Wanneer jij of een vrijwilliger meertalig gaat voorlezen, kan je gebruik maken van verschillende soorten boeken:
Woordenloze prentenboeken: hierbij kan je in het Nederlands of in een andere taal vertellen. Zo hang je niet vast aan een taal en kunnen ook analfabete ouders of vrijwilligers voorlezen.
Prentenboeken in één taal: je kiest voor een boek in een taal die jij of een vrijwilliger kan lezen. Je leest voor in de gekozen taal.
Meertalige prentenboeken: hierbij staat het boek in twee of meer talen geschreven. Je kan de talen combineren om voor te lezen.
Digitale prentenboeken: wanneer je zelf niet meertalig bent, kan je kiezen voor digitale prentenboeken met audiobestanden. Ook op Youtube vind je heel wat boeken terug die worden voorgelezen in verschillende talen.
Er werd een oplijsting gemaakt van alle interessante plaatsen waar je één-, twee-, of anderstalige boeken kan terugvinden. Ga zeker ook eens op zoek in de bibliotheek of vraag aan ouders om boeken mee te geven naar school.
De verhaallijn is helder en bevat een rode draad.
Het verhaal is kort en krachtig zodat het kind de aandacht niet verliest.
Het verhaal bevat geen stereotypen, zoals vrouwelijke personages in een zorgende rol (Tiny), zwarte pieten, …
De personages zijn herkenbaar. Dieren doen het bijvoorbeeld altijd goed.
De illustraties zijn duidelijk en spreken tot de verbeelding zodat je het verhaal kan volgen zonder de taal te kennen.
De vormgeving is sober. Ook bij tekstloze prentenboeken is dit een must.
Het boek stimuleert om zelf iets te kunnen doen, bijvoorbeeld iets zoeken, raden wat er volgt, opdrachten uitvoeren.
Het boek stimuleert om erover te praten en vragen te stellen.
Het boek spreekt alle kinderen aan. Lees daarom niet altijd voor in de meerderheidstalen, maar zorg ervoor dat alle talen aan bod komen. Ook kinderen die een minderheidstaal spreken, moeten betrokken worden.
Let op voor taalgevoeligheden en culturele verschillen. Kies bijvoorbeeld geen verhaal met een varkentje als hoofdpersonage.