De Karel privileges en hun verblijfplaats Sneek

 
Handtekening Karel de Grote
 
 
 
 
 
 
 
 
Borstbeeld Karel de Grote

In de loop van de 13e eeuw begon Friesland zich politiek te onderscheiden van de rest van West Europa. Waar het grafelijk gezag en bestuur langzaam over ging in het landsheerlijk gezag met een centraal bestuur, bleef Friesland een prelandsheerlijk[1] karakter houden. Nadat in 1345 graaf Willem IV bij de slag van Stavoren (Warns) werd gedood erkende de Friezen helemaal geen landsheer meer, dit feit wordt meestal gezien als het officiële begin van de Friese Vrijheid welke stand hield tot 1498. Maar deze vrijheid kwam wel met een prijs, in de vorm van binnenlands conflicten tussen de Schieringers en Vetkopers. De belangrijkste basis en legitimiteit voor de Friese Vrijheid waren de zogenaamde Karel privileges[2] en de Magnus verering[3]. Onderzoek heeft echter uitgewezen dat deze Vrijheidslegenden eigentijdse vervalsing waren[4]. Maar kunnen we hiermee de Friese Vrijheidslegende aan de kant schuiven? Nee, zeker niet want de Friese Vrijheid was een postulaat[5] en vormde een belangrijk onderdeel in een bewuste politiek tegen de macht van de landsheren. Hiermee kommen bij de kern van het probleem, de Friese vrijheidslegende zijn dan wel vals, maar tijdens de Friese Vrijheid zelf werden zij gebruikt als zijnde echt. De meeste mensen in die tijd zullen niet eens geweten hebben dat deze vals waren, waardoor de mythe vorming alleen maar groter werd. De rol en invloed van deze Friese Vrijheidslegende zijn dan ook merkbaar en zichtbaar in de Friese historie. Sneek wordt vaak aangewezen als de verblijfplaats van de Karel privileges, en kreeg hierdoor in de 14e en 15e eeuw status en aanzien[6].

Maar wat vinden we in de bronnen over de Karel privileges in Sneek?


Het Sneker Kroniekje uit 1464, (Buch 1952, 49)

Ende int jaer mcccc ende lvii opten Witten Donredach, te weten Tiburcii, zoe bernde die stad van Sneeck meest al of. Ende dear verbrande coninc Karels brief, die hij den Vriesen gegeven hadde van hoer vriheit.


Worp Thabor uit 1520 (Worp 1850, 104)

Int jaer ons Heren duysent vier hondert ende seuen ende vyftich , op die witte Dondersdach, brande Sneeck….ende men seide doe , dat coninck Caerls originael ende principael brieff van die vrydom, den Vriesen gegeuen , was binnen Sneeck , ende dattet doe meede verbrande.


Jancko Douwama´s geschriften ca.1530 (Douwema 1830, 49.)

Ende de Keijser gaff daer up sijn groet hangenden segel, nae vermogen en inholt der bulle, de he daer up gaff. Dan daer lewet nu niemant in Frieslant, de dese principael bulle gesien heft; want der gemene spraecke is , dat se verbrande to Sneeck, up Grutersme huis; dan ick heb wal autentique copie geseen


Alle deze bronnen hebben betrekking op de stadsbrand waarbij de privileges verloren zijn gegaan. Alleen bij Jancko Douwama lezen we iets meer, en wel dat hij een authentiek kopie heeft gelezen. Over deze kopie lezen we ook in 


Napjus (Napjus 1969)

hebben noch copien ende instrumenten ut Karels brief behouden, welke des keysers notarius zelve gescreven heeft


De kopie waar hier sprake van is heeft betrekking op ontwikkeling in de strijd met de graaf van Holland. In Oktober 1456 kwamen er afgezanten van Frederik III keizer van het Heilige Roomse Rijk naar Sneek voor onderhandelingen over steun aan de Friezen. Zoals gewoonlijk wouden de Friezen dat de Karel privileges werden erkend, hiervoor zouden de afgezanten een kopie hebben gemaakt van de privileges die zich in Sneek bevonden. Richthofen (1880) vergeleek deze kopie met een exemplaar in het Nederduits van de Karel privileges die zich in Arnhem bevindt. Hieruit bleek dat het Sneeker kopie sterk afweek van het exemplaar in Arnhem. Maar welke documenten werden er dan door de notaris van Frederik gekopieerd en zijn bij de brand van 1457 verloren gegaan? Volgens mij is het antwoord te vinden in Janse (1997) zijn onderzoek, daarin beschrijft hij een aantal feiten die waarschijnlijk leidde tot de Friese Vrijheidslegenden. Voor ons verhaal is hier van belang de rol die Friezen speelde bij de strijd om Aken in 1248. Waarvoor zij op 3-11-1248 werden beloond door de Roomse koning Willem II (graaf van Holland) met een koningsoorkonde. Deze oorkonde bestaat uit een vernieuwing en bevestiging van alle rechten, vrijheden en privileges, die door keizer Karel de Grote aan de Friezen was geschonken. De originelen van deze oorkonde werden volgens Hintze (1855) en Hagermann (1977) in Sneek bewaard, en waren het deze documenten die tijdens de brand verloren gingen. Dit sluit goed aan bij het onderzoek van Richthofen, die aan toonde dat de in Sneek bewaarde privileges sterk afweken van de Karel privileges in Arnhem.

Waren de privileges in Sneek een later bevestiging van de oudere Karel privileges. Maar eigenlijk maakt het niet zoveel uit over welke privileges echt of vals we het hebben, ze hadden hoe dan ook een belangrijke rol in de strijd om de Friese Vrijheid en hadden hierdoor hun neerslag in de historische bronnen.

 


[1] Noomen 1999

[2] De Karel privilege hebben een sterke overeenkomst met de populaire Karelslegende uit de 12e eeuw, welke weer was afgeleid van de “ Kaiserchonik” van rond 1150.

Janse 1997, 78

[3] Magnus komen we in Friesland al vanaf de 9e eeuw tegen als kerkpatroon. De rol van Magnus in de Friese vrijheidslegende is in de loop van de 13e eeuw ontstaan.

Janse 1997, 83-84

[4] Janse 1997

[5] Schoor 1987,11

Postulaat is een theoretisch onbewijsbare stelling, noodzakelijk om bepaalde feiten te kunnen begrijpen.

[6] Halbertsma 1956, 97-99.