Laat zien dat je de leiding hebt. Als trainer ben je de leider op het veld. Daarvoor is het belangrijk dat je de kinderen durft aan te spreken op ongewenst gedrag. Tijdens de trainingen en wedstrijden ben je de baas en niet hun vriendje/vriendinnetje. Je kunt het beste aan het begin heel streng zijn om je rol duidelijk te maken. Daarna kun je geleidelijk aan wat losser worden, zolang je maar oplet dat je daarmee niet het respect van het team verliest. Met sommige kinderen heb je waarschijnlijk gemakkelijker een klik dan met andere, maar probeer dat niet te tonen en geef alle kinderen op een vergelijkbare manier positieve aandacht.
Ben duidelijk en consequent. Je hebt gemakkelijker overwicht op de groep als je vanaf het begin van het seizoen duidelijke regels stelt (op tijd aanwezig zijn, opletten tijdens de uitleg, helpen met opruimen, …) en die ook consequent handhaaft. Als kinderen zien dat teamgenoten zich onttrekken aan de regels, zullen ze zelf ook eerder geneigd zijn zelf ook hun eigen zin te doen. Duidelijke leiding wordt door de kinderen ook erg gewaardeerd. Het steunt de kinderen die zich van nature aan de regels willen houden en worden gestoord door onrustige teamgenoten. Je kunt aan het begin van het seizoen afspraken met je team te maken over bijvoorbeeld de rolverdeling (ballentas halen, opruimbeurt) en het verloop van de training (warming up), zodat iedereen weet wat er verwacht wordt.
Houd ze bezig. Als de spelers niets te doen hebben tijdens de training, dan zullen ze eerder gaan kletsen en afgeleid zijn. Zorg er dus voor dat ze voortdurend bezig zijn. Als je met een deel van de groep een andere oefening wil doen, dan is het handig de rest van de groep een andere oefening te geven die ze al kennen en meteen kunnen starten.
Grijp op tijd in. Twee kinderen die tijdens de training gaan kletsen is misschien niet zo’n probleem, maar als de anderen dat gedrag gaan kopiëren dan kun jij geen goede training mee geven. Het is daarom belangrijk dat je meteen ingrijpt als kinderen ongewenst gedrag vertonen. Als gewone waarschuwingen niet werken, dan kun je best een keer uitgebreider uitleggen waarom het belangrijk dat ze allemaal goed meedoen. Ze zullen best begrijpen dat het voor jou ook niet leuk is om training te geven als ze steeds afgeleid zijn.
Maak contact. In het begin is het misschien nog wat spannend om training te geven aan een onbekende groep. Het wordt makkelijker als je meteen contact met de spelers maakt. Je kunt als je staat te wachten tot het veld vrij is alvast een praatje maken met de spelers (hoe lang hockey je al, op welke school zit je, ken je veel kinderen in dit team, …) en wat vertellen over jezelf en over wat je met het team wil bereiken. Als je elkaar beter kent, zullen de kinderen ook beter naar je luisteren. Maak tijdens de training oogcontact met zo veel mogelijk spelers. Het helpt ook als je uitstraalt dat je er zin in hebt (luid en duidelijk praten, geen handen in de zakken, glimlachen).
Schakel ouders in als je het niet alleen kan. Sommige kinderen kunnen heel lastig aan te sturen zijn. In dat geval kun je ook de hulp van de oudercoach of teambegeleider inroepen. Door hun leeftijd en ervaring is het voor hen vaak gemakkelijker om deze kinderen toch in het gareel te krijgen. Je mag ook aan de andere ouders van het team aangeven wat je van ze verwacht (bijvoorbeeld kinderen op tijd brengen en niet meecoachen tijdens de wedstrijd), en spreek ze (eventueel via de oudercoach of teambegeleider) er op aan als ze zich daar niet aan houden. Als het niet goed loopt met de ouders in het team, dan kun je ook altijd een beroep doen op de categorieleider. In het algemeen kunnen dat soort problemen vrij gemakkelijk opgelost worden als je ze vroeg aankaart, maar kan het lastig worden als zaken al geëscaleerd zijn.