LEESVAARDIGHEID EN NOTEERVAARIGHEDEN - Graven naar de oorsprong
Je leest de tekst 'Graven naar de oorsprong', na het lezen van deze tekst probeer je een antwoord te geven op de vraag 'Waar komen onze woorden vandaan?'. Je giet je antwoord in een schema. Hierna verwerk je de tekst tot een samenvatting. We herhalen met een andere tekst deze oefeningen.
Je wordt geëvalueerd op de samenvatting die je maakt over de tweede tekst die je krijgt van je leerkracht.
THEORIE - Waar komen onze woorden vandaan?
Op basis van de tekst 'Graven naar de oorsprong doceert de leerkracht theorie rond etymologie. Over deze les wordt een toets ingepland.
Hoe maak je een schema/samenvatting ?
In dit filmpje wordt stap voor stap uitgelegd hoe je best een schema en een samenvatting maakt.
Hieronder vind je het stappenplan uit het filmpje.
Stap 1: de tekst in zijn geheel
1. Bekijk de tekst in zijn geheel.
2. Lees de titel, die vertelt vaak waarover de tekst zal gaan.
3. Kijk naar de illustraties, die geven meestal aan wat de hoofdgedachte van de tekst is.
4. Bestudeer de bron, daar kan je vaak de tekstsoort en het tekstdoel uit afleiden.
Met deze informatie kan je nu al een aantal dingen bepalen :
het onderwerp: waarover gaat de tekst?
het teksttype: krantenartikel, gedicht, reclameaffiche, stripverhaal, recept, brief, mop, bijsluiter, uitnodiging ...
het tekstdoel: informeren, overtuigen, activeren, ontroeren, ontspannen, instructies
de tekstsoort: informatieve tekst, overtuigende tekst, activerende tekst, ontroerende tekst, ontspannende tekst, instructieve tekst,...
Stap 2: de eerste alinea of inleiding
De titel is vaak algemeen.
Meer duidelijkheid vind je in de eerste alinea of inleiding.
Vooral de eerste en laatste zin van de inleiding zijn betekenisvol, hierin wordt de hoofdgedachte van de tekst kernachtig geformuleerd.
Wat weet je nu al meer over de tekst?
Op welke vraag zal de tekst nog een antwoord geven?
Stap 3: sleutelwoorden en vraagwoorden
1. Lees de tekst in zijn geheel.
2. Duid de sleutelwoorden (kernwoorden) aan. Markeer enkel de belangrijkste woorden!
3. Stel op het einde van elke alinea een vraag waarop de alinea een antwoord geeft. Stel topische vragen!
Stap 4: signaalwoorden
1. Lees de tekst opnieuw.
2. Duid de signaalwoorden aan in een andere kleur.
Zij verraden vaak de structuur van de tekst, geven een chronologie weer en duiden oorzaak en gevolg aan.
Stap 5: schema maken
1. Schrijf bovenaan de titel
2. Begin je schema met de eerste die je bij de tekst stelde.
3. Beantwoord die vraag met de sleutelwoorden die je uit de tekst haalde.
4. Formuleer eventueel bijvragen en beantwoord ze.
Je kan best pijlen en tekens gebruiken om verbanden tussen woorden aan te duiden!
Stap 6: samenvatting maken
1. Formuleer nu a.d.h.v. je sleutelwoorden uit je schema hele zinnen in je eigen woorden en schrijf ze per alinea op.
2. Maak gebruik van signaalwoorden zodat de verbanden duidelijk worden.
3. Zorg voor een inleiding, midden en slot.