Nieuws: OM in beroep tegen vrijspraak gemeente Houten
Op 18 februari 2026 vindt voor de Economische Politierechter in Utrecht de strafzaak tegen de gemeente Houten plaats over de sloop van twee loodsen. Deze zaak volg ik al vanaf 2021 (eerst de afgewezen ontheffingsaanvraag en later de sloop zonder ontheffing.) In de loop van die jaren heb ik vele woordvoerders gesproken en bronnen geraadpleegd: gemeente (communicatie, wethouder, burgemeester, raadslid), provincie (vergunningverlener), adviesbureau e.a., plus diverse online zoekslagen. Omdat ik geen jurist ben en de rechtszitting mogelijk erg juridisch en technisch wordt, heb ik ter voorbereiding geprobeerd de verzamelde juridische achtergrondinformatie zoveel mogelijk in vragen en antwoorden op een rij zetten. Het is veel en veelal overlappende en soms tegenstrijdige informatie, dus met alle voorbehoud van vergissingen, correcties en aanvullingen.
De gemeente Houten heeft met de sloop van de twee loodsen aan het Hofspoor artikel 3.1 lid 2 van de Wet natuurbescherming overtreden. Dit artikel luidt: "Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen." Dit is een economisch delict. De Wet natuurbescherming is in 2024 opgegaan in de Omgevingswet. De overtreding is door de Regionale Uitvoeringsdienst RUD vastgesteld op 1 mei 2023 en in november 203 is het dossier overgedragen aan het Openbaar Ministerie.
Het Openbaar Ministerie kan een zaak laten vallen (seponeren, sepot), voorwaardelijk sepot (de zaak wordt geseponeerd mits de verdachte zich aan bepaalde voorwaarden houdt, bijvoorbeeld een schadevergoeding of cursus volgen), afdoen met een strafbeschikking (het OM legt dan zelf een boete of taakstraf op) of voorleggen aan de rechter. Het OM heeft in deze zaak gekozen voor deze laatste optie: voorleggen aan de rechter.
Een sepot is een eenzijdige beslissing van het OM, waardoor de zaak niet voor de rechter komt. Dit kan bijvoorbeeld door gebrek aan bewijs (technisch sepot) of om beleidsredenen (beleidssepot, bijvoorbeeld omdat de verdachte al op een andere manier is gestraft). De verdachte krijgt een officiële brief met de kennisgeving van niet-verder vervolging. De zaak is hiermee afgedaan zonder tussenkomst van een rechter.
Het komt wel eens voor dat het OM pas tijdens een zitting (of vlak daarvoor) tot de conclusie komt dat de zaak geseponeerd moet worden. In dat geval kan de Officier van Justitie de vervolging intrekken. De rechter stelt dan vast dat het OM niet-ontvankelijk is of dat de vervolging wordt gestaakt. Formeel stelt het OM een sepot niet voor aan de rechter tijdens een zitting. Het OM gaat namelijk zelf over de vervolging (opportuniteitsbeginsel).
De Officier van Justitie kan ook tijdens de zitting concluderen dat er onvoldoende bewijs of reden voor straf is en de rechter dan verzoeken om vrijspraak.
Een slachtoffer kan tegen een sepotbeslissing in beroep gaan via een Artikel 12 Sv procedure (Sv, Wetboek van Strafvordering).
Economische Politierechter. Deze is gespecialiseerd in zaken die te maken hebben met de Wet op de economische delicten (WED). De Economische Politierechter behandeld overtredingen en misdrijven die te maken hebben met wetgeving over handel, industrie, milieu en welzijn. Denk aan: winkeltijden (verkoop buiten de toegestane uren), milieurecht (illegaal dumpen van afval, overtreding van vergunningen), arbeidsomstandigheden (onveilige situaties op de werkvloer), horeca (Alcoholwet, hygiënevoorschriften, zaken van de warenautoriteit NVWA, dierenwelzijn (verwaarlozing van vee, illegale handel in beschermde dieren).
In tegenstelling tot een meervoudige kamer (met drie rechters) zit er bij een EPR-zitting maar één rechter. Dit betekent dat de zaak als relatief "eenvoudig" wordt beschouwd (net als bij een gewone politierechter). De Officier van Justitie is van het Functioneel Parket, dat is gespecialiseerd in dit type wetgeving.
Meestal doet de rechter direct aan het einde van de zitting mondeling uitspraak. De uitspraak wordt veelal ook niet achteraf nog gemotiveerd uitgeschreven of gepubliceerd.
In procedureel opzicht lijkt een zitting van de Economische Politierechter erg op een zitting van de gewone politierechter, maar de inhoud is technischer. Er wordt vaak gediscussieerd over specifieke vergunningen, Europese richtiljnen of complexe milieuregels.
Ja. Anders dan vaak wordt gedacht mag een (economische) politierechter naast overtredingen ook misdrijven behandelen. De grens ligt niet bij het type feit (overtreding of misdrijf), maar bij de complexiteit en de verwachte strafmaat. De Economische Politierechter (EPR) behandelt zaken die "eenvougig" zijn qua bewijsvoering en waarbij de Officier van Justitie een straf eist die de politierechter mag opleggen (voor natuurlijke personen maximaal één jaar gevangenisstaf, voor rechtspersonen als de gemeente geldt er een anderssoortige strafmaa, zie hiernat). De Meervoudige Economische Kamer (MEK) behandelt de complexe zaken, zoals grote fraudeonderzoeken of zaken waarbij een heel hoge boete of langere gevangenisstraf wordt geëist.
In de Wet op de economische delicten (WED) hangt dat af van het begrip "opzet".
Misdrijf: Als het OM stelt dat de gemeente de Wet natuurbescherming (Wnb) opzettelijk heeft overtreden (bijvoorbeeld door een provinciaal verbod bewust te negeren).
Overtreding: Als er geen opzet bewezen kan worden, kan er wel sprake zijn van schuld (nalatigheid, onvoorzichtigheid).
Dat deze zaak bij de enkelvoudige Economische Politierechter dient, vertelt ons twee dingen: 1) Overzichtelijkheid: het OM beschouwt het dossier als juridisch overzichtelijk. De feiten staan vast (er is gesloopt, er was een weigering). De rechter hoeft alleen te oordelen over de strafbaarheid van die feiten. 2) Strafbaarheid: het OM verwacht geen 'miljoenenboete'.
Hoewel de politierechter 'alleen' zit, heeft hij precies dezelfde bevoegdheden als de meervoudige kamer om een veroordeling uit te spreken. Voor de gemeente Houten is de EPR-zitting dus net zo spannend: De rechter kan ter zitting besluiten dat de zaak toch te complex is en deze alsnog verwijzen naar de Meervoudige Kamer. Dit gebeurt soms als de verdediging met zeer ingewikkelde juridische verweren komt (bijvoorbeeld over de Pikmeer-immuniteit).
Het feit dat het een enkelvoudige rechter is, suggereert dat het OM de zaak ziet als een "klare lijn": er lag een verbod, er is toch gesloopt, dat is strafbaar. De juridische vraag of het een misdrijf of overtreding is, zal tijdens de zitting blijken uit de definitieve tenlastelegging van de officier.
1) Vrijspraak: de rechter oordeelt dat niet gewezen kan worden dat de gemeente (of betrokken ambtenaar) de wet heeft overtreden. 2) Veroordeling: De rechter vindt het feit bewezen. Mogelijke straffen voor economische delicten zijn geldboetes (vaak fors bij milieudelicten), een taakstraf of gevangenissstraf (als een natuurlijk persoon terecht staat). 3) Ontslag van rechtsvervolging (OVAR): De rechter vindt dat het feit wel is gebeurd, maar niet strafbaar is (bijvoorbeeld door een rechtvaardigheidsgrond) of dat de dader niet strafbaar is. 4) Niet-ontvankelijkheid van het OM: de verdediging zou kunnen aanvoeren dat het OM de verkeerde vervolgt (dus bijvoorbeeld de betrokken ambtenaar in plaats van de gemeente als rechtspersoon of omgekeerd).
"Kleurloos opzet" bewezen: Doordat het advies van WSP op het eerst blad direct al verwijst naar de afgewezen ontheffingsaanvraag (die slopen verbied) is juridische "opzet" eigenlijk al een voldongen feit. In het economisch strafrecht hoeft je niet de bedoeling te hebben de uil te schaden, het enkel weten dat er een verbod ligt en toch daartegen handelen, is al voldoende.
"Niets doen en hopen dat de uilen kinderloos sterven": Dat dit letterlijk in het stafverslag staat als gekozen beleid is juridisch zeer belastend. Het toont aan dat er op bestuurlijk niveau sprake was van "bewuste roekeloosheid". Hoewel de betreffende wethouder Sander Bos (VVD) inmiddels allang weg is (evenals trouwens zijn opvolger Paul van Ruitenbeek van NatuurlijkHouten) is hier sprake van een geest van laat-maar-waaien..
Pikmeer-arrest: Omdat slopen geen "exclusieve overheidstaak" is, is de gemeente/ambtenaar net zo strafbaar als een burger/bedrijf. De verdediging kan proberen te pleiten dat de gemeente/ambtenaar "dwaalde" (AVAS: Afwezigheid Van Alle Schuld) door het WSP-advies, maar de jurisprudentie zegt dat men beter had moeten weten.
Vergelijking WSP en TAUW: De vergelijking tussen de weigering in 2021 van de aanvraag door WSP/Lievense en de uiteindelijk verleende vergunning op de door bureau TAUW verzorgde aanvraag in 2025 bewijst dat het wel mogeljk was om het netjes te doen en dat de illegale sloop in 2023 onnodig was. De gemeente heeft tweemaal een slecht onderbouwd advies van WSP zonder door te vragen opgevolgd en daardoor veel schade opgelopen.
Ik heb WSP bij herhaling gevraagd hoe hun advies geïnterpreteerd moet worden, maar in het antwoord verwijst het bureau uitsluitend naar de gemeente, die het advies op alle niveaus (projectleider, wethouder, burgemeester) heeft uitgelegd als dat de afgewezen ontheffingaanvraag geen rol meer speelde voor de sloop.
Een gemeente (en haar ambtenaren) kan niet strafrechtelijk vervolgd worden (immuniteit) voor handelingen die behoren tot de exclusieve overheidstaak, zoals bijvoorbeeld de vergunningverlening en handhaving. Deze taken worden democratische gecontroleerd door de volksvertegenwoordiging en andere overheidsorganen. Uit het Pikmeer-arrest blijkt dat de immuniteit vervalt als het gaat om handelingen die doorgaans niet als een exlusieve overheidstaak worden gezien, zoals de sloop van een gebouw. Iedere burger of bedrijf kan immers een gebouw (laten) slopen.
In het Pikmeer II-arrest werd een ambtenaar vervolgd voor het illegaal storten van slib (in het Pikmeer in Friesland). Uiteindelijk werd hij vrijgesproken omdat de bewijsvoering rond zijn directe betrokkenheid ("eigen daderschap") niet rond kwam, maar het arrest zette de deur open voor vervolging van ambtenaren als de taak niet "exclusief publiekrechtelijk" is. Er zijn zaken bekend waarbij leidinggevenden van bouwbedrijven (privaat) zijn veroordeeld voor het slopen van nestplaatsen (zoals van gierzwaluw en vleermuis).
In de zaak tegen de gemeente Houten is in eerste instantie de betrokken projectleider als verdachte aangemerkt. Een ambtenaar kan worden vervolgd als hij opdracht heeft gegeven voor de sloop, terwijl hij wist dat er geen ontheffing was en er steenuilen zaten en als hij de macht had om de sloop tegen te houden maar dit naliet. Het gaat dus om "wetenschap" en "beschikkingsmacht". Een ambtenaar kan een boete of taakstraf opgelegd krijgen, schuldig bevonden zonder straf (art. 9a Wetboek van Strafrecht) (bijvoorbeeld omdat de persoon al voldoende gestraft is door reputatieschade of ontslag) of vrijspraak op basis van "geen feitelijk leidinggeven". De rechter kan oordelen dat de fout bij de gemeente lag en niet specifiek bij een persoon.
Uiteindelijk heeft het OM ervoor gekozen om niet een individuele ambtenaar maar de gemeente als enige verdachte te dagvaarden.
De rechter kan hier drie juridische "ankerpunten" gebruiken om te bepalen wie hier de fout in is gegaan. 1) Het leerstuk van het "verontschuldigbaar beroep op een advies". De gemeente/ambtenaar kan aanvoeren dat hij mocht vertrouwen op het advies van WSP. In het strafrecht kan dit leiden tot afwezigheid van alle schuld (AVAS). De rechter toetst dit streng: 1.1 was het advies onafhankelijk en deskundig (ja, WSP is een gerenommeerd bureau). 1.2 Was het advies niet evident onjuist? Hier wringt de schoen. De rechter zal zich afvragen: Mag een ambtenaar een advies volgen dat lijnrecht ingaat tegen een formele weigering van de provincie? 1.3 De vaste lijn in de rechtspraak is dat een bestuursorgaan (de gemeente) een eigen verantwoordelijkheid heeft. Een afgewezen vergunning is een hard feit. Het negeren daarvan op basis van een privaat advies wordt door rechters vaak gezien als een onvaardbaar risico. 2) Voorwaardelijke opzet: 2.1 De gemeente/ambtenaar wist de provincie "nee" had gezegd. 2.2 Door toch de slopen op basis van een nieuw (tegenstrijdig) rapport, heeft hij bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij de wet overtrad. 2.3 In het economisch strafrecht is "kleurloos opzet" voldoende: je hoeft niet de bedoeling te hebben gehad om de steenuil te verjagen, het is genoeg dat je wist dat je handelde zonder de vereiste ontheffing. 3) De verantwoordelijkheid van de "feitelijk leidinggever". In eerste instantie was de ambtenaar/projectleider als verdachte aangemerkt. De rechter kan kijken wie er aan de knoppen zat.Wie nam het advies van WSP aan en volgde het op? De verantwoordelijk wethouder liet weten niet van de sloopplannen op de hoogte te zijn, waardoor de verantwoordelijkheid volledig bij de uitvoerend ambtenaar kan komen liggen. Uiteindelijk heeft het OM er voor de gekozen de gemeente als verdachte aan te merken en niet de individuele ambtenaar.
De rechter zal waarschijnlijk kritisch zijn op het feit dat er geen contact is opgenomen met de provincie, het bevoegd gezag. Bestuursrechteljk is een weigering (afwijzing van een ontheffing- of vergunningaanvraag) een definitief besluit. Als de feiten veranderen (geen uilen meer aangetroffen in de loods), dan is de weg: een nieuwe aanvraag indienen of in elk geval in overleg treden met de vergunningverlener die de aanvraag heeft afgewezen.
[invoegen] Tussen de weigering van de Provincie (2021) en de sloop (2023) zit een gat waarin geen enkel formeel document bestaat waaruit blijkt dat de Provincie haar 'verbod' heeft ingetrokken. In het advies van WSP wordt op geen enkele manier geadviseerd dat de gemeente contact zou moeten opnemen met de vergunningverlener, maar enkel gesteld dat geen ontheffing voor deze twee loodsen nodig is.
Strafzaken tegen natuurlijke personen leiden vaak tot boetes van rond €5000 tot 10.000. Voorbeeld: een projectleider woningbouwvereniging laat pand slopen waarbij aanwezigheid van vleermuizen bekend was, boete €5000. De geldboete kan oplopen tot de boete van de vierde of vijfde categorie (€103.000). Bij opzet is een gevangenisstraf mogelijk tot twee jaar. Naast strafrechtelijke vervolging kan ook een bestuurljke boete worden opgelegd (door de bestuurlijk handhavende instantie). Veroordeling levert een strafblad op.
Wanneer een gemeente als rechtspersoon wordt vervolgd voor een economisch delict, gelden er specifieke sancties. Hoewel de gemeente niet de gevangenis in kan, wordt een veroordeling wel aangetekend in het Justitieel Documentatieregister, een soort strafblad voor rechtspersonen. Bij toekomstige vergrijpen geldt de gemeente als "recidivist", wat leidt tot hogere strafeisen. Een overheid die door de strafrechter wordt veroordeeld wegens het overtreden van haar eigen regels, lijdt grote reputatieschade.
Geldboetes voor economische delicten door rechtspersonen kunnen oplopen tot boetes in de zesde categorie, maxmaal €1.030.000. Bij een incident als in Houten (sloop van twee loodsen in strijd met de vergunning) ligt bij een eventuele veroordeling een boete tussen de €10.000 en €50.000 meer in de lijn der verwachting.
Voorwaardelijke straf: De rechter kan een boete geheel of gedeeltelijk opleggen met een proeftijd (meestal twee jaar). Als de gemeente binnen die tijd opnieuw de natuurwet overtreedt, moet de boete alsnog betaald worden.
Schuldig zonder straf (art. 9a Sr) is ook mogleijk. Dit gebeurt vaak als de rechter vindt dat de publiciteit rond de zaak en/of de genomen herstelmaatregelenal voldoende "straf" zijn. Ook bij "9a" komt het feit op het 'strafblad' van de gemeente.
Openbaarmaking van de uitspraak: De rechter kan vorderen dat de gemeente het vonnis op eigen kosten moet publiceren, bijvoorbeeld in de krant of op de website. Dit is voor een overheid vaak de meest gevreesde sanctie. (Overigens wordt een uitspraak van de politierechter niet standaard gepubliceerd op rechtspraak.nl.)
Ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel: Als de gemeente geld heeft verdient of bespaard door te slopen zonder vergunning (bijvoorbeeld door sneller te bouwen of minder kosten voor natuurmaatregelen), dan kan de rechter dat bedrag terugvorderen. In dit geval is er zeker geen geld verdient of voordeel behaald met de overtreding.
Stillegging: De rechter kan een activiteit (sloop, bouw) in voorkomende gevallen stilleggen. Dat is hier zeker niet aan de orde: de loodsen zijn al volledig gesloopt, alle door de omgevingsdienst opgelegde herstelmaatregelen (houtwal, ruig groen, uitkijkpalen) zijn naar tevredenheid uitgevoerd en inmiddels heeft de provincie ook vergunning verleend voor het weglokken of uiteindelijk zo nodig vangen van de steenuilen en sloop van de nog overgebleven loods.
Civielrechtelijke schadeclaims: Als een gemeente wordt veroordeeld, kunnen omwonenden of milieuorganisaties het vonnis gebruiken om een schadevergoeding te eisen of toekomstplannen juridisch aan te vallen. Dat is hier niet aan de orde.
Schadeclaim op WSP (regres): Bij een veroordeling zou de gemeente een juridische procedure kunnen starten tegen bureau WSP, als blijkt dat de gemeente is gestraft voor het volgen van het (laakbare) advies. De gemeente zou vergoeding van de boete en de proceskosten kunnen eisen, maar dat maakt weinig kans. De gemeente heeft door deze zaak echter veel meer kosten moeten maken, die gevolg (zouden kunnen) zijn van dit advies.
Politieke verantwoording: Hoewel de betrokken bestuurders inmiddels (om andere redenen) zijn afgetreden, moeten de huidige portefeuillehouders (ruimtelijke ordening: Eveline van Herben (ITH), rechtszaak: burgemeester Karen Heerschop.
[nog aanpassen/aanvullen] De gemeente lijkt te gokken op vrijspraak of sepot op basis van het ontbreken van "opzet". Maar in het economisch strafrecht is "roekeloosheid" vaak al voldoende voor een veroordeling. De Provincie baseert zich op oude data. De nieuwe ecologische schouw liet zien dat de loodsen leeg waren. Daarom was er geen overtreding meer mogelijk. Juridische zwakte: Een weigering van de Provincie vervalt niet automatisch omdat een privaat bureau iets anders vindt. Een provinciale afwijzing is een publiekrechtelijk besluit, terwijl een advies van WSP 'slechts' een privaatrechtelijk document is. De rechter kan vragen: "Waarom dacht u dat een rapport van een adviesbureau zwaarder woog dan de wetgever?" De rechter kan kijken of de gemeente de provincie bewust heeft gepasseerd om vertraging van woningbouw in Loerik VI ("laaghangend fruit") te voorkomen.
[nog aanpassen/aanvullen, bron?, oa RTG Ruimte 21-06-22 stuk 2022-04 herontwikkeling Loerik VI] De raad is nooit geïnformeerd dat de gemeente besloot te slopen ondanks de expliciete afwijzing van de provincie uit 2021. In antwoord op mondelinge vragen van raadsleden antwoord een wethouder dat er nog discussie plaatsvindt en ecologen verschillend denken over de aanwezigheid van de steenuilen. Dit antwoord is (onbedoeld) onjuiist. Er vindt geen discussie plaats tussen ecologen of tegenstrijdige adviezen, maar de gemeente heeft zelf bij de aanvraag tot ontheffing bij de provincie aangevoerd dat de twee loodsen als roestplekken behoren tot het functioneel leefgebied van de steenuilen en nieuwe inzichten daarover (van hetzelfde bureau WSP!) nooit met de provincie als verguningverlener gecommuniceerd. Het bevoegd gezag is eenvoudigweg genegeerd. De gemeente schijnt te gokken op "geen uilen, dus geen overtreding", maar dat was niet de juridische werkelijkkheid op het moment van desloop. In stukken aan de gemeenteraad over deze locatie, zoals raadsvoorstellen, is de categorische afwijzing van de aanvraag door de provincie niet genoemd en ook niet als financieel of juridisch risico benoemd.
Opzet: spreekt de Officier van Justtie over "boos opzet" (bewust de wet overtreden) of "kleurloos opzet" (strafbaar handelen, de dader hoeft niet te weten dat hij de wet overtreedt).
Kennis: Hoe heeft de gemeente gereageerd op de afgewezen ontheffing. Bewust gepasseerd, ontkent, over het hoofd gezien?
Deskundigenadvies: Wordt het advies van WSP gepresenteerd als "vrijbrief"? Vraagt de rechter of de gemeente de juridische status van dit advies heeft gecheckt?
Hiërarchie: wordt de verantwoordelijkheid verschoven naar boven (leidinggevenden, bestuurders), naar beneden (projectleider, uitvoerder), naar opzij (adviesbureau)?
Schade: Wordt gesproken over het nest van de steenuil, de roestplaatsen, het leefgebied?
Persoonljke en organisatorische omstandigheden: werkdruk, miscommunicatie, misverstanden, personeelswisselingen etc.