De wereld waarin we leven is vol complexiteit en bestaat uit verschillende onderdelen, zoals landen, families, sportclubs, politieke stromingen en meer. Maar helaas is deze wereld ook vaak oneerlijk, waardoor veel mensen niet tevreden zijn met hoe ze behandeld worden. Gelukkig zijn er door de eeuwen heen mensen en groepen geweest die hebben gestreden voor gelijkheid en rechtvaardigheid in de samenleving.
Een voorbeeld van zo'n strijd zijn de protesten die sinds het vorige decennium wereldwijd plaatsvinden tegen racisme en discriminatie. Een ander voorbeeld is de #metoo beweging, die opkomt tegen seksueel grensoverschrijdend gedrag. Deze protesten en bewegingen hebben één ding gemeen: ze vechten tegen ongelijke behandeling op basis van niet-relevante verschillen tussen mensen, zoals huidskleur, geslacht en afkomst. Deze verschillen maken mensen uniek en bijzonder, maar helaas leiden ze ook vaak tot discriminatie.
Als mensen maken we vaak onderscheid tussen anderen op basis van deze verschillen, maar het is belangrijk om te beseffen dat dit niet juist is. Zelfs in de tijd van Jezus kwam dit voor. Dit verhaal uit de Bijbel gaat over een man die werd overvallen door rovers. Jezus vertelt deze gelijkenis tijdens een gesprek met een geestelijke leider als reactie op de vraag: 'Wie is mijn naaste?'
Dit verhaal leert ons belangrijke lessen over medemenselijkheid en naastenliefde, ongeacht iemands achtergrond of uiterlijke verschillen. Het is een boodschap die relevant is voor mensen van alle levensbeschouwingen, omdat het ons herinnert aan de waarde van compassie en gelijkheid voor alle mensen.
Opdracht 1.
Lees de tekst over de man die werd beroofd. Misschien ken je dit verhaal al. Schrijf daarna op wat jij denkt dat Jezus wil leren met dit verhaal.
Opdracht 2.
Het begrip ‘naaste’ komt in de Bijbel meerdere keren voor. Hoe zou jij dit
begrip definiëren?
Net als onze wereld was de tijd waarin Jezus leefde buitengewoon divers. Er waren talloze landen, volkeren en steden, elk met hun eigen gebruiken, talen en tradities. In het huidige Israël leefden twee belangrijke groepen zij aan zij: de Joden en de Samaritanen. Doorheen de geschiedenis was er tussen deze twee groepen spanning ontstaan.
Het woord "Jood" wordt sinds de ballingschap (6e eeuw voor Christus) gebruikt om de inwoners van Judea en de omliggende gebieden te beschrijven. Het wordt ook gebruikt om een religieuze groep aan te duiden die zichzelf beschouwt als voortzetting van het volk van God. Jeruzalem was en is nog steeds van enorm belang voor de Joden vanwege de aanwezigheid van de tempel.
De Samaritanen waren een ander volk dat in het gebied van Samaria woonde. Ook zij zagen zichzelf als voortzetting van het volk van God, maar verschilden op verschillende vlakken van de Joden. Voor hen was de berg Gerizim de belangrijkste plek van aanbidding, niet Jeruzalem. Daarnaast erkenden ze alleen de eerste vijf boeken van de joodse Bijbel, met enkele aanpassingen.
Naast deze twee groepen worden in het Nieuwe Testament mensen ingedeeld in vele andere bevolkingsgroepen. De bekendste zijn de Romeinen en Grieken. Een andere veel voorkomende term is "heiden", een overkoepelende term die door de Joden werd gebruikt om alle niet-Joden te beschrijven.
Opdracht 4
Welke uitspraken zijn niet correct?:
a. Jezus was een Jood die 2000 jaar geleden leefde.
b. Joden en Samaritanen konden goed met elkaar overweg.
c. Joden en Samaritanen claimden beiden het volk van God te zijn.
d. Heidenen is een term die verwijst naar de vijanden van de Joden.
e. Jezus sprak alleen met mensen van zijn eigen volk.
De Bijbel omvat verschillende boeken die het leven van Jezus beschrijven. Deze boeken staan bekend als de vier evangeliën: Mattheüs, Marcus, Lucas en Johannes. Elk evangelie biedt een persoonlijk verslag van het leven van Jezus, met een uniek perspectief. In deze les richten we ons op een gebeurtenis uit het evangelie van Lucas.
Wist je dat het woord 'evangelie' afkomstig is van het Griekse woord 'euangelion', wat 'goed nieuws' betekent? Dit verwijst naar de goede boodschap die Jezus Christus bracht.
Om de gelijkenis van de man die werd overvallen door rovers beter te begrijpen, is het belangrijk om te begrijpen waarom Jezus dit verhaal vertelde. In de voorafgaande verzen stelt een wetgeleerde Jezus een vraag. De tekst vermeldt dat deze wetgeleerde Jezus op de proef wilde stellen. Hij vraagt Jezus wat nodig is om eeuwig leven te verkrijgen. Deze vraag is typerend voor de joodse geloofsbeleving, omdat de nadruk ligt op wat je moet doen, niet op wat je moet weten of geloven. De wetgeleerde probeert Jezus in een lastig parket te brengen met zijn vraag. Hij hoopt dat Jezus een 'verkeerd' antwoord zal geven en daarmee mogelijk de religieuze leiders zal tarten.
In die tijd verwees de term 'wetgeleerde' naar iemand die onderwezen was in de joodse religieuze voorschriften en wetten.
De joodse wet bestaat uit een verzameling regels die beschrijven hoe men moet leven in relatie tot andere mensen en tot God. Volgens de klassieke telling omvatte deze wet 613 regels: 248 geboden en 365 verboden.
Opdracht 5
Wat doet Jezus nadat hij de vraag heeft gehoord?
a. Jezus haalt een tekst uit het Oude Testament aan.
b. Jezus stelt zelf een vraag aan de wetgeleerde.
c. Jezus geeft een antwoord dat niets met de vraag te maken heeft.
d. Jezus reageert niet op de wetgeleerde.
e. Jezus geeft een helder antwoord aan de wetgeleerde.
Opdracht 6
Wat moet de wetgeleerde doen om het eeuwige leven te krijgen?
a. God liefhebben, zijn naaste verhogen, zichzelf verlagen en Jezus volgen
b. God liefhebben met zijn gehele hart, kracht en verstand, en zijn naaste als zichzelf
c. God liefhebben met zijn hele leven en alles wat hij heeft weggeven aan de armen.
d. God liefhebben, alle mensen hetzelfde behandelen en God altijd trouw zijn.
In plaats van direct antwoord te geven op de vraag van de wetgeleerde, stelt Jezus hem een wedervraag om hem aan het denken te zetten. Hij vraagt de wetgeleerde om zelf zijn eigen vraag te beantwoorden op basis van de joodse wet. De wetgeleerde antwoordt door twee teksten te citeren. Hij verwijst naar Deuteronomium 6:5 waar staat: "Heb daarom de HEER, uw God, lief met hart en ziel en met inzet van al uw krachten." Ook citeert hij Leviticus 19:18: "Heb je naaste lief als jezelf." De eerste tekst maakt deel uit van het Shema Israel, een gebed dat de joden destijds twee keer per dag uitspraken. De tweede tekst komt uit een Bijbelgedeelte dat ingaat op hoe de Israëlieten met elkaar moeten omgaan. Jezus bevestigt de juistheid van het antwoord van de wetgeleerde en moedigt hem aan om naar dit gebed te leven, omdat dit hem het eeuwige leven zal brengen.
De wetgeleerde probeerde Jezus in een valstrik te lokken, maar Jezus laat zich in dit verhaal niet misleiden en trapt niet in de val. In plaats daarvan nodigt hij de wetgeleerde uit om zelf een antwoord op de vraag te formuleren.
Nadat Jezus de wetgeleerde had laten zien wat hij moest doen om eeuwig leven te verkrijgen, stelt de wetgeleerde een tweede vraag aan Jezus. Hij vraagt wie precies zijn naaste is. De tekst vermeldt dat hij graag rechtvaardiging zocht, wat betekent dat hij zichzelf probeerde voor te doen als een betere kenner en volger van de wet. Misschien hoopte hij dat Jezus hem opnieuw het antwoord zou laten geven. Echter, Jezus antwoordt op deze vraag met een gelijkenis.
Een gelijkenis is een kort verhaal waarin een les verborgen zit. Jezus gebruikte vaak gelijkenissen om een principe van het Koninkrijk van God te illustreren. Het is aan de luisteraar om de betekenis van de gelijkenis te ontdekken.
Opdracht 7
Er zijn verschillende personages in de gelijkenis die verschillende rollen vervullen. Hieronder staan de personages met hun respectievelijke rollen in het verhaal:
De aanvallers
Het slachtoffer van de overval
De religieuze leiders
De Samaritaanse reiziger
De eigenaar van de herberg
Priesters werkten in de tempel in Jeruzalem, waar ze verantwoordelijk waren voor het brengen van offers en het uitvoeren van andere rituelen die centraal stonden in het jodendom van die tijd. Alle priesters waren afkomstig uit de Levieten, een van de twaalf stammen van Israël.
Om de betekenis van de gelijkenis te begrijpen, moeten we het verhaal bekijken vanuit het perspectief van twee verschillende personages: de Samaritaan en de man die werd overvallen door rovers. Beide perspectieven kunnen helpen om te begrijpen wat Jezus met de gelijkenis wilde overbrengen.
De Samaritaan en de man die werd overvallen door rovers zijn vreemden voor elkaar. Terwijl de Samaritaan onderweg was van Jeruzalem naar Jericho, trof hij langs de weg een gewonde man aan. Deze weg lag in Judea, dus het gebied waar de Samaritanen niet woonden. De Samaritaan wist dus dat de gewonde hoogstwaarschijnlijk een Jood was. Ondanks de politieke en religieuze spanningen tussen het Joodse en Samaritaanse volk liet hij de man niet aan zijn lot over, maar hielp hem. De Samaritaan stopte niet alleen voor de man langs de weg, maar onderbrak ook zijn eigen reis om de man naar een herberg te brengen. In de herberg bleef hij een dag bij hem en betaalde zelfs voor verdere verzorging van de man.
De man die werd overvallen door rovers lag al een tijdje gewond langs de weg. Hij werd tot twee keer toe gepasseerd door iemand van zijn eigen volk. Eerst liep een priester hem aan de andere kant van de weg voorbij, en vervolgens deed een Leviet hetzelfde. Deze twee zeer gerespecteerde mensen uit zijn eigen volk lieten hem zomaar liggen. Waarschijnlijk dachten ze dat hij dood was en wilden ze hem daarom niet aanraken, omdat dat hen onrein zou maken en ongeschikt voor het tempelwerk. Onverwachts kwam toch iemand hem te hulp: een Samaritaan. Niet iemand die de wet 'correct' volgde, maar iemand die niet eens tot zijn eigen volk behoorde.
Jezus stelt aan de wetgeleerde de vraag wie de naaste was voor de man die werd overvallen door rovers - een Jood. Hiermee zette hij de wetgeleerde flink aan het denken. De tekst over naastenliefde, die de wetgeleerde zelf aanhaalde, werd in Jezus' tijd altijd beperkt tot mede-Joden en andere volgers van de wet. Samaritanen vielen hier zeker niet onder. Jezus' vraag leidde tot de radicale conclusie dat de man geen naaste vond in zijn volksgenoten, maar in de vreemdeling uit een veracht volk. Het leert ook hoe je een naaste kunt zijn voor iemand die je veracht: door hulp te bieden in nood. Met andere woorden, zo kan verachting plaats maken voor verrassing en respect.
Opdracht 8
Aan het einde zegt Jezus tegen de wetgeleerde: 'Doet u dan voortaan hetzelfde.' Wat wordt er precies van de man verwacht door Jezus? En wat betekent deze les voor jou?
Opdracht 9
Kijk naar de afbeeldingen en geef je eerste reactie op de volgende vragen:
Welke persoon lijkt een groot huis te hebben?
Welke persoon lijkt rijke ouders te hebben?
Welke persoon lijkt gelukkig getrouwd te zijn?
Welke persoon lijkt zijn middelbare school niet te hebben afgemaakt?
Welke persoon lijkt ooit van school gestuurd te zijn?
Welke persoon lijkt geld te hebben gestolen van zijn baas?
Welke persoon lijkt in de gevangenis te hebben gezeten?
Welke persoon lijkt in staat te zijn een moord te plegen?
Natuurlijk is het eigenlijk onmogelijk om een antwoord te geven op de vragen in opdracht 9 op basis van de foto's. Het uiterlijk van mensen geeft immers geen betrouwbare indicatie van hun achtergrond, gedrag of karakter. Als we toch proberen om deze vragen te beantwoorden, maken we onbewust een onderscheid tussen mensen op basis van hun uiterlijk. Dit onderscheid maken we vaak snel en zonder erbij na te denken.
Het verhaal van Jezus wil ons juist laten nadenken over de gevolgen van dit soort onderscheid. De gelijkenis laat zien dat het onderscheid tussen Samaritanen en Joden niet betekende dat de Samaritaan geen hulp zou bieden. Jezus leert ons dat de verschillen die we tussen mensen zien, niet mogen betekenen dat we alleen op verschillende manieren met elkaar omgaan. Naastenliefde mag zich niet beperken tot mensen die tot onze eigen groep behoren, maar moet zich ook uitstrekken tot mensen daarbuiten.
Opdracht 10
Raadpleeg jouw definitie van "naaste" uit opdracht 2 en vergelijk deze met de les die Jezus aan de wetgeleerde gaf.
De Bijbel is een essentieel boek voor christenen, maar het is geen boek met slechts één doorlopend verhaal, zoals de Narnia-verhalen. Het bevat ook geen enkele vorm van poëzie, zoals de werken van Shakespeare. Evenmin is het gevuld met alleen maar feitelijke informatie. Het is eerder een boek dat een diversiteit aan teksten omvat: verhalen over Jezus, brieven van Paulus vol instructies, poëtische teksten zoals de Psalmen, en soms zelfs mysterieuze passages zoals de Openbaringen van Johannes. Deze variatie kan veel vragen oproepen over de relevantie van Bijbelteksten voor ons vandaag.
Deze les concentreert zich op het verhaal van Jezus in de tempel, een verhaal dat ook veel vragen kan oproepen. Dit verhaal staat beschreven in het Evangelie van Johannes (2:13-17). Het vertelt hoe Jezus met zijn leerlingen naar de tempel in Jeruzalem ging. Bij aankomst op het tempelplein zag hij verkopers en geldwisselaars aan het werk. Hij verdreef hen met een zweep van het tempelplein en ging vervolgens in gesprek met de leiders van de Joden die zich daar bevonden.
Opdracht 1
Lees hieronder het verhaal van Jezus in de tempel. Misschien ben je al bekend met dit verhaal. Schrijf hieronder op wat jij denkt dat de betekenis ervan is.
Jezus leefde zo'n 2000 jaar geleden, in een tijd die radicaal verschilde van de wereld waarin we vandaag leven. Het is gemakkelijk voor te stellen dat mensen zonder internet een heel andere manier van communiceren hadden. Er zijn talloze andere aspecten die onze wereld en die van Jezus compleet verschillend maken. Je zou zelfs kunnen stellen dat ze bijna niets met elkaar gemeen hebben. Het begrijpen van de leefomstandigheden van Jezus is van cruciaal belang om een Bijbeltekst echt te kunnen doorgronden. Pas dan kunnen we echt begrijpen wat zo'n eeuwenoude tekst nog steeds voor ons kan betekenen vandaag de dag. We noemen dit de context van de Bijbel. De komende opdrachten en teksten zullen je meer leren over de wereld van Jezus.
Opdracht 2
Stel je voor dat er op school een tijdmachine staat. Gelukkig heb jij de kans om een keer naar de tijd van Jezus te reizen. Wat zou je graag willen leren over de tijd waarin Jezus leefde?
Jezus werd ongeveer rond het begin van onze jaartelling geboren in Bethlehem en woonde in het gebied dat destijds door de Romeinen als 'Palestina' werd aangeduid, een regio in het Midden-Oosten. Een plaats die belangrijk was in het leven van Jezus was Jeruzalem, de hoofdstad van Palestina.
In het Oude Testament wordt vermeld dat David, de tweede koning van het volk Israël, Jeruzalem tot hoofdstad maakte. Jeruzalem bleef sindsdien een belangrijke religieuze plek voor de inwoners van het gebied. Salomo, de zoon van David, bouwde een tempel voor de God van Israël in Jeruzalem. Een tempel is een heilig gebouw waar mensen hun god aanbidden. Deze tempel werd het centrum van het religieuze leven van het volk.
De Bijbelboeken Jeremia, Ezechiël en 2 Koningen vertellen ons dat de tempel werd verwoest door de Babyloniërs in 586 v.Chr. Dit gebeurde omdat het volk niet trouw bleef aan God en begon met het aanbidden van andere goden. Een deel van het volk werd naar ballingschap gevoerd, wat betekent dat ze gedwongen werden om ver van hun thuisland te wonen. Uiteindelijk eindigde deze ballingschap toen de Perzen, latere heersers, toestemming gaven aan de ballingen om terug te keren en een nieuwe tempel te bouwen.
De bouw van deze tweede tempel wordt beschreven in de boeken Ezra en Nehemia. Hoewel deze tempel minder groot en indrukwekkend was dan de eerste, begon Herodes de Grote rond het jaar 19 v.Chr. met een grootschalige renovatie van de tempel om het in zijn oude glorie te herstellen. De nieuwe tempel werd zo imposant dat zelfs de Romeinen het als een opmerkelijk bouwwerk beschouwden.
De periode na de bouw van de tweede tempel staat bekend als het "tweede tempel Jodendom", de tijd waarin Jezus in Jeruzalem en omstreken actief was.
De tempel bestond uit verschillende pleinen en gebouwen. Het hoofdgebouw van de tempel was omgeven door een grote binnenplaats, bekend als de Voorhof van de Heidenen, waar ook niet-joden welkom waren. Binnen het belangrijkste tempelcomplex bevonden zich de Voorhof van de Vrouwen en de Voorhof van de Priesters, waar respectievelijk alleen joden en priesters toegang hadden. Op de Voorhof van de Priesters werden dieren geslacht en geofferd voor de offers, terwijl het Heilige de plaats was waar de priesters al hun tempelwerk verrichtten.
Opdracht 3
Geef voor elk van de onderstaande termen een passende beschrijving, gebruikmakend van de informatie uit de bovenstaande tekst:
Een plaats waar religieuze rituelen worden uitgevoerd en offers worden gebracht.
De heilige plek die bestond tijdens het leven van Jezus.
De tempel die werd opgericht tijdens de periode beschreven in de boeken Ezra en Nehemia.
Het gedwongen verblijf in een ander land vanwege verbanning uit het thuisland.
De aanduiding voor het gebied waar Jezus zijn jeugd doorbracht.
De officiële stad van Palestina.
De macht die verantwoordelijk was voor de vernietiging van de tempel in 586 v.Chr.
Het gebied rond de tempel waar niet-Joden toegang hadden.
De Bijbel omvat verschillende verhalen over het leven van Jezus, variërend van eenvoudig tot complex. Het verhaal van Jezus die het tempelplein reinigt is een van de uitdagende verhalen om te begrijpen. Dit verhaal wordt in alle vier de evangeliën verteld, maar de focus ligt hier op de beschrijving ervan door Johannes.
Het is interessant om te weten dat de evangeliën van Marcus, Mattheüs en Lukas sterk op elkaar lijken in zowel volgorde als inhoud, en daarom worden ze de synoptische evangeliën genoemd. Het evangelie van Johannes daarentegen verschilt aanzienlijk en bevat unieke verhalen die niet in de andere evangeliën voorkomen.
Johannes plaatst het verhaal van Jezus die het tempelplein reinigt aan het begin van zijn openbare optreden, terwijl de andere evangeliën het pas aan het einde van Jezus' leven plaatsen, vlak voor zijn laatste dagen. In dit verhaal reist Jezus naar Jeruzalem en bezoekt de tempel, waar hij verontrustende praktijken opmerkt zoals de verkoop van offerdieren en geldwisselactiviteiten.
Wanneer je een Bijbeltekst leest, kun je je afvragen: wat trekt mijn aandacht in deze tekst? Het valt meteen op dat het om een verhaal gaat. Naast verhalen vind je ook poëtische teksten en brieven in de Bijbel. Bovendien is het opmerkelijk dat we hier een verhaal hebben waarin Jezus zelf actief optreedt en daarop reageert, terwijl hij in veel andere verhalen juist reageert op de acties van anderen.
Geldwisselaars verrichtten diensten door het geld van reizigers om te zetten in geschikte munten voor de betaling van de tempelbelasting.
De locatie van dit verhaal was hoogstwaarschijnlijk in de Voorhof van de heidenen, een uitgestrekt plein waar ook niet-joden werden verwelkomd. De markt bevond zich waarschijnlijk in een hoek van dit plein.
Opdracht 4
Jezus begaf zich aan het begin van het verhaal naar Jeruzalem. Wat was volgens de tekst de reden voor Jezus' reis naar Jeruzalem?
A. Om een vriend te ontmoeten
B. Om predikingen te houden in Jeruzalem
C. Om Pesach te vieren
D. Om runderen, schapen en duiven aan te schaffen
Bij het lezen van een Bijbeltekst is het van belang om te onderzoeken wat er voor en na die tekst staat. In het verhaal dat aan de reiniging van de tempel in het Johannesevangelie voorafgaat, verrichtte Jezus een wonder door water in wijn te veranderen tijdens een bruiloft in Cana, een plaats in het Galilese gebied waar Jezus opgroeide. Na de bruiloft reisde Jezus naar Kafarnaüm en enkele dagen later vertrok hij voor het Pesachfeest naar Jeruzalem. Daar aangekomen begaf Jezus zich naar de tempel en trof daar handelaars en geldwisselaars aan.
Opdracht 5
Wat was Jezus' reactie op wat hij in de tempel zag? Hoe zou je zijn reactie beschrijven? En wat vind je van deze reactie?
In de Bijbeltekst staat niet expliciet dat Jezus boos werd. Desondanks wordt Jezus vaak geassocieerd met boosheid wanneer dit verhaal wordt besproken. Hoewel deze emotie niet direct vermeld wordt, kan de tekst wel zo geïnterpreteerd worden. De aanwezigheid van handelaars en geldwisselaars in de tempel zou een reden kunnen zijn voor Jezus om boos te worden. Het is van belang om nauwkeurig te lezen wat er in de Bijbel staat. Soms lezen we een tekst en interpreteren we zaken die er eigenlijk niet staan. Er zijn verschillende manieren om Jezus' acties te beschrijven; hij zou ook als verdrietig kunnen worden beschouwd vanwege de situatie op het tempelplein. Het proces van het begrijpen van een Bijbeltekst door middel van lezing wordt interpretatie genoemd.
Opdracht 6
Op welke andere manieren zou je Jezus' reactie nog kunnen beschrijven, afgezien van boosheid of verdriet?
In de Bijbeltekst staat dat Jezus de tafels van de geldwisselaars omverwerpt. Er wordt ook vermeld dat Jezus een zweep in zijn handen heeft. Toch wordt niet beschreven hoe Jezus precies de handelaars van het tempelplein verdrijft. Het blijft dus onduidelijk of Jezus fysiek geweld gebruikte tegen mensen en dieren.
Als je dit verhaal vergelijkt met dezelfde gebeurtenis in de drie andere evangeliën, dan merk je op dat ze niet vermelden dat Jezus een zweep gebruikt. Daarom komt het verhaal in die vertellingen minder gewelddadig over dan in de beschrijving van Johannes.
Opdracht 7
Naar wie verwijst Jezus wanneer hij de tempel het huis van zijn Vader noemt? En waarom zou hij ervoor kiezen om het op die manier te benoemen?
De leerlingen van Jezus herinneren zich een tekst uit het Oude Testament, specifiek uit Psalm 69:10. Deze psalm beschrijft een persoon die, vanwege zijn toewijding aan God, in een periode van lijden verkeert. Hij beschrijft zijn moeilijkheden en vraagt God om zijn vijanden te straffen. Opvallend is dat deze psalm na psalm 110 de meest geciteerde psalm in het Nieuwe Testament is.
De leerlingen proberen te achterhalen welke Bijbeltekst het handelen van Jezus kan verklaren. Ze zoeken naar inzicht in waarom Jezus het tempelplein heeft gereinigd.
Nadat Jezus de handelaars en geldwisselaars van het tempelplein had verdreven, kwamen de Joodse leiders naar hem toe. Ze vroegen hem welk teken hij kon geven om zijn autoriteit te rechtvaardigen. Met deze vraag wilden ze weten op welke basis Jezus handelde. Jezus moest dus bewijzen dat hij het recht had om de handelaars en geldwisselaars uit de tempel te verdrijven. Hij reageerde op deze vraag door te verwijzen naar de tempel en te beweren dat hij deze in drie dagen kon herbouwen als ze die zouden afbreken. Deze reactie was opvallend omdat het onrealistisch was dat de toehoorders de tempel zouden afbreken om Jezus' autoriteit te testen.
In het evangelie van Johannes verwijst de term "de Joden" meestal naar de leiders van de Joodse religie, in dit geval de tempelleiders. Tijdens de periode van Jezus werden er veel verwachtingen gekoesterd over de herbouw van de tempel. Desondanks moeten zelfs de woorden van Jezus over de tempelafbouw als beledigend en godslasterlijk zijn overgekomen. De tempelverbouwing, gestart door Herodes de Grote, was nog gaande tijdens Jezus' leven, gestart in 19 v.Chr. en voltooid in 64 n.Chr.
Opdracht 8
Overweeg welke emoties het handelen van Jezus bij jou oproept en schrijf enkele woorden op die je associëren met die emoties. Wat onthullen deze woorden over jouw perceptie van het verhaal?
Johannes legt uit dat Jezus met de "tempel" verwees naar zijn eigen lichaam. Dit suggereert dat Jezus de rol van de tempel in Jeruzalem vervulde, die diende als een heilige plek waar God aanwezig was. Jezus wordt voorgesteld als iemand die de traditionele tempelpraktijken verstoort, mogelijk om de focus te verleggen naar de toekomst. Johannes lijkt te benadrukken dat Jezus de nieuwe ware tempel is, die de oude tempel vervangt. Hierdoor wordt de aanwezigheid van God overgedragen van de fysieke tempel naar Jezus zelf. Als zodanig wordt Jezus gezien als de nieuwe weg naar God, zonder de behoefte aan traditionele tempelrituelen. Jezus' verwijzing naar zijn eigen dood in zijn reactie op de leiders dient als een manier om zijn ware aard te onthullen. Pas nadat Jezus stierf aan het kruis en vervolgens opstond met Pasen, begrepen de volgelingen van Jezus de diepere betekenis van zijn woorden.
Opdracht 9
Waarom zou Jezus willen dat er op het tempelplein geen markt is?
Opdracht 10
Welke vragen zou je aan Jezus willen stellen over dit verhaal?
'Is een perfecte wereld ooit mogelijk?' - dit is een uitspraak waar velen van ons het waarschijnlijk mee eens zijn. Bij het aanschouwen van onze wereld zien we ongelijkheid, armoede, ziekte en klimaatverandering - zaken die niet passen in een perfecte wereld. Maar kunnen we ooit zo'n perfectie bereiken? Deze vraag roept uiteenlopende meningen op en onderliggend is er een verlangen naar een betere wereld, vrij van deze problemen. Dit verlangen naar een betere wereld wordt ook in de Bijbel weerspiegeld, waarbij bijvoorbeeld de ballingen in het Oude Testament hoopten op een tijd waarin God alles zou herstellen. Het laatste boek van de Bijbel, Openbaring, bevat visioenen van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. Deze verlangens naar een betere wereld zijn niet exclusief voor het christendom, maar resoneren in het leven van alle mensen. In deze les gaan we dieper in op deze verlangens en kijken we specifiek naar het visioen van Johannes.
Opdracht 1
Hoe ziet jouw ideale wereld eruit?
Opdracht 2
Lees hieronder de tekst over de nieuwe hemel en de nieuwe
aarde. Misschien ken je deze tekst al. Schrijf op wat jij denkt dat het betekent.
Genesis, het eerste boek van de Bijbel, betekent "oorsprong" in het Grieks. Het bevat twee oorsprongsverhalen die samen vertellen hoe God de schepping tot stand bracht.
In het tweede oorsprongsverhaal (Genesis 2-3) wordt beschreven hoe God de tuin van Eden schiep en de mens schiep om daar te wonen. In het midden van de tuin stonden twee bijzondere bomen: de boom van het leven en de boom van de kennis van goed en kwaad. De mens kreeg het verbod om van de vruchten van de laatste boom te eten, maar bezweek uiteindelijk voor de verleiding van een sprekende slang.
De tuin van Eden wordt afgeschilderd als een prachtige oase vol leven. Voor veel christenen symboliseert deze tuin een 'ideale' staat. Cruciaal in het verhaal van Eden is de aanwezigheid van de mens samen met God. Het verlies van dit ideaal markeert het begin van het verhaal van de mensheid en God zoals beschreven in de Bijbel. De tuin van Eden blijft een belangrijk concept in zowel het jodendom als het christendom, waarbij het staat voor het streven naar een leven in verbondenheid met God.
Opdracht 3
Wat maakt de tuin van Eden een ideale plaats?
A. De tuin van Eden was een prachtige oase.
B. In de tuin van Eden woonde God samen met mensen.
C. In de tuin van Eden konden dieren praten.
D. De tuin van Eden is door God gemaakt.
Het boek Openbaring van Johannes is uniek in de Bijbel. Het wordt toegeschreven aan een zekere Johannes, die het zou hebben geschreven terwijl hij gevangen zat op het eiland Patmos in Griekenland. Dit boek bestaat uit visioenen en enkele brieven en valt onder het genre van apocalyptische literatuur.
Apocalyptische literatuur onthult geheimen of beelden door middel van visioenen aan mensen. Andere voorbeelden van apocalyptische teksten in de Bijbel zijn te vinden aan het einde van het boek Daniël en in het Mattheüsevangelie, hoofdstuk 24.
Het lezen van een Bijbeltekst kan uitdagend zijn. Om het begrip te vergemakkelijken, kun je vragen stellen. In de les over 'teksten van geweld' werden al enkele vragen behandeld die je kunt stellen bij het lezen van een Bijbeltekst. Een andere nuttige benadering is om te kijken naar het genre van de tekst en wat er voorafgaat of volgt op de tekst. Bijvoorbeeld, Openbaring 21:1-22:5 staat aan het einde van het boek, waarin verschillende gebeurtenissen worden beschreven, zoals de strijd tussen God en Satan, met de mensheid als belangrijke speler. Dit hoofdstuk beschrijft een nieuwe tijd van hoop en vrede na de vernietiging van Satan in hoofdstuk 20. Openbaring 21:1-22:5 is het laatste visioen in het boek, met een laatste boodschap aan de lezer aan het einde van hoofdstuk 22.
Naast het onderzoeken van de context van een Bijbeltekst is het belangrijk om goed te kijken naar wat er precies in de tekst staat. Dit omvat het analyseren van zinnen en specifieke woorden, en het overwegen van welke delen van de tekst opvallen en welke inhoudelijke standpunten logisch of onlogisch lijken. Deze benaderingen helpen bij het beter begrijpen van de inhoud van een tekst.
Opdracht 4:
Neem het onderstaande fragment uit de Bijbeltekst door. Wat valt je op? Welke woorden vallen op? Zijn er aspecten die je vreemd vindt? Waar gaat je aandacht automatisch naar uit?
Opdracht 5
Geef in je eigen woorden een beschrijving van de wereld zoals die wordt voorgesteld in Openbaring 21.
Opdracht 6: Stemmen over stellingen
Het streven naar een ideale wereld is een doel dat mensen moeten nastreven.
Geweld is geen acceptabele methode om de perfecte wereld te bereiken.
Het aanpakken van klimaatverandering is een belangrijk onderdeel van het bereiken van een ideale wereld.
Mensen kunnen wel degelijk bijdragen aan het bereiken van de ideale wereld.
Het promoten van eenheid in denken is een effectieve manier om de ideale wereld dichterbij te brengen.
Hoewel de wereld verre van perfect is, koesteren de meeste mensen een verlangen naar voortdurende verbetering. Velen hebben een duidelijk beeld van hoe een perfecte wereld eruit zou kunnen zien, een beeld dat bekend staat als een ideaalbeeld. Deze ideaalbeelden zijn van cruciaal belang omdat ze een visie bieden op een wereld waarin we graag zouden willen leven. Ze kunnen mensen inspireren en motiveren om naar dit ideaal te streven. Het beeld dat wordt geschetst in Openbaring 21 is een voorbeeld van zo'n ideaalbeeld, waarin een wereld zonder conflicten wordt beschreven. In deze utopische visie heerst eeuwige vrede, is er geen plaats voor oorlog of lijden, en geniet iedereen van volmaakt geluk, in de aanwezigheid van God.
Het hebben van een ideaalbeeld is niet beperkt tot christenen; verschillende denkwijzen en levensbeschouwingen hebben hun eigen visie op een ideale wereld. Ideologieën vormen een verzameling van ideeën over hoe de wereld, mensen en de samenleving zouden moeten functioneren. Ze dienen als fundament waarop mensen hun ideale wereld voorstellen en keuzes maken in het leven.
Kapitalisme
Een samenleving die functioneert als een marktplaats waar vraag en aanbod zorgen voor een wereld waarin iedereen zijn eigen weg vindt en in vrijheid kan leven.
Acties: Oprichting van concurrerende bedrijven, communicatie over vraag en aanbod, kracht ligt in het beste aanbod.
Marxisme
Een samenleving waarin de productiemiddelen worden gedeeld door de inwoners van een land. Gelijkheid heerst, waardoor onrecht en armoede worden geëlimineerd.
Acties: Opstand van onderdrukte mensen tegen overheersers kan verandering teweegbrengen.
Globalisme
Een wereld waarin nationale grenzen vervagen, alle relaties gelijkwaardig zijn en mensen zich vrijwillig inzetten voor de samenleving. Deze betrokkenheid ontstaat door vrijwillige overeenkomsten tussen individuen en groepen.
Acties: Verwijdering van reisbeperkingen, bevordering van handel, bevordering van contact tussen verschillende landen en culturen.
Ecologisme
Een leven waarin de menselijke interactie met de natuur harmonieus is en klimaatverandering wordt teruggedrongen, waardoor de aarde leefbaar wordt voor iedereen zonder armoede.
Acties: Vermindering van CO2-uitstoot en milieuvervuiling, respect voor al het leven op aarde, streven naar harmonie met de natuur.
Boeddhisme
Een wereld waarin lijden afwezig is en geluk de norm is, zonder onrecht, oorlog of verdriet.
Acties: Volgen van het achtvoudige pad om juist inzicht, gedachten, spreken, handelen, levensonderhoud, inspanning, meditatie en concentratie te bereiken.
Technologisme
Een hoogtechnologische wereld waarin regels en afspraken gericht zijn op het welzijn van alle inwoners, en waarin technologie klimaatverandering, ongelijkheid, armoede en ziekte elimineert.
Acties: Toepassing van technologie in verschillende aspecten van het leven en de wereld.
Opdracht 7
Vergelijk de diverse ideaalbeelden en identificeer opvallende kenmerken, overeenkomsten en verschillen tussen hen.
Opdracht 8
Analyseer de verschillende ideologieën en de acties die ze ondernemen om hun ideaalbeeld te verwezenlijken. Identificeer de overeenkomsten en verschillen tussen deze benaderingen in het nastreven van hun respectieve ideale wereld.
In onze wereld ervaren we momenteel uitdagingen zoals klimaatverandering, sociale ongelijkheid, ziekte, en nog veel meer. Deze problemen veroorzaken spanningen omdat ze direct invloed hebben op ons dagelijks leven. Tabel 1 presenteert verschillende ideaalbeelden die mensen hoop geven, aangezien ze oplossingen belichamen die kunnen bijdragen aan een betere wereld volgens verschillende ideologieën. Voor velen biedt zo'n ideaalbeeld een bron van houvast en richting in het leven. Desalniettemin kunnen de methoden om deze ideaalbeelden na te streven ook negatieve gevolgen hebben voor de wereld. Bijvoorbeeld, het kapitalisme kan leiden tot uitbuiting, technologische vooruitgang kan privacyproblemen met zich meebrengen, en het streven naar het communistische ideaal kan gepaard gaan met geweld. Deze problemen zijn niet inherent aan de ideologieën zelf, maar eerder aan de acties die worden ondernomen om hun doelen te bereiken. Daarom kunnen de praktijken van deze groepen ook een negatieve impact hebben op de aarde en de mensheid.
Opdracht 9
Wat zijn jouw bijdragen aan het realiseren van jouw ideale wereld?
Het concept van een ideale wereld biedt een referentiepunt om de tekortkomingen van de huidige wereld te begrijpen. Het hebben van een ideaalbeeld, inclusief de christelijke voorstelling van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, is waardevol. Dit betekent echter niet dat christenen passief moeten afwachten tot God dit ideaalbeeld realiseert. Jezus sprak tijdens zijn leven op aarde al over het Koninkrijk van God.
Het Koninkrijk van God is de heerschappij van God over de wereld en zijn schepping. Jezus illustreerde en onderwees wat dit betekent. Het Koninkrijk van God omvat in feite al aspecten van de nieuwe hemel en aarde in onze huidige wereld.
God maakt gebruik van mensen, zoals de apostel Paulus, om zijn Koninkrijk te dienen. Hedendaagse christenen geloven ook dat ze door God gebruikt worden en kunnen bijdragen aan zijn Koninkrijk. Op deze manier dragen we bij aan een betere wereld.
Op een televisiescherm zie je tanks en militaire trucks langzaam een dorp binnenrijden. Een man met een geweer springt uit een van de trucks en rent een zijstraat in. Het beeld verandert en nu kijk je vanuit de ogen van de man. Met een controller kun je hem nu besturen, met als doel de vijanden te doden die in beeld komen. Plots verschijnt er in een deuropening een vrouw met een kind aan de hand. Moet er geschoten worden?
De bovenstaande situatie zou niet misstaan in een videogame. Het betreft een oorlogsscenario waarin jij, als speler, actief deelneemt door de doelen van het spel te behalen. Maar nu zijn er al een vrouw en kind in beeld. Zouden zij wel de vijand kunnen zijn? Wat vind je ervan als het spel de optie biedt om de vrouw en het kind neer te schieten?
Hoewel dit een voorbeeld uit een spel is waarbij uiteindelijk niemand echt gewond raakt, vinden er in werkelijkheid nog steeds oorlogen plaats waarbij onschuldige burgers om het leven komen. Op zulke plaatsen heerst geen vrede, maar een gruwelijke strijd. Is het mogelijk om oorlog te voeren zonder onschuldige slachtoffers te maken? Of is oorlog iets dat we altijd moeten vermijden?
Deze vragen lijken misschien niet direct van toepassing op ons eigen leven, maar zijn toch uiterst relevant in onze tijd. Wat zou jij doen als jouw regering je oproept om het leger in te gaan en te vechten in een ander land? En hoe sta je tegenover mensen die vluchten voor oorlogsgeweld of verplichte militaire dienst in hun land?
Sommige christenen stellen dat oorlog altijd afgewezen moet worden, terwijl anderen juist geloven dat oorlog kan bijdragen aan het tot stand brengen van vrede. In deze les zullen we dieper ingaan op het gebruik van geweld, maar dan op grotere schaal, zoals geweld tussen landen, bevolkingsgroepen of andere sociale groeperingen. Hoe kunnen we als christenen dit onderwerp diepgaand overdenken?
Opdracht 1
Lees de teksten over het liefhebben van je vijanden en de witte ruiter. Beschrijf vervolgens wat deze teksten volgens jou betekenen.
Het laatste boek van het Nieuwe Testament, Openbaring van Johannes, draagt de naam van de auteur, Johannes. Hij beweert dat hij een openbaring van Jezus heeft ontvangen. Dit boek staat bekend om zijn veelvuldig gebruik van beeldspraak, wat het soms moeilijk maakt om te begrijpen. Een grondige bestudering van het hele boek kan helpen om de betekenis van specifieke teksten beter te begrijpen en sommige woorden of argumenten helderder te maken.
Aan het begin van het boek zijn er brieven gericht aan zeven gemeenten in Klein-Azië. Daarna wordt een visioen van de hemel beschreven, waarin een verzegelde boekrol te zien is. Alleen een geofferd lam, dat op het toneel verschijnt, is in staat om de zegels van deze boekrol te verbreken. Dit lam wordt meestal geïnterpreteerd als Jezus, een van de vele manieren waarop hij verschijnt in de beeldspraak van dit boek.
Het boek eindigt met het beeld van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, waar God onder de mensen woont en er eeuwige vrede heerst. Echter, voorgaande hoofdstukken beschrijven een verhaal van strijd. Jezus veroordeelt aan het begin van deze strijd de wereld voor het onrecht dat plaatsvindt. In de daaropvolgende hoofdstukken worden schalen over de aarde leeggegooid, waarbij verschillende straffen volgen. In hoofdstuk 18 wordt een oordeel uitgesproken over het kwaad, Babylon. Uiteindelijk verschijnt in hoofdstuk 19 een ruiter op een wit paard, die ten strijde trekt.
Opdracht 2
Wie wordt vertegenwoordigd door de ruiter op het witte paard in Openbaring 19:11-19?
A. Koning David
B. De profeet Elia
C. Jezus
D. De aartsengel Gabriel
In Lukas 6:27-32 geeft Jezus zijn volgelingen de opdracht om hun vijanden lief te hebben. Dit gedeelte staat bekend als 'de veldrede', waarin Jezus zijn leerlingen onderwijst over hoe ze moeten leven. Aan de andere kant beschrijft Openbaring 19:11-16, 19 een scène waarin een ruiter op een wit paard een leger leidt en ten strijde trekt. Vaak wordt deze witte ruiter geïnterpreteerd als een symbolische voorstelling van Jezus.
Opdracht 3
Wat valt je op aan de relatie tussen de persoon van Jezus en geweld in beide Bijbelgedeelten?
Gedurende de gehele geschiedenis van de mensheid zijn verschillende volkeren met elkaar in oorlog geweest. Voorbeelden van dergelijke conflicten zijn onder andere de Romeinse verovering, de Amerikaanse Burgeroorlog, de Napoleontische oorlogen en de twee wereldoorlogen. Ook de Bijbel beschrijft verschillende oorlogen, zoals de verovering van Judea door de Babyloniërs.
Oorlogen worden gekenmerkt door conflicten tussen twee of meer sociale groepen, zoals landen, etnische groeperingen, of religieuze groepen. Deze partijen strijden met wapens om hun eigen doelen te bereiken. Niet alle gewapende conflicten worden echter als oorlogen beschouwd. Soms kunnen kleinere conflicten binnen sociale groepen escaleren tot gewapend geweld, maar deze worden niet altijd als oorlog gedefinieerd.
Opdracht 4
Welke van de volgende stellingen vind je het meest overtuigend en waarom? Geef je antwoord onderbouwd met verwijzingen naar Lukas 6:27-32 en/of Openbaring 19:11-16, 19.
Jezus volgen betekent je kruis opnemen. Je kan dus wel slachtoffer van geweld zijn, maar nooit geweldenaar.
Het liefhebben van je vijanden betekent dat je nooit geweld mag gebruiken.
Christenen mogen meestrijden in een oorlog als die nodig is om van de wereld een betere plaats te maken.
Volgens Jezus mag je geen geweld gebruiken om jezelf te verdedigen, maar je mag wel anderen verdedigen.
Hoe gaan christenen om met oorlog en andere gewapende conflicten? Er zijn verschillende benaderingen binnen het christendom. Eén standpunt is het pacifisme, waarbij oorlog en geweld volledig worden afgewezen. Pacifisten streven naar vrede zonder het gebruik van wapens. Aan de andere kant is er het idee van heilige oorlog, waarbij oorlog wordt gezien als een middel om religieuze doelen te bereiken, soms met een goddelijke verplichting. Hoewel sommige reacties in de moderne maatschappij aansluiten bij dit denkbeeld, verdedigen de meeste christenen tegenwoordig eerder het concept van een rechtvaardige oorlog.
Volgens de traditie van de rechtvaardige oorlog zijn er bepaalde voorwaarden waaronder oorlogen gevoerd mogen worden en als rechtvaardig worden beschouwd. Deze omvatten het hebben van een rechtvaardige reden, de juiste intentie om een betere vrede te bereiken, het beschouwen van oorlog als een laatste redmiddel na het proberen van vreedzame oplossingen, de waarschijnlijkheid van succes, proportionaliteit in het gebruik van geweld, en het voeren van oorlog onder juist en bevoegd gezag.
Sommige christenen gebruiken Bijbelse teksten, zoals Openbaring 19:26-32, waar Jezus wordt afgebeeld als iemand die strijdt voor de mensheid, om het idee van een rechtvaardige oorlog te ondersteunen. Anderen, met name pacifisten, beroepen zich vaak op passages zoals Lukas 6:27-31, waar Jezus zijn volgelingen onderwijst om hun vijanden lief te hebben, om het pacifisme te rechtvaardigen.
Opdracht 5
Vergelijk de concepten van 'pacifisme', 'rechtvaardige oorlog' en 'heilige oorlog'. Identificeer de verschillen en overeenkomsten tussen deze drie benaderingen van oorlog en geweld.
Zowel voorstanders van het pacifisme als aanhangers van de rechtvaardige oorlog streven uiteindelijk naar hetzelfde doel: rechtvaardige vrede. In de Bijbelse context heeft het begrip 'vrede' een diepere betekenis dan enkel de afwezigheid van strijd; het omvat ook het welzijn van individuen en de samenleving als geheel. Het Hebreeuwse woord 'shalom' duidt niet alleen op vrede, maar ook op volledigheid. Vrede kan daarom worden gezien als een toestand waarin iedereen de mogelijkheid heeft om volledig tot zijn recht te komen, te leven in rust en veiligheid, en waar rechtvaardigheid en eerlijkheid heersen. Deze vorm van vrede wordt vaak aangeduid als rechtvaardige vrede.
Opdracht 6
Hoe zou een rechtvaardige vrede eruit kunnen zien in de hedendaagse wereld?
Opdracht 7
Wat zijn stappen die jij kunt ondernemen om bij te dragen aan vrede?
Christenen hebben zich door de geschiedenis heen beziggehouden met de complexe vraagstukken rond oorlogen, gewapende conflicten en vrede. Vier protestantse denkers hebben elk hun unieke perspectieven op dit onderwerp ontwikkeld:
Dietrich Bonhoeffer:
Bonhoeffer benadrukt dat het primaire doel van het christelijk leven is om Jezus na te volgen, zelfs als dit risico's met zich meebrengt. Hij gelooft in het passief ondergaan van onderdrukking en geweld, zonder terug te vechten met geweld, omdat hij gelooft dat gewelddadig verzet vaak meer kwaad veroorzaakt. Bonhoeffer verwerpt ook de deelname van christenen aan oorlogen, vanwege zijn opvatting dat de christelijke gemeenschap geen politieke rol moet spelen.
Daniel Bell:
Bell verdedigt het idee van het voeren van oorlogen om rechtvaardige redenen. Hij gelooft dat ware rechtvaardigheid in conflictsituaties alleen kan worden bereikt door christelijk discipelschap, waarbij het navolgen van Jezus centraal staat. Voor Bell moet een rechtvaardige oorlog geen politieke kwestie zijn, maar eerder een kwestie van morele integriteit en het eren van God door de juiste deugden na te streven.
Walter Wink:
Wink pleit voor actieve geweldloosheid als reactie op onrecht en geweld. Hij gelooft dat Jezus een geweldloze God openbaarde aan de mensheid en dat christenen actief geweldloos moeten reageren op geweld. Actieve geweldloosheid impliceert een voortdurend verzet tegen geweld door middel van geweldloze alternatieven. Voor Wink is de tekst uit Lukas 6 cruciaal, omdat het aantoont dat Jezus van zijn volgelingen een radicaal andere reactie verwacht dan het gebruik van geweld.
Reinhold Niebuhr:
Niebuhr begon als pacifist maar verwierp later deze ideeën. Hij geloofde dat pacifisten een onrealistische situatie nastreven, gezien de menselijke neiging tot zonde en vrijheid. Niebuhr betoogde dat het soms noodzakelijk is om geweld te gebruiken om vrede en gerechtigheid te bereiken, in overeenstemming met Jezus' oproep om het Koninkrijk van God te brengen.
Opdracht 8
Welke denker heeft jouw voorkeur en welke minder? Waarom? Probeer de twee Bijbelteksten uit deze les te gebruiken om je antwoord te onderbouwen.
Deze les behandelt de vraag of christenen oorlog als een aanvaardbare oplossing kunnen beschouwen, of juist als verwerpelijk. Een bijkomende vraag is of het voor christenen gepast is om zelf deel te nemen aan oorlogen en gewapende conflicten. Zoals duidelijk wordt, bestaan hierover uiteenlopende meningen. Het antwoord op deze vraag is complex. Aan de ene kant is er de harde realiteit waarin oorlog en geweld zich voordoen. Aan de andere kant is er de uitnodiging om een God te leren kennen die Jezus als warm en liefdevol openbaart. Tegelijkertijd wordt deze God in de Bijbel afgeschilderd als degene die rechtvaardige vrede brengt, soms op een schijnbaar ruwe manier.
Jezus benadrukt in zijn leven de belangrijkste les die hij ons wil leren, namelijk om onze naasten en zelfs onze vijanden lief te hebben. Dit principe dient als leidraad voor het leven van christenen, vooral ook wanneer ze nadenken over kwesties als oorlog en geweld.
Opdracht 9
Jezus benadrukt het belang van het liefhebben van je vijanden. Wat betekent dit principe voor jou persoonlijk en hoe breng je het in de praktijk in je eigen leven?