De Verlichting heeft het individualisme voortgebracht is de algemene kritiek aan het eind van de 20e eeuw. Die kritiek is, nu we bijna een kwart eeuw erop hebben zitten in de 21e eeuw, nog steeds actueel.
In de jaren die we achter ons hebben in die 21e eeuw is er een nieuw bewustzijn gegroeid over de positie van het westen in de wereld. De blik op de rol van het westen van pakweg 1600 tot nu is drastisch aan het veranderen, voornamelijk als gevolg van kritische geluiden over een tal van onderwerpen uit de westerse geschiedenis.
Voorbeelden zijn de handelsondernemingen die eenzijdig voordeel opbrachten voor landen als Spanje, Groot Brittannië en Nederland. Met handel in zilver uit midden Amerika die ten goede kwam aan de Spaanse schatkist, handel in specerijen voor de Hollandse VOC en thee uit India voor de Engelsen. Dit zijn slechts voorbeelden, zonder het idee hiermee een compleet inzicht te geven. De kolonisatie die deze handelsbelangen met zich meebrachten en die zich over de gehele wereld uitstrekte, is het aspect dat voor deze discussie van belang is. De kolonisatie ging met veel geweld en verovering van gebieden gepaard. Daarnaast ontstond de slavenhandel om de overzeese productielocaties winstgevend te maken. De landen die de kolonisatie uitvoerden hebben daar eenzijdig veel voordeel uit gehaald. Veel van de rijkdom die er in West Europa nu nog te vinden is is afkomstig uit die tijd.
De industrialisatie die vanaf midden 19e eeuw plaatsvond heeft een versterkend effect gehad op de kolonisering van de wereld vanuit de westerse mogendheden. Vervoer (spoorlijnen en scheepvaart), technische innovatie bij de productie (fabrieken), de inzet van wetenschap voor de groei van de economie etc. en de ontwikkeling van de militaire middelen bezorgden de westerse mogendheden een bijna volledige heerschappij over de wereld. De belangen van 'inheemse bevolkingen' delfden stelselmatig het onderspit.
De beginjaren van de 21e eeuw laten een toenemend besef zien van de rol die de westerse mogendheden gespeeld hebben, wat helaas niet tot een reset in de verhoudingen leidt. Ongelijkheden worden niet opgeheven, oude rekeningen worden niet opgemaakt, laat staan betaald.
In Kapitalisme en ideologie laat Thomas Piketty zien hoe bij het afschaffen van de slavernij is omgegaan is met herstelbetalingen; die zijn betaald aan de slavenhouders als tegemoetkoming aan het verlies van bezit. Aan de voormalige slaven is nooit iets betaald.
Een ander aspect van de veranderingen die plaatsvinden aan het eind van de 20e en begin 21e eeuw is de juridisering van het individu.
Voor deze ontwikkeling kom ik terug op het hiervoor genoemde boek van Thomas Piketty: Kapitaal en ideologie. Piketty brengt in dat boek een cesuur aan in de geschiedenis, die hij dateert op 4 augustus 1789, de dag dat het Franse parlement de privileges van de geestelijkheid en de adel afschaft. Piketty beschrijft vervolgens dat de overgang naar de nieuwe situatie in de praktijk bijzonder lastig was: hoe te bepalen wat gerechtvaardigd bezit was van de geestelijkheid en de adel en wat vervallen verklaart zou moeten worden en zou toevallen aan de staat. De theorie was helder volgens Piketty: het eigendomsrecht moest het alleenrecht van het individu worden. Daartoe moest het eigendomsrecht als ondeelbaar en onschendbaar worden vastgesteld en de staat diende zich op te werpen als de verdediger ervan. De verdediging van het eigendomsrecht moest misschien wel de belangrijkste kerntaak van de staat zijn.
Wat ik in het verlengde van Piketty hierover zou willen opmerken is, dat het individualisme van de Verlichting hiervoor een belangrijke voorwaarde is geweest. Zonder de begripsvorming van het individu, zoals dat door René Descartes is voorbereid (het individuele bewustzijn als grond voor wetenschappelijke waarheid), en door Immanuel Kant verder systematisch is uitgewerkt, is het idee van het eigendom als een persoonlijk onvervreemdbaar recht door de staat beschermd niet mogelijk.
Deze bescherming heeft verder handen en voeten gekregen door de grondwetten die voor de opkomende natie-staten werden geschreven en aangenomen. Dit proces van de vorming van natie-staten en de verdeling van de machten binnen die staten, was niet voor ieder land hetzelfde en hebben niet tot gelijke resultaten geleid en niet op hetzelfde moment.
De belangrijke drijfveren voor het vormen van natie-staten en het aannemen van een grondwet zijn de erkenning van burgerrechten, het vestigen van een scheiding van machten: wetgevende en uitvoerende macht, het laatste ook wel aangeduid als de rechtsstaat.
Dat dit proces nog altijd voortgaat is te zien in de huidige discussie tussen Polen en de EU, waarbij de EU de Poolse beslissingen laakt die de rechterlijk macht aan de politieke macht ondergeschikt maakt.
De rechtsstaat werd van groter belang met de opkomst van het moderne kapitalisme en de verzorgingsstaat na de tweede wereldoorlog, met name ook in Nederland.
De verzorgingsstaat in Nederland heeft als achtergrond de wederopbouw die nodig was na de bezetting door Duitsland in de tweede wereldoorlog. De overheid stelde zich tot taak de economie weer op gang te brengen, onder meer door het accepteren van de Marshall-hulp, een geleide loonpolitiek (en prijspolitiek). De successen van de wederopbouw en de economische ontwikkeling in de westerse landen die zich ideologisch en economisch verenigden tegenover het Sovjet blok (Oost Europa en de Sovjet Unie) mondden uit in de consumptiemaatschappij.
Aan het eind van die periode van wederopbouw en de komst van de consumptiemaatschappij, rond 1975, begon er een periode van transitie naar een nieuwe situatie waarin de ideologie van het neo-liberalisme veel van haar idealen zou verwerkelijken.
Kenmerk van het liberalisme is de nadruk op vrijheid uit het begrippenpaar vrijheid en gelijkheid. De vrijheid uit het liberalisme is steeds sterker vertaald naar een persoonlijke vrijheid.
Het neo-liberalisme verbindt het ideaal van een vrije markt met het vrijheidsideaal van het klassieke liberalisme. Het verdedigt ook de voorrang van de economie op andere zaken om de reden dat de economie de, om het zo te zeggen de levensvoorwaarden schept, de onderbouw, waarop de bovenbouw gebouwd kan worden.
Het neo-liberalisme drijft op de verworvenheden van het liberalisme, dat op zich weer voortkomt uit de ontwikkelingen die de Verlichting mede op gang hebben gebracht.
Een van die ontwikkelingen is de rechtstaat. Piketty heeft in zijn boek Kapitalisme en ideologie beschreven hoe de Franse revolutie de oorzaak was van een overgang van de middeleeuwse standenmaatschappij naar een bezitterssamenleving. Het privé-bezit werd een van de uitgangspunten van de politieke ideologie. De rechtstaat is het beste bestel voor de verdediging van het privé-bezit.
Een recente ontwikkeling waarin neo-liberalisme en individualisme samenkomen is die van de sociale media. De sociale media is een in zoverre een beetje een verkeerde term, omdat in de sociale media niet zozeer het sociale voorop staat, maar veeleer het individu.
Op sociale media platforms maak je een persoonlijk account aan en adverteer je jezelf aan de 'communitiy' van de gebruikers van dat platform. Die platforms gebruiken je advertentie en je gedrag op het platform (en op de rest van het internet) om jou te benaderen met gericht boodschappen die voor jou interessant zouden kunnen zijn. De hard en software industrie die hieruit ontstaan is is op dit moment verreweg de grootste industrie ooit.
Op 13 jan 2023 gaf Google dit antwoord: Wat zijn de grootste bedrijven? De vijf grootste bedrijven van dit moment zijn: Apple, Saudi Aramco, Microsoft, Alphabet en Amazon. Apple heeft een beurswaarde van 2,25 biljoen dollar. Amazon van 942.84 miljard dollar.
4 van de grootste bedrijven zijn internet platforms, die helemaal draaien om de individuele gebruiker. Ieder van die bedrijven spannen zich tot het uiterste in om de individuele gebruiker binnen zijn netwerk te krijgen en te houden. Voor een uitgebreide analyse van de technieken en methodes van de sociale media platforms zie: Soshana Zuboff: The age of surveillance capitatlism, 2019. Dit boek is geschreven nog voor de opkomst van AI wereldwijd.
Met recht kunnen we zeggen dat met de hedendaagse IT de consumptiemaatschappij een nieuwe fase is ingegaan.
Het is ook duidelijk dat de kritiek uit de jaren zeventig van de vorige eeuw niet meer van toepassing is. Onlangs is de eendimensionale mens van Herbert Marcuse opnieuw uitgebracht en met enthousiasme ontvangen heb ik uit de voorbijkomende berichten begrepen. Echter staat in de gedachtegang van Marcuse de massa centraal, de massa die door de economische krachten van die tijd, de multi-nationals, in de greep gehouden worden door de belofte de behoeften van die massa's te bevredigen. Dat was in die tijd van de opkomende consumptiemaatschappij zeker een behulpzaam schema: de consumenten als massa die voorzien werden van wasmachines, tv's, auto's, hifi installaties, enz.
Bij het verder verbeteren van de productieprocessen echter werd het ook mogelijk persoonlijke voorkeuren in de producten in te bouwen. Dit versnelde het proces van individualisatie in de moderne westerse maatschappij.
Na 2007, na het beschikbaar komen van de eerste smart phone, de iphone van Apple, (die niet de eerste was, maar Apple heeft het succesvol zo neer kunnen zetten) is er ook een infrastructuur beschikbaar gekomen (Telecom en Internet) die volledig toegesneden is op het individu. Het is een persoonlijk device, dat geheel naar eigen inzicht is in te richten, maar waarop ook ieder persoonlijk te benaderen is.
Dit heeft de ontwikkeling van marketing die op de persoon gericht is waartoe al een aanzet gegeven is an het eind van de 20e eeuw, in de 21e eeuw een enorme boost gegeven.
In The Age of Surveillance capitalism beschrijft Soshana Zuboff uitgebreid hoe bedrijven als Google en Microsoft het gedrag van gebruikers van internet (en dat is door de smart-phone vrijwel iedereen) gebruiken om analyses te maken van voorkeuren en wensen van die gebruikers om de waarde en kwaliteit van de persoonlijke marketing te verhogen.
In de hele infrastructuur spelen algoritmes een hoofdrol. Op ieder moment zijn het algoritmes die data bewerken, versturen naar een database, classificeren, modelleren voor toekomstig gebruik. Bij iedere actie die de gebruiker van de diensten van Google, Facebook, etc. gebruikt zijn er algoritmen die de gebruiker bijstaat in zijn zoektocht naar aanvullende diensten: welke coffeeshops, restaurants, bookshops etc. zijn er in de buurt, welke route moet ik volgen naar mijn bestemming, welke locaties heb ik onderweg al eerder bezocht etc.
Er wordt vaak gedaan alsof algoritmes ondoorgrondelijk zijn, en niet te begrijpen voor het algemene publiek.
De grote spelers als Google, Facebook, Twitter, etc. zijn daar niet ongelukkig mee. Feit is dat de algoritmes in het geheel niets mysterieus bevatten. Je kunt ze zelf bedenken en wat je bedenkt is precies wat ze doen. Anders is het met de toegang tot de algoritmes die door de IT bedrijven gebruikt worden en de data die ze daarmee creëren en opslaan voor later gebruik. Die algoritmes zijn voor ons niet toegankelijk (bedrijfsgeheim) evenals de data die over ieder van ons opgeslagen worden: wij hebben er geen toegang toe.
De toegankelijkheid is wezenlijk anders dan de begrijpelijkheid. Natuurlijk kan Google op maandag voorspellen dat ik 's avonds naar judo ga, dat doe ik al enkele jaren. Werkt dat allemaal goed? Nou als ik met vakantie ben en niet op mijn normale vertrekpunt op de maandag avond geeft Google nog vrolijk bestemming judotraining ook als het 2100 km verderop is.
Wat zich wreekt in dit voorbeeld is dat de dataverzameling gericht is op verkoop aan het bedrijfsleven ten einde aan de afnemers van de dataverzameling mijn voorkeuren door te geven om gerichte marketing mogelijk te maken. Met andere woorden de algoritmes werken beter voor de afnemers van de data, de bedrijven die ze gebruiken voor (micro) targeting en minder voor de ondersteuning van het individu.
Sinds de jaren 80 heeft IT ook zijn intrede gedaan in administratieve processen. Ook hier speelt het algoritme een centrale rol. Naast opslag van gegevens over verzekeringspolissen, auto's, belastingen om enkele gebieden te noemen als voorbeeld, dat betrekkelijk algoritme-arm gedaan kan worden, zijn algoritmes meer en meer ingezet om beslissingen te nemen bij de verwerking van gebeurtenissen/processen: de afhandeling van een schadegeval, de heffing van belastingen, etc.
In essentie bestaat de processing uit als .. dan, anders .... type beslissingen. Als de data volledig zijn en aan de criteria voor uitbetaling zijn voldaan, stuur dan een brief met de positieve beslissing naar de verzekerde en maak de bankbetaling aan, anders stuur de verzekerde de negatieve beslissing.
Software is het geheel van data en algoritmes voor de verwerking van die data voor een bepaald toepassingsgebied.
Naarmate de IT infrastructuur groeide en processoren sneller gegevens konden en kunnen processen, is langzamerhand bij bijvoorbeeld de overheid een geloof ontstaan dat in de uitvoering van maatregelen IT ingezet kan worden om de algemene regel toe te passen, alsmede alle uitzonderingen die om politieke redenen in de maatregelen zijn ingepast.
In theorie is dit uiteraard mogelijk, in de praktijk echter volgden de maatregelen en de daarbij behorende uitzonderingen elkaar zo snel op dat de uitvoering onder die druk bezweek.
Rapporten over bijvoorbeeld de belastingdienst in Nederland tonen keer op keer aan dat dit systeem tegen grenzen aangelopen is die maar zeer moeilijk op te lossen zijn een waarbij de oplossing ook nog veel tijd in beslag gaat nemen. Tegelijk zijn er systemen op dat hele administratieve terrein die op elkaar inwerken waardoor individuen met beslissingen te maken krijgen die negatief voor hen uitvallen, waarvan iedere betrokkene het over eens is dat het niet klopt, maar dat de uitkomsten van de systemen niet veranderd kunnen worden en het individu met het probleem blijft zitten.
Bij dit punt aangekomen wordt het interessant en bereiken we de situatie die ik wilde bespreken, die van de juridisering van het individu.
Met de juridisering van het individu bedoel ik dat het individu na de ideologische individualisering, de kapitalistische individualisering ook juridisch tot het uiterste geïndividualiseerd is.
Ooit ontstaan als een implementatie van het sociaal contract heeft de verzorgingsstaat een transitie ondergaan en is de rol van de staat onder invloed van het neo-liberalisme die van een diensten-leverancier geworden. Politici zijn managers geworden die problemen oplossen voor burgers en die politici kunnen daarop 'afgerekend' worden.
De terreinen waar de verzorgingsstaat sinds de tweede wereldoorlog op gericht was: nutsbedrijven (stroom, water, gas), gezondheidszorg, welzijn, arbeid en wonen, zijn gekapitaliseerd en voor een groot deel in (buitenlandse) particuliere handen terecht gekomen.
Op het terrein van arbeid heeft enerzijds de vertegenwoordiging door de vakbonden aan belang ingeboet en anderzijds is door de opkomst van zzp'ers de collectiviteit langzamerhand uit het bestel verdwenen. Hierbij is gebruik gemaakt van het opportunisme dat bij mensen sterk aanwezig is: als ik als zzp'er aan de slag ga, ook bij de eigen werkgever, dan ben ik eigen baas en verdien ik meer dan voorheen.
In werkelijkheid vallen de kosten voor pensioen, werkeloosheid en arbeidsongeschiktheid voor de werkgever weg waardoor de vergoeding voor de zzp'er omhoog kan, maar de risico's worden geheel bij het individu gelegd.
Kortom de arbeidsrelatie is sterk geïndividualiseerd en daarmee gejuridiseerd. De individuele werknemer, of deze nu zzp'er is of een arbeidsrelatie met een werkgever heeft (privaat of bij de overheid, dat maakt in de praktijk niet meer uit) moet grondige kennis hebben van het arbeidsrecht om zelf voor zijn belangen op te komen en vindt daar de andere partijen tegenover zich die in de regel meer mogelijkheden hebben (inhuur advocaten) en treft niet zelden de rechterlijke macht aan de kant van de tegenpartij (werkgever, overheid).
Het neo-liberalisme gaat uit van de zelfredzaamheid van het individu. Dat is ideologisch en heeft de schijn van een sympathiek beginsel. Het grootste probleem echter voor de zelfredzaamheid is dat de middelen om aan die zelfredzaamheid handen en voeten te geven voor het individu gering zijn. Bureaucratische procedures 'filteren' de toegang tot middelen waarover het individu zou moeten beschikken om zichzelf te redden. Dit filteren loopt van etnisch profileren tot de moeilijkheid voor laaggeletterden om de juiste middelen aan te boren.
De DigiD uit het bovenstaand bericht dient om überhaupt toegang te krijgen tot de eigen informatie, of toegang te krijgen tot procedures voor het aanvragen van toelagen of anderszins die het resultaat zijn van overheidsbeleid.
Dit voorbeeld komt van de overheid. Het is zeker niet zo dat het bedrijfsleven op dit punt beter scoort. De overheid heeft deze werkwijze ontleend aan het bedrijfsleven en dan voornamelijk de dienstenleveranciers.
Het gros van de bedrijven die via internet handelen zijn alleen via voorgeprogrammeerde interfaces (Veel gestelde vragenformulieren, gerobotiseerde chatboxen, etc.) te benaderen; andere gegevens zijn eenvoudig niet beschikbaar: adresgegevens, telefoonnummers, etc.
Bij vragen over een product of dienst of in het geval van klachten zijn de bedrijven veelal onbereikbaar of worden er veel belemmeringen opgeworpen om contact op te nemen.
Iedereen kan volgens mij de voorbeelden uit eigen ervaring invullen.
Dit zijn geen uitzonderingen, maar geprogrammeerde drempels om de kosten voor bijvoorbeeld de aftersales laag te houden. Bovendien, en daar begint het werkelijke probleem: er is niemand verantwoordelijk te houden voor deze gedragswijze. Te meer daar degene die dit probleem adresseert alleen staat.
Bovendien is de inrichting van deze processen zo hermetisch gesloten dat in de meeste gevallen alleen gerechtelijke procedures ingezet kunnen worden om helderheid te krijgen over de rechten van individuen over hun eigen situatie.
Ook dit aspect draagt bij aan de juridisering van het individu.
De toeslagenaffaire in Nederland heeft laten zien waartoe deze juridisering leidt: het individu dat zijn of haar recht zoekt in procedures tegen de overheid/belastingdienst vindt een juridisch blok tegenover zich dat niet primair gericht is op het recht zoekende individu, om het eufemistisch te zeggen.
De algemene conclusie uit het voorgaande kan als volgt geformuleerd worden: de ideologie van het neo-liberalisme (de zelfredzaamheid van het individu) gevoegd bij de individualisering van de samenleving die uit de periode van de verlichting voortkomt, welke tendensen door de automatisering in de 21e eeuw verder versterkt zijn, monden uit in een situatie van verregaande juridisering van de samenleving, waarbij het individu zich in toenemende mate geplaatst ziet tegenover anonieme systemen die wel beslissingen over het individu neemt, maar die door hetzelfde individu nauwelijks aanspreekbaar zijn.
De kennis en kunde om die systemen (overheid of particulier) aan te spreken zijn bovendien niet gelijk verdeeld, waardoor deze situatie een nieuwe voedingsbodem is voor ongelijkheid in de samenleving. Deze situatie zal door de toepassing van AI (artificial intelligence) alleen maar versterkt worden. Beslissingen zullen in toenemende mate genomen worden door algoritmes die door AI ontwikkeld worden en in de software systemen van de overheid en het bedrijfsleven zullen worden ingebouwd.
De mogelijkheden om verantwoordelijkheid te ontlopen zullen nog groter worden dan nu al het geval is.
Er is weliswaar nadat AI zijn intrede gedaan heeft in het publieke domein een discussie begonnen bij overheden om wetgeving te ontwikkelen om de nadelige effecten van AI te voorkomen, alleen de overheden hebben moeite hun houding tegenover de grote techbedrijven te bepalen, aangezien de overheden zelf een belang hebben bij AI.
Uit de bovenstaande voorbeelden bleek al dat veel processen bij overheden zonder automatisering niet bijna niet meer uitvoerbaar zijn. Die automatisering kan ook bijna niet meer zonder AI plaatsvinden. De Nederlandse belastingdienst is daar een voorbeeld van. Verschillende rapporten hebben al aangetoond dat de de snelheid van de ontwikkelingen in de regelgeving, het personeelstekort mede veroorzaakt door recente uitstroom waarbij veel kennis is verdwenen, zorgen voor een haast onuitvoerbare opdracht voor de belastingdienst. AI kan dan een onmisbare tool worden om de ontwikkeling van de automatisering bij de belastingdienst weer up to speed te krijgen.
Hetzelfde ligt voor de hand bij bijvoorbeeld de rechtspraak in Nederland. Ook hier geldt een enorme werkdruk waarbij onorthodoxe maatregelen niet geschuwd worden om de druk te verminderen, bijvoorbeeld door zaken te seponeren. (Rechtbank Gelderland, 16 juni 2022)
Ook hier ligt het voor de hand te kijken naar AI om in te zetten om de rechtspraak vooruit te helpen. Hier komt wel een probleem om de hoek kijken dat een geweldige impact kan krijgen op de rechtspraak in het algemeen.
Stel bijvoorbeeld dat AI getraind wordt om rechterlijke uitspraken voor te bereiden, dan verdwijnt in dat geval de menselijke factor uit het proces van rechtspreken. Dit kan desastreuze gevolgen hebben voor de rechtsgelijkheid, want dan is niet meer zeker of voor ieder op gelijke wijze recht gesproken wordt.
[oktober 2023, aangevuld januari 2024]