Mehamed Abdela woont al een hele tijd in België, maar zijn ouders zijn afkomstig uit Afghanistan. Hij is erg sociaal, gemotiveerd en volgt economie-moderne talen op school. Volgend jaar gaat hij naar het 6de middelbaar en wil hij samen met zijn vrienden een grote reis maken in de zomervakantie. Zijn beste vriend Zino Mertens stelt voor om samen een studentenjob te zoeken zodat ze kunnen sparen voor hun reis. Allebei sturen ze hun sollicitatiebrief naar enkele werkgevers in de buurt. Zino krijgt de volgende dag al meteen reactie van twee winkelketens dat hij mag langskomen voor een gesprek. Mehamed kreeg geen reactie. Hij neemt zelf initiatief en belt de werkgever op om te vragen of zijn brief goed is toegekomen. De verantwoordelijke vertelt hem dat de vacature helaas niet meer open staat. Zino en Mehamed begrijpen er niets van. Zino beslist om toch naar het sollicitatiegesprek te gaan ook al gaat hij ervan uit dat de vacature reeds is ingevuld. Het gesprek gaat best goed. Zino krijgt de job aangeboden. De manager neemt zijn cv erbij om de persoonlijke gegevens na te kijken. Op dat moment merkt Zino op dat er nog een heleboel gesloten enveloppen op de bureau van de manager liggen. Allemaal brieven met namen zoals die van zijn beste vriend Mehamed. Zino is dapper en vraagt de manager naar de ongeopende brieven. “Tja”, zegt de manager, “Zo’n mensen van wie je de naam niet kan uitspreken zijn geen harde werkers zoals wij Vlamingen.” Zino wil heel graag werk vinden, maar dat doet hij het liefst samen met zijn vriend. Wat moet hij nu doen? De job weigeren? Kan hij dit zomaar tegen Mehamed vertellen? Hij wil zijn vriend niet kwetsen.