Voor een goede wedstrijd is het van belang dat de wissels soepel verlopen. Om ervoor te zorgen dat alle spelers een redelijke speeltijd krijgen is er een aantal systemen dat je kan toepassen:
Wisselen per linie. Dit is de meestgebruikte methode, waarbij je bijvoorbeeld 5 spelers op de 4 verdedigende posities laat spelen, 4 spelers voor het middenveld en 4 of 5 spelers op de 3 aanvallende posities. Vervolgens wissel je iedere 5 minuten (of een andere duur als dat beter werkt voor je team) de spelers volgens dit patroon. Deze aanpak is het eenvoudigste in het gebruik en zorgt ervoor voor een eerlijke verdeling van de speelduur. Hij maakt het ook eenvoudig om de wissels aan te passen als een speler geblesseerd is, of niet goed presteert.
Individuele spelers wisselen. Als je spelers steeds per stuk laat wisselen kun je ze op veel verschillende posities laten spelen. Daar kunnen ze veel van leren. Het risico daarbij is wel dat het spel een beetje rommelig kan worden omdat spelers zich steeds moeten aanpassen aan een nieuwe positie. Bij deze aanpak heeft de tegenstanders geen vaste spelers om te volgen. Je kunt zo gemakkelijker inspelen op de wedstrijd en op sleutelmomenten nieuwe spelers inbrengen.
Lopende band. Bij dit systeem wissel je per linie, maar nieuwe spelers worden steeds aan één kant toegevoegd, waarbij de andere spelers een positie doorschuiven (zie schema). Bijvoorbeeld: in het middenveld komt er steeds een speler aan de rechterkant in, de rechterspeler schuift vervolgens naar het midden, de middenspeler schuift door naar links en de linkerspeler gaat van het veld af. Die komt later weer terug het veld op als rechterspeler, waarbij de anderen weer op dezelfde manier doorschuiven. Dit systeem is eenvoudig bij te houden en geeft de spelers de gelegenheid om ervaring op meerdere posities op te doen.
Het Australische model. Het Australische nationale team heeft een compleet eigen manier van wisselen ontwikkeld, waarbij ze voor de wedstrijd al helemaal uitwerken welke speler op welk moment een andere speler vervangt. Dat heeft als voordeel dat het erg efficiënt is en een vaste speeltijd voor alle spelers garandeert, maar het is ook een logistieke nachtmerrie die veel planning vergt. Daarbij is het vrij kunstmatig omdat het weinig gelegenheid biedt in te spelen op het verloop van de wedstrijd. Als een van de spelers geblesseerd raakt, levert dat meteen grote problemen voor het wisselen op.
Al deze opties hebben voor- en nadelen, dus het is belangrijk te kijken wat het beste bij je team past. Het belangrijkste is dat je een logische aanpak kiest waarbij alle spelers een eerlijke kans in het veld krijgen.
Lopende band wissel
Als je een team hebt waarbij niemand wil verdedigen, dan kan individueel wisselen goed werken omdat je daarbij veel spelers een deel van de wedstrijd kan laten verdedigen. Ze hoeven dan niet een hele wedstrijd achter te staan, maar maar 1 of 2 kwarten, waarbij ze de rest van de tijd op hun 'favoriete' positie kunnen spelen. Overigens is het wel zo dat je in de D en C spelers nog niet echt een vaste positie kan geven, omdat ze op die leeftijd nog echt niet weten waar ze het beste zijn.
Als je een ouder team hebt, waar de posities al meer uitgekristalliseerd zijn, dan kan het een goed idee zijn om per linie te wisselen. Het is dan niet meer nodig om rekening te houden met de positievoorkeuren van de spelers, en de wisssels zijn zo gemakkelijker bij te houden. Iedereen krijgt zo een vrij gelijke speeltijd, en je kunt gemakkelijker aanpassen op basis van de prestaties in het veld.
Als je veel aanvallers hebt die allemaal spits willen staan, dan kan de lopende band een goede aanpak zijn. Alle spelers krijgen dat evenveel tijd als spits en ze doen ook ervaring op in andere posities, wat goed is voor hun ontwikkeling. Ze kunnen ook niet klagen dat het oneerlijk is, omdat iedereen evenveel tijd op iedere positie krijgt.
Als je een echte planner bent en tijdens de wedstrijd niet over wissels wil nadenken, dan kan het Australische model een goede keuze zijn. Het is wel het lastigste systeem en waarschijnlijk heb je een asssistent voor de wissels nodig om ervoor te zorgen dat alles goed loopt.
Er zijn verschillende gratis of goedkope apps (bijvoorbeeld Subtime voor Android en iOS) die kunnen helpen bij het bijhouden van de wissels. Daarin vul je de namen van de spelers in. Vervolgens kun je ze naar de posities op het veld of naar de bank slepen. De app houdt de speeltijd per positie en de totale speeltijd van iedere speler bij. Dat kan heel handig zijn als je je zo veel mogelijk op de wedstrijd wil focussen.
Een laatste advies: laat spelers niet te lang op de bank zitten. Je kunt ze beter niet een heel kwart op wissel houden, omdat ze dan hun aandacht voor de wedstrijd verliezen. Bovendien koelen ze af als ze lang stilzitten, waardoor de kans op blessures drastisch toeneemt (daarom doen we ook een warming up voor de wedstrijd). Het is in het algemeen het beste spelers niet langer dan 5 à 10 minuten op de bank te laten zitten. Dat is ook het beste voor de prestaties van het team omdat de spelers fris blijven. Ze kunnen zo met meer energie kunnen spelen, want als je ze te lang achter elkaar in het veld laat zullen ze niet meer zo veel kunnen rennen.