Average White Band (ook wel AWB genoemd) is een Schotse funk- en soulband, die in de jaren zeventig een aantal hits had met soul- en disconummers. Sinds 2006 treden ze weer op in een nieuwe bezetting. De band werd in 1971 opgericht door (bas)gitarist/tenorzanger Alan Gorrie en saxofonist Malcolm ("Mollie") Duncan. De overige leden waren gitarist Onnie McIntyre, saxofonist Roger Ball, drummer Robbie McIntosh en (bas)gitarist/falsetzanger Hamish Stuart die in de plaats kwam van trompettist Michael Rosen.
De band brak door nadat ze als voorprogramma mochten optreden tijdens het comeback-concert van Eric Clapton in 1973. Platenproducent MCA zag er wel brood in en bood hen een contract aan. Hun eerste album, Show Your Hand, verkocht echter niet best. De tourmanager van Eric Clapton, Bruce McCaskill, bood vervolgens aan de band te managen. Hij leende geld om hen mee te kunnen nemen naar de Verenigde Staten en hen daar te promoten. McCaskill had veel contacten, en het lukte hem Atlantic Records de band een contract aan te laten bieden. De band verhuisde naar New York, tekende het contract en bracht een album uit, AWB, later beter bekend als "the White Album". Dit album werd een enorm succes en behaalde de eerste plaats in de Billboard-hitlijsten in de VS.
In september 1974 sloeg het noodlot echter toe. McIntosh nam een overdosis heroïne en stierf. Ook Gorrie nam een overdosis, maar hij werd bij bewustzijn gehouden door de zangeres Cher tot de ambulance arriveerde, en werd gered. De band ging door met de uit Brighton afkomstige Steve Ferrone als vervanger van McIntosh.
In 1975 behaalde de van het album AWB afkomstige single Pick Up The Pieces de eerste plaats in de Amerikaanse hitlijsten en werd Show Your Hand opnieuw uitgebracht onder de titel Put It Where You Want It. De volgende albums Cut the Cake (1975; opgedragen aan de nagedachtenis van McIntosh) en Soul Searching (1976) waren eveneens grote successen. In 1977 verscheen Benny & Us, een samenwerking met Ben E. King; het enige concert van dat jaar was op Montreux Jazz.
Na het album Warmer Communication (1978) stapte de band over van Atlantic naar RCA en begon het succes terug te lopen. Toch werden er nog hits gescoord als When Will You Be Mine (van Feel No Fret uit 1979) en Let's Go Round Again (van Shine uit 1980). Dat laatste nummer werd in 1994 opnieuw uitgebracht als remix en drie jaar later gecoverd door ex-Eternal-zangeres Louise. Het door Dan Hartman geproduceerde album Cupid's in Fashion (1982) was het laatste in de klassieke bezetting; na de bijbehorende tournee ging de band in 1983 tijdelijk uit elkaar. Gorrie, Ball en McIntyre formeerden een nieuwe AWB en brachten in 1989 het album Aftershock uit; Hamish Stuart was vervangen door de eveneens ontheemde Schot Alex Ligertwood (toenmalig frontman van Santana) en Elliot Lewis. Chaka Khan, die op haar eerste vijf soloplaten werd bijgestaan door Stuart en Ferrone, verleende een gastbijdrage.
Ligertwood ging weer op tournee met Santana, en tegen de tijd dat het volgende album verscheen Soul Tattoo (1997) was ook Ball vertrokken. Daarna volgden de albums Face To Face (1999) en Living in Colour (2003) waarop Elliot Lewis was vervangen door Klyde Jones.
De band toert nog regelmatig en bestaat naast oerleden Gorrie (bas, zang) en McIntyre (gitaar, zang) uit Brent Carter (ex-zanger van Tower of Power), Fred Vigdor (saxofoon, toetsen, zang) en Brian Dunne (drums). Behalve met Chaka Khan heeft Steve Ferrone ook met o.a. Scritti Politti, Duran Duran en Eric Clapton samengewerkt; sinds 1994 drumt hij bij Tom Petty & the Heartbreakers.
Hamish Stuart keerde terug naar Engeland en speelde met ex-Beatles Paul McCartney (1989-1993) en Ringo Starr (2008). Tussendoor bracht hij in 1999 een solo-album uit. Stuart, die nog altijd de hits van AWB speelt, was in 2014 te gast bij Bill Wyman's Rhythm Kings. ( bron: Wikipedia )