Kinderen maken tijdens hun groei verschillende fases door die ook van invloed zijn op de manier waarop je ze het beste kunt trainen en coachen. Hieronder per categorie een overzicht van de belangrijkste kenmerken.
Wil spelen en houdt van avontuur. Deze kinderen spelen graag. Het is niet hun doel zich te ontwikkelen tot hockeyer, maar ze hockeyenvooral omdat het spannend en leuk is! Het onbewust en spelenderwijs dingen ontdekken in een voor hen een uitgestrekt wonderland in plaats van een hockeyveld met afmetingen en regels die hen beperken in hun ontdekkingstocht. Advies: Maak overal een spelletje, (spannend) verhaal of avontuur van, bijvoorbeeld ook met het opruimen van de spullen.
Is gericht op zichzelf en wil graag de bal hebben. Een enkeling kijkt liever nog even toe en schiet de bal ver weg, maar voor de meeste spelers geldt: waar de bal is, daar moet je zijn. Het zogenaamde ‘kluitjeshockey’, alle spelers in de buurt van de bal, is hier van toepassing en dat is prima. De aantrekkingskracht van de bal is tegelijkertijd ook belangrijk in de ontwikkeling van vaardigheden aan de bal. Ik en de rest van de wereld, gezond egocentrisme, dit typeert deze spelers en dat gaat vanzelf over. Overspelen hoort er dan ook nog niet bij, maar dribbelen en op avontuur gaan met de bal is waar het om draait!
Spelregels zijn nog niet het belangrijkst. De kinderen weten vaak al wel in welke richting ze moeten hockeyen en dat ze moeten scoren in een doel, anders zullen ze dit snel gaan begrijpen. Eenvoudige spelregels beginnen ze ook al te begrijpen, al is er bijvoorbeeld nog niet altijd oog voor de zij- en achterlijnen.
Heeft weinig geduld en is snel afgeleid. De kinderen willen bewegen, niet persé luisteren. Een korte spanningsboog hoort nu eenmaal bij deze kinderen. Zorg dan ook voor veel afwisselingen van de activiteiten, spelvormpjes, een rustmoment of drinkpauze tussendoor, een korte concrete instructie en laat ze weer snel doorgaan met hockeyen. Dit kunnen ze op deze manier zeker een uur volhouden.
Wil vooral spelen. Het is geen doel voor deze kinderen zichzelf te ontwikkelen tot hockeyer. Ze vinden samen met hun vriendjes en vriendinnetjes hockeyen heel leuk en ze leren spelenderwijs, onbewust al heel veel. Zelfs van het samen opruimen van de materialen kun je een spelletje maken. “Welke speler ruimt de meest pionnen op?”
Wil graag de bal hebben. Het motto is: ik en de bal. Wedstrijdjes draaien om de bal. Eenmaal aan de bal, blijkt het voor sommigen toch nog heel lastig om de bal bij zich te houden. Voor anderen is de bal al meer een middel om doelpunten te maken of om kansen te creëren.
Is gericht op zichzelf en werkt soms al samen. Een jonge 6E-speler is zijn kleutertijd nog niet helemaal ontgroeid en kan alles nog op zichzelf betrekken. Ik en de wereld. Dit gezonde egocentrisme is geen egoïsme. Het is een natuurlijk ontwikkelingsproces en gaat vanzelf voorbij. De al wat oudere, verder ontwikkelde 6E-speler zal al steeds meer het mogelijke gunstige effect gaan zien van het overspelen naar een speler die er beter voor staat. Van bewust samenwerken is meestal nog geen sprake. Wees je bewust van de verschillen tussen de kinderen en laat ze hun eigen, veelal nog individuele, spel spelen.
Spelregels worden al duidelijker voor ze. De kinderen weten in welke richting ze moeten hockeyen, dat ze moeten scoren in het andere doel en moeten voorkomen dat er in hun eigen doel gescoord wordt. De belangrijke spelregels van de wedstrijd begrijpen ze inmiddels.
Heeft weinig geduld en is snel afgeleid. De kinderen willen bewegen, niet persé luisteren. Een korte spanningsboog hoort nu eenmaal bij deze kinderen. Zorg dan ook voor veel afwisselingen van de activiteiten, hockeyvormpjes, een rustmoment of drinkpauze tussendoor, een korte concrete instructie en laat ze weer snel doorgaan met hockeyen. Dit kunnen ze op deze manier zeker een uur volhouden.
Eén plaatje zegt meer dan 1000 woorden. Wanneer je praat met de kinderen, doe dit op hun ooghoogte. Belangrijker nog, doe zoveel als mogelijk voor! De kinderen zijn namelijk enorm visueel ingesteld en leren vooral door te kijken en na te doen, zeker van hun trainer en idolen! Geef met name aanwijzingen gericht op de ruimte, dus bijvoorbeeld ‘probeer de bal tussen de pionnen te mikken’ in plaats van aanwijzingen op het lichaam te geven als ‘plaatsing en richting van het stand- en zwaaibeen etc.’
Duidelijkheid en kleine veranderingen doorvoeren past goed bij ze. De kinderen houden van duidelijkheid en herkenbaarheid. Geef ze deze door niet iedere keer te willen veranderen. Bouw een structuurtje waarin een bepaalde mate van continuïteit en herhalingen zit, maar waar ook ruimte is voor verandering. Door de herhalingen kunnen successen ervaren worden en door weer wat nieuws toe te voegen zullen ze weer uitgedaagd zijn. Doordat ze altijd wel even nodig om weer te wennen aan veranderingen zullen er dingen zowel lukken- als mislukken en dat is prima.
Heeft behoefte aan aandacht en geborgenheid. Probeer ieder kind de juiste aandacht te geven. Ze hebben hier allemaal in zekere mate behoefte aan aandacht en geborgenheid. Begeleid ze door het seizoen heen stuk voor stuk op hun eigen niveau. Zaken die voor ene speler als vanzelfsprekend zijn en gaan, kunnen voor een ander wat moeizamer verlopen en vragen dus meer aandacht van jou! Probeer de kinderen zich ook thuis te laten voelen in de groep. Laat ze bijvoorbeeld iets voordoen voor de groep en complimenteer ze. Dit zal hun zelfvertrouwen doen toenemen.
Is enthousiast, ongeduldig en heeft een grote speldrang. De kinderen willen vooral bewegen en hockeyen voor het plezier. Ze vinden het samen met hun vriendjes en vriendinnetjes hockeyen heel leuk. Ook zijn er kinderen die zich al wat bewuster echt als hockeyer willen ontwikkelen. Spelenderwijs en meer en meer bewust leren ze in deze leeftijden heel veel.
Richt zich meer en meer op samenwerken en is doelgericht. Bij een gemiddelde 8E-speler ontwikkelt het gezonde egocentrisme zich door naar een fase waarin het gunstige effect gezien gaat worden van het overspelen naar een medespeler die er beter voor staat om te kunnen scoren, maar ook samen doelpunten te voorkomen. Moedig dit aan en laat vormen waarin ze samen kunnen scoren en doelpunten voorkomen zo vaak mogelijk terugkomen.
Hebben een grote verbeelding en krijgen graag aandacht. Laat de kinderen uitproberen, moedig creativiteit aan, geef ze dus de ruimte en gebruik ook hun ideeën om de trainingen nog leuker te maken. Ze willen hun ideeën graag laten zien. Laat ze regelmatig zelf een voorbeeld geven.
Kunnen veel doen maar kennen ook fysieke grenzen. De kinderen vinden het heerlijk om zich intens in te spannen en zich uit te leven door vooral veel te hockeyen. Bij extreme temperaturen kunnen deze pupillen symptomen van onderkoeling en oververhitting vertonen. Ze kunnen zichzelf daarin overschatten. Hou dan ook rekening met het dragen van juiste kleding (bijv handschoenen en mutsen) en laat ze voldoende drinken.
Door positieve feedback kun je ze veel zelfvertrouwen geven. Kinderen moeten het gevoel ervaren en ruimte krijgen om succesvol te kunnen handelen. Geef altijd positieve feedback om het zelfvertrouwen verder op te bouwen en ze door te laten groeien!
Eén plaatje zegt meer dan 1000 woorden. Wanneer je praat met de kinderen, doe dit op hun ooghoogte. Belangrijker nog, doe zoveel als mogelijk voor! De kinderen zijn namelijk enorm visueel ingesteld en leren vooral door te kijken en na te doen, zeker van hun trainer en idolen! Geef met name aanwijzingen gericht op de ruimte, dus bijvoorbeeld ‘probeer de bal voor je medespeler te spelen’
Duidelijkheid, routine en structuur passen goed bij ze. De kinderen houden van duidelijkheid, geef ze deze door niet iedere keer veel te willen veranderen. Bouw een structuur waarin een bepaalde mate van continuïteit en veel herhalingen zitten, maar waar ook ruimte is voor verandering. Door de vele herhalingen kunnen successen ervaren worden en door weer wat nieuws toe te voegen zullen ze weer uitgedaagd zijn en kunnen ze opnieuw succes halen.
Heeft een sterk gevoel van rechtvaardigheid en prestatie. Alle kinderen willen spelletjes en wedstrijden graag winnen en vinden het belangrijk dat dit eerlijk verloopt. Wees hier consequent en duidelijk in. Zeker als er in hockeyvormen met punten wordt gewerkt is dit van belang.
Kan zijn of haar mening al geven. Met deze kinderen kun je na afloop van activiteiten met ze bespreken wat ze waarom wel en niet leuk vonden, of ze hun best hebben gedaan, goed hebben samengewerkt etc. Dit hoef je niet elke keer te doen, maar door dit te bespreken en te bevragen help je ze zich hier bewuster van te worden en ook maak je ze belangrijk door deze informatie weer te gebruiken voor de volgende activiteiten.
Is ongeduldig;
Heeft een grote speldrang. Plezier is nog steeds de belangrijkste drijfveer. Spelenderwijs raken ze steeds meer vaardig met het hockeyspelletje;
Doet graag na. Maak hier als trainers gebruik van en doe veel voor;
Leert door herhalen;
Krijgt graag aandacht;
Heeft veel verbeelding. Laat ze vooral experimenteren. Moedig dat ook aan. Laat ze zelf ook eens nadenken over onderdelen van de training. Hoe zien zij het;
Kan veel doen in weinig tijd. De speler spant zich flink in. Maak daar gebruik van. Laat de spelers veel spelen/hockeyen in het uur training;
Kent nog moeilijk zijn/haar fysieke grenzen. Zoals hierboven gesteld kunnen ze heel fanatiek worden. Daar moet je als trainer wel op letten. Ze kunnen nog moeilijk hun grenzen aangeven;
Geven graag hun mening. Vraag daar ook naar. Je zal verbaasd staan wat ze op deze leeftijd al kunnen benoemen;
Heeft een sterk gevoel van rechtvaardigheid. De kinderen willen dat het eerlijk gaat. Houd daar rekening mee door bijvoorbeeld de partijen eerlijk in te delen en te laten lopen.
Komt langzaam in de groeispurt. Meiden komen iets sneller dan jongens in de groeispurt. Je merkt dit doordat de motoriek afneemt. Het lijkt een beetje houterig. Kinderen groeien snel in de groeispurt. Dat kan wel 10-15 cm in het jaar zijn. Wees alert op overbelasting op de gewrichten;
Geeft graag zijn mening. De kinderen komen in de pubertijd en vinden van alles. Stel heldere grenzen. Pas op met spelers de maat te nemen. Vergelijk niet snel onderling. Dat kan negatief opgevat worden wat verkeerd kan uitpakken voor hun zelfbeeld. Vraag ook hier naar afloop wat ze leuk hebben gevonden en wat niet. Vraag nu door naar de waarom vraag. Dat kunnen ze beter beantwoorden;
Speelt graag op een vaste positie. Dat geeft een gevoel van veiligheid. Gun deze ook, maar blijf wel variëren. Je leert pas echt als je uit je comfortzone stapt. Begeleidt de speler daar wel in en doe het met stapjes;
Stelt hoge eisen aan zichzelf. Laat de spelers veel succesmomenten beleven. En zorg dat je feedback positief is;
Wil graag samenwerken. In tegenstelling tot de eerdere leeftijdscategorieën wil de speler meer gaan samenwerken. Het team wordt meer en meer belangrijk. Faciliteer dat in je trainingen;
Heeft nog veel behoefte aan structuur en routine. Wees subtiel met wijzigingen en bedenk samen rituelen;
Wordt steeds wedstrijdgerichter. Je kan steeds meer verschillende partijvormen gaan trainen. De speler kan complexe hockeysituaties overzien;
Heeft nog steeds een sterk rechtvaardigheidsgevoel.
Krijgen zichtbaar last van de pubertijd. Puistjes, klungeligheid als gevolg van de groeispurt, het snel krachtiger worden, er gebeurt van alles. De kinderen zijn hier heel gevoelig voor en wijzen elkaar daar op deels uit zelfbescherming. Het is essentieel dat je als coach de grenzen bewaakt. Maak afspraken samen met het team over (on)toelaatbaar gedrag en ageer daar ook consequent op;
Heeft kritiek en zelfkritiek. De kritiek op eigen presteren neemt steeds meer toe. Zo ook de kritiek op andere spelers. Hierdoor ontwikkelt de speler steeds meer een meer doordachte mening. Maak daar gebruik van door de speler te laten nadenken over zijn handelen en het handelen van het team;
Worden steeds meer vatbaar voor- en bewust van hun basistaken. Je kan meer uitleg geven over de taken die bij posities horen. De kinderen kunnen veel makkelijker uitleg omzetten naar handelen;
Kunnen goed leerdoelen stellen en naleven.
Zijn bijna cognitief volwassen. Je kan deze spelers aanspreken op hun verantwoordelijkheid en hun rol in het team;
Zijn zeer competitief en vergelijken zichzelf veel met de andere spelers;
Zijn soms overmoedig in hun fanatisme. Gaan snel over de grens. Bewaak deze daarom goed, maar begrijp wel dat het kan gebeuren;
Hebben van zichzelf nog steeds de drang om zichzelf te bewijzen. Dat gaat vaak gepaard met het kiezen voor de eigen actie. Ze zijn echter wel ontvankelijk voor aanwijzingen op teambelang. Maak daar gebruik van;
Kunnen gaan leren presteren. Spelers gaan steeds meer leren winnen. vanaf nu leren ze als team te presteren. Vanuit elf posities en bijhorende taken streven spelers meer dan voorheen gezamenlijk een doel na. Je begeleidt ze hierin, door ze te leren hoe ze als team op dezelfde wijze kenmerkende spelsituaties kunnen interpreteren en daar adequaat op kunnen reageren. Met nog vijftien minuten te gaan staan we met 1-0 voor. Hoe gaan we hiermee om?