Colosseum
 

Colosseum


Geschiedenis

Het Colosseum is gebouwd op de plek waar eerst het stagnum, kunstmatig aangelegd meer, van het Domus Aurea lag. Dit gouden huis van ongeveer 80 hectare groot, wat Nero had laten aanleggen, was een symbool geworden van zijn spilzucht en de onderdrukking van het Romeinse volk. Na de dood van Nero in 68 en 3 daaropvolgende keizers kwam Vespasianus aan de macht in het jaar 69. Hij was als krijgstribuun, een (staf)officier het legioen, begonnen, en langzamerhand steeds verder opgeklommen. Hij had onder andere voor Caligula en Nero gewerkt. Hij was hij door Nero tot leider benoemd van het leger in Judea, dit om de Joodse opstand tegen te gaan, wat hem uiteindelijk ook is gelukt. Met behulp van dit leger en nog een aantal legers van andere landen (Syrië, Egypte, Moesië, Pannonië en Illyricum), heeft hij Vitellius als keizer opgevolgd. Hij was een zeer goede, maar ook zuinige keizer, wat ook nodig was omdat onder andere Nero veel geld had opgemaakt. Van hem komt ook de uitspraak ‘pecunia non olet’, geld stinkt niet, omdat hij belasting liet heffen op urinoirs.

In 72 gaf hij opdracht om te beginnen met de bouw van het Amphitheatrum Flavium, de officiële naam van het Colosseum. Dit omdat Vespasianus tot het geslacht van de Flaviërs behoorde. Eén van de redenen waarom hij dit op het meer van Nero liet bouwen, was omdat hij alle herinneringen aan Nero wilde vernietigen. Een andere reden om het werk aan de fundamenten te verminderen. Het geld voor de bouw van het Colosseum kwam van de enorme oorlogsbuit die hij had meegenomen uit Jeruzalem. Ook heeft Vespasianus zo’n 12.000 Joodse dwangarbeiders laten werken en er werd een speciale weg aangelegd naar Tivoli om travertijn te vervoeren. De architect was ene Gaudentius, deze is later als christen in het Colosseum veroordeeld.
Vespasianus heeft de voltooiing van het Colosseum niet meer kunnen meemaken.

Toen Vespasianus in 79 stierf, volgde zijn zoon Titus hem op. Hij is verder gegaan met de bouw van het Colosseum, en op 21 april van het jaar 80, op de verjaardag van de stad Rome, werd het voltooid. Als inwijding werd er een feest gegeven dat honderd dagen duurde. Hierbij werden gladiatoren- en dierengevechten gegeven, maar er werden ook zeeslagen (naumachiae) nagespeeld. Omdat het Colosseum hier eigenlijk niet groot genoeg voor was, waren dit geen echte schepen, maar decorstukken in ondiep water. Honderden gladiatoren hebben met elkaar gevochten, en zo’n 9000 dieren werden gedood, waaronder heel exotische zoals kraanvogels en olifanten. Ook werden er houten balletjes in het publiek gegooid. Hiermee kon je prijzen winnen, van eten en kleding, tot goud en slaven.
Titus is gestorven in 81, en werd opgevolgd door zijn broer Domitianus. Deze heeft het Colosseum verder uitgebreid: er werd een extra gallerij aan de bovenkant bijgevoegd, en er werden nog 2 verdiepingen onder de arena gemaakt. Door die laatste aanpassing zijn zeeslagen ook nooit meer mogelijk geweest in het Colosseum.

Soms werden er wel eens (krijgs)gevangen, misdadigers en slaven in de arena gezet. Deze moesten soms naakt vechten tegen zwaarbewapende, getrainde gladiatoren. Je kon dus veroordeeld worden tot ‘de arena’, en veroordeelden konden zo ook proberen hun vrijheid terug te krijgen.

In 325 schafte keizer Constantijn de gladiatorengevechten af, maar later werden ze alsnog opgevoerd.
In 404 sprong een priester, genaamd Telemachus, in de arena, omdat hij het geweld niet meer kon aanzien. De toeschouwers waren er alleen niet zo blij mee, en hij werd ter plekke gestenigd. Dit had echter zo’n indruk gemaakt op keizer Horatius, dat deze meteen een einde maakten aan de gladiatorengevechten. De dierengevechten bleven tot 523 doorgaan.

Het Colosseum is van de 6e eeuw tot en met 1084 ongebruikt gebleven, totdat de adellijke familie Frangipani er een fort van maakte. Toen dezen het in 1332 moesten verlaten, bleef het Colosseum weer verlaten achter. Het werd echter wel nog eens gebruikt door zwervers, misdadigers en hoeren, die er dan in woonden. Het is ook nog gebruikt als ziekenhuis, werkplaats, en er is zelfs een kerkje in gebouwd.
Als het Colosseum weer eens leeg stond, werd er ook vaak geloofd dat het er spookte, en dat er tovenaars en duivelvereerders huisden.
Het Colosseum heeft veel last gehad van natuurrampen, onder andere veel aardbevingen. Deze tastten echter alleen de buitenkant aan, en het Colosseum zou dit dus allemaal heel goed overleeft kunnen hebben. Wat het meer heeft toegetakeld, is dat veel pausen het als de plaatselijke bouwmarkt zagen, en er dus niet moeilijk over deden af en toe wat mee te nemen. Dit ging met vaak met enorme ladingen tegelijk. Paus Nicolaas V heeft bijvoorbeeld in 1472 ruim 2500 karren met marmer uit het Colosseum en het Forum Romanum laten halen.
Benedictus XIV heeft dit in 1749 weten te stoppen door het Colosseum als heilige plek te verklaren, en daarvoor wordt het nu nog gebruikt, namelijk als kruisweg. Hierbij wordt de lijdensweg van Jezus nagespeeld.
Wat er nu over is, is ongeveer twee derde van het oorspronkelijke Colosseum.
7 juli 2007 is het tot 1 van de 7 nieuwe wereldwonderen verkozen.

De naam Colosseum komt van het enorme beeld van Nero dat er ooit bij heeft gestaan, dit pas nadat keizer Hadrianus het vanaf zijn oude plek, waar nu de tempel van Venus en Roma staat, had verplaatst. Dit was ongeveer 35 meter hoog. Het hoofd van Nero zelf heeft er niet lang opgestaan, maar is vaak vervangen door dat van andere keizers.

De bouw

Afmetingen:

50 meter hoog, 188 meter lang, 156 meter breed
Omtrek van 527 meter
Arena zelf: 86 meter lang en 54 meter breed, muur van 4 meter hoog eromheen
80 ingangen, 4 etages.
Materialen:
Beton, tufsteen, baksteen voor het Colosseum zelf, onder de bakstenen een soort beton gemaakt van vulkanisch zand. Travertijn voor de zuilen, op sommige plekken marmer IJzer om de stenen aan elkaar te maken

Het Colosseum heeft een ovale vorm en verschillende soorten zuilen (Dorische op de begane grond, Ionische op de eerste verdieping en Corinthische zuilen voor de bovenste 2 verdiepingen, waarvan de bovenste pilasters zijn)
Er was ruimte voor ongeveer 50.000 tot 75.000 mensen, ingedeeld in 4 galerijen: Er was een loge voor de keizer, magistraten en Vestaalse maagden aan beide kanten van de korte as van het Colosseum, marmeren zitplaatsen voor de senatoren. Voor de rest werd het bepaald hoe ver je van de arena afzat. Hoe dichterbij, hoe belangrijker je was. Ook vrouwen van senatoren werden vaak meer achterin de tribunes gezet, dit omdat ze anders verleid zouden kunnen worden door de Gladiatoren. Op de plek waar eerst de loge van de keizer was, staat nu een kruis.

De tribunes konden overdekt worden met een soort van zonnescherm: het Valerium. Er waren ongeveer 1000 mannen voor nodig om dit te spannen. Er waren paaltjes rondom het Colosseum om het aan vast te maken. De masten in de bovensten galerij, die gebruikt werden om het Valerium over te spannen, werden ook wel eens gebruikt als liften om voedsel rond te brengen. Ook waren er goten waar een soort parfum langs werd gegoten.
Er was een heel complex van gangen, hokken en liften onder de arena. De liften werden gebruikt om de dieren veilig de arena in te krijgen. Ook werden ze gebruikt om snel van decor te kunnen verwisselen.

Om de arena heen was een muur, met daarop nog een hek. Dit om de toeschouwers te beschermen. Niet alleen tegen dieren, maar ook tegen gefrustreerde gladiatoren die wel eens hun wapen in het publiek wilden gooien. Als er toch nog iets of iemand over het hek heen kwam, waren er ook nog een hoop boogschutters die meteen konden ingrijpen.

Iedere bezoeker kreeg een kaartje van terracotta met daarop een nummer voor de ingang, verdieping en rij. Door dit systeem kon het hele Colosseum in 10 minuten volstromen en worden ontruimd. Tussen de ingangen 38 en 38 is een ongenummerde boog met een plaat erboven, met de tekst ‘Pius IX Pont Max Ann VII’. Hier was de ingang voor de keizer.

Aan beide uiteinden van de lange as is een poort. Aan de ene kant, richting de boog van Constantijn, gingen de overlevenden eruit, om zich te kunnen wassen in een fontein, de Meta Sudans. Door de andere poort werden de doden weggedragen door mensen die verkleed waren als Charon, de veerman van de onderwereld.

In de omgeving van het Colosseum zijn 4 gladiatorenscholen. Degene die het dichtst bij ligt, de Ludus Magnus, is met het Colosseum verbonden door middel van een tunnel.

Bronvermelding

SPQR Anekdotische reisgids over Rome (90 253 5875 6)
Stad in marmer (90 253 3153 X)
Capitool reisgidsen Rome (90 410 3345 9)
Gladiatoren – Fik Meijer (90 253 34040)

nl.wikipedia.org/wiki/Colosseum
en.wikipedia.org/wiki/Colosseum
www.the-colosseum.net
reizen-en-recreatie.infonu.nl/attracties/

Tekst: Cédric van Beijsterveldt