Op deze pagina vindt u een ideeënbank met allemaal leuke activiteiten die de willingness to communicate (WTC) kunnen bevorderen.
Voor we de activiteiten op een rijtje zetten, leggen we kort uit wat nu juist die WTC inhoudt. De volledige uitleg kan u terugvinden in het artikel (Welke elementen zijn volgens de literatuur bevorderlijk voor de willingness to communicate?). Kort omschreven houdt de term in dat het kind dat in een tweede taal wil communiceren, actief op zoek gaat naar kansen om in die tweede taal te communiceren en dit ook effectief doet.
We hebben voornamelijk inspiratie gehaald bij de derdejaarsstudenten BALO (Lager Onderwijs-Thomas More Vorselaar) die ook voor het project ‘Lier voor Taal’ kozen. Zij hebben materialen ontworpen die schoolcoaches kunnen gebruiken bij de begeleiding van kinderen met een migratieachtergrond en die het Nederlands dus niet als moedertaal hanteren.
We verdelen de ideeën onder in activiteiten die impliciet werken (tijdens een activiteit het kind onbewust aansporen om de tweede taal te gebruiken) en activiteiten die expliciet werken (activiteiten om de WTC bespreekbaar te maken).
De ideeën kunnen zelf nog aangepast worden naargelang de leeftijdscategorie/persoonlijke interesses zodat het beter bij de leefwereld van het kind in kwestie aansluit. De ideeën dienen dus als suggesties.
Materiaal van BALO
Vriendenboek:
De begeleider kan een vriendenboek laten rondgaan waarin het kind zichzelf en zijn interesses kan beschrijven korte Nederlandse zinnen en woorden te gebruiken. Het kind kan ook kijken naar de beschrijvingen van andere kinderen om zo de anderen beter te leren kennen en eventueel vriendschappen te starten.
Bingo:
De begeleider voorziet kaartjes waarop opdrachten staan die het kind in het Nederlands moet uitvoeren (bijv. het opzoeken van een Nederlandstalig filmpje over voetbal op Schooltv) tegen de volgende sessie. De begeleider zou er ook voor kunnen kiezen om opdrachten te nemen die het kind ook ter plaatse kan uitvoeren.
Als het kind vier kaartjes correct heeft uitgevoerd en deze op een rij liggen op de bingo-kaart, kan de begeleider het kind belonen met een (eventueel op voorhand afgesproken) prijs/beloning.
Andere voorbeelden van opdrachten die de begeleider kan gebruiken zijn (die het kind dan of tegen de volgende sessie moet volbrengen):
Let er wel op dat de opdrachten zinvol lijken voor het kind.
Een brood bij de bakker bestellen
Een Nederlandstalig boek bij de bib uitlenen
Een Nederlandstalig liedje meezingen
Een Nederlandstalig gezelschapsspel spelen (zoals Monopoly)
Een Nederlandstalig mopje zoeken en vertellen
…
Eigen materiaal
Story Cubes:
Het doel van de Story Cubes, waar je trouwens verschillende thema’s in hebt (Classic, Fantasia, Actions...), is om te helpen een verhaal te vertellen aan de hand van de illustraties op de dobbelstenen.
De begeleider kan een legende maken bij de illustraties op de dobbelstenen waarover de begeleider een vraag kan stellen (bv. Bij de afbeelding van een lachende smiley kan de begeleider volgende vraag stellen: “Waar word je blij/gelukkig van? Wat vind je leuk om te doen?”.
U kan de dobbelstenen dus gebruiken om het kind een heel verhaal te laten vertellen waarbij jij bijvragen stelt, of om smalltalk te houden met het kind. De legende die u maakt, kan voor één van de twee opties dienen.
LyricsTraining:
Op deze app kan u liedjes kiezen in verschillende talen en ook een moeilijkheidsgraad kiezen. Des te moeilijker, des te meer woorden er in de songtekst ontbreken die het kind moet invullen. Deze app kan dus gebruikt worden om de woordenschat van het kind aan te sterken en te verbeteren, maar de begeleider kan er ook nog een persoonlijk gesprek aan koppelen waarin er bijvoorbeeld gevraagd wordt naar wat het kind van het lied vindt, waarover hij denkt dat het lied gaat en zo kan er eventueel ook verder gewerkt worden richting een meningsgesprek over het thema van het lied. Het kunnen uitdrukken van een mening en persoonlijke gevoelens kan het kind motiveren om de tweede taal te gebruiken. Deze activiteit kan dus niet alleen helpen bij de woordenschatverwerving, maar kan ook positief inspelen op de WTC, wat op zijn beurt weer de taalverwerving bevordert.
Stellingenspel:
De begeleider voorziet stellingen (aangepast aan de leeftijd van het kind/de groep) op kaartjes die de begeleider vervolgens verzamelt in een zakje of iets soortgelijks zodat het kind een willekeurig kaartje kan nemen waarover ze gaan discussiëren. Het is belangrijk om voor stellingen te gaan waar het kind een mening over kan hebben en die niet te moeilijk zijn voor hem. Des te ouder de groep, des te meer de begeleider stellingen kan gebruiken die gaan over maatschappelijke problemen. Voor de jongere groepen kunnen stellingen over luchtige onderwerpen gaan. Enkele voorbeelden volgen later.
Het kind leert zich uit te drukken en gevoelens/een mening te verwoorden. Door deze activiteit in een groep te doen met meerdere kinderen, kunnen ze elkaars perspectieven aanhoren en hun eigen visie bijstellen/verbreden en begrip opbrengen voor andermans mening, wat een belangrijke sociale vaardigheid is. Het op een beleefde manier weerleggen van andermans mening, of het toevoegen van zijn eigen visie op de stelling, kan motiverend werken op de WTC.
Enkele voorbeelden van stellingen (voor kinderen in de lagere school) zijn:
Je mag enkel een pester terugpesten.
McDonalds is lekkerder dan de Pizza Hut.
Buiten spelen is leuker dan videospelletjes spelen.
…
Enkele voorbeelden van stellingen (voor kinderen in de middelbare school) zijn:
Dierentuinen moeten sluiten.
Kinderen mogen maar drie taken en twee toetsen per week krijgen.
Je moet twee keer per week vegetarisch eten.
…
Culturenbuffet:
In een groep heb je vaak verschillende culturen die zowel op nationaal als op lokaal niveau kunnen verschillen. Maar één element hebben de culturen met elkaar gemeenschappelijk: lekker eten! Vaak zijn de kinderen de gerechten uit hun cultuur gewoon, maar hebben ze geen idee wat de pot in een ander gezin schaft. Je kan daarom een culturenbuffet organiseren waarin de kinderen recepten van typische gerechten meenemen en aan elkaar voorstellen. De recepten moeten echter wel in het Nederlands geschreven zijn, aangezien dat de voertaal is in de groep. Je kan ze zelfs motiveren om iets mee te nemen om de anderen te laten proeven. De kinderen kunnen dan praten over hun gerechten en luisteren naar de recepten van de anderen. Je kan ze ook effectief recepten laten uitwisselen als kinderen eens iets nieuws willen uitproberen in hun keuken.
Dit is een zeer interactieve activiteit waarbij de kinderen op een informele manier het Nederlands leren. Omdat het gaat over een onderwerp dat de kinderen aanspreekt en waar ze kennis van hebben, zullen ze meer gemotiveerd worden om in het Nederlands te communiceren met elkaar.
Eigen werkvormen
Inzetten van ambassadeur:
Nodig een persoon uit die net als de kinderen het Nederlands als tweede taal heeft en ooit in de schoenen van de kinderen heeft gestaan. De persoon legt uit hoe het voor hem/haar was als kind en hoe hij/zij het Nederlands heeft leren spreken. Dit kan het kind motiveren om in deze persoon zijn/haar voetsporen te treden en het Nederlands te leren. Een rolmodel waar een kind naar kan opkijken, werkt bevorderend op de WTC.
Voorbeelden van personen die de begeleider zou kunnen proberen te laten komen:
Een bekende voetballer (Christian Benteke - Congo)
Een bekende zanger (Gabriel Ríos - Puerto Rico)
Een bekende danser (Ish Ait Hamou - Marokko: zie afbeelding)
Een bekende politicus (voor de oudere kinderen; Yamila Idrissi voor sp.a - Marokko)
Een bekende acteur (Eric Kabongo - Congo)
...
Op uitstap naar de bib:
Hoe kan je een kind beter omringen met de Nederlandse taal dan in een een bibliotheek vol Nederlandstalige literatuur voor groot en klein? Je kan er een leuke uitstap van maken waarin het kind kan ontdekken welk genre hem het best ligt, wat er allemaal te lezen valt en welk niveau het best bij hem past. Je kan het kind even de tijd geven om rond te dwalen en het dan een boek/een paar boeken laten kiezen om in te lezen. Je kan ervoor kiezen om het kind ter plekke te laten lezen en/of je leert het hoe een boek uit te lenen zodat er thuis verder gelezen kan worden. Als je in de bib tijd maakt om te lezen, kan je achteraf vragen aan het kind om te vertellen waar het verhaal tot nu toe over gaat, of het een leuk verhaal is, of het kind graag verder wil lezen enzovoort. Door een uitstap naar de bib te maken, confronteer je het kind rechtstreeks met de Nederlandse taal, maar dit kan steeds op een aangename manier gebeuren door bijvoorbeeld interactieve elementen te verwerken in de uitstap.
Eigen materiaal
Hieronder staan apps die de kinderen kunnen downloaden op hun smartphone om hun Nederlands bij te werken. De apps kunnen werken aan hun woordenschat, grammatica, uitspraak enzovoort. Niet iedereen weet hoe ze een app moeten downloaden. Het is dus aangeraden om dit een keertje samen met hen te doen.
LyricsTraining:
Deze app stond reeds vermeld bij de materialen die impliciet werken. Je kan deze app echter op beide manieren gebruiken. Het kan op een expliciete manier gebruikt worden wanneer er effectief gefocust wordt op het aanvullen van de songtekst. Hiervoor moet het kind goed luisteren naar de woordenschat om de tekst correct te kunnen vervolledigen. Deze appis een zeer goede manier om woordenschat uit te breiden aangezien er muziek gebruikt wordt, wat in elke cultuur een zeer belangrijke rol speelt en zo ook nauw aansluit bij de leefwereld van het kind. Er kan ook gekozen worden tussen verschillende liedjes, waardoor je nog meer kan inspelen op de interesses van het kind en er zo een leuke én leerzame oefening van kan maken.
Babbel:
Babbel is ontwikkeld door experts op vlak van taalleren en kan door zowel de beginners als de gevorderden gebruikt worden. De app biedt lessen aan die je helpen bij het leren schrijven, lezen, luisteren, spreken (uitspraak) en het voeren van gesprekken in verschillende situaties. De lessen zijn interactief opgesteld en duren 10-15 minuten. Als je het volledige pakket wil gebruiken, moet je dit aankopen. De eerste les is wel gratis.
Fun Easy Learn - Nederlands Leren:
Fun Easy Learn heeft met een team van taalexperts en leerkrachten een startegie ontwikkeld om efficiënt een taal te leren. Met deze app kan je leren lezen, spreken en schrijven en het biedt de meestvoorkomende Nederlandse woorden en zinnen aan zodat het kind zich kan voorbereiden op dagdagelijkse situaties. Deze app is geschikt voor zowel de beginnende, gemiddelde als gevorderde gebruiker. Het kind leert een woord of zin correct te lezen, uit te spreken, het te asociëren met een afbeelding en dat allemaal aan de hand van spelletjes. Doordat het kind het woord niet alleen leest, maar ook hoort en ziet (door een afbeelding), is het makkelijk voor het kind om het woord te leren en te onthouden. Ook houdt de app vooruitgang bij aan de hand van gedetailleerde statistieken. Zo kan het kind zien waar het al beter in is en waar het nog meer op moet oefenen.
iLeren NT2:
iLeren biedt verschillende apps om te oefenen op werkwoorden, grammatica, voorzetsels... Er is zelfs een specifieke app die je woordenschat over eten en drinken aanleert op een zeer visuele manier. De apps zijn speciaal ontworpen voor de NT2-leerder. Sommigen bieden zelfs audio aan om het leren te vergemakkelijken en de grammatica-app is zeer uitgebreid. Ook bij iLeren wordt er gewerkt met verschillende moeilijkheidsgraden zodat het kind op zijn niveau kan starten.
Er zijn nog veel meer apps die oefeningen aanbieden om de lees-, schrijf-, luister-, en spreekvaardigheid te bevorderen. In de bovenstaande lijst ziet u dus nog maar de top van de ijsberg.