Deel 2: 1941–1945.
Soerabaja-Singapore-Hitachi
Deel 2: 1941–1945.
Soerabaja-Singapore-Hitachi
■ Een Soldaat in Oorlogstijd.
William John Schlechter diende van 9 december 1941 tot februari 1948 in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger, KNIL, een periode die volledig in het teken stond van de Tweede Wereldoorlog en de nasleep ervan in Zuidoost-Azië.
Schema verplaatsingen van William John Schlechter in Zuidoost-Azië
▬ Gevangenentransport: 1942: Bandoeng Java, naar Hitachi Japan
▬ Bevrijdingstransport : 1945: Hitachi, Yokohama, Manila, Soerabaja
▬ Evacuatievlucht : 1962: Jakarta, Bangkok, Rome, Amsterdam.
De oorlog in Azië begon als onderdeel van een bredere strijd om macht en gebiedsuitbreiding. Op 7 september 1940 sloten Duitsland, Italië en Japan het Driemogendhedenpact. Hiermee vormden de asmogendheden Berlijn, Rome en Tokio officieel een alliantie. Japan had zich al eerder, in 1936, verbonden aan nazi-Duitsland via het Antikominternpact. Hoewel Japan zich in eerste instantie buiten het Europese strijdtoneel hield, namen de spanningen in de Stille Oceaan steeds verder toe.
■ Op 7 december 1941 voerde Japan een verrassingsaanval uit op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor op Hawaï, waarmee de oorlog in de Pacific begon. De volgende dag verklaarde Nederland, vanuit het regeringscentrum in Londen, de oorlog aan Japan. Direct werd een algehele mobilisatie in Nederlands-Indië afgekondigd.
■ Nederland verklaart op 8 december 1941 Japan de oorlog. Na de aanval door Japan op Pearl Harbor en de daar opvolgende oorlogsverklaring door de Nederlandse regering aan Japan, werd William John Schlechter op 9 december 1941 onder de wapenen geroepen.
08-12-1941 Soerabaja handelsblad
■ Op 9 december 1941 werd William John Schlechter opgeroepen voor militaire dienst. Hij woonde op dat moment aan de Tambak Bajan nr. 29 te Soerabaja, samen met mejuffrouw L.A. Hagenstein.
Kampkaart: William John Schlechter.
Vanuit Soerabaja reisde William John Schlechter per trein naar Tjimahi, nabij Bandoeng, waar hij zich meldde bij de kazernes van Tjikoedapateuhen. Daar werd hij ingedeeld bij het 1e Bataljon Genie, Automobielcompagnie, Mobile Motordienst (M.M.D.), dat was gestationeerd in Meester Cornelis, het huidige Jatinegara in Batavia. Dit onderdeel van het KNIL was verantwoordelijk voor de aanleg en het onderhoud van strategische infrastructuur zoals wegen en bruggen.
Uit stamboek William John Schlechter.
De Mobile Motordienst had bovendien als taak het transport van troepen en materieel. Het bataljon werd opgericht in 1940 en speelde een actieve rol tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Verslag over de verrichtingen der 1e vernielings- compagnie te Buitenzorg, Bogor, van het 1e Bataljon Genie Troepen te Mr. Cornelis, gedurende het tijdvak 8 December 1941 t/m 27 Februari 1942'.
door H. van Heek.
■ Japanse Invasie.
■ Op 11 januari 1942 vielen Japanse troepen Nederlands-Indië binnen. William John Schlechter werd ingezet op de theeplantage Kiara Pajoeng bij het dorp Bodjong Pitjoen in het district Tjiandjoer Bandoeng. Daar diende hij samen met zijn broers Johannes Schlechter, Theodoor Schlechter en Felix Schlechter, ieder in een andere KNIL-eenheid
■ Op 27 februari 1942 probeerde Karel Doorman met een geallieerd eskader de Japanse schepen te stoppen, maar hij en 1.000 zeelieden kwamen om. Japan begon op 28 februari de aanval op Java, dat moeilijk te verdedigen was. Door Japans luchtoverwicht trok het KNIL zich steeds terug.
■ Aanval van Japan op Bandoeng. Op 1 maart 1942 vertrokken Nederlandse troepen, naar aanleiding van de landing van de Japanners op Java, naar Lembang en de inname van de Tjiaterpas en de verovering van Lembang en Bandung
■ Op woensdag 4 maart 1942 stroomde Bandoeng vol door een invasie van vanuit het noorden vluchtende KNIL troepen. Vanaf die dag zou de stad dagelijks door de Japanners gebombardeerd worden.
Het KNIL bleek niet opgewassen tegen de overmacht van de vijand, en het moreel onder de Nederlandse troepen daalde snel.
■ 05-03-1942: trekken Japanse troepen zegevierend Batavia binnen.
Intocht van Japanse soldaten op de fiets.
■ Op 8 maart 1942 vond de capitulatie van Nederlands-Indië plaats, na besprekingen op het militaire vliegveld Kalidjati op 8 en 9 maart. Om 18.20 uur tekende luitenant-generaal Ter Poorten de algemene capitulatie van het KNIL in aanwezigheid van de Japanse generaal Imamura. De volgende ochtend, op 9 maart om 07.45 uur, werd de capitulatie officieel bekendgemaakt via de NIROM.
Links: H te poorten en P. G. Martel te Kalidjati.
■ Op dezelfde dag capituleerde het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). William John Schlechter werd krijgsgevangen genomen in Bodjong-Pitjoen en overgebracht naar het werkkamp Uniekampong in Batavia. Ook zijn familieleden Johannes Schlechter (IV Infanterie), Theodoor Schlechter (IX Infanterie) en Felix Schlechter (1e Bataljon te Bogor) werden in dezelfde regio krijgsgevangen gemaakt.
Kampkaart. William John Schlechter 1942
■ Meer dan 42.000 Europese KNIL-militairen en Marine mensen werden krijgsgevangen gemaakt, samen met circa 25.000 inheemse KNIL-militairen. De Nederlands-Indische verliezen waren groter: 1.653 Marinemensen en 896 KNIL-militairen verloren het leven. In totaal waren in de Tjimahi kampen ±10.000 krijgsgevangenen ondergebracht.
■ De mars van Tjiandjoer naar Tjimahi was een van de vele dodelijke marsen die plaatsvonden in de bezette gebieden. Deze marsen waren vaak extreem zwaar en dodelijk, met veel slachtoffers door ziekte, uitputting, slechte behandeling en geweld.
Dodenmars krijgsgevangenen van Tjiandjoer naar Tjimahi
■ Collaboratieverklaring: Geweigerd.
William John Schlechter, Theodoor Schlechter, Johannes Schlechter en Felix Schlechter hebben geen verklaring van trouw aan het Groot Japans Keizerrijk ondertekend.
Deze weigering leidde tot mishandelingen en zware repressie. Veel Indo-KNIL-militairen werden uiteindelijk gedwongen om als hulpsoldaat, heiho's, voor de Japanners te dienen. Van de ongeveer 90.000 Indo-militairen in het KNIL kwamen er naar schatting 70.000 in Japanse dienst, 20.000 stierven of belandden in strafkampen.
“Laten we meedoen in de verdedigen van het Groot Japans rijk Nippon”.
■ Maart 1942: Naar Uniekamp, Kampong Kodja, General Motors.
Een kampement van woonbarakken voor havenkoelies van de KPM, de Rotterdamse Lloyd en de Stoomvaart Maatschappij Nederland in Tandjoeng Priok. De krijgsgevangenen werden tewerkgesteld bij het herstel van de haven en het vliegveld Kemajoran.
Kampcommandant: kapitein Takazawa; Kampbewaking: Japanse militairen en Koreanen. Omstandigheden. Behuizing: geen uitzicht op de buitenwereld: een sombere kamp. Medische keuring: voor een transport werd de ontlasting gecontroleerd op dysenterie.
General Motors Tandjoeng priok Batavia
■ Glodok gevangenis te Batavia
Muziek: 'Glodok' the Kota Jakarta band
William John Schlechter
01-04-1942:
Glodok gevangenis te Batavia.
06-04-1942:
Gevlucht uit Glodok gevangenis
01-05-1942:
Gearresteerd 5 dagen kooi.
21-05-1942: Gevlucht.
07-06-1942:
Gearresteerd. Doodstraf.
07-06-1942:
Vrijspraak. 10 dagen kooi.
Fotolijstje: William John Schlechter zelfgemaakt
Glodok: ligt aan de noordkust van West-Java. De gevangenis stond aan Molenvliet-Oost - Gang Lindeteves, in de Chinese wijk Glodok, in het noorden van de stad. In de periode maart 1942 - november 1943 was dit een krijgsgevangenkamp.
De Glodok gevangenis bestond uit een ommuurd terrein met een aantal barakken. Deze barakken stonden rond een binnenplaats, waarop in het midden een waterput. Naast enkele kleinere cellen was er een tiental grotere zalen, die ieder ongeveer vijftig geïnterneerden huisvestten.
Binnenplaats Glodok gevangenis. Pentekening. Voorstellend: ontspanning.
Omstandigheden. Behuizing: geen uitzicht op de buitenwereld: een sombere kamp. Medische keuring: voor een transport werd de ontlasting gecontroleerd op dysenterie.
00-06-1942: Naar Tjimahi Baros 5.
Het kampement Baros 5 ook bekend als het 6e Depot Bataljon en het Kale Koppenkamp, hygiënische redenen, in Tjimahi, was tijdens de Japanse bezetting van Nederlands-Indië in de periode van april 1942 tot 25 oktober 1942 een interneringskamp. Andere benamingen: Prominentenkamp, Baros kamp, Bamboekamp, 6e-Depot Bataljon kamp, Bunsho II Kamp 5, Japanse administratie. Kampcommandant: Kunimoto; Bewaking: Japanse militairen, Koreanen, heiho’s; Kampleiding: J. Bos
Tekenaar: Theo Voorstad
■ Interneringskaart van:
William John Schlechter, Theodoor Schlechter, Felix Schlechter en Johannes Schlechter.
Voor het beheer van de krijgsgevangen en de gevangenkampen hielden de Japanners een administratie bij met daarin per gevangene een registratiekaart. Op die kaart stonden persoons-gegevens en gebeurtenissen. Gebeurtenissen die op de kaarten zijn vastgelegd betreffen onder andere: opname in gevangenkampen, transporten, maar ook ziekte, bombardementen en overlijden. Per gebeurtenis is de datum, locatie en een korte toelichting aangetekend.
Japanse pasfoto: William John Schlechter. Hitachi 1943
Op bevel van de Japanse bezetter moeten alle Nederlanders van 17 jaar en ouder zich laten registreren. De Japanners gebruiken deze registratie om onderscheid te maken tussen de volbloed Nederlander, de Belanda totok, gemengbloed Nederlander, de Indo Belanda en de Molukkers Ambonezen.
William John Schlechter moet de vereiste informatie op de kaart invullen en heeft een verklaring van trouw aan het Japansbestuur niet ondertekend. Eén van de kaarten reist met hem mee tijdens zijn krijgsgevangenschap. De tweede kaart, een kopie van de eerste, wordt opgestuurd naar het Krijgsgevangenen Informatiebureau te Tokio en Genève voor administratieve doeleinden en om familie te kunnen informeren.
■ Kampkaart: William John Schlechter 04-04-1915
Vertaling kampkaart.
Links boven, buiten de kaderlijn, AM/8 dit verwijst naar een telegram met een naamlijst van krijgsgevangenen, doorgeseind naar het Internationale Rode Kruis in Genève.
Linksboven, buiten de kaderlijn, 5415 Japans administratienummer
Boven in het midden: kampnr.: VIII (8) 87 2272.
Kamp:17/03/8 (Japanse jaartelling); Java Camp 1942/03/08, krijgsgevangenschap.
Nummer: No.1 Branch camp of Java POW Camp Bandoeng no. 20300; Tokyo 7B.
No.2 Detached Camp (Cimahi), No.3 Detached Camp (Cimahi)
Tjimahi KNIL-Cimahi, Bandoeng
Volledige naam: Schlechter Willem. Geboren: 1915-04-04.
Nationaliteit: Nederlands A (=Batavia) soldaat. Rang: M. Sld. Tkl. Stambknr.:135015; Onderdeel: Genie 1e Mr. Cornelis Java. M = dienstplichtig. Tkl = Transport compagnie Koninklijke Landmacht.
Plaats gevangenname: Tjiandjoer-Ken (Ken=Provincie Tjiandjoer) Bodjong-Pitjoeng- Mura (Mura = Woonplaats/Dorp)
Datum gevangenname: 17/03/08 (Japanse jaartelling) = 1942/03/08
Beroep: Employee Borsumij (Handelsmaatschappij “Borneo Sumatra mij”)
De Militaire School in Meester Cornelis Batavia.
Vertaling kampkaart.
Vader: Schlechter Jan. Moeder: Sumarandak Elisabeth
Plaats van herkomst / geboorte: Rio de Janeiro Brazilie
In tegenstelling tot wat men zou verwachten wordt hier niet de geboorteplaats mee bedoeld. Het Japanse administratieve systeem maakt gebruik van de plaats van herkomst in de zin van een vastadres dat generaties lang vastligt. Dit veroorzaakte verwarring onder de krijgsgevangenen. Over het algemeen geeft dit veld de plaats aan waar de krijgsgevangene afkomstig was, voordat hij werd opgeroepen voor militaire dienst.
Aankomst woonadres: Mej. L. A. Hagenstein; Tambak Bajan no. 29 Soerabaja.
Persoonsnr.: 61312. In veel gevallen bevat dit veld een nummer dat na 1955 door de Stichting Administratie Indonesische Pensioenen werd toegevoegd aan de kaart. Groene cijfers=recht op alle overheidsvoorzieningen.
Links: Achterkant kampkaart. Rechts: Handschrift van Willem John Schlechter. (achterkant foto)
1 = 22-05-1943 Aankomst Moij, Tokyo 7B Hitachi Camp.
2 = additionele correctie (rode medisch stempel: difterie (?)
3 = 06-04-1943 ?
4 = 14-04-1943 ?
5 = 25-04-1943 vertrokken uit Singapore, schip Kyokko Maru
6 = 08-09-1945 Evacuatie, overgedragen aan kolonel Griffin in de haven Nagasaki.
■ Kampkaarten van:
Theodoor Schlechter 01-07-1916. Felix Schlechter 19-11-1919
Johannes Schlechter 24-11-1922
■ Tjimahi naar Soerabaja.
25-10-1942: William John Schlechter en Johannes Schlechter: Per trein. De route voert hen via Batavia, Tjimahi, Bandoeng, Yogyakarta, Surakarta naar Soerabaja.
Theodoor Schlechter en Felix Schlechter vertrekken richting Batavia, Singapore en vervolgens naar Birma.
De gevangenen werden in overvolle, geblindeerde goederenwagons gepropt, waarbij ze werden blootgesteld aan de verzengende tropische hitte. De treinen, die vaak volledig afgesloten waren, reisden dagen of zelfs wekenlang. Veel van de krijgsgevangenen hebben deze erbarmelijke transporten niet overleefd.
2.Batavia, 6. Tjimahi, Bandoeng, 9. Yogyakarta, 12. Surakarta naar Soerabaja
■ Soerabaja.
2 november 1942: Aankomst van William John Schlechter en Johannes Schlechter in Soerabaja, op het terrein van de haven.
Krijgsgevangenen uit Madoera en Midden en Oost-Java, samen met een groep van ongeveer 400 burgermannen uit Soerabaja, geïnterneerd in loodsen, kantoren en bijgebouwen van de Java-China-Japan lijn, JCJL, in de Tandjoeng Perak haven. Ze werden overdag aan het werk gezet, onder meer voor de schoonmaak en herbouwwerkzaamheden aan de haven
Dit JCJL-kamp diende ook als doorgangskamp voor krijgsgevangenen die per schip naar elders werden afgevoerd.
Commandant: lt. Hamaguchi; Bewakers: Japanse militairen, Koreanen; Kampleiders: kol. H.J. Ente van Gils.
Haven barraken Soerabaja.
■ 01-02-1943: Soerabaja naar Tandjoeng Priok. Schip: Maebashi Maru 2. 2 dagen varen.
William John Schlechter en Johannes Schlechter per oorlogsschip, de Maebashi Maru 2 via Tandjoeng Priok Batavia naar Singapore.
Johannes Schlechter gevangen te Tjimahi, Soerabaja naar Birma. Treinnr.: 76 H.
Theodoor en Felix Schlechter, gevangen te Bandoeng, Bogor; richting Batavia naar Birma
■ 01-02-1943 Soerabaja-Batavia-Singapore.
Schip Maebashi Maru 2; andere namen Aramis/ Teia Maru/ Mayebashi Maru. Vertrok op 1-2-1943 met ongeveer 1900 krijgsgevangenen (3 Engelsen, verder allemaal Nederlanders) uit Soerabaja naar Singapore, de zogenaamde Java Party 12., het 12e krijgsgevangenentransport dat van Java vertrok. Java Parties
De route liep vlak langs de noordkust van Java. Het was een smerig schip, afgewerkte kolen lagen aan dek; alles, ook de bemanning, zag er zwart en vettig uit. De krijgsgevangenen werden in het voorste ruim gepropt, officieren en manschappen door elkaar. Er waren geen patrijspoorten, de ventilatie werkte niet, er hing een verpeste lucht. Liggend slapen was onmogelijk, iedereen zat met opgetrokken knieën.
■ Schema: van Soerabaja naar Singapore
https://www.japansekrijgsgevangenkampen.nl/Maebashi%20Maru%202.htm
03-02-1943 Batavia.
Kwam het schip aan op de rede van Tandjong Priok (de haven was geblokkeerd door gezonken schepen); hier werd in verband met de vele zieken aan boord een medische keuring gehouden; hierbij werden ongeveer 200 man afgekeurd en aan wal gebracht.
Batavia is een doorgangskamp voor krijgsgevangenen die op transport gingen naar Sumatra, Singapore, Birma, Thailand, China en Japan. In Batavia worden de gevangenen tijdelijk opgesloten in de voormalige kazerne van het KNIL 10e Infant. Bataljon.
05-02-1943: richting Singapore.
09-02-1943 kwam het schip in Singapore aan. De mannen werden in open vrachtauto's in de stromende regen getransporteerd naar de kazernes van Changi, afdeling Southern Area Changi Hills, NAAFI-blok. Er waren bij aankomst ongeveer 300 krijgsgevangenen met dysenterie.
https://www.japansekrijgsgevangenkampen.nl/Changi-kamp%201943.htm
Het gebied begrensd door River Valley Road en Havelock Road werd bezet door krijgsgevangen-kampen tijdens de Japanse bezetting (1942-1945). De Havelock Road/River Valley Road-kampen bestonden uit groepen vervallen taphutten die duizenden krijgsgevangenen huisvestten. De kampen werden voornamelijk gerund door de krijgsgevangenen zelf en er werd gezegd dat ze privileges genoten die andere kampen niet hadden, vooral in de vroege stadia van de bezetting, zoals het hebben van een rooms-katholieke kapel en een kleine bibliotheek.
Op het terrein waren diverse groepen van barakken, zoals de Selarang barakken, Roberts barakken; 3B+2B Indische kamp: William john Schlechter.
De krijgsgevangenen woonden in hutten van ongeveer dertig meter lang met houten slaapplatforms die plaats konden bieden aan maximaal 150 krijgsgevangenen. En een rooms-katholieke kapel en ook een kleine bibliotheek die bestond uit boeken die waren verzameld in enkele huizen in de buurt van de kampen.
Schema Gevangenentransport van William John Schlechter, Johannes Schlechter, Felix Schlechter en Theodoor Schlechter.
25-04-1943: Vertrokken naar Indochina St. Jacques Hanoi. Schip kyokko Maru. 4 dagen varen.
De meesten werden verplaatst in groepen genaamd Forces van A tot L in volgorde van vertrek: G Force Changi richting Japan met de Kyokko Maru. Aangekomen bij Moji in Japan, waar krijgsgevangenen op Taisho sub kamp, groep van kampen rond Osaka en Kobe. Java Party 7-10-12.
https://www.japansekrijgsgevangenkampen.nl/Changi%20Forces.htm
William John Schlechter: G Force. o.l.v. majoor Glasgow. G-Japan verliet Changi en vertrok op 25 april 1943 vanuit Singapore naar Japan op de Kyokko Maru schip.
In december '43 werd Kyokko Maru door een Amerikaanse onderzeeër getorpedeerd en voor de kust van Celebes tot zinken gebracht.
Voltooid als tanker Semiramis en geregistreerd in Willemstad, Curaçao, Nederlandse Antillen voor de Nederlandse Indische Tankstoomboot Maatschappij lijnen van Den Haag. Op 8 december '41 werd Semiramis gemilitariseerd en werd onderdeel van de Koninklijke Marine, RNN. In februari '42, na de val van Singapore, bracht de bemanning van Semiramis haar tot zinken voor Palembang, Sumatra. Later heeft de Japanse marine haar gelicht, gerepareerd en omgedoopt tot Kyokko Maru. https://www.japansekrijgsgevangenkampen.nl/Kyokko%20Maru.htm
Vaarschema William John Schlechter: van Singapore naar Hitachi.
1e groep: 14 gevangenen werktuigkundige-machinisten. Willem John Schlechter.
https://www.roll-of-honour.org.uk/
29-04-1943: Aankomst Indochina St. Jacques Hanoi.
Het kamp, Havenkamp, bestond uit 4 barakken van 5x20 meter, gelegen aan de Rue Jea Eudel, tegenover de dokken, 10 minuten lopen van de haven. Thailand VIII; 1D sinds 1-9-1942, 8B sinds 01-09-1944 Dok-kamp 771 Camp Tonking Indo China 21-106.
03-05-1943: Vertrokken richting Taiwan ,Formosa, Takao. 6 dagen varen.
09-05-1943: Aankomst Taiwan Pow Camp-Takao / Sho; Kaohsiung/Gaoxiong.
Takao Kamp werd voor het eerst geopend in de vroege herfst van 1942 om krijgsgevangenen te huisvesten die via Taiwan naar Japan werden vervoerd. Het was opgesteld in verschillende magazijnen nabij de dokken en de mannen waren voornamelijk bezig met stuwadoorswerk het laden en lossen van schepen en het behandelen van vracht. Er is niet veel bekend over het kamp of de omstandigheden.
http://powtaiwan.org/The%20Camps/camps_detail.php?Takao-Camp-4&name=Takao
19-05-1943: Vertrokken naar Moji 2 dagen varen.
21-05-1943: Per trein Moji Osaka Tokyo en Hitachi:
William John Schlechter.
22-05-1943: Aankomst Japan Hitachi, 7B, Tokyo gebied. Tokyo gebied: Omori, Yokohama.
Tokyo-07-B Hitachi Camp: Alternatieve namen: Hidachi, Hitaichi, Tokyo 7B. Geopend als Tokyo 8-B, Hitachi Daioin Miyata-cho, Hitachi City, Ibaragi prefectuur / Ibaraki-ken. Hitachi een stad aan de oostkust van Honshoe, ongeveer 100 km ten noord oosten van Tokyo. De fabriek lag aan het riviertje, dat vlak ten noorden van Hitachi in zee uit monde, ongeveer 5 km van zee.
Omstandigheden: voeding slecht: rijst met zeewier, lobak bladeren; wonen: barak(ken) met twee verdiepingen medische zorg dokter van Slooten, verpleger Cools. loopgraven glij palen in barak naast loopgraaf; ook vluchtweg naar vallei naast het kamp.
Tokyo 7B Hitachi 1. Hitachi-register
Naamlijst (369 Nederlanders)
Bron: combinatie van 3 lijsten: van de Jager, Rhoon en Vodegel
KNR=Kampnummer: 1-250: aankomst 22-05-1943 William John Schlechter.
STB=Stamboeknummer
RK-LIJST=Rode Kruis-lijst van Bevrijde Nederlandse Krijgegevangenen.
Directe kampgenoten van William John Schlechter, Tokyo 7B Hitachi 1 Japan.
Bron: combinatie van 3 lijsten: van de Jager, Rhoon en F. Vodegel →Dagboek. KNR=Kampnummer: 1-250 aankomst: 22-05-1943 Hitachi STB=Stamboeknummer
15-08-1945: Capitulatie van Japan.
De krijgsgevangenen verzamelden zich op plaatsen zoals Nagasaki, Nii-machi in de prefectuur Shizuoka, Yokohama, Omori in Tokio, Chitose in Hokkaido en tegen het einde van september waren de meeste krijgsgevangenen via Okinawa en Manila teruggekeerd naar hun thuisland.
Proklamasi ‘Republik Indonesia’ 17 augustus 1945.
Op 17 augustus verklaarden Soekarno en Hatta de ‘Proklamasi’, waarmee ze de Indonesiërs lieten weten dat ze vrij waren en niet langer onder het gezag van Japan of Nederland stonden. Dit markeerde het begin van een gewelddadige periode waarin Nederlanders en Indo-Europeanen vogelvrij werden verklaard voor aanvallen van extremistische groepen jonge revolutionairen, de pemuda. Deze groepen richtten hun agressie vooral tegen Europeanen, en omdat velen van hen in kampen verbleven, werden de Indo-Europeanen hun voornaamste doelwit. Dit gebeurde omdat zij als Aziatische bondgenoten van de koloniale overheersers werden gezien.