

    Een noodbericht wordt, zoals bekend, voorafgegaan door driemaal het sein …---…, ten onrechte betiteld als Save Our Souls of SOS. Een spoedbericht, dus van iets minder ernstige aard, wordt voorafgegaan door 3 series XXX. Een veiligheidsbericht, zoals stormwaarschuwingen door een kuststation of een gevaar voor de navigatie uitgezonden door een schip of kuststation, wordt voorafgegaan door drie series TTT.

Vanzelfsprekend heeft elk schip zijn eigen roepletters; aan Nederlandse koopvaardij- en  visserijschepen is PCAA-PIZZ toegewezen. PIZX, PIZY en PIZZ zijn toegewezen aan de Hoofdinspectie Kust- en Scheepsradio ten behoeve van proefvaarten van schepen die na de overdracht onder buitenlandse vlag komen te varen. Nederlandse schepen hebben hun eigen roepnaam tijdens de proefvaart.

PAAA-PBUZ is voor de Koninklijke Marine en haar diensten, zoals de loodsdiensten met o.a. de Marcab/PAHF, Betelgeuze/PAHH, Rigel/PAHM, Deneb/PAHO, Sirius/PAHS en Zeemeeuw/PAHY.

PBVA-PBZZ is voor andere rijksdiensten, zoals PTT (kabellegger), RLD (de ocean station vessels Cirrus/PBVC en Cumulus/PBVD, later PBVQ), het Ministerie van Landbouw, Veeteelt en Visserijvoorziening met het visserij-onderzoekvaartuig Antonie van Leeuwenhoek VO I/PBVF.

Ook aan groepen van schepen zijn roepletters toegewezen, zoals:

PCAA – Verzamelroepnaam voor alle Nederlandse schepen

PCAB – Verzamelroepnaam voor alle schepen van de Koninklijke Marine

PCAC – Verzamelroepnaam voor alle Nederlandse koopvaardijschepen

PCOR – Verzamelroepnaam voor alle Shelltanker schepen

PDRH – Verzamelroepnaam voor alle scheepsradiostations geëxploiteerd door Radio-Holland

PDSM – Verzamelroepnaam voor alle K.N.S.M. schepen

PDSN – Verzamelroepnaam voor alle S.M.N. schepen

PHAL – Verzamelroepnaam voor alle H.A.L. schepen

PISL – Verzamelroepnam voor alle schepen van L. Smit & Co. Internationale sleepdienst.

 
 
                                            
 

    Verdere werkzaamheden van de R/O buiten het radiostation zijn:

a)      Het nemen van radiopeilingen met de richtingzoeker, die zich meestal in de kaartenkamer bevindt.

b)      Onderhoud en soms reparatie van de richtingzoeker en zijn antenne, VHF zender/ontvanger, echolood, brugtelefonie-

      installatie, radar (als dat niet door de tweede STM wordt gedaan), Centraal Antenne Systeem met vaak de bijbehorende

      geluidsinstallatie, de fascimilé (FAX) voor het ontvangen van weerkaartjes.

c)       Onderhoud c.q. vervanging van de hoofdantenne met zijn isolatoren, die meestal tussen de masten is gespannen en 

      van de noodantenne, die vaak van een kleinere mast naar de invoer boven het radiostation loopt.

d)      Het onderhoud van de accu’s als onderdeel van de noodinstallatie. Deze accubatterijen staan soms in een z.g. accukast 

      naast het radiostation en soms in een accukist op het schavotje (dek boven de radiohut en de brug).

e)      Het wekelijks opmeten van de zuurdichtheid en de klemspanning van genoemde accu’s en het invullen van het

      accurapport (RH38).

f)       Het testen van de draagbare sloepzender

g)      Onderhoud en eventueel reparatie van electromotoren en dynamo’s, die bij de verschillende apparaten behoren.

h)      Eventuele reparaties aan radio’s of bandrecorders van opvarenden.

 
        .....allemaal verstand van portable TV's.....?            
 
                                                      UITTREKSEL TELEGRAMMENDIENST
 

Het berekenen van telegramkosten aan boord van Radio-Holland schepen geschiedt op twee manieren, nl.:

A   verkeer met Scheveningen Radio(PCH), waarbij alle taksen in guldens worden verrekend

B   verkeer met buitenlandse stations, waarbij alle taksen in goudfranken worden berekend.

Ook het verkeer tussen twee R-H schepen wordt als buitenlands verkeer beschouwd, tenzij dat verkeer via PCH gaat.

              Aan boord van R-H  schepen komen de volgende toegelaten telegrammen voor:

P             volbetaald telegram. Alle taksen zijn vol, uitgezonderd Coastal Rate telegrammen in  Zuid Afrika, 

              waarbij een reductie van 50% op de scheepstaks (ST) en kusttaks (KT) wordt verleend, 

              de landtaks, (LT) is 10 centimes. 

PDH        Telegram aangeboden door een lid van de bemanning. Alleen korting op de ST, nl. in het verkeer
              met PCH  5 ct. per woord met een minimum van 10 woorden en in het buitenlands verkeer

              5 centimes per woord met een minimum van 10 woorden. 

PDHK      Telegram aangeboden door de kapitein. Geen ST, KT en LT  vol.

      PDHVR    Telegram aangeboden door houder van een vrije ST-kaart. Geen ST, KT en LT vol.
                    (Deze “kaarten vrijstelling ST” zijn genummerd en gedateerd. Men noteert op het telegram-
                     formulier 1. het nummer, 2. maatschappij van uitgifte, 3. de datum van uitfifte.

                     Deze kaart is tot 1 jaar na afgiftedatum geldig)

MSG        Telegram van de kapitein t.b.v. de scheepsdienst. Geen ST, KT en LT vol.

SLT         Radiobrieftelegram, aangeboden door passagiers. Volle ST en KT..

SLTV       SLT aangeboden door een lid van de bemanning. Verlaagde ST, KT  vol.

SLTVK     SLT aangeboden door de kapitein. Geen ST, KT vol.

SLTVR     SLT aangeboden door een houder van een vrije ST-kaart. Geen ST, KT vol.

SLTMSG   SLT aangeboden door kapitein t.b.v. de scheepsdienst. Geen ST, KT vol.


In het verkeer alleen met Scheveningen Radio onderscheiden we bovendien:

GTG       Groetentelegram met vaste tekst en toegestaan richting schip-wal en wal-schip. Voor de vaste
             teksten mogen alleen die teksten worden gebruikt, zoals vermeld in de PTT medgraafs. 

CTV       Surprisetelegram met een uitsluitend uit RH76 (Catalogus Surprisedienst) gebruikte vaste tekst.
             Geen medgraaf teksten toegestaan. Wordt aan de vaste teks een vrije teks toegevoerd, dan moet

             het surprisetelegram als een P of SLT worden verzonden. Bestemd voor passagiers en bemanning.

GST       Surprisetelegram, die als P, SLT of CTV kan worden verzonden. Bij de telegramkosten wordt het
             surprise bedrag opgeteld. Wordt een GST als P verzonde, dan kan dit via elk kuststation;

             als SLT en CTV alleen via PCH. 

POSTV   Dit zijn uitsluitend voor de bemanning toegestane radiobrieven, die via een ander R-H schip in Nederland  
            worden gepost. Deze telegrammen kosten ƒ 2,50 per 40 woorden. Ook te gebruiken voor radiosurprises.

NRT      Deze telegrammen kunnen alleen verzonden worden naar de U.S.A. via kuststations van de U.S.A.

            Deze telegrammen worden vertraagd afgeleverd.

    SLT’s, GTG’s e.d. werden per post doorgestuurd naar de geadresseerde. Personeel van Scheveningen Radio bracht ’s nachts om drie uur deze berichten van het Sluiseiland naar het postkantoor aan het Marktplein. 

                 
  Klik op tekening voor vergroting

                                            10 jaar                                   2289 dagen                                                            
 
                                                       
 
                                          13 schepen                            1?.445 biertjes