NA HET BEKIJKEN VAN DE THEORIE
Via deze website vind je heel wat oefenmateriaal:
https://www.vlaanderen.be/team-taaladvies/spellingtests
HOOFDLETTERS
Alle regels voor het correct gebruik van hoofdletters/kleine letters vind je hier:
Hieronder zetten we diegene die je frequent nodig hebt, op een rijtje.
Schrijf een hoofdletter bij het begin van een zin.
Uitzondering: schrijf het tweede woord met een hoofdletter als de zin met een apostrof begint.
- ‘k Begrijp er niets van.
- ‘s Winters is het vroeg donker.
- ‘t Is heerlijk als de zon schijnt.
Uitzondering: schrijf geef hoofdletter als een zin met een cijfer of een symbool begint.
- 67 personen werden geëvacueerd.
- € is het euroteken.
Schrijf eigennamen met een hoofdletter, soortnamen met een kleine letter.
eigennamen:
voornamen, familienamen (Liselotte, Pien, Van den Broeck, Cornelis)
plaatsnamen en namen van rivieren, zeeën, bergen, streken... (België, Merchtem, Marktstraat, Schelde, Noordzee, Mount Everest, Ardennen)
inwonersnamen, talen en andere afleidingen (Nederlands, Arabisch, Engelse, Brusselaar, Franstalig)
titels van teksten, boeken, series, programma's, games, films, liedjes, kunstwerken, prijzen, evenementen (De waanzinnige boomhut, The Heartstopper, Het Journaal, Fortnite, De kleine zeemeermin, Noodgeval, Sterrennacht, een Oscar, Tomorrowland )
namen van organisaties, instellingen, bands (Unicef, De Vlaamse Regering, Bazart)
merken (Smartschool)
namen van unieke gebouwen (Onze Lieve Vrouwekerk, Eiffeltoren)
officiële feestdagen (Kerstmis, Dag van de Arbeid)
unieke historische gebeurtenissen (Eerste Wereldoorlog, Slag bij Marioepol)
Uitzondering: schrijf een merknaam zoals een bedrijf die zelf schrijft.
- iPad, StuBru
soortnamen:
maanden, dagen, seizoenen (februari, maandag, lente)
historische periodes (middeleeuwen, renaissance)
aanspreekvormen en titels (mevrouw, directeur)
Schrijf "u" en "uw" met een kleine letter.
- Kan ik op u rekenen?
- Geef me even uw nummer, alstublieft.
VERENKELING/VERDUBBELING
Korte klinkers: a, e, i, o, u
Korte klinkers schrijf je altijd enkel.
bal, rem, wit, lof, dun, plant, erwt, minst, dorp, slurf
Korte klinkers komen enkel voor in gesloten lettergrepen*. Wanneer ze dus gevolgd worden door één medeklinker en een andere klinker, dan moet je de medeklinker twee keer schrijven (=verdubbeling).
Lange klinkers: a/aa, e/ee, o/oo, u/uu
Lange klinkers schrijf je dubbel in een gesloten lettergreep*.
raam, pees, kool, zuur, paard, leemte, koorts, buurt
De lange 'u' schrijf je enkel voor een 'w'.
duw, ruw, schuw
Lange klinkers schrijf je enkel in een open lettergreep* ( (=verenkeling).
bazen, leven, rode, dupe, avond, eland, ozon, urine
De lange 'e' schrijf je dubbel aan het eind van een woord (tenzij in leenwoorden, met 'é').
zee, mee, thee
De lange 'e' schrijf je dubbel voor de 'u' in de tweeklank 'eeuw'.
eeuw, leeuwen
De lange 'a' en de lange 'o' schrijf je dubbel voor de 'i' in de tweeklanken 'aai' en 'ooi'.
draai, waaide, moois, strooien
Tweeletterklanken: ou/au, ui, ij/ei, ie, eu
Tweeletterklanken schrijf je altijd op dezelfde manier , met twee tekens
4. Doffe klanken: i, e, ij (sjwa)
Doffe klanken schrijf je alijd of dezelfde manier, met één teken. De erop volgende medeklinker verdubbelt niet.
*Lettergrepen zijn kleine uitspreekbare delen waarin je een woord kunt opbreken. Er zijn twee soorten lettergrepen:
een open lettergreep eindigt op een klinker
een gesloten lettergreep eindigt op een medeklinker
Om correct te splitsen in lettergrepen in het Nederlands, pas je deze regels toe:
Samenstellingen splits je eerst in de verschillende grondwoorden.
Medeklinkers waarop geen klinker meer volgt, splits je nooit af van de klinker die ervoor komt: ernst, op-bouw, ver-liefd
Staat er één medeklinker tussen twee klinkers, dan splits je na de eerste klinker: ba-naan, mo-biel, pu-bliek, spe-len.
Staan er meerdere medeklinker tussen twee klinkers, dan splits je na de eerste medeklinker: oor-log, ven-ster, dun-ne, paar-dje, min-ste
Tweeklanken (eeu, aai, ooi, ou, au, ui, ij, ei worden nooit gesplitst:
Een trema staat altijd op de eerste letter van een lettergreep: po-ëet, re-ü-nie, me-lo-die-ën
WERKWOORDEN
Sterke werkwoorden veranderen van klank in de OVT en/of het VD. Ze zijn dus onregelmatig, ze volgen geen regels? Dat betekent dat je ze uit je hoofd moet leren als je ze niet kent op basis van je taalgevoel.
APOSTROF
De apostrof is een leesteken in de vorm van een kommaatje bovenaan de regel. Het wordt ook wel weglatingsteken of afkappingsteken genoemd. Het leesteken heeft verschillende functies.
Apostrof waar letters weggelaten worden
Je gebruikt een apostrof in woorden waarin iets is weggelaten. Soms heb je zelf die keuze. De vorm met apostrof is altijd informeel.
m'n (in plaats van 'mijn')
z'n (in plaats van 'zijn')
'k (in plaats van 'ik')
't (in plaats van 'het')
Soms is de schrijfwijze met apostrof versteend.
's avonds, 's morgens, 's ochtends, 's namiddags, 's nachts (komt van 'des')
's winters, 's zomers, (komt van 'des')
zo'n (komt van 'zo een')
Als de zin met een apostrof begint, komt de hoofdletter niet in het afgekorte woord, maar in het eerstvolgende volledige woord.
't Is morgen hockeytraining.
's Nachts hoorde hij een geluid.
Apostrof in bezitsvormen
Je kan een bezitsrelatie uitdrukken op twee manieren: met het voorzetsel 'van' of met een apostrof.
de fiets van Jan = Jans fiets
de goede raad van oma = oma's goede raad
Voor een bezitsrelatie die niet naar een persoon verwijst neem je altijd de formulering met "van".
het handvat van de paraplu de clown van de klas de voordelen van studeren
Nu en dan wordt ook een formulering 'persoon+bezittelijk voornaamwoord+zelfstandig naamwoord' gebruikt (bvb. Jan zijn
fiets). Die formulering is zeer informeel en ongebruikelijk in een neutrale of zakelijke schrijftaal. Je gebruikt ze sowieso alleen
om naar een persoon te verwijzen.
Bij woorden die eindigen met een lang uitgesproken enkele a, e (vaak ë), i, o, u of y gebruik je een apostrof voor de bezits-s.
Helena's glimlach Zoë's droom bambi's moeder Zorro's paard Lulu's taart Eddy's overwinning
Na de woorden 'wat', 'iets', 'niets, 'veel', 'weinig', 'allerlei', 'genoeg'... krijgen bijvoeglijke naamwoorden een -s aan het eind. Ook dat was oorspronkelijk een bezitsvorm ('iets' moois="iets van de eigenschap mooi"). Wanneer die bijvoeglijke naamwoorden op een lange a, e, i, u of y krijgen ze een apostrof voor die -s. Bijvoeglijke naamwoorden op een sisklank krijgen evenwel geen apostrof.
iets cru's iets grijs
Dat betekent dus dat je de bezits-s vast schrijft aan alle andere woorden (woorden die eindigen op een medeklinker, op een lange klinker die met twee tekens of met een accent geschreven wordt of op een doffe -e).
Maartens vijver Lottes keuze Barbies kleedje moes lasagneschotel Renés laptop
veel groots iets flous
Aan woorden die eindigen op een sisklank, voeg je voor de bezitsvorm gewoon een apostrof toe. Het gaat bvb. om woorden die eindigen op een s, z, ch, sh of x.
Alex' bezorgdheid Nash' foto Jezz' artikel Iris' brief
Apostrof in meervoudsvormen
Je gebruikt een apostrof gevolgd door de letter s om een meervoud aan te duiden bij woorden die eindigen op de lange klinker a, i, o, u of y.
Alle mama's zijn uitgenodigd.
Heb jij je ski's meegebracht?
Voor kerstavond heb je de keuze uit verschillende menu's.
Oh, wat zijn baby's toch schattig.
Apostrof in verkleinwoorden
De apostrof wordt ook gebruikt in verkleinwoorden van woorden die eindigen op een u die als <oe> wordt uitgesproken en woorden die eindigen op een -y voorafgegaan door een medeklinker.
haiku'tje tiramisu'tje baby'tje lolly'tje
In verkleinwoorden van woorden die eindigen op een lange klank a, e, o, u wordt de klinker verdubbeld. Het accentteken wordt overbodig en valt daarom weg. Ook van leenwoorden op -er uitgesproken als een lange ee, schrijven we het verkleinwoord op -eetje.
slaatje cafeetje dineetje autootje parapluutje
Van woorden die eindigen op een i voorafgegaan door een medeklinker, wordt het verkleinwoord met ie geschreven.
ski --> skietje emoji--> emojietje
In verkleinwoorden van woorden die eindigen op meerdere klinkertekens wordt de uitgang -tje er gewoon aan vast geschreven.
reu--> reutje kei--> keitje display--> displaytje
Apostrof in afleidingen van letters, symbolen, cijfers en initiaalwoorden
Afleidingen die gevormd worden door een uitgang na een enkele letter, een symbool, een cijfer of een initiaalwoord (een afkorting waarbij alle letters afzonderlijk worden uitgesproken, zoals tv), krijgen een apostrof vóór de uitgang.
A4'tje 65+'er s'en lp's