Voor het lezen: bespreek de titel en kaft. Welke woorden herkennen we in de titel? Welke taal zou het kunnen zijn? Wat zien we op de prent? Waarover zou het boek kunnen gaan?
Tijdens het lezen: je kan kiezen om het boek volledig in één taal aan te bieden of het verhaal in beide talen te vertellen. Hierbij is het belangrijk om telkens tijd te nemen om de kinderen naar de prenten te laten kijken. Je kan interactief vertellen waarbij tussendoor vragen gesteld kunnen worden, zoals: “Wat zou er gebeurd zijn?”, “Weten jullie wat dat betekent?”. Hiernaast kan je ook benoemen en achteraf rond het verhaal aan de slag gaan.
Dit filmpje is een voorbeeld van hoe je met een ouder samen kan voorlezen:
Na het lezen: ga aan de slag met het verhaal. Laat de kinderen zelf aan het werk gaan met items uit het verhaal. Hierbij kan teruggegrepen worden naar de woordenschat uit het verhaal. Leuke opdrachten rond boeken vind je op Pinterest.
Kies een fijn boek en zoek materiaal om het boek nog beter te kunnen visualiseren. Dit kan je gebruiken om het lezen te ondersteunen, de verteltassen kunnen eventueel meegegeven worden naar huis om zo ook in de thuistaal aan de slag te gaan.