Nederlandse vertalingen van de Spaanse teksten van de Chileense dichteres Gabriela Mistral die gebruikt zijn voor Ciclo Mistraliano , de compositie van Patricio Wang
1.Ay Mama
Ik zeg je ma, dat je me soms op een gekke manier bang maakt.
Met wie praat je toch, als ik doe alsof ik slaap en wel luister en je hoor
Ma, zwijg of vertel me alles.
Het is Lucía's boomgaard. Zo klein, ma, en zonder bomen.
Maar als het maar gras is, ma. Waarom aai je dat dan?
Hé ma, soms geloof ik het, andere keren helemaal niet
Je zegt dat je dood bent, maar je spreekt nog net als vroeger
Gratie? Wat betekent dat?
Maar je hebt geklommen ma, waar de wind guur is.
Hij weet helemaal niets, ma, en hij doet de stomste dingen
Wat een rare toestand, ma! en hij maakt tekens van begrip
Hou alsjeblieft op ma, ik smeek het je.
Waarom heb je me niets gezegd en zeg je nu ook niets
Ach ma, ik heb het nog nooit gezien
Oh, ga nu niet weg, ma, ik kan het niet aan
Wat zie je, ma, wat ik niet zie en waar je betoverd naar kijkt
Noem ze, ma, ha ha, ik zie de zwerm al
Ze schreeuwen, ma, ze schreeuwen allemaal.
Zouden ze bang zijn en roepen?
Maar waar gaan ze heen? Zijn ze verdwaald en gaan ze niet naar beneden?
Vertel meer, vertel, ma.
2.Jeugd in de vallei
Ik ben gemaakt in Vicuña, maar opgegroeid in Monte Grande en La Unión.
Het zijn de twee dorpen waar ik het meest van houd. Ik ken de mensen. Zij praten tegen mij en ik weet hoe met hen te praten.
3.De successen
Een kwade geest bespot me elke keer als ik een plek uitzoek om daar in vrede te leven.
Het zorgen voor brood op de plank is te moeilijk voor mij geweest en dat heeft mijn energie, vreugde en hoop opgeslokt. Die kan ik vandaag niet meer terugkrijgen.
Een feit is dat successen waardeloos voor je zijn als ze op het verkeerde moment komen.
Het geheim van geluk ligt in het moment waarop de dingen tot ons komen.
En je jeugd tekent je voor altijd. De mijne was ongelukkig en niemand zal me ooit de vreugde kunnen teruggeven die van mij gestolen is.
4.Sandino
Voor mij is Sandino een held. Nicaragua heeft ons Ruben Darío en Sandino gegeven.
Stel dat ook nog de bevrijder Simón Bolívar daar geboren was.
Generaal Sandino torst de eer van ons allen op zijn stevige, eenvoudige landmannenschouders, op zijn viriele rug als die van een hoefsmid of meestersmid.
Dankzij hem zal de nederlaag van Nicaragua een periode van rouw zijn, maar geen schande.
Dankzij hem, wanneer de zeven-mijls lange stap van de Amerikaanse voeten naar het Zuiden gaat, zullen degenen uit het Zuiden zich de tweeduizend van Sandino herinneren en hetzelfde doen. Dankzij hem zouden dezelfde Nicaraguanen die hielpen bij het vestigen van het protectoraat minder versmaad worden door de beschermer, want ze zijn tenslotte de broer of een familielid van "die Sandino.". De politieke Hispanisten die Nicaragua helpen vanachter hun bureau of vanuit een studentenclub, zouden iets eervollers doen door de heldhaftige man, een legitieme held, te helpen, want ze zullen misschien wel nooit een ander te zien krijgen.
Sandino lijkt tot op heden de komst van de Argentijnse, Chileense en Ecuadoriaanse jonge mannen niet te hebben gezien; zij zijn van hetzelfde vlees als hij, en zijn hem een onverschrokken en perfecte loyaliteit verschuldigd die alleen jongeren kunnen geven.
Waar is het natuurlijke, het logische, het Hispano-Amerikaanse Legioen van Nicaragua?
5. Eeuwigheid
Ik denk dat er in de eeuwigheid
een Chileens loket voor burgerzaken moet zijn.
6. Kinderen
Ik vind kinderen leuker naarmate ik ouder word. Ik denk dat zelfs de beste vrouw die afziet van deze schepselen om haar heen, een monster wordt.
7. Woestijn
Op grond die wit is uitgeslagen van dorst en gebarsten van de hitte, waken de Christussen, cactussen genaamd, vanuit de eeuwigheid.
Eenzaamheid, eenzaamheid, losse kale vlakten. De gespannen en droge aarde paart met haar doden, en de meidoorn en de meidoorn zwaait met zijn takken uit wanhoop, en de chañar kookt het fruit in de zon en wordt geheel verbrand.
En op de heuvel en in de ravijnen, linten land als waslijnen gespannen, omgevallen marskramers, dorpen en gehuchten vol uitschot en mysterie.
Gekke hellingen, glooiend als voor een kind of hert, met maar slechts hier en daar een klein stukje gras en stille half afgebouwde dorpjes, bang, in de wind die hen draagt en in een fractie loslaat.
En andere immense gevilde bergketens, aan de ene kant eruitziend als een bloedende wond en aan de andere kant gloeiend als een vulkaanuitbarsting. En keer op keer in elkaar gedoken dorpen, koud, met rieten daken, op de vlucht, blijvend.
Ze roepen "water!", ze spellen "water!", slapend of wakker. Ze raaskallen liggend of staand, met lijf en leden. En water dat ze gaan geven aan de drie voorbijgaande wezens met kelen die branden en hun zijden uitgedroogd.
Het water in slok of straaltje, zijn syllabes klinkend dankzij de draad van dun water, steen in moerassig gras, beter dan goud en zilver en liefde gegeven en teruggegeven.
Nu gaan we het land van verdriet binnen,
de bruinende korst, de arme Grootvaderwoestijn.
Ik leefde en stierf in woestijnen; Ik had ze en ik heb ze
en als ik trouw ben, bijt ik nog steeds in je zoute zand.
Wat ik je geef aan mist en aan korte, frisse adem,
het is de damp van mezelf, het is wat ik in mijn lichaam draag.
Kalmeer eindelijk, sluit je ogen, roep je droom.
Ik zal je een lied neuriën dat de woestijn zegt.
Je slaapt tot hij alleen is of met al zijn doden.
Vertaling : Winanda van Vliet