50. He looked at the dog what was in the garden.
Hier wordt what gebruikt als betrekkelijk voornaamwoord (een woord dat verwijst naar een eerder genoemd persoon of ding) terwijl which of that gebruikt moet worden.
De reden hiervoor is dat what nooit een betrekkelijk voornaamwoord kan zijn!
De betrekkelijke voornaamwoorden in het Engels zijn:
- who, whose, whom voor personen:
My father, who works as an office clerk, is on holiday now.
The woman whose bag was stolen, is sitting there.
Whom were you talking to?
- which voor dingen en dieren:
This car, which I bought yesterday, is yours now.
- that voor dingen, dieren en personen, maar alleen in bepaalde zinnen:
. - na: "all," "any(thing)," "every(thing)," "few," "little," "many," "much," "no(thing)," "none,"
"some (thing)": Dessert is all that he wants.
- Als de bijzin informatie geeft die noodzakelijk is om de zin logisch, zinvol of waar
te laten zijn:
People that steal should be punished.
(Zonder bijzin: People should be punished = niet logisch, dus 'that' mag!)
She is the girl that I met in Edinburgh
(Zonder bijzin: She is the girl = niet zinvol, dus 'that' mag!).
Plants that grow in the desert need little water
(Zonder bijzin: Plants need little water = niet waar, dus that' mag!).
Let op:
Her brother Jim, who lives in London, is a doctor.
(Zonder bijzin: Her brother Jim is a doctor = logisch,
zinvol en waar, dus 'that' mag niet!)
Ann told me about her new job, which she enjoys very much.
(Zonder bijzin: Ann told me about her new job = logisch, zinvol en waar, dus 'that' mag niet!)
Het betrekkelijk voornaamwoord mag weggelaten worden, als het betrekkelijk voornaamwoord niet het onderwerp in de bijzin is:
She is the woman that Mary visited last night.
('Mary' is het onderwerp in de bijzin, dus het betr. vnw. kan weggelaten worden!)
Het betrekkelijk voornaamwoord mag niet weggelaten worden, als het betrekkelijk voornaamwoord wel het onderwerp in de bijzin is:
My father, who works as a teacher, is a very strict man.
('who' is het onderwerp in de bijzin, dus het betr. vnw. kan niet weggelaten
worden!)
De zin moet dus zijn: He looked at the dog that was in the garden.
Oefenen: Oefening 1
Seminar: