2a1 De verschillende klassen Belgische vergunningen kennen.
Weten dat er vergunningen bestaan van een hogere klasse die meer mogelijkheden bieden en toestaan om zelf apparatuur te bouwen of aan te passen.
Weten dat vele landen op dit ogenblik de Belgische Basisvergunning niet erkennen.
2b1 Weten hoe de roepnamen in Belgiƫ zijn opgebouwd.
De te kennen materie is vermeld onder Doel van het examen
2c1 Weten hoe een station zich dient te identificeren.
2c2 Weten dat enkel andere radioamateurstations mogen worden gecontacteerd.
2c3 Weten dat geheime codes, die alleen door de bestemmeling kunnen ontcijferd worden, verboden zijn.
2c4 Weten dat omroepuitzendingen verboden zijn.
2c5 Weten dat muziekprogramma's uitzenden verboden is.
2c6 Weten dat enkel de houder van de vergunning het station mag bedienen. Weten dat een andere vergunde radioamateur ook het station mag bedienen.
2c7 Weten dat de vergunninghouder het BIPT moet verwittigen bij adresverandering.
2c8 Weten dat functionarissen van het BIPT het recht hebben om het station te bezoeken en te inspecteren.
2c9 Weten dat het BIPT het recht heeft om beperkingen op te leggen of het station volledig te sluiten.
2c10 Weten dat er een logboek moet worden bijgehouden en weten welke informatie hierin verplicht moet worden genoteerd.
Weten in welke vorm het logboek mag worden bijgehouden.
Weten hoe lang het logboek bewaard moet worden.
2c11 Weten en begrijpen wat er in de tabel met toegelaten frequenties, transmissiemodes en zendvermogen staat.